RSS Amplifier

Lotte Kok · Feb 6, 2026

Little God

0
Sign in to vote or save

Lotte Kok · Lotte Kok

(Zoals altijd begint deze post met:) Ik zag een Tiktok, ik weet niet meer waar het precies over ging, alle gruwelijke details uit de Epstein-files lekken tot één blur. Mogelijk waren het foto’s uit dagboeken van slachtoffers. Één meisje schreef in codes, aangevuld met krantenknipsels, losse kreten, over dood en angst. In de reacties zei iemand: Ik geloof nu definitief niet meer in een God. Sommige mensen waren het daar mee eens. Anderen werden er heel boos van: “dit is juist het resultaat van een wereld zonder God!!”, “Dit is het werk van de duivel!!”.

Ik ben opgegroeid in de Bible Belt. Mijn ouders en familie zijn niet christelijk - dat maakt een behoorlijk groot verschil. Desondanks was het maf om te gaan studeren, naar een grote stad te verhuizen, en te merken hoe weinig het christendom daar eigenlijk een rol speelt (= niet).
Zelf heb ik een beetje een ambivalente houding ten opzichte van “het geloof”. Tot mijn elfde zat ik op een christelijke basisschool. Dat was gewoon raar. Als je nog geen tien bent slik je alles. We gaan in de kerk met papieren palmen zwaaien voor pasen? We eten matses en drinken kleine bekertjes druivensap? Allemaal best (dat de matses het lichaam van Jezus voorstelden, en het druivensap zijn bloed, en dat we dat dienden te eten/drinken, maakte in ieder geval op mij niet veel indruk - daarover later meer).
Op mijn middelbare school komen was heel fijn. Ik belandde in de klas met allemaal bleke kinderen die óók het liefst Discovery Channel keken, en achteraf, echt allemaal op het spectrum adhd/hoogbegaafdheid/autisme zaten. Dat was supergezellig. Deze middelbare school was ook christelijk, maar het was duidelijk dat niet elke leraar daar achter stond. De verplichte dagopening (Bijbelverhaal plus gebed) werd niet door elke leraar even serieus genomen. Ik kwam in mijn Coole Betweterige Fase, van: Ik Geloof In De Wetenschap #bigbang.

Er is een geweldig theaterstuk van Dave Malloy over internetverslaving, Octet. Daarin zit een wetenschapper die nachtenlang zijn huilende baby de fles geeft terwijl hij muziek luistert. Op een nacht hoort hij opeens in zijn koptelefoon: “Hello Marvin, I think this is God.” Hij denkt dat dit een grapje moet zijn, dat dit in de muziek zit. Maar dan antwoord de stem zijn gedachte: “Nee, nee, dit is geen grapje!”.
Hij denkt dat hij gek wordt, gooit zijn koptelefoon weg, en gaat terug naar bed.
De volgende nacht gaat de telefoon. Het is God weer. God legt uit dat hij dénkt dat hij God is, en Marvin als wetenschapper nodig heeft om dat te checken.
Marvin heeft altijd gedacht dat er geen God bestaat. Máár, zoals het een goede wetenschapper betaamt, heeft hij zich ook voorgenomen: als er goed bewijs is dat God wel bestaat, wil ik dat bewijs onderzoeken. Hier is de kans.
De volgende dag vertelt Marvin zijn lab wat hij heeft meegemaakt, als er een elf-jarig meisje in een zeemeerminnenkostuum binnenkomt. Het is God. God denkt dat ze zo het minst bedreigend overkomt. Alle wetenschappers worden helemaal gek. God vraagt of ze een aantal wonderen mag verrichten, en dat de wetenschappers kunnen controleren of het echt wonderen zijn, en God écht God is?
Kleine God verandert een telefoon in een vis. De vis in een kitten. En de kitten in een kleine dino.
Dat is indrukwekkend. Maar ja, er bestaan een aantal hypothesen die dit zóuden kúnnen verklaren, op een manier die ze nu nog niet begrijpen, maar in de toekomst misschien wel, dat de wetenschap dit nog niet helemaal omvat, is het een spacetime wormhole of moleculair printen, nou ja: het hóeft geen wonder te zijn.
Kleine God gaat dus maar verder. Ze doet alles wat de wetenschappers van haar vragen. Alle wonderen uit de Bijbel recreëert ze. Water in wijn veranderen, op water lopen, de zee doormidden splijten… en dat allemaal in het Oude Egypte, dus ze neemt ze mee op tijdreis. Ja, dat is indrukwekkend, maar niet per se heilig of een wonder: er zijn wetenschappelijke theorieën waarom tijdreizen zou kúnnen, en als dat kan, kan Kleine God allerlei technieken en wetenschap uit de toekomst gebruiken voor haar wonderen.
Dus. Waarom is Kleine God Gód, en geen ongelooflijk intelligent wezen uit de toekomst?
Ze doen een test om te kijken hoe oud haar lichaam is. Het is: oneindig tot beide kanten, verleden en toekomst. De wetenschappers vragen zich af of Kleine God dood kan. Kleine God smijt haar hoofd tegen een deurpost en het barst uiteen. En dan komt Kleine God weer de kamer binnenlopen - er zijn er nu twee.
Één van de wetenschappers begint zich af te vragen of hun onderzoek wel klopt. Veel is empirisch: ze onderzoeken wat ze zien. Maar wat als Kleine God hun data manipuléért? Als ze een manier heeft om in hun data, of erger nog, in hun bréin te komen?
Ja, als je wetenschappelijk onderzoekt of God bestaat, dan moet je dat soort hypothesen meenemen.

