In deze aflevering van de podcast “Fixing Europe” onderzoeken Tom Van de Weghe en Jo Caudron de stelling dat Europa weerloos is zonder Amerika. De feiten vertellen een ander verhaal - en dat is hoopgevend.
In dit artikel:
de link naar de podcasts
een long read op basis van de podcast
Spotify:
Apple Podcast:
Youtube:
Wil je geen aflevering missen? Abonneer je via je favoriete podcastplatform. Heb je zelf een stelling over Europa die je besproken wilt zien? Laat het de hosts weten!
In de tweede aflevering van de podcast “Fixing Europe” onderzoeken Tom Van de Weghe en Jo Caudron de stelling dat Europa weerloos is zonder Amerika. De feiten vertellen een ander verhaal - en dat is hoopgevend.
1️⃣ Europa heeft meer actieve troepen dan de VS én Rusland, besteedt bijna drie keer meer aan defensie dan Rusland, en moet niet onderdaan op vlak van wapens.
2️⃣ De mythe dat Amerika onze verdediging betaalt, klopt niet. Europa financiert het leeuwendeel van zijn eigen defensie binnen het NAVO-kader, los van de VS.
3️⃣ Van het Amerikaanse NAVO- en defensiebudget van 900 miljard gaat slechts een heel klein deel naar de verdediging van Europa. De rest dient Amerikaanse belangen over de hele wereld.
4️⃣ Onze echte zwakte is fragmentatie: 27 nationale legers, 172 incompatibele wapensystemen, geen centraal Europees commando. De VS hebben dat altijd zo gewild.
5️⃣ Europa schiet in actie. Defensie-uitgaven evolueren van 300 naar 400 miljard en schuiven weg van Amerikaanse naar Europese leveranciers. Het SAFE-fonds (deel van Readiness 2030) investeert 150 miljard met een “Buy European”-voorwaarde.
6️⃣ De oorlog in Oekraïne verandert klassieke spelregels. Drones, AI en cyberoorlog maken traditionele brute kracht minder relevant - en daar kan Europa van profiteren.
7️⃣ Europa kan zich verdedigen als we ons centraal organiseren én evolueren van marktunie naar machtsunie.
“Europa kan zich niet verdedigen”. Je hoort het overal, zeker sinds de spanningen rond Groenland en de openlijke twijfel over de Amerikaanse betrokkenheid bij de NAVO. Maar de cijfers vertellen een ander verhaal.
Europa telt tussen de 1,5 en 2,5 miljoen actieve soldaten (afhankelijk of we Turkije en Oekraïne mee rekenen), dat is meer dan de Verenigde Staten of Rusland met elk 1,5 miljoen. Daarbovenop hebben we 2,5 tot 3 miljoen reservisten. Het gezamenlijke defensiebudget bedraagt zo’n 400 miljard dollar per jaar, tegenover 150 miljard voor Rusland en 314 miljard voor China. En met de nieuwe NAVO-normen, gaan we richting 600 miljard, en zelfs 850 miljard als we niet-militaire investeringen meetellen.
Qua materieel is het plaatje vergelijkbaar. Europa heeft meer vliegtuigen dan Rusland, ongeveer evenveel marineschepen, vier vliegdekschepen tegenover één Russisch. De Eurofighter Typhoon, de Franse Rafale en de Zweedse Gripen zijn volwaardige gevechtsvliegtuigen. De Leopard 2A7 is één van de modernste tanks ter wereld.
Onze zwakte zit dus niet in aantallen of technologie, maar wel in fragmentatie: 172 verschillende wapensystemen die vaak niet met elkaar communiceren, tegenover een dertigtal bij de Amerikanen. Elk land koopt aan volgens zijn eigen logica.
En vooral: er bestaat geen Europese command and control structuur om één centraal Europees leger aan te sturen. Sinds WOII loopt dit volledig via de NAVO, onder Amerikaans bevel.
Er leeft een enorme mythe over de NAVO-financiering, en die mythe stuurt het debat in een compleet verkeerde richting. Trump roept voortdurend hoe Europa te weinig betaalt aan de NAVO, hoe we ‘free riders’ zijn die onze verdediging laten betalen door Amerika. Dit wordt klakkeloos overgenomen door politici en commentatoren in heel Europa, maar als we kijken naar de feiten, dan klopt dit gewoon niet.
