RSS Amplifier

Jo Caudron's Critical Notes · Feb 19, 2026

"Europa heeft geen alternatief voor Big Tech" - Jo Caudron en Tom Van de Weghe onderzoeken wat er van aan is.

0
Sign in to vote or save

Jo Caudron · Jo Caudron's Critical Notes

Sinds kort is er veel aandacht voor de mate waarin Europa afhankelijk is geworden van Amerikaanse Big Tech. In deze aflevering onderzoeken we de stelling dat Europa geen alternatieven heeft voor de techplatformen die we allemaal gebruiken. Maar klopt dat wel? Hoe is die afhankelijkheid ontstaan? En belangrijker: kunnen we er nog iets aan doen?

In dit artikel:

  • de link naar de podcasts

  • een korte samenvatting van de topics

  • een long read op basis van de podcast

Wil je geen aflevering missen? Abonneer je via je favoriete podcastplatform. Heb je zelf een stelling over Europa die je besproken wilt zien? Laat het de hosts weten!

Tom Van de Weghe en ik duiken in de wereld van digitale soevereiniteit, we bekijken de reële situatie en zoeken naar oplossingen. Tom brengt geopolitieke context vanuit zijn China-expertise, ik leg de verbinding met strategisch transformatie-denken. Enkele inzichten:

🔐 Onze big tech afhankelijkheid creëert grote risico’s. VS wetgeving kan toegang tot onze data afdwingen, wat in deze huidige geopolitiek onzekere wereld, problematisch is. Amerikaanse techspelers kunnen hun platformen zomaar uitschakelen of gebruiken voor ideologische doelen.

💡 Er bestaan wel degelijk alternatieven. Proton en LibreOffice vervangen de hele office suite; Nextcloud en pCloud zijn volwaardige Dropbox alternatieven; Mastodon en BlueSky zijn maar enkele van de vele sociale netwerken. Het zijn volwassen platformen, maar waarom worden ze dan amper gebruikt?

💰 Return-on-Security. Jaarlijks vloeien tientallen miljarden aan licentiegeld naar Silicon Valley. Wat als we naast Return-on-Investment ook rekening houden met Return-on-Security? Investeren in Europese alternatieven komt met een aanzienlijke kost voor verandering. Maar tegelijk is die investering op termijn goud waard: een veiliger en strategisch onafhankelijk Europa, dat waarde in de EU houdt, jobs creëert en innovatie versterkt.

De kernvraag blijft: Willen we een data-kolonie blijven, of bouwen we onze eigen infrastructuur? Want Europa heeft meer alternatieven dan we denken. We moeten ze alleen durven kiezen. En het momentum lijkt er wel degelijk te zijn.

In de eerste aflevering van de podcast “Fixing Europe” gaan Tom Van de Weghe en Jo Caudron op zoek naar het antwoord op een prangende vraag: klopt het dat Europa geen alternatieven heeft voor Amerikaanse big tech? Het antwoord is verrassend - en hoopvol.

1️⃣ Driekwart van ons sociale mediagebruik, onze cloudopslag en onze bedrijfssoftware draait op Amerikaanse platformen. We zijn digitaal gekoloniseerd.

2️⃣ Het probleem is structureel: we betalen dubbel voor onze eigen afhankelijkheid - als klant én als investeerder in Amerikaanse tech.

3️⃣ Wat ooit een economisch vraagstuk was, is nu een acute veiligheidskwestie. De Amerikaanse Cloud Act en Chinese Cyberveiligheidswet maken onze data tot geopolitiek wapen.

4️⃣ De transitie naar Europese alternatieven is al begonnen. Denemarken, Frankrijk en Duitsland migreren massaal naar eigen platformen.

5️⃣ Het probleem is niet technisch - Europese alternatieven bestaan voor vrijwel alles. Het gaat om schaal, lock-in en politieke wil.

6️⃣ Europa moet denken in “Return-on-Security” in plaats van alleen korte termijn ROI. Digitale soevereiniteit is net zo strategisch als militaire onafhankelijkheid.

7️⃣ De vraag is niet of Europa alternatieven heeft. Die zijn er. De vraag is of we de politieke, economische en maatschappelijke wil hebben om ze te gebruiken.

Laten we beginnen met de harde realiteit. De afhankelijkheid van Amerikaanse technologie is geen abstract probleem - het is een meetbare, confronterende werkelijkheid die een patroon volgt: de driekwart-regel.

Bij sociale media is het plaatje glashelder. Facebook, YouTube, WhatsApp, Instagram - vier Amerikaanse platformen domineren onze digitale conversaties. TikTok is Chinees. En Europa? Nul. Er is geen enkel Europees sociaal netwerk met meer dan honderd miljoen gebruikers. Ongeveer driekwart van ons sociale mediagebruik zit op Amerikaanse platformen.

Die driekwart-regel zie je overal terugkomen. In de cloudmarkt worden 75 procent van de Europese bedrijven bediend door Amazon Web Services, Microsoft Azure of Google Cloud. Nog zorgwekkender: het aandeel van Europese cloudproviders daalt - van 29 procent in 2017 naar slechts 15 procent in 2025. We verliezen terrein in plaats van het terug te winnen.

En dan de geldstromen. Minstens driekwart van de Europese bestedingen aan tech - ongeveer 301 miljard euro - vloeit rechtstreeks naar de Verenigde Staten. Meer dan driekwart van de Europese investeringen via pensioenfondsen, ETF’s en andere spaarproducten gaat naar Amerikaanse technologiebedrijven. De “Magnificent Seven” - Apple, Microsoft, Google, Amazon, Nvidia, Meta, Tesla - trekken enorm veel Europees kapitaal aan.

We betalen letterlijk dubbel voor onze eigen concurrenten: als klant én als investeerder.

Tot voor kort was dit vooral een verhaal over marktaandeel en concurrentie. De Amerikanen waren nu eenmaal beter in technologie - zo dachten we. Maar wat velen vergeten: twintig jaar geleden stond Europa er helemaal niet slecht voor. We hadden Nokia en Ericsson, destijds absolute wereldleiders in mobiele telefonie. Skype kwam uit Zweden. We hadden talent, we hadden innovatie.

Wat veranderde er dan? Drie factoren speelden een cruciale rol.

Eerst was er de toegang tot kapitaal. In de Verenigde Staten bestaat een enorme venture capital-cultuur - durfinvesteerders die bereid zijn tien keer te falen voor één grote hit. Europa vertrouwde op bankleningen, en banken houden niet van risico. Europese startups kregen funding in miljoenen, Amerikaanse in miljarden. En als een Europese startup dan toch succesvol werd? Dan kwam er een Amerikaans bod dat niemand kon weigeren.

Ten tweede was er de Europese fragmentatie. De VS is één markt van 350 miljoen mensen, één taal, één regelgeving. Een startup in San Francisco kan morgen in New York verkopen zonder iets aan te passen. Europa daarentegen: 27 landen, 24 officiële talen, 27 verschillende belastingregimes. Een startup in Berlijn die wil uitbreiden naar Frankrijk moet vertalers inhuren, juristen raadplegen en lokale juridische entiteiten oprichten. Tegen de tijd dat je drie landen hebt veroverd, heeft je Amerikaanse concurrent al de hele wereld.

En ten derde - het meest ironisch - volgden wij Europeanen lange tijd een soort “America First”-strategie zonder het door te hebben. Als ondernemer, als investeerder, als klant gingen we voor de beste Amerikaanse innovaties zonder zelfs te overwegen of er Europese opties waren. Europese overheden kochten massaal Microsoft en Oracle in, in plaats van eigen alternatieven te steunen.

Maar nu is er iets fundamenteels veranderd.

Waar weinig mensen bij stilstaan is de Amerikaanse Cloud Act. Deze wet stelt Amerikaanse autoriteiten in staat data op te eisen bij Amerikaanse hyperscalers, ongeacht waar die data fysiek is opgeslagen. Ze kunnen dus gedwongen worden Europese data af te geven zonder toestemming van betrokkenen. En dat is geen theoretisch risico meer.

Concrete voorbeelden? Microsoft, Google en Amazon blokkeerden accounts van verschillende aanklagers van het Internationaal Strafhof in Den Haag na Amerikaanse sancties. Europese juridische infrastructuur werd letterlijk uitgeschakeld door een Amerikaans bedrijf vanwege Amerikaans beleid.

In juli 2025 verloor Nayara Energy - India’s tweede grootste raffinaderij met 55.000 werknemers - abrupt alle Microsoft-diensten. Werknemers konden niet bij Outlook, Teams of hun eigen data, zelfs met volledig betaalde licenties, nadat sancties werden opgelegd vanwege banden met Rusland.

En dan Starlink: Elon Musk gaf persoonlijk de opdracht om satellieten uit te schakelen boven de Krim, waardoor een Oekraïense aanval in de soep draaide.

Het wordt pijnlijk duidelijk: afhankelijkheid van potentieel vijandige leveranciers is een strategische kwetsbaarheid. In tijden van conflict - denk aan de spanningen rond Groenland of Taiwan - kan de stekker er zomaar uit worden getrokken. Digitale soevereiniteit is onderdeel van oorlogseconomie-denken geworden.

En hier wordt het interessant. Want de stelling is dat Europa geen alternatieven heeft. Maar we zien dat de transitie al in volle gang is. 2025 is een keerpunt.

Denemarken kondigde in juni 2025 aan dat de hele overheid overstapt van Microsoft naar LibreOffice. Vijftienduizend ambtenaren gaan over op open-source software. Minister Olsen was expliciet: “We moeten ons nooit zo afhankelijk maken van zo weinigen dat we niet langer vrij kunnen handelen.”

Sleeswijk-Holstein in Duitsland migreert dertigduizend computers van Microsoft naar Linux en LibreOffice. Valencia in Spanje doet dit al een hele tijd. In Zwitserland zijn vergelijkbare plannen. En het Franse ministerie van onderwijs raadt af om Microsoft 365 of Google Workspace te gebruiken in openbare scholen vanwege GDPR- en Cloud Act-risico’s.

Maar het meest ambitieuze project komt uit Frankrijk. Alle Franse overheidsdiensten schakelen tegen 2027 over naar Visio, een eigen videoconferentieplatform dat Teams, Google Meet en Zoom volledig moet vervangen. Het platform draait op de soevereine cloud van Dassault Systèmes - overigens ook één van de grootste defensiebedrijven ter wereld.

En dit blijft niet beperkt tot Frankrijk. Frankrijk, Duitsland en Nederland tekenden een overeenkomst om samen te werken aan een gezamenlijke toolkit die Amerikaanse technologie kan vervangen. Het Franse LaSuite en Duitse openDesk worden op korte termijn geïntegreerd in één suite voor gebruik door overheden.

Als al die tools bestaan, waarom gebruiken bedrijven en consumenten ze dan nog niet? Het korte antwoord: het probleem zit niet in de technologie.

Onze dagelijkse tools zijn eigenlijk low-tech, high-intensity. Vergelijk Word met LibreOffice Writer: voor 95 procent van de gebruikers doen ze exact hetzelfde. Google Docs heeft zelfs minder features dan LibreOffice, en toch is het voor de meeste mensen meer dan genoeg.

De echte barrières zijn drieledig:

Eén: netwerk-effecten. Als al je collega’s op Teams zitten, zit jij ook op Teams.

Twee: ecosysteem-integratie. Outlook, Teams, SharePoint, OneDrive - alles grijpt in elkaar.

Drie: gewoontevorming. Mensen kennen de knoppen, de shortcuts, de workflow, en willen niet opnieuw leren.

Dat zijn geen technische barrières. Dat zijn organisatorische en psychologische barrières - en die zijn te overwinnen met beleid en begeleiding. Want naast de soevereiniteitskwestie is er natuurlijk geld. Microsoft en Google draaien samen meer dan 130 miljard euro omzet per jaar met hun office- en cloudlicenties. Dat is een enorme markt om terug te pakken.

Een volgend toepassingsgebied is sociale media. Door hun dominantie is de impact op onze klassieke media, de bredere economie, maar vooral onze samenleving gigantisch. Zeker nu platformen zoals TikTok, X en Facebook aanleunen bij de ideologie van Trump, is het gevaar niet denkbeeldig dat ze invloed gaan uitoefenen op hoe Europese burgers denken.

Sommigen denken dat een Europees alternatief onmogelijk is. Maar we kunnen leren van China. Na de Oeigoerse protesten in 2009 verbood China westerse platformen. WeChat en Weibo begonnen als halfslachtige alternatieven - inferieure kopieën. Nu is WeChat een superapp met 1,2 miljard dagelijkse gebruikers. Het is superieur aan alles wat het Westen heeft.

Europa hoeft Facebook en co niet te verbieden - door het momentum verliezen ze sowieso hun aantrekkingskracht. X kent een leegloop sinds de overname door Musk. In België alleen al zijn meer dan een miljoen mensen vertrokken. Facebook stagneert. Overal duikt hetzelfde woord op: “enshittification” - platformen worden steeds slechter voor gebruikers en steeds beter voor adverteerders.

Er zijn verschillende Europese of open alternatieven: Mastodon komt uit Duitsland. Bluesky draait op het AT-protocol, een open standaard. Maar de lock-in is enorm. De waarde van een sociaal netwerk zit in de connecties, niet in de functies.

Hier is een hefboom die bijna niemand benoemt: de klassieke media. Europese mediabedrijven bereiken samen honderden miljoenen mensen - VRT, VTM, NOS, ARD, BBC, France Télévisions. Als die groep samen beslist om één Europees sociaal platform te omarmen en promoten, kunnen ze met één campagne van enkele weken tientallen miljoenen mensen lid maken.

Het is onbegrijpelijk dat dit nu niet gebeurt, want traditionele media hebben hier alle baat bij. Hun distributie- en reclame-inkomsten - veertig tot zestig miljard euro per jaar - vloeien grotendeels naar Facebook en Google. Een Europees platform zou een deel van die inkomsten terughalen.

Al deze ambities passen in een architectuur die al bestaat: de Digital Eurostack. Dat is een opbouw in zeven lagen waarmee Europa zijn tech-architectuur opnieuw wil vormgeven:

Laag 1: Grondstoffen Laag 2: Chips - tientallen miljarden via de EU Chips Act Laag 3: Netwerken - Nokia en Ericsson zijn al wereldleiders in 5G en 6G Laag 4: Internet of Things en devices Laag 5: De soevereine cloud Laag 6: Software zoals LibreOffice, openDesk, NextCloud Laag 7: Data en AI

Alle publieke en private initiatieven samen vertegenwoordigen honderden miljarden aan investeringen. De architectuur is er, de bouwstenen worden in sneltreintempo ontwikkeld.

En dan was er de aankondiging op Davos van EU Inc door Von der Leyen - cruciaal nieuws. Europa creëert eindelijk één juridisch kader voor startups in plaats van 27 verschillende nationale systemen. Europese founders kunnen nu in 48 uur registreren, grensoverschrijdend kapitaal ophalen en werken in heel Europa. Daarnaast komt er financiering via de Scaleup Europe Fund, een multi-miljard private fund speciaal voor deep tech, AI en chips.

Alles wat we tot nog toe bespraken is veelbelovend en ambitieus, maar het vergt enorm veel verandering. Hoe verkoop je deze transitie aan bedrijven en burgers die al onder budgetdruk staan?

We moeten stoppen met denken in korte termijn traditionele ROI en ROE. In de plaats daarvan moeten we op lange termijn denken in Return-on-Security.

Proactief investeren in digitale soevereiniteit is - ondanks de korte termijn meerkost - goedkoper dan later betalen voor de schade. Stel dat Microsoft morgen beslist om je af te sluiten, zoals bij leden van het Internationaal Strafhof gebeurde. De kost daarvan is fenomenaal.

De prijs van Europese alternatieven versus Amerikaanse is eigenlijk de prijs van onafhankelijkheid. We investeren al massaal in fysieke veiligheid via Readiness 2030 en het extra NAVO-budget. Digitale soevereiniteit is daarbij net zo strategisch als militaire soevereiniteit - dezelfde veiligheidslogica. Alleen: de bedreiging komt niet van soldaten, maar van algoritmes. De wapens zijn niet tanks, maar datacenters en code.

Heeft Europa nu alternatieven voor big tech of niet? De conclusie is helder. De stelling “Europa heeft geen alternatieven” is een mythe.

Alternatieven bestaan voor vrijwel elke categorie: office, cloud, communicatie, e-mail, zelfs sociale media. Verschillende landen en hun overheden zijn actief bezig met transitie. De technologie is vaak niet complex. Het probleem is vooral schaal en lock-in.

Maar politiek momentum is er, financiering is er, en de strategische noodzaak wordt breed erkend.

Wat moeten we doen?

  • Ons bewust worden van de beschikbare alternatieven

  • Transitiekosten accepteren als “Return-on-Security”

  • Actieve keuzes maken in plaats van passief volgen

Overheden moeten voorbeeldfunctie vervullen door zelf te migreren, financiële steun geven en aanbestedingsbeleid aanpassen met “Europe first”.

Media hebben de katalysatorrol in de sociale media-transitie. Ze hebben het bereik, de relaties, de financiële incentive.

Bedrijven moeten beseffen dat digitale soevereiniteit onderdeel is van risicomanagement in een geopolitiek instabiele wereld.

Wat als het niet lukt? Dan blijven we digitaal gekoloniseerd. Data onder buitenlandse jurisdictie. Kwetsbaar voor Amerikaanse politieke grillen of Chinese staatsbelangen. In een wereld van hybride oorlog is dat een strategische zwakte die we ons niet kunnen veroorloven.

De Deense minister zei het perfect: “We moeten ons nooit zo afhankelijk maken van zo weinigen dat we niet langer vrij kunnen handelen.”

De vraag is niet of Europa alternatieven heeft - die zijn er. De vraag is of we de politieke, economische en maatschappelijke wil hebben om ze te gebruiken.

In mijn nieuw boek, F//ck The System, en andere slechte ideeën voor de toekomst beschrijf ik hoe Europa wordt geconfronteerd met de ineenstorting van de oude wereldorde en de opkomst van autoritaire ideologieën, maar ook hoe precies in die crisis de kiem ligt van een nieuw paradigma. Dit bouwt op innovatie, verstandige keuzes en democratische waarden, waarmee we Europa weer sterk en zelfbewust kunnen maken.

Bestel het boek nu!

Ik breng deze vraag of Europa een belangrijke kracht kan worden in de wereld van morgen, ook als keynote presentatie voor klanten, relaties of medewerkers.

Interesse? Contacteer me om de opties verder te bespreken!

No posts

Read the original on jcaudron.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.