We traveled into black holes, into quarks; we slipped through time backwards and sideways; we created new life forms, living suns; we watched the universe multiply, invert, spiral, disappear. We beheld an infinity of wonders - and yet we sat at our desks in stoic calculation, stripped of awe, paralyzed by the unforgiving relentlessness of our intellect.

I look into my daughter’s eyes, my wife… what does it mean?

Na de middelbare school ging ik Humanistiek studeren. Dat is een grappige studie. Enerzijds gaat het over het humanisme, dus: het geloof dat er geen God is en dat alles vanuit de mens komt. Anderzijds gaat het over de leegte die het verdwijnen van het geloof achterlaat, en over hoe die leegtes nu op eigenlijk precies dezelfde manier ingevuld kunnen worden: met rituelen, humanistisch geestelijke verzorgers ipv dominees, nieuwe bespiegelingen over grote thema’s als goed en kwaad, leven en dood.
Ik kwam in een nieuwe rebelse fase. Namelijk: ben je niet echt slim als je erkend dat er een God kán zijn? Is het niet beter om open te staan voor van alles? (Er zijn natuurlijk genoeg mensen die dat beargumenteren, ook vanuit de humanistiek, trouwens.) Het is wel grappig om in deze rebelse fase te zitten. Seculiere/atheïstische mensen vinden dat vaak heel gek. Maar te veel open staan, te veel meegaan, is ook gek. Ik ging wel eens in Utrecht naar een kerkdienst, om te kijken of ik dat leuk vond, maar dat voelde te veel als een toneelstukje meespelen.

In de gang van onze universiteit hing een memobord met allerlei oproepjes. Daar was informatie over een interreligieus kloosterweekend met de catchy naam: Passie voor Compassie! Dat leek me hartstikke leuk. En het was ook ontzettend leuk, om een heel weekend met allerlei mensen uit allerlei geloofsovertuigingen te praten over compassie en barmhartigheid. Het vervulde me van iets dat ik eigenlijk gewoon mis, in seculier Nederland. Ik vind het moeilijk te benoemen wat. Inhoud, samenzijn, omzien naar de ander? Misschien is het dat waar Octet’s Little God over gaat: naar de wereld en alles om je heen kijken met een sprankeling.

Op de enige ‘casual’ vrije avond van het kloosterweekend, zat ik op een bank te praten met iemand die Coen heet, ook in Utrecht bleek te wonen, dichter was, en nu zijn we 7,5 jaar verder, goede vrienden en eigenlijk nooit gestopt met dat gesprek. Coen heeft een christelijke achtergrond en blijft zichzelf zien als christelijk, al is hij ook deze 7,5 jaar door allerlei fases van verhouding gegaan. Op een bepaalde manier is Coen mijn kerk gebleven, omdat we samen altijd praten over dingen als ‘wat is bidden’, ‘wat is hoop’, ‘wat is genade’, ‘wat is het leven eigenlijk’, of: ‘ik zet een timer voor één minuut en dan moeten we allebei een nieuwe attractie voor de Efteling bedenken en dan kiezen we welke de beste is’, of: ‘Als je vijf totaal alternatieve levens mocht kiezen, welke zouden dat zijn’ (mijn vijfde was: een heel onschuldige en gezellige piraat: “Joepie, luitjes, hier ligt de schat!”).

Vorige week zei ik tegen Coen: ik zit weer in een nieuwe fase (van hoe ik me verhoudt tot het christendom).