Ten eerste: de NAVO heeft geen “gezamenlijke bankrekening”. Er is wel een bescheiden budget van enkele miljarden voor de algemene en enkele specifieke investeringen, maar dat is sowieso beperkt. Als we spreken over “het NAVO-budget van 1.400 miljard”, dan bedoelen we in feite de optelsom van wat elk land individueel aan zijn eigen defensie besteedt. De Amerikanen spenderen 900 miljard, Europa bijna 400 miljard.
En hier komt het cruciale punt: van die 900 miljard Amerikaanse defensie-uitgaven gaat naar schatting tussen de 35 miljard en 70 miljard, naar activiteiten of investeringen die met de verdediging van Europa te maken hebben. De overige 830 miljard dient Amerikaanse belangen elders: de Pacific, het Midden-Oosten, bases over de hele wereld. Met andere woorden: Europa betaalt sowieso het grootste deel van zijn eigen defensie.
Nog wranger: ongeveer twee derde van alle Europese defensie-aankopen gaat traditioneel naar Amerikaanse leveranciers. Als Europa méér besteedt aan defensie, verdient de Amerikaanse wapenindustrie gewoon méér geld. Europa is dus geen free rider, het is een topklant van de Amerikaanse defensiebedrijven.
Lees meer hierover in deze eerdere blogpost.
De echte zwakte is dus onze structurele afhankelijkheid van de NAVO, en dat is geen toeval, maar volledig by design. De VS hebben altijd gewild dat Europese landen hun eigen legers opbouwden, maar zonder Europese autonomie. Verdeel en heers, onder NAVO-controle, wat de facto Amerikaanse controle betekent.
De afgelopen decennia zien we telkens opnieuw hoe de VS Europese initiatieven in die richting ontmoedigen. Na het Eurokorps-initiatief begin jaren negentig werd de VS nerveus. Na de St-Malo verklaring in 1998 hamerde Amerika op: geen duplicatie, geen ontkoppeling, geen discriminatie. Elke poging tot Europese defensie-autonomie werd afgeblokt. Een rapport van de Atlantic Council uit 2024 stelt letterlijk dat de VS actief EU-defensiecapaciteit hebben afgeremd om NAVO-dominantie én het marktaandeel van hun defensiebedrijven te beschermen.
Naast command and control zijn er andere strategische afhankelijkheden die een centrale Europese defensie bemoeilijken: satellieten voor inlichtingen zijn Amerikaans, zwaar (lucht)transport is Amerikaans, geïntegreerde lucht- en raketverdediging is grotendeels Amerikaans, de nucleaire paraplu buiten wat Frankrijk en het VK bieden is Amerikaans. Neem die instrumenten weg, en we kunnen geen grootschalige militaire operaties meer uitvoeren.
Een fascinerend contrast biedt China. Toen Xi Jinping in 2012 aan de macht kwam, had China het grootste maar ook het meest verouderde staande leger ter wereld. In 2015 deed Xi iets onverwachts: hij schrapte driehonderdduizend posities. Niet om te besparen, maar om te moderniseren. De vrijgekomen middelen gingen naar compleet nieuwe prioriteiten: cyber- en ruimteoorlog, en een marine die qua aantal nu groter is dan de Amerikaanse.
De belangrijkste les is de snelheid waarmee dit alles gebeurt. Op de militaire parade van september 2025 toonde China wapens die direct geïnspireerd waren op lessen uit Oekraïne: lasersystemen tegen dronezwermen, gigantische onderwaterdrones, AI-gestuurde robothonden.
De les is niet dat we China moeten kopiëren, maar wel dat we met dezelfde urgentie en strategische focus naar onze eigen defensie moeten kijken als wat China een decennium geleden heeft gedaan.
En dat begint nu wel te gebeuren. Europese defensie-uitgaven zijn geëxplodeerd, van 300 miljard in 2020 naar bijna 400 miljard in 2025. Duitsland alleen al ging van 20 naar 80 miljard aan defensie-orders. En er is een dramatische verschuiving weg van de VS als leverancier: Duitsland ging van 64 procent Amerikaanse wapenimport naar slechts 8 procent bij nieuwe orders. In landen zoals Spanje of Zwitserland wordt luidop getwijfeld aan de investering in de nieuwe F35 vliegtuigen.
Het SAFE-fonds, onderdeel van Readiness 2030, investeert 150 miljard euro met als voorwaarde: maximaal 35 procent niet-EU componenten én grensoverschrijdende samenwerking. “Buy European” wordt afgedwongen via financiële prikkels. Negentien landen hebben al samen meer dan 112 miljard aangevraagd, Polen heeft vorig jaar al bijna 50 miljard uit dat fonds gehaald.
Ondertussen stroomt record venture capital naar Europese defence tech: anderhalf miljard in 2025, vijftig procent meer dan het jaar ervoor. Helsing, een Duits bedrijf, bereikte een waardering van 12 miljard als Europa’s eerste defence AI-unicorn.
Als onze zwakte niet in mankracht of budget zit, maar in organisatie en commando, dan is de logische vraag: hoe bouw je een centrale Europese defensie op? Wachten tot alle 27 landen het eens zijn, is een recept voor verlamming. Maar er zijn routes die dat omzeilen, en sommige bestaan al zonder dat de meeste mensen het weten.
Belangrijk in deze is Artikel 44 van het EU-verdrag, dat de juridische basis biedt voor zogenaamde coalitions of the willing. Specifieke lidstaten kunnen door de Europese Raad worden gemachtigd om een missie of operatie uit te voeren namens de EU. Hierbij worden middelen én commando gecentraliseerd en weggehaald bij de individuele landen.
Hiernaast kunnen ook bindende intergouvernementele afspraken worden gemaakt tussen een groep landen, volledig los van de formele Europese besluitvorming. Een succesvol voorbeeld van deze aanpak is het Schengenakkoord dat begon in 1985 als een intergouvernementele afspraak tussen slechts vijf landen over grenscontrole. Pas in 1999 werd het officieel opgenomen in de EU-regelgeving. Het bewijst dat het perfect mogelijk is om buiten de formele structuren te starten en pas later te integreren.
Op dezelfde manier kan een kern-Europa op defensiegebied ontstaan: een beperkt aantal landen dat een European Defense Force opricht, met een eigen commandostructuur, eigen doctrine, eigen strategie. Deze coalition of the willing kan dan instaan voor de verdediging van Oekraïne en meteen ook de hele oostflank van Europa. Dat maakt het de facto een echt Europees leger, gericht op de belangrijkste directe militaire dreiging, namelijk Rusland.
De vraag is hoe zo’n Europese defensiemacht zich verhoudt tot de NAVO. In principe kan een European Defense Force zowel binnen de NAVO opereren als daarbuiten, en via intergouvernementele samenwerking ook banden aangaan met landen buiten de EU, zoals Noorwegen, het VK of Canada. Als de Amerikanen het menen dat Europa zelf zijn boontjes moet doppen, kunnen ze hier bezwaarlijk op tegen zijn. Af te wachten of ze dit standpunt nog zullen blijven hanteren als daarmee Europa meer autonomie krijgt én vooral investeert in eigen defensiebedrijven.
We moeten stoppen met denken dat verdediging alleen gaat over tanks en vliegtuigen. We zijn de facto betrokken in een hybride oorlog. Cyberdefensie, economische hefbomen, financiële markten, regulering, soft power: dat zijn de wapens van de 21e eeuw. Meer nog dan drones of raketten kunnen die instrumenten conflicten beslechten. De algemene versterking van Europa op economisch en technologisch vlak draagt ook direct bij tot onze militaire defensie.
De stelling “Europa kan zich niet verdedigen” is dus deels correct. Een belangrijke oorzaak is dat de VS nooit hebben gewild dat Europa zichzelf konden centraal organiseren. Als we daarin wel slagen, dan hebben we in principe voldoende wapentuig, mensen en middelen om militair voor onszelf op te komen in de meeste directe scenario’s.
Het besef van deze afhankelijkheid is groot, zeker sinds de dreigingen rond Groenland. De investeringen zijn er, het momentum is er, en de strategische noodzaak wordt breed erkend. Zoals de Finse president Stubb het stelde: als zelfs de Finnen het al kunnen, dan kan Europa zich wel degelijk verdedigen.
In mijn nieuw boek, F//ck The System, en andere slechte ideeën voor de toekomst beschrijf ik hoe Europa wordt geconfronteerd met de ineenstorting van de oude wereldorde en de opkomst van autoritaire ideologieën, maar ook hoe precies in die crisis de kiem ligt van een nieuw paradigma. Dit bouwt op innovatie, verstandige keuzes en democratische waarden, waarmee we Europa weer sterk en zelfbewust kunnen maken.
Ik breng deze vraag of Europa een belangrijke kracht kan worden in de wereld van morgen, ook als keynote presentatie voor klanten, relaties of medewerkers.
Interesse? Contacteer me om de opties verder te bespreken!
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.