Gisteren postte ik op Facebook foto’s van bloemen uit mijn vaders tuin. Dat doe ik elk jaar, omdat hij van die bescheiden tuin telkens weer een paradijs weet te maken, en dat al zolang ik me kan herinneren. Ik post die foto’s omdat ik trots op hem ben, en omdat ik weet, hoewel hij dat nooit met zoveel woorden zal zeggen - als kind uit een arbeidersgezin is heel onbescheiden zeggen dat je trots bent op jezelf een drempel waar ik zelf soms nog over moet - dat hij ook trots is, en nog meer als ik het resultaat van de liefde voor zijn tuin met de wereld deel.
De foto’s deden me denken aan de allereerste column die ik voor De Morgen schreef - ik zou dat daarna tien jaar blijven doen. Ik deel hem hier met jullie. Dat vandaag, met de komst van AI, iedereen schrijver is of zich schrijver waant: ik wist toen niet hoeveel actueler dat nu nog zou zijn.
En het beest zeeg neder
Gepubliceerd in de boekenbijlage van De Morgen op 3 augustus 2011
Als de wereld te weten komt dat je boeken schrijft, gebeuren er vreemde dingen. Zo kreeg ik afgelopen week een mail van een man die me vertelde dat hij net een kortverhaal klaar had. “Begin dit jaar kreeg ik eens de kriebels om een kortverhaal te schrijven. (...) Maar het enige waar ik me enorm zorgen over maak is mijn zinsbouw, structuur, grammatica en andere fouten.” Ik dacht aan wat Gerrit Komrij ooit neerpende over J. Bernlef: “In de laatste roman van Bernlef, Sneeuw, komen, hoewel hij enkele aardige en zelfs een aangrijpende scène bevat, drie kleinigheden voor die me niet bevallen: het verhaal, de stijl en de zogenaamd onderliggende gedachtegang.”
Vandaag is iedereen schrijver. En wil iedereen vooral schrijver worden. Maar dat kan niet, want met schrijvers is het zoals met blondines: je bent het, of je bent het niet. Omdat ik een sentimentele afwijking heb, raakt diegene die verkondigt dat hij schrijver wil worden mij recht in het hart, maar de eerlijkheid gebiedt me de wannabe daarna meewarig aan te kijken. Jammer, maar helaas, mijn beste. Misschien in een volgend leven.
Ik voelde dat ik schrijver zou zijn nog voor ik het werd, pardon, was. Hoe ik dat wist, laat het me niet uitleggen, want zweren bij mijn pen en die elke dag ter hand nemen heeft alles weg van de grote liefde: onmogelijk te beschrijven waarom ik net van hém zoveel hou. Alleen voelde ik mijn vingers jeuken telkens als ik in het huis van mijn grootmoeder de takken van haar vijf oude knotwilgen hoorde zwiepen en me voorstelde hoe zoiets op papier zou klinken. Later kropen miljarden zwarte mieren over mijn huid toen ik Het dwaallicht van Willem Elsschot las en wachtte op de dag waarop ik zelf mijn lezers met een minimum aan woorden een maximum aan genot zou kunnen schenken. Nog later werd het vandaag, en ben ik geworden wat ik eigenlijk altijd al was.
Degenen die me (de blik op ernstig en oneindig) zeggen dat ze schrijver willen worden, kan ik nooit serieus nemen. Geef mij dan maar de mensen die schrijver zijn zonder dat ze het zelf beseffen. Neem mijn vader. Jarenlang heb ik me afgevraagd van wie ik de gave van het woord kreeg, want mijn vader was geen schrijver, maar arbeider. Toen ik op een dag een opstel van hem uit een vergeelde doos opdiste, werd alles me duidelijk. Veertien jaar was hij. Op bezoek geweest in een slachthuis in zijn (en mijn) West-Vlaamse geboortestad. Daar een koe zien doodmaken. Erg onder de indruk. Zijn beschrijving: “En het beest zeeg neder.”
Ik wist genoeg: vijf woorden slechts, maar die huiveringwekkende assonantie van de ‘ee’ die het beest bijna op je hoofd doet ploffen en de geur van warm koeienbloed in je neusgaten perst.
Meer dan veertig jaar later is mijn vader nog altijd schrijver, maar hij weet het niet. Hij heeft een tuin waarin hij bloemen naast, onder en boven elkaar schikt, zoals ik dat doe met woorden. Nooit heeft hij iemand verteld dat hij zich zorgen maakte over zinsbouw, structuur en grammatica van zijn composities.
Hij werd geen tuinier. Hij was het.
Ann De Craemer is a reader-supported publication. To receive new posts and support my work, consider becoming a free or paid subscriber.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.