Ik ben begonnen met het lezen van vertalingen van de Soemerische cuneiform, de kleitabletten. Als die vertalingen juist zijn, kun je ongeveer alle versies van wat we als onze wereld zien, volgens deze codificatie rangschikken. Er zit vrijwel geen originele gedachte meer bij. Het is alleen de vraag waarom deze overvloed van kennis en/of informatie NU over ons wordt uitgestort. En waarom we deze keer de versie van 6.000 jaar oud wél zouden moeten “geloven”.
De Soemerische kleitabletten
Tienduizenden van deze 6.000 jaar oude tabletten zijn er gevonden, veel vanaf midden 19e eeuw, de wonderbaarlijke 19e eeuw waarin zoveel is geopenbaard. Ik ben enkele maanden geleden begonnen met het verzamelen van de vertaalde teksten van deze tabletten en je valt van de ene in de andere verbazing.
Er wordt onder andere beschreven hoe onze aarde eruit zou zien. Hoe de koepel over onze wereld is gezet met als doel de mensheid op zijn plaats te houden en de mensen efficiënt te kunnen exploiteren. Ook zijn er tabletten die omschrijven dat er meerdere koepels over elkaar zijn geplaatst, wat betekent dat er buiten de ring nog meer werelden zijn. Er wordt zelfs beschreven wie voor het plaatsen van die koepels verantwoordelijk is geweest. Er zijn verhandelingen over “huidmensen”, niet-humane wezens die in de huid van overleden mensen kruipen. Tegenwoordig zouden we dit zielloze wezens noemen. De Soemerische codificering is opvallend consistent qua getallenreeksen. De nummers 7, 12 en 60 zijn in alle beschrijvingen bijna gestandaardiseerd te noemen. De teksten op die kleitabletten zijn vrijwel zonder uitzondering gortdroge opsommingen en inventarisaties. Verslagen, opgetekend in het jargon van de technische ingenieur en/of de boekhouder, afhankelijk van het onderwerp.
De vertalingen
Er wordt nu net gedaan alsof de tablettenteksten eindelijk op de juiste manier kunnen worden vertaald, namelijk door middel van kunstmatige intelligentie danwel met behulp van computeralgoritmen. Het zou kunnen, maar de werkelijkheid is, dat vele teksten al tot meer dan een eeuw geleden door wetenschappers zijn vertaald. Maar het lijkt wel alsof er zich razendsnel een centrale doctrine van de teksten heeft meester gemaakt, zodanig, dat wij, de lezers, het onvermijdbare missen. Het onvermijdbare is de kennis die we nodig hebben om goed geïnformeerd te blijven. We hebben het omgedraaid: we krijgen informatie aangereikt en als we die uit het hoofd kunnen napraten noemen we het resultaat “kennis”. Dat is geen denkfout, zo zijn we geprogrammeerd. In feite wordt het veelal afgedaan als metafoor, poëzie en mythe. Niet zonder reden. Want in bepaalde stukken wordt exact het einde van de mensheid beschreven, soms als voorspelling, doch vaak ook als geschiedschrijving.
Goud of iets anders?
Wat ik ook heb ontdekt is de ware “jacht op het goud van de wereld”, volgens de verhalen nodig om de atmosfeer van hun thuisplaneet te repareren. De “mindere goden”, de Igigi genoemd, waren met de oppergoden mee naar de aarde gekomen om goud te delven. Omdat die mindere goden in opstand zouden zijn gekomen tegen de Anunnaki, moest er een list worden bedacht en dat zijn wij, de mensheid, het werkras, gedoemd den Heer te dienen. Het klinkt logisch, ook het feit dat met goud wel eens “monatomisch goud” zou kunnen worden bedoeld. Dat neem je in om gezond oud te worden. In één van de kleitabletten komt echter naar voren, dat de mensheid is ontworpen om iets te leveren wat geen enkeling ooit zal kunnen maken. De mens produceert een bepaald soort levensenergie in kwalitatieve gradaties. De meest kostbare is de energie die we lossen als we compleet panisch en in de rouw zijn. Hoe meer ellende, hoe hoger de kwaliteit. Eens in de zoveel tijd moet de mensheid worden getroffen door rampspoed en ellende. In die bewuste tekst spreekt men over repeterende perioden van tussen de 60 en 90 jaar. Met andere woorden: als opa en oma hun ervaringen mee het graf in hebben genomen, kun je de achterkleinkinderen gemakkelijker manipuleren om ze exact hetzelfde als hun voorouders te laten doen. “De geschiedenis herhaalt zich” op microbasis.
Informatie is nog geen kennis
De Soemeriërs schreven op wat ze kregen aangereikt van de goden, die ze met naam en toenaam noemden. Met andere woorden: er kwam niets vanuit henzelf, ze registreerden alleen maar wat hen werd verteld. Dat kan natuurlijk betekenen dat de aangereikte informatie ook maar een versie is. Waarom zouden de goden hun geheimen prijsgeven aan het dienstbare werkras? Waarom zou je ze wijzer maken, waardoor ze wel eens een gevaar zouden kunnen opleveren, zoals de mindere goden dat eerder al eens hadden gedaan? Dus een en ander moeten we met enige scepsis beschouwen. Het feit dat een “bevriende” god, de maker van het werkras, zijn levenswerk heeft willen beschermen door Noach een ark te laten bouwen, kan ook een verzinsel zijn. Deze Enki is nog steeds zijn straf aan het ondergaan, omdat hij het doel van de zondvloed heeft ondermijnd, namelijk het volledig uitroeien van zijn “creatie”. De straf was dat de andere goden hem in een soort kluis onder de Perzische Golf hebben opgesloten.
Conclusies?
De belangrijkste conclusie die ik voorlopig wil trekken is, dat er vrijwel niets nieuws onder de zon is. Het bekende “loosh” verhaal is al 6000 jaar geleden opgetekend. We zitten hier dus gewoon de Soemeriërs na te praten, ongeacht in welk jasje je het steekt. Dat betekent in feite dat we ons eerst maar eens moeten verdiepen wat er op die kleitabletten staat en vervolgens daar allerlei moderne versies, variaties, varianten, opties, interpretaties en wetenschappelijke visies tegenaan moeten zetten. Komen die overeen, dan kun je die moderne varianten allemaal wegstrepen als kopie van het origineel in spijkerschrift, simpel.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.