RSS Amplifier

Onder de Loeb · Jul 12, 2026

De staat erkent eindelijk dat genderongelijkheid niet de schuld van vrouwen is

0
Sign in to vote or save

Lisa Loeb · Onder de Loeb

Lieve lezer van Onder de Loeb,

Hoera! Onder de Loeb viert deze week een grote mijlpaal: we hebben meer dan 10.000 (!!!!) abonnees 🎉🥳 (ik zeg we maar de volledige redactie van Onder de Loeb bestaat uit mijzelf, Lisa Loeb). Echt geweldig dat jullie er allemaal bij zijn. Deze editie is wat later in de week dan je van mij gewend bent, want mijn gezin was geveld door een buikvirus. Maar Onder de Loeb is terug en sterker dan ooit.

En dat is weer hoognodig.

Ronald Koeman is opgestapt, dus deze week begon de zoektocht naar een nieuwe bondscoach. Ergens tussen Arne Slot en Peter Bosz viel de naam van de succesvolste Nederlandse coach van dit moment: Sarina Wiegman. Drie Europese titels, vijf grote eindtoernooifinales op rij, met twee verschillende landen. Het ultieme bewijs dat je in dit land alles kunt bereiken als je maar hard genoeg werkt, ongeacht je sekse. De juiste persoon op de juiste plek, dat is toch altijd het argument waarmee genderongelijkheid wordt goedgepraat? Nou, niet volgens de Mannen Op TV Met Een Mening. Er is al veel over gezegd maar ik geef je een nieuw perspectief op waarom dit nou zo schadelijk is.

Verder in het nieuws: het kabinet benoemde drie nieuwe ministers van Staat, een levenslange eretitel voor oud-politici aan wie regering en Koning incidenteel vertrouwelijk advies kunnen vragen. Het zijn drie mannen, net als vrijwel iedereen die de titel kreeg in de 184 jaar dat hij bestaat. Hoeveel vrouwen er in die periode minister van Staat zijn geweest? 4. In totaal. In 184 jaar. Ouch.

De deepdive van deze week, speciaal voor betalende leden, gaat over het grote onderzoek van TNO en de Universiteit Utrecht naar de economische afhankelijkheid van Nederlandse vrouwen. Twee ministeries betaalden vier jaar lang onderzoek naar de vraag waarom vrouwen in Nederland financieel afhankelijk blijven, want we bungelen op dit gebied onderaan in de EU: plek 26 van de 27 (alleen Oostenrijk doet het nog slechter). Het antwoord kwam vorige week en is voor Haagse begrippen ongehoord: het ligt niet aan de vrouw, het ligt aan het systeem. De staat die vijftig jaar emancipatiebeleid maakte op basis van de vrouw die beter moest leren kiezen, wordt nu door haar eigen onderzoekers op haar fouten gewezen. In de deepdive licht ik de vijf conclusies uit het rapport uit die je niet ziet aankomen: de 350.000 vrouwen zonder eigen inkomen die zich veilig voelen tot hun partner wegvalt, de kraamweek waarin de rolverdeling stolt voordat iemand doorheeft dat er iets te kiezen valt, en de Rotterdamse havenmannen die meer blijken te willen zorgen terwijl niemand het ze ooit had gevraagd.

Onder de Loeb is volledig onafhankelijk en kan bestaan dankzij betalende leden. Een abonnement kost 10 euro per maand en is elke maand opzegbaar, of 100 euro per jaar. Daarmee stel je mij in staat om de politiek en media een gendercheck te geven en dit onderzoek te blijven doen, en hopelijk de genderongelijkheid in Nederland te verkleinen. Heel veel dank aan iedereen die al de stap naar betalend gezet heeft!

Dan gaan we nu naar de actualiteit.

In de editie van vorige week schreef ik over de excuses die het kabinet maakte aan de afstandsmoeders: meer dan dertienduizend vrouwen die tussen 1956 en 1984 onder druk van kerk, familie en instanties hun pasgeboren kind moesten afstaan. Eén dag later stuurde het kabinet de bijbehorende herstelbrief naar de Kamer, met daarin de maatregelen die op de excuses volgen. Samen met journalist Christel Don, bekend van het boek Afstandsmoeders, schreef ik hier een opiniestuk over voor NRC. Onze conclusie: vrijwel elke maatregel is enkel een voornemen, reeds bestaand beleid, of geld dat al is uitgegeven. Er wordt besproken, verkend en onderzocht, met voortgangsberichten tot begin 2027. De vrouwen om wie het gaat zijn merendeels in de tachtig of negentig. Het kabinet plant dus rapportagemomenten voor mensen van wie een deel de volgende voortgangsbrief niet zal halen.