En nu komen we eindelijk bij………… de Epstein Files. (Als dit muziektheater was, zou nu iemand op pauken beginnen te slaan.)

Ik had een tijdje weinig internet in mijn huis, dus ik was veel aan het lezen. En toen dacht ik: weet je wat, ik ga gewoon eens van kaft tot kaft de Bijbel lezen. Yolo!
Nou, dear reader: ik vind het helemaal niet leuk. De Bijbel is helemaal niet leuk! Ik heb notabene een Bijbel gekregen van mijn basisschool, waar in groep acht alle leraren hun naam in hebben geschreven (waarlijk bedankt, ontzettend leuk kado voor een kind van elf). Ik heb het neergelegd en nooit meer opgepakt. Nu ben ik bijna dertig. Bijna dertig!!! Ik had dit veel eerder moeten doen! Want: ik weet niet wat ik lees. God is helemaal niet leuk!

Voor het boek wat ik nu schrijf voor de Correspondent, heb ik veel, om niet te zeggen: alle, theorieën gelezen over psychische beïnvloeding en dwang. Kort gezegd: hoe krijg je iemand zover dat diegene doet wat je wilt. Op kleine schaal (in huis, in relaties en gezinnen) en grote schaal (sektes, totalitaire regimes). Nou was ik de afgelopen maanden/weken aan het proberen om alle theorieën samen te vatten tot één theorie. Wat zijn nou de gemene delers. Het was een hoop gepuzzel, maar op een gegeven moment kwam ik tot drie cirkels met elk vier onderdelen. Heel fijn, omdat ik mijn data over huiselijk geweld in die cirkels kan plaatsen. Maar ik zat er naar te staren, en op een gegeven moment dacht ik: ……….. dit ís het christendom. Elk component van elk van die cirkels is wat het christendom ís. Het zwart wit denken (zonde/vergeving, hemel/hel, gelovig/ongelovig), de regels die belangrijker zijn dan de welzijn en de gezondheid van het individu, de beloning als je iets goed doet, en straf als je iets fout doet.
Mind was blown (en nog steeds). Volgens deze theorie is God, is het christendom, dus eigenlijk dezelfde band die je hebt als slachtoffer met een misbruikende/gewelddadige pleger. En is het geloof dus echt een supereffectieve strategie om zowel een groep als individuën te laten doen wat je wilt. Nou, dat moet ik nog even laten bezinken.

En toen ging ik ook nog eens de Bijbel lezen. Ik deed dat eigenlijk vanuit de veronderstelling dat ik de verhalen uit mijn jeugd nog eens ging herlezen. Veel verhalen vind ik best mooi en sprookjesachtig: Mozes die in een klein rieten mandje werd gelegd, Eva en Adam in het paradijs.
Ik ben nu op bladzijde 150 (voor de kenners: in Leviticus), dus er is nog een hele hoop te gaan, maar tot nu toe ben ik steeds verbaasd over hoe ontzettend NIET LEUK het is. En hoe bizar het is dat dit het boek, de teksten, de regels zijn die ONZE SAMENLEVINGEN DUIZENDEN JAREN HEEFT BEINVLOED. EN PAS SINDS EEN JAAR OF ZESTIG NIET MEER. Zestig jaar op millennia, dat is niet veel. Onze samenleving heeft nog zo veel christelijke echo’s. In al die morele paniek over abortus, het als een misdaad (ipv gezondheidszorg zien). In “het gezin als man en vrouw en kinderen” als de hoeksteen van de samenleving zien, in al het gekut over of regenbooggezinnen ook letterlijke, volwaardige gezinnen mogen zijn. In überhaupt denken over seksualiteit en gender. Ik wist van tevoren wel dat het Oude Testament nogal gruwelijk zou zijn, en dat veel inmiddels is gedateerd (slavernij, stenigen). Maar dan wordt het wel vervelend op het moment dat dat Oude Testament nog steeds wél wordt aangehaald als waarheid (man en vrouw, twee geaardheden, één normaal huwelijk - abortus is misdaad want je mag niet doden - etc).

