Daarnet vernam ik dat dichteres en schrijfster Lieke Marsman gisteren is overleden. Ze werd vijfendertig jaar. Er ging een schokgolf door mijn lichaam toen ik het nieuws hoorde. Ik heb haar gelezen, veel van haar gelezen, en daardoor lijkt het altijd alsof je iemand een beetje kent, toch zeker iemand die zo open over haar leven en ziekte schreef als Marsman.
Vijfendertig. Dichter des Vaderlands, Constantijn Huygensprijs, een van de meest gevierde stemmen van haar generatie — en vijfendertig jaar. Volgende week zou haar nieuwe boek verschijnen. De dichter en de duivel. Ze heeft het niet meer meegemaakt.
Ik hield van haar gedichten. Van de manier waarop ze het grote en het kleine met elkaar verbond — klimaat, ziekte, de wereld, het lichaam, alles tegelijk. Maar wat me het meest raakte, waren haar volharding en haar openheid. Ze hoorde in 2018 dat ze kraakbeenkanker had en ongeneeslijk ziek was. Ze verloor een arm, maar ze bleef schrijven. In De volgende scan duurt vijf minuten zette ze tien gedichten en een essay naast elkaar over hoe een ziek lichaam zich verhoudt tot een zieke wereld.
DE VOLGENDE SCAN DUURT VIJF MINUTEN
Op het internet gebeurt een hele hoop
Voor wie niet wenst te rouwen
Is elke zucht een afleiding
Wapperende longtumoren
De man in de straat
Heeft altijd gelijk
De natiestaat is uitgekleed
Door zijn tegenstanders
Daarna uitgehoereerd
Door zijn voorstanders
De man in de straat
Heeft altijd gelijk
Het nieuws herhaalt zich
Een ritme bestaat uit drones
De meester is een oncoloog
Er is niets wat ik nog wil zien
Behalve steeds opnieuw, opnieuw
Een nieuwe dag met jou
De mri-tunnel praat
De volgende scan duurt vijf minuten
In een leeg hoofd ontstaat poëzie
Contrastvloeistof
De geur van narcose
Een strandbal in je neus
Een trefbal in je maag
In een leeg hoofd ontstaat poëzie
Een ritme hapert
Het nieuws herhaalt zich
Taal zonder ruis
Kanker zonder catharsis
Er is niets wat ik nog wil zien
Behalve steeds opnieuw, opnieuw
Een nieuwe dag
© 2018, Lieke Marsman
Uitgeverij Pluim, Amsterdam/Antwerpen
Vorig jaar nog, in Op een andere planeet kunnen ze me redden, schreef ze dagboekfragmenten over haar nakende dood, over religie, over wat het betekent te willen blijven leven als de artsen je al lang hebben opgegeven.
“Wie bepaalt wat zinloos lijden is, en wat niet? Wat als het voor mij heel veel zin heeft om tot het einde toe de zwaarste behandelingen te ondergaan, mee te doen aan medische onderzoeken, of zelfs middelen tot me te nemen die alleen nog maar op muizen zijn getest? Wat als dat is hoe ik – linksom of rechtsom – wil sterven? Omdat mijn kwaliteit van leven niet wordt bepaald door de afwezigheid van lijden maar door de aanwezigheid van hoop?”
In dat ene gedicht — de scan die vijf minuten duurt, de mri-tunnel die praat, de contrastvloeistof — voelt de slotstrofe als een mokerslag: Er is niets wat ik nog wil zien / Behalve steeds opnieuw, opnieuw / Een nieuwe dag met jou, dicht ze eerst. En dan, in de laatste strofe, valt met jou weg.
Zomaar: een nieuwe dag, en hoe ze daar ook al dankbaar voor zou zijn, zelfs als ze die dag alleen zou moeten beleven.
Rust zacht, Lieke Marsman.
Ann De Craemer is a reader-supported publication. To receive new posts and support my work, consider becoming a free or paid subscriber

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.