En wat staat er dan concreet in die brief? Individuele financiële compensatie komt er niet, want onderzoek en rechtspraak bieden daar volgens het kabinet “geen aanleiding” noch “financiële dekking” voor. Psychosociale hulp buiten de reguliere zorg wordt niet vergoed. Naamswijziging wordt goedkoper maar niet gratis. En dossierinzage wordt begeleid maar niet verruimd; voor informatie over hun eigen leven blijven deze slachtoffers aangewezen op precies die instanties die hen hun kinderen of moeder afnamen.

De slachtoffers hebben inmiddels zelf gereageerd. Stichting Verleden in Zicht, die de afgestane kinderen vertegenwoordigt, noemt zich onthutst: er staat niets nieuws in waar zij wat mee opschieten, de volledige elektronische dossierinzage op afstand ontbreekt, en de begeleiding wordt belegd bij de Raad voor de Kinderbescherming, in hun woorden de organisatie die grotendeels voor hun ellende verantwoordelijk is. Diezelfde Raad vond het niet nodig zelf excuses aan te bieden, net als de kerken overigens, die hun rol wel erkenden maar het bij die erkenning lieten. De samenvatting van ViZ: “De daders gaan duiden voor de slachtoffers.”

Bron: Rijksoverheid, herstelmaatregelen 3 juli 2026Christel Don en Lisa Loeb, NRC, 8 juli 2026 Verleden in Zicht, 6 juli 2026

Nog even terug naar de nieuwe bondscoach. Het was zondagavond, bij NOS WK Avond, en de coach in kwestie is Sarina Wiegman. Presentator Gert van ‘t Hof opperde haar naam als opvolger van Ronald Koeman, Sherida Spitse zei dat ze de kwaliteiten heeft als ze het zelf wil, en toen was Pierre van Hooijdonk aan de beurt: “Voor mij is het een nee.” Zijn argumenten: ze heeft geen ervaring op het hoogste niveau in de mannenwereld, en een deel van de spelersgroep komt uit een cultuur waarin de vrouw volgens hem “niet op hetzelfde niveau staat als de man”. Youri Mulder wierp nog tegen dat je een bondscoach op kwaliteit hoort te beoordelen, waarop de discussie werd afgekapt omdat er nog voetbal gekeken moest worden.

Laten we even kijken naar de prestaties van Wiegman: Europees Kampioen met Nederland in 2017, de WK-finale in 2019, en daarna met Engeland EK-goud in 2022, opnieuw de WK-finale in 2023 en nóg een keer Europees Kampioen in 2025. Drie Europese titels met twee verschillende landen. Geen van de mannen wiens namen nu circuleren heeft ooit twee landen naar een eindtoernooititel gecoacht. Maar voor Wiegman geldt ineens een functievereiste die voor niemand anders bestaat: eerst maar eens bewijzen dat je mannen kunt trainen. En let op hoe die eis zichzelf in de staart bijt: ervaring in het mannenvoetbal kun je alleen opdoen als iemand je aanstelt, en je wordt niet aangesteld omdat je die ervaring mist.

En deze redenering werkt kennelijk maar een kant op. Toen Andries Jonker in 2022 bondscoach van de Oranje Leeuwinnen werd, vroeg niemand aan tafel of hij wel ervaring had in de vrouwenwereld. Hij had geen minuut vrouwenvoetbal gespeeld en geen carrière in die competitie opgebouwd, maar dat was ook helemaal geen probleem, want een goede trainer is een goede trainer. Dat argument klopt. Alleen geldt het blijkbaar uitsluitend voor mannen die vrouwen trainen, en nooit andersom. Als het mannenvoetbal en het vrouwenvoetbal werkelijk twee onverenigbare werelden zijn, dan had Jonker nooit voor de Oranje Leeuwinnen mogen staan. Maar als voetbal gewoon voetbal is, dan kan Wiegman ook voor de Oranje Leeuwen staan. Dus wat wordt het?