Ik ben opgegroeid met een heel vrolijk Godsbeeld. Alle liedjes op de basisschool draaiden om hoe geweldig het was dat je God kent, dat hij de vader is die je beschermt. Weet je dat de vader je kent / weet je dat je van waarde bent / weet je dat je een parel bent / een parel in Gods hand. Ook de Bijbelverhalen zelf worden op een vrolijke en liefdevolle manier vertelt. Noach zat met al zijn dieren op de ark, en toen kwam er een regenboog!
Tijdens mijn master Geestelijke Verzorging gaf een student een oefen-bijeenkomst waarbij hij het verhaal van Noach vertelde, met illustraties. Bij veel mensen (inclusief mezelf) viel toen pas het kwartje hoe ongelooflijk NAAR dit verhaal eigenlijk is. De strekking van het verhaal is dat God álle mensen slecht vindt (hij legt niet uit waarom) en ze allemaal, inclusief alle dieren en planten, dood moeten, en alles opnieuw moet beginnen. Alleen Noach en zijn familie mag blijven.
Zomaar een passage, in Leviticus wat ik nu aan het lezen ben. 26:14: “Maar als jullie mij niet gehoorzamen en deze geboden niet naleven, (…) dan zal ik jullie van mijn kant het volgende aandoen: Ik zal een verschrikkelijk onheil over jullie brengen, tering en slopende koortsen zullen het licht in je ogen doven en je de adem afknijpen. Je zult je land inzaaien, maar voor niets, want je vijanden zullen ervan eten. (…) Ik zal wilde dieren op je afsturen, die je van je kinderen zullen beroven en je vee zullen verscheuren. Ze zullen het volk zo uitdunnen dt de wegen er verlaten bijliggen. (…) Jullie zullen je eigen zonen en dochters opeten, ik zal je offerplaatsen vernietigen, je wierookaltaren omverhalen en jullie lijken neergooien op de lege sokkels van jullie godenbeelden. Wie van jullie dan nog in leven zijn, zullen vanwege hun eigen zonden en die van hun voorouders wegrotten in het land van hun vijanden.”
Toegegeven, ik ben nog maar 150 bladzijden bezig, en ik hoop van harte dat er nog iets ingrijpends gaat veranderen, maar tot nu toe heb ik zelden een gewelddadiger en gruwelijker boek gelezen. God moet je niet kwaad stemmen, want met één vinger roeit hij zo jou, je kinderen, en vier generaties na je uit. Je krijgt alleen bescherming als je je honderd procent onderwerpt aan Gods wil en hem niet kwaad maakt.

Wat me vooral opvalt aan de Bijbel tot nu toe, is dat het haast een zakenregister blijkt. Bezit is enorm belangrijk. Zowel voor God (die veel bloedoffers, goud en zilver wil) als voor de mensen, de helden in de verhalen. Zoveel, bijna alles draait om bezit. Veel land, veel geld, veel nakomelingen. De intriges gaan over het afpakken van elkaars bezit. De Bijbel leest soms werkelijk als een soort logboek: Deze en Deze hadden zoveel en zij kregen de zonen Deze en Deze en Deze, en die kregen de zonen Deze en Deze en Deze en die vormden het volk Deze. De Bijbel als almanak van een mannenvereniging. Onderwerp je je aan God (in mijn Bijbel ook wel de HEERE genoemd, in hoofdletters), dan zal je gezegend worden met heel veel bezit. Maak je God kwaad, wordt al je bezit ontnomen en/of ga je dood.
En vrouwen komen in die almanak ergens daarna. Als er over bezit wordt gesproken, is het eerst een uiteenzetting van hoeveel land mensen hebben, met hoeveel vee, hoeveel graan, hoeveel slaven. En je pakt niet elkaars vrouw af, want dan wordt je gestenigd. Dat vrouwen vooral/slechts bezit zijn, is één ding, maar ik vind het eigenlijk schokkend dat ze tot nu toe nog ver ná het land, het graan en de geitenbokjes komen. Er zijn meer regels over het slachten van vee dan over vrouwen.

Ik vind het ontzettend triest om te bedenken dat dit de teksten zijn die onze Westerse maatschappij heeft gevormd tot wat het nu is. Tot één waar vrouwen niet alleen handelswaar, maar ook vooral bijzaken zijn. Ze zijn er wel, maar doen er niet echt toe. Epstein’s meisjes en vrouwen zijn de valuta. Het lokkertje van de zakendeal. Het tapijtje, de cocktail op de tafel van een machtswedloop.

Wat is het onderscheid tussen God en “Satan”, en/of satanisme, als oorlog, wraak, bloedoffers en zakendeals de christelijke Bijbel zíjn?

(Het wordt maar eens tijd om meer te lezen over andere, niet Abrahamistische geloven. Tips worden zeer gewaardeerd - Robin Wall Kimmerer ligt gelukkig binnen handbereik.)

No posts

Read the original on lottekok.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.