RSS Amplifier

De vierde versie · Jun 26, 2026

Niemand schetst onze klimaattoekomst zoals Kim Stanley Robinson

0
Sign in to vote or save

Peter Zantingh · De vierde versie

India wordt getroffen door een immense hittegolf. Het wordt zó heet, in combinatie met zó’n hoge luchtvochtigheid, dat overtollige lichaamswarmte nergens naartoe kan. Twintig miljoen mensen gaan dood.

Het is hoe The Ministry for the Future (2020) van de Amerikaanse schrijver Kim Stanley Robinson begint, en het gekke is: het is óók de meest hoopgevende klimaatroman die ik ooit las.

Die Indiase hittegolf is in het boek de eerste grote klimaatramp sinds de oprichting van een nieuw VN-orgaan dat, met het akkoord van Parijs van 2015 als grondbeginsel, de taak heeft op te komen voor de mensenrechten van hen die nog geboren moeten worden. Dit in Zürich gevestigde ‘ministerie voor de toekomst’, met aan het hoofd de standvastige Mary Murphy uit Ierland, probeert allerhande ambitieuze plannen van de grond te krijgen. Als lezer volg je de pogingen van haar team, waar economen, historici, politicologen, biologen en glaciologen in zitten, om op al die gebieden oplossingen te bedenken – en ze erdoor te krijgen in een wereld waarin overheden en grote bedrijven tegenstribbelen.

Ik las het in 2022, en er is één zinnetje waar ik nog vaak aan denk. Dat straks. Eerst waarom dit het beste én het slechtste boek is dat ik las over het onderwerp.

Mateloos interessant en prikkelend vond ik hoe Robinson de nabije toekomst op een opwarmende aarde schetst. Klimaatjournalist Bill McKibben en essayist Rebecca Solnit prezen het al om hoe geloofwaardig – alhoewel gedurfd optimistisch – onze klimaattoekomst in dit boek wordt uitgewerkt. Barack Obama raadde het aan, Ezra Klein van The New York Times zei dat elke beleidsmaker het zou moeten lezen. Waarom?

In een profiel in The New Yorker vertelde Kim Stanley Robinson, een zeventiger die van hiken houdt, dat hij wetenschappelijke conferenties afloopt om er ideeën op te doen voor zijn boeken. Zo was hij in 2010 op een bijeenkomst voor glaciologen, waar iemand hem vertelde dat we de zeespiegelstijging tegen kunnen gaan door gaten te boren in de ijskappen van Antarctica. Smeltwater zou dan onder het ijs weggepompt kunnen worden, waardoor de gletsjer weer aan zijn ondergrond vastvriest en er minder ijs afbreekt en wegdrijft.

Daar wordt daadwerkelijk al jarenlang onderzoek naar gedaan, ontdekte hij later. “We weten hoe we in ijskappen moeten boren”, schreef hij in 2022 in een essay voor Bloomberg. “De olie-industrie heeft alle benodigde technologie en expertise” – en moet immers al zo snel mogelijk iets anders gaan doen dan fossiele brandstoffen oppompen.1

Het is, net als andere waanzinnig klinkende oplossingen die in het boek voorbij komen, nog niet getest, of in elk geval niet op grote schaal, maar in theorie mogelijk.

Nog niet geabonneerd op De vierde versie?
Je kunt je hier inschrijven:

De meeste tijd van Mary gaat naar het van de grond krijgen van een ​carbon coin​: een soort cryptovaluta waarin wordt uitgekeerd aan mensen of bedrijven die aantoonbaar een ton CO2 hebben bespaard of uit de lucht gehaald. De belangrijkste nationale banken staan garant voor de stabiliteit van de koers en de munt kan worden verhandeld om er andere valuta voor te krijgen. Het komt erop neer dat oliebedrijven geld kunnen verdienen door géén olie op te pompen.

Andere ideeën die hij uitwerkt zijn wat bekender. Het ​half-earth​-principe bijvoorbeeld, naar het boek van bioloog E.O. Wilson uit 2016, die betoogde dat we van de helft van de aarde een natuurreservaat moeten maken om de biodiversiteit te redden2. Of de 2000-watt society​, een visie waarin de mens niet meer dan 2.000 watt (of 48 kWh per dag) gebruikt3. Of het idee van 4 in 1000, dat op de klimaatconferentie van Parijs in 2015 werd geïntroduceerd en ook in de Netflix-documentaire Kiss The