Dan het tweede argument: een deel van de spelersgroep komt volgens Van Hooijdonk uit een cultuur waarin de vrouw "niet op hetzelfde niveau staat als de man". Allereerst: wie vindt dat drie Europese titels pas tellen als je ook de mannen van FC Schubbekutteveen gecoacht hebt, vindt zelf ook dat de vrouw niet op hetzelfde niveau staat.

Let op wat hier gebeurt: geen enkele speler heeft dit gezegd. Niemand heeft ze iets gevraagd. Van Hooijdonk legt een mening in de mond van mannen die er niet eens bij waren, en baseert die toewijzing op hun afkomst. Als bewijs voerde hij aan dat er in het verleden spelers zijn geweest die een presentatrice geen hand gaven. Ik heb het opgezocht. Het gaat om één incident, uit november 2015, van een speler van FC Utrecht die nooit één interland voor het Nederlands elftal heeft gespeeld en die weigerde Hélène Hendriks een hand te geven. Eén clubvoetballer, tien jaar geleden, is het volledige bewijsdossier waarmee de helft van de huidige Oranje-selectie een vrouwenstandpunt krijgt toegewezen. En intussen is het enige bezwaar tegen een vrouwelijke bondscoach dat deze week hardop is uitgesproken van Van Hooijdonk zelf. Dat is de schijnbeweging: zijn eigen nee projecteert hij op spelers die niet eens iets gevraagd is, en zo betalen twee groepen voor één mening: de vrouw die de kwalificaties maar het verkeerd geslacht heeft, en de spelers van kleur die de schuld krijgen van een nee dat niet van hen kwam. En toen Van Hooijdonk vrijdag de kans kreeg om zijn uitspraken te nuanceren, deed hij het tegenovergestelde: hij noemde zijn woorden een constatering en herhaalde dat de tijd voor een vrouwelijke bondscoach nog niet rijp is. Een hele groep mensen een opvatting toedichten op basis van hun afkomst: daar bestaat een woord voor, en het is niet "constatering".

De NOS reageerde tegenover NU.nl op de ophef met de mededeling dat Van Hooijdonk als analist zijn eigen mening geeft en dat er ruimte hoort te zijn voor verschillende opvattingen aan tafel. Dat is waar. Maar aan die tafel zitten steevast meer mannen dan vrouwen, wat invloed heeft op de beeldvorming en welke meningen een podium krijgen. Volgens columnist Henk Spaan stuurde de NOS dertien mensen naar dit WK, onder wie slechts één vrouw. Volgens mij is vooral de NOS rijp voor een koersverandering.

Bron: Soccernews over de uitspraken en de NOS-reactieOpzij, 7 juli 2026Henk Spaan, Het Parool

Gisteren benoemde het kabinet drie nieuwe ministers van Staat: Johan Remkes, Thom de Graaf en Frans Timmermans. De ministers van Staat bestaan al sinds 1842, en betreft oud-politici die kabinet en koning bijstaan bij de gevoeligste klussen: formaties, staatsrechtelijke kwesties, en dossiers die nooit de krant halen. Geen formele taak, wel echte invloed: zo was Herman Tjeenk Willink, ook minister van Staat, vijf keer informateur.

Met deze nieuwe benoemingen telt het gezelschap negen levende leden: zeven mannen en twee vrouwen. Dat is al niet bepaald in balans. Maar als je naar de geschiedenis kijkt wordt het nog erger. Sinds de invoering van de ministers van Staat zijn er 103 mensen in deze functie benoemd, waarvan er maar 4 vrouw waren of zijn. De eerste was Marga Klompé, benoemd op 17 juli 1971, honderdnegenentwintig jaar na de instelling van de eretitel en deze week op de week af 55 jaar geleden. Daarna volgden Els Borst in 2012, en Sybilla Dekker en Winnie Sorgdrager in 2018. Honderddrie benoemingen, slechts vier vrouwen. Maar je kunt alles worden wat je maar wilt in dit land als je maar hard genoeg werkt.

En nee, dit gaat niet over een tekort aan gekwalificeerde vrouwen. De eerste vrouwelijke minister trad al aan in 1956, namelijk Marga Klompé. Het excuus dat er geen vrouwen wáren, is dus ergens in de vorige eeuw verlopen; sindsdien is dit geen beschikbaarheidsprobleem meer maar een keuzeprobleem. De vijver stroomt over: Nederland telt tientallen vrouwelijke oud-bewindspersonen, en onder Rutte IV zaten er voor het eerst in de geschiedenis meer vrouwen dan mannen in het kabinet. Er hoefde alleen maar iemand anders opgevist te worden. Wat hier wordt verdeeld is namelijk geen functie maar gezag: het officiële stempel van wie in dit land geldt als wijs, neutraal en boven de partijen verheven. Er zijn geen officiële criteria, geen procedure en geen openbare verantwoording; de titel wordt verleend op voorstel van de premier, aan mensen die het kabinet al vertrouwt. Een premier van D66 huize, die tijdens de verkiezingen nog de mond vol had van diversiteit en emancipatie, maar daar in de praktijk vooralsnog weinig van laat zien.

Wijsheid wordt hier niet gemeten maar toegekend, door veelal mannen, meestal aan andere mannen, waarna de toekenning zelf als bewijs dient. Het is dezelfde cirkel als bij de bondscoach: het criterium en de uitkomst zijn bewijs voor elkaar. Op de Global Gender Gap Index van 2025 zakte Nederland nergens zo hard als op politieke invloed. Gisteren kon je in één koninklijk besluit zien hoe dat in zijn werk gaat. Drie wijze mannen in juli: het kerstverhaal begint dit jaar vroeg.

Bron: Raoul du Pré, de Volkskrant, 10 juli 2026 • Parlement.com, overzicht ministers van Staat

Per 1 juli zou een wettelijke verplichting moeten ingaan voor werkgevers met meer dan tien medewerkers om een gedragscode tegen ongewenst gedrag op te stellen: vastgelegde afspraken over wat seksuele intimidatie, pesten en agressie zijn, welke consequenties daarop volgen en waar medewerkers terechtkunnen met meldingen. Die verplichting komt er niet. In de recente koerswijziging van het arbobeleid kondigt het kabinet aan af te zien van een wettelijke plicht tot een gedragscode, met als reden dat extra regels en administratieve verplichtingen voor werkgevers niet in lijn zijn met de afspraak om de regeldruk te beperken.

Voor een maatregel tegen seksuele intimidatie op de werkvloer wordt daarmee impliciet een veel zwaardere bewijslast neergelegd dan gebruikelijk is bij arbeidsomstandighedenregelingen. Geen enkele andere arbomaatregel is ooit afhankelijk gesteld van een dubbelblind onderzoek; deze de facto wel. De asymmetrie wordt nog duidelijker als je naar het onderliggende beleidskader kijkt: aanwijzingen dat een gedragscode bijdraagt aan het terugdringen van ongewenst gedrag worden alleen relevant geacht als tegelijkertijd wordt aangetoond dat de extra regeldruk volledig te rechtvaardigen is, terwijl het omgekeerde niet gebeurt. Voor de aanname dat vermindering van regeldruk als zodanig baten oplevert, wordt nergens een vergelijkbare eis van causaal bewijs gesteld. De veiligheid van werknemers moet zich empirisch bewijzen; de administratieve rust van werkgevers fungeert als uitgangspunt.

Dit besluit staat bovendien niet op zichzelf maar past in een breder patroon. Bij de Nederlandse uitwerking van de Europese loontransparantierichtlijn werden zorgen over administratieve lasten en rapportageverplichtingen voor werkgevers expliciet aangevoerd als reden om de reikwijdte van de verplichtingen te beperken en de invoering gefaseerd en voorzichtig vorm te geven. Ook in andere dossiers waar vrouwen bovengemiddeld de lasten dragen – zoals voorstellen om administratieve waarborgen rond zorgverlof, mantelzorg en werk‑privé‑balans te versterken – worden extra verplichtingen voor werkgevers in regeldrukbrieven consequent in één adem genoemd met “onnodige” formulieren en bureaucratie, met kwantitatieve doelstellingen voor lastenreductie aan de kant van bedrijven, terwijl de kosten van onbetaalde zorg en het uitblijven van verlofrechten voor werknemers niet op vergelijkbare wijze systematisch worden meegewogen.

De gedragscode is bovendien geen losstaand idee, maar onderdeel van de opvolging van het Nationaal Actieprogramma aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag, het beleidsantwoord op onder meer MeToo en The Voice. Binnen dat pakket blijven meerdere bouwstenen steken: de versterking van de klachtenregeling is niet uitgegroeid tot de oorspronkelijk beoogde expliciete verplichting, het wetsvoorstel voor een verplichte vertrouwenspersoon blijft al jaren liggen in de Eerste Kamer, en nu verdwijnt ook de nationale verplichting tot een gedragscode uit de routekaart. Dat het besluit weinig publieke aandacht krijgt, heeft mede te maken met de manier waarop het is gepresenteerd: in dezelfde beleidskoerswijziging werd het verbod op commerciële werkzaamheden door zogenoemde kid‑influencers nadrukkelijk naar voren geschoven en breed uitgelicht, terwijl het laten vallen van de verplichte gedragscode vooral in HR‑ en arbovakpers is opgemerkt. De verontwaardiging over kinderen op Instagram fungeerde zo als blikvanger, terwijl de keuze om geen harde norm voor veilige werkvloeren vast te leggen in de luwte bleef.

Bron: AWVN over voortgangsbrief Aartsen (Werk en Participatie), juni 2026College voor de Rechten van de Mens, jaaroverzicht 2025 Memorie van Toelichting conceptwetsvoorstel gedragscode ongewenst gedrag (februari 2025)

Op 15 juni publiceerde het CBS, in opdracht van het ministerie van OCW, een onderzoek naar intersectionele loonverschillen: wat er gebeurt als je niet alleen kijkt naar gender, maar bijvoorbeeld ook naar afkomst of het hebben van een beperking. En de resultaten zijn shockerend.

Een in Nederland geboren vrouw met Turkse herkomst en hooguit vmbo of mbo-1 verdient gemiddeld 20,7 procent minder per uur dan een man uit dezelfde groep. Bij herkomst Nederlandse Cariben: 20,2 procent. Voor vrouwen met Nederlandse herkomst op datzelfde opleidingsniveau is de loonkloof ten opzichte van mannen 12,6 procent. Allemaal ruim boven de 10,5 procent die in elk genderdebat wordt geciteerd als dé loonkloof.

Dat gemiddelde van 10,5 procent is dus geen volledige meting van de ongelijkheid, maar eerder een deken eroverheen, ik zou bijna zeggen een mantel der liefde, terwijl die 10,5 procent ook al belachelijk hoog is. De vrouwen die het hardst worden geraakt, verdwijnen in het cijfer dat zou moeten aantonen hoe erg het is. In Fopfeminisme noem ik dit de mythe van het gidsland: we kiezen de meetlat die het prettigste beeld geeft en noemen de uitkomst vervolgens de feiten. Dit CBS-rapport laat zwart op wit zien hoe dat werkt.

En dit zijn dan nog de vrouwen die überhaupt in een statistiek stáán. Nieuw onderzoek van TNO en de Universiteit Utrecht telt 350.000 vrouwen die zelfs dat niet halen: geen baan, geen uitkering, geen dossier, financieel volledig afhankelijk van een partner. Over hen gaat de deepdive van deze week, voor betalende leden.

Bron: CBS, Intersectionele loonverschillen 2024Volledige CBS longread, hoofdstuk 5

Op 3 juli stuurden ministers Sterk en Van Weel, mede namens staatssecretarissen Tielen en Van Bruggen, een voortgangsbrief over de aanpak van geweld tegen vrouwen naar de Kamer. Er staat een erkenning in die je zelden uit Den Haag hoort: dat slachtoffers nog niet altijd voldoende worden geholpen en beschermd, komt volgens het kabinet zelf “vooral door de manier waarop we ondersteuning, preventie, zorg en rechtsbescherming hebben georganiseerd”. Dat is voor Haagse begrippen opzienbarend eerlijk.

En dan de volgende alinea van diezelfde brief: door toenemende druk op Veilig Thuis, de Centra Seksueel Geweld en de vrouwenopvang lopen de wachttijden op. Wat het kabinet daartegenover zet: Veilig Thuis werkt aan een 24/7-chatfunctie, het slachtofferdevice wordt verder ingezet, er wordt bekeken welke onderdelen van de Rotterdamse Filomena-aanpak landelijk kunnen, en verder vooral coördinatoren, verkenningen en betere samenwerking. Stuk voor stuk nuttig. Maar tegenover het acuutste probleem uit de eigen brief, de wachtlijsten, staat geen extra capaciteit. Een chatfunctie maakt de deur naar de wachtkamer laagdrempeliger, niet de wachtkamer leger. In Nederland wordt volgens CBS-cijfers gemiddeld elke acht dagen een vrouw vermoord, in ongeveer 60% van de gevallen door een partner of ex-partner. Bij dit onderwerp is wachten geen ongemak, maar een risico op leven of dood.

Het doet denken aan het patroon van de afstandsmoeders. De staat erkent het probleem, benoemt zelfs de structurele oorzaak, maar het herstel bestaat vervolgens vooral uit procesmaatregelen. Erkenning is gratis, herstel is duur. Bij de afstandsmoeders ging dat over het verleden. Hier gebeurt het in de tegenwoordige tijd, terwijl de rij voor de deur groeit.

Bron: Rijksoverheid, voortgangsbrief 3 juli 2026

Vrijdag 10 juli keurde de ministerraad de nieuwe Productiviteitsraad goed, die het kabinet gevraagd en ongevraagd gaat adviseren over het opkrikken van de Nederlandse arbeidsproductiviteit, zo meldt het FD. Eerste voorzitter wordt topbestuurder Pauline van der Meer Mohr, en in haar eerste interview, diezelfde middag in het FD, zei ze op de vraag wat haar eerste stap wordt iets opvallends: “Ik wil wegblijven van de vraag hoe we de citroen verder kunnen uitknijpen en ook geen jonge moeders wegtrekken van de kinderwagen, omdat ze geen drie maar vijf dagen zouden moeten werken.”

Laat ik beginnen met wat hier goedgaat. Zodra de economie meer gewerkte uren nodig heeft, wijst het hele debat als vanzelf naar de deeltijdwerkende moeder die te weinig (betaald)werkt (“parttimeprinsesjes”), en die reflex zet Van der Meer Mohr op dag één bij het grofvuil. Dat een kersverse kabinetsadviseur dat doet, is winst.

Maar er gaat in haar antwoord ook direct iets fout. Vrouwen ontzien is niet hetzelfde als vrouwen iets mogelijk maken. Voor de duidelijkheid: ik ben er helemaal voor dat moeders meer uren betaald kunnen werken, ik werk zelf fulltime. Alleen is het systeem daar niet op ingericht, van schooltijden die niet aansluiten op een werkdag tot de babyboete die meer werken nauwelijks laat lonen. Wegtrekken van de kinderwagen of erachter laten staan zijn dus twee antwoorden op dezelfde verkeerde vraag. De echte vraag is waarom die kinderwagen automatisch bij háár staat. Niemand heeft ooit hoeven beloven om jonge vaders niet achter de kinderwagen vandaan te trekken, want in het Nederlandse economendebat staat die vader gewoon op kantoor bij het koffiezetapparaat. Zelfs de zin die vrouwen wil beschermen, bevestigt de rolverdeling die het probleem veroorzaakt. En daarmee zijn we precies op het punt gekomen waar de deepdive van deze week over gaat.

Bron: Pieter Couwenbergh, interview Pauline van der Meer Mohr, FD, 10 juli 2026

De afgelopen vier jaar hebben TNO en de Universiteit Utrecht onderzoek gedaan naar de financiële afhankelijkheid van Nederlandse vrouwen, en vorige week werden de resultaten gepresenteerd in bovenstaand magazine. Ik ben hier uiteraard voor jullie ingedoken.

In 2024 had zeventig procent van de vrouwen in dit land een eigen inkomen van minstens bijstandsniveau, zo’n 1.295 euro netto per maand. Bij mannen: 83 procent. Bijna een derde van de vrouwen haalt die ondergrens dus niet, en de groep die niet economisch veerkrachtig is, die bij een scheiding of ziekte niet op eigen benen kan staan, is volgens de onderzoekers nog veel groter. De rekening loopt door tot ver na het werkende leven: Nederlandse vrouwen ontvangen 36 procent minder pensioen dan mannen, volgens het Europees Instituut voor Gendergelijkheid de op een na grootste pensioenkloof van de EU.

Mijn boek Fopfeminisme gaat over de vraag hoe Nederland oprecht kan denken dat het geëmancipeerd is terwijl de cijfers zo duidelijk iets anders zeggen. Dit magazine sluit eigenlijk perfect aan op die vraag. Wij hebben vanaf de jaren ‘70 emancipatiebeleid vanuit de overheid, maar dat ging altijd uit van het idee dat emancipatie gelijk stond aan vrouwen meer uren betaald laten werken, terwijl de rest van de samenleving niets hoefde aan te passen. Het probleem werd kortom steeds bij de vrouw gelegd: zij moest meer uren draaien, betere keuzes maken en haar vaardigheden vergroten. De onderliggende aanname was altijd: wat doet de vrouw niet, wat ze eigenlijk wél zou moeten doen? Zo bleven mannen en maatschappij buiten schot, en kon de bizarre situatie ontstaan dat het emancipatiebeleid oprecht dacht dat vrouwen door aansporing wel meer uren betaald gingen werken (“een slimme meid is op haar toekomst voorbereid”), terwijl er in diezelfde periode nog geen kinderopvang bestond en vaders nog geen recht hadden op ouderschapsverlof na de geboorte - om maar iets te noemen. We gaven vrouwen een ambitie-fopspeen om op te zuigen, zonder de muren van het doolhof te verplaatsen. En wat we hen vooral gaven: de schuld van de genderongelijkheid, terwijl we van mannen geen enkele aanpassing vroegen.

Maar met dit rapport is er echt iets veranderd. Dit onderzoek, gefinancierd door de staat zelf, geeft het antwoord dat ik in Fopfeminisme ook al gepoogd heb te beargumenteren: het ligt niet aan de vrouw, het ligt aan het systeem. En het is nu eindelijk het systeem zelf dat deze conclusie mogelijk heeft gemaakt.

Het magazine opent overigens niet in Nederland maar in IJsland, op 24 oktober 1975. Die dag legde 90% van de IJslandse vrouwen het werk neer. Àl het werk, dus ook de onbetaalde zorgtaken thuis. Gevolg: het volledige land kwam tot stilstand. De telefooncentrale viel stil, kranten verschenen niet, scholen konden niet opengaan. Doordat negentig procent van de vrouwen niet alleen hun betaalde werk, maar ook hun onbetaalde zorgtaken neerlegde, werden mannen gedwongen al deze taken over te nemen. Hierdoor voelde die dag voor hen ongewoon lang en zwaar – vandaar de naam 'The Long Friday' – en werd het werk dat normaal onzichtbaar was, plotseling pijnlijk zichtbaar.

En het werkte! Binnen een jaar had IJsland een wet op gelijke rechten, vijf jaar later de eerste gekozen vrouwelijke president ter wereld, en vandaag staat het land al vijftien jaar bovenaan de Global Gender Gap Index die wereldwijd gendergelijkheid meet, de ranglijst waarop Nederland naar plek 43 zakte. Ruim vijftig jaar later komt Nederland met een onderzoeksprogramma dat hetzelfde probleem aankaart, maar de conclusies zijn anders dan je zou verwachten.

Ik heb de vijf opvallendste voor je uitgelicht: waarom de gevaarlijkste afhankelijkheid voelt als veiligheid, waar de rolverdeling écht wordt gemaakt (niet aan de keukentafel), waarom goedbedoeld beleid het probleem verergert, wat zes havenbedrijven ontdekten over hun eigen mannen, en waarom één extra zin in een gemeente-advertentie al tot systeemverandering leidde, maar zelfs zoiets kleins in Nederland niet wordt opgepakt.

Wil je verder lezen? Word dan betalend lid van Onder de Loeb. Je ontvangt elke vrijdag naast het gratis nieuws van de week ook de verdiepende essays over actualiteit, beleid, politiek en media, plus persoonlijke verhalen die je nergens anders leest, en toegang tot de besloten community.

Een lidmaatschap kost 10 euro per maand (elke maand opzegbaar) of 100 euro per jaar. Daarmee maak je het mogelijk dat ik elke week de actualiteit onder de Loeb neem en deepdives als deze schrijf. De hele redactie bestaat uit één persoon, dus elke betalende lezer telt.

Read the original on lisaloeb.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.