Zondag ging ik in gesprek met kunstenaar Katinka Lampe over haar tentoonstelling Zacht – een collectie schilderijen waarin ze thema’s als intimiteit en identiteit onderzoekt. Bij het thema ‘zacht’ beland je al snel bij ratio v.s. gevoel, en de vraag of we in deze tijd te weinig ruimte geven aan onze emoties. ‘Ja’, beaamde de kunstenaar, het publiek knikte instemmend. ‘Maar’, opperde moderator Cathelijne Blok, ‘is er tegenwoordig juist niet héél veel aandacht voor gevoelens?’
Daarmee verwoordde Cathelijne een veelgehoord cultuurkritisch argument, namelijk dat we in een extreem sentimentele tijd leven, een soort tweede romantiek. Hoe kan dat, vraag ik me af. Hoe kan het dat deze tijd twee compleet uiteenlopende diagnoses krijgt: die van een kille, rationele wereld, tegenover een door emoties gedreven tijdsgeest.
Datzelfde weekend bezocht ik de tentoonstelling The Mind The Heart van Līga Spunde in Den Haag. Net als Katinka Lampe onderzoekt de Letse kunstenaar hoe we meer in contact kunnen komen met ons gevoel. In aanloop naar haar tentoonstelling hielden Spunde en ik een briefwisseling over die vraag.
Liga schreef me dat haar emoties de laatste jaren almaar afvlakken, terwijl ze daarvoor altijd een gevoelig, intuïtief persoon was. Ik ervaar een tegenovergestelde beweging: na jarenlang voornamelijk mijn hoofd bewoond te hebben, ontstaat er – dankzij therapie, uitvoerig emotie-onderzoek en meditatie – meer ruimte voor mijn gevoelens.
Daarmee vertegenwoordigen Liga en ik de twee uitersten in de discussie of we tegenwoordig méér of minder emoties voelen en uiten dan, zeg, dertig jaar geleden.
In Liga’s ‘Mind Sauna’ (zie beeld hierboven) dacht ik na over deze tegenstelling.
De cultuurcriticus lijkt een punt te hebben. Er is veel meer aandacht voor (het belang) van gevoelens. Journalist Michael Pollan (eerder interviewde ik hem over zijn boek Een wereld verschijnt) stelt bijvoorbeeld dat zonder ‘affect’ (ofwel: ruwe sensaties in het lichaam) onze gedachten weinig waard zijn: je hebt gevoelens nodig om keuzes te maken, doelen te stellen en in actie te komen. Of, zoals David Hume (gechargeerd) verwoordde: ‘Reason is the slave of passion.’
En ja, je struikelt over (andermans) emoties: op sociale media, op Netflix, op straat (in de vorm van reclame). In de aandachtseconomie moet álles ‘affect’ veroorzaken – zo’n fysieke reactie levert immers het meest ‘engagement’ op. Die emoties zijn dus geconstrueerd, met een bepaalde bedoeling (bijna altijd: geld verdienen). Of, zoals Bas Heijne afgelopen weekend scherp verwoordde in NRC:
‘Er lijkt in onze cultuur iets verschoven, waarbij onze emoties expliciet tot handelswaar worden gemaakt en morele verontwaardiging louter dient om aandacht te genereren, het maakt niet uit waarmee.’
De cultuurcriticus aan de ene kant, en Katinka & Liga aan de andere kant, hebben het dus niet over hetzelfde gevoel. De één signaleert een overschot aan geconstrueerd, uitgelokt ‘affect’ – geënceneerde emoties met als doel aandacht te kapitaliseren. De ander mist iets anders: het eigen, lichamelijke gevoel, wat onze keuzes en doelen richting geeft en wat we nodig hebben om te verbinden met anderen.
Het gevolg van de overdaad aan deze consumptieve vorm van emoties is, denk ik, dat het steeds moeilijker wordt om je eigen gevoelens te ontwaren. Je kunt, zoals Liga, afgestompt raken en minder voelen. Of je neemt, zoals veel mensen, collectieve emoties van verontwaardiging of moedeloosheid over. Emoties zijn namelijk besmettelijk en kunnen zich razendsnel verspreiden via sociale netwerken. Een laatste optie is dat je, zoals ik en cultuurcritici, je terugtrekt in je hoofd en probeert alles om je heen te kwantificeren en analyseren. In alledrie de scenario’s is nauwelijks ruimte voor een gevoel dat ongevraagd in je opkomt, in plaats van in je wordt opgewekt.
De meeste mensen lijken overigens – net als eerdere generaties – de grootste moeite te hebben om hun emoties de vrije loop te laten in het bijzijn van naasten. Liever wenden ze zich daarvoor tot een therapeut of gebruiken zinsnedes als ‘ik merk dat ik dit mij verdrietig maakt.’ Emoties mogen er in die zin wel zijn in onze cultuur – maar wel op een beheerste, rationele, niet-lichamelijke manier.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.