Vandaag won Wout van Aert Parijs-Roubaix. Hij klopte Pogačar in de sprint op de wereldberoemde velodroom - ‘als een jachtluipaard’, zei Karl Vannieuwkerke zo terecht - wees naar de hemel, viel op zijn rug van uitputting en huilde toen hij van zijn fiets stapte. Zijn vrouw Sarah en zijn kinderen stonden te wachten.
De hele wereld keek toe hoe een man brak van geluk.
Ik zat thuis en schreeuwde zo hard dat de buren waarschijnlijk nog steeds niet bekomen zijn. Daarna huilde ik ook, omdat dit geen gewone zege was. Dit was een overwinning van iemand die keer op keer opstond terwijl niemand het hem kwalijk had genomen als hij was blijven liggen.
De lijst met pech is te lang om op te noemen zonder dat het begint te klinken als een medisch dossier. Pau 2019, waar een val zijn carrière bijna beëindigde. Dwars door Vlaanderen 2024, gebroken sleutelbeen en ribben, alle klassiekers gemist. De Vuelta, datzelfde jaar, toen hij eindelijk op dreef was — drie ritten gewonnen, beide truien — en weer viel. Een knie die hechtingen nodig had, risico op infectie, het seizoen voorbij. Begin dit jaar in Mol, een enkelfractuur in de sneeuw, net toen het veldrijden weer leuk werd.
En tussen die crashes door iets minstens even zwaar: de angst. Van Aert vertelde recent dat hij dit hele voorjaar soms niet durfde vol te gaan, bang om opnieuw te vallen. Dat hij verscheurd was tussen opluchting dat hij niet viel en frustratie dat hij niet vooraan zat waar hij thuishoorde.
Vandaag zat hij waar hij thuishoorde. Vooraan. In de hel van het Noorden, over 54 kilometer kasseien, met Pogačar voor, naast of achter hem. Pogačar had net als Van Aert pech met lekke banden, maar vandaag stond het geluk aan Wouts kant, en aan de kant van zoveel wielerliefhebbers.
Koers blijft de sport van de gewone man, ook — of misschien juist — als die gewone man fenomenaal is. Van Aert is een fenomenaal renner maar voor mij ook de meest eenvoudige renner uit het peloton. Hij spreekt geen opgepoetste zinnen in de microfoon maar stamelt wat er in hem opkomt. Hij droeg daarnet de zege op aan Michael Goolaerts, zijn ploegmaat die in 2018 tijdens Roubaix overleed, en sinds die dag is het Van Aerts droom geweest om die koers te winnen en naar de hemel te wijzen. Hoe schoon is dat?
Zijn eenvoud siert. In een tijd waarin renners mediatraining krijgen en merken moeten bedienen, blijft Van Aert zichzelf — een man die gewoon heel graag op de fiets zit en daar ondanks de tegenslagen nog altijd beter in wordt.
Ik stel me voor hoe hij na zijn overwinning in de beroemde douches van Roubaix stond. Het water dat over hem heen stroomde, nam niet alleen het vuil van vandaag mee — de modder, het zweet, het stof van de kasseien — maar ook iets van de littekens uit het verleden. De twijfel of het ooit nog zou lukken. De angst die hij met zich meedroeg. De pijn van elke keer weer opstaan.
Vanavond gaat Van Aert frietjes eten. Dat wilde zijn zoontje Georges, om het te vieren. Zo simpel kan geluk zijn. Heel Vlaanderen zou vanavond frietjes moeten eten. Voor Wout. Voor de volhouders. Voor iedereen die ooit opnieuw begon na een val. Voor elke gewone man of vrouw die vandaag iets buitengewoons deed.
Ann De Craemer is a reader-supported publication. To receive new posts and support my work, consider becoming a free or paid subscriber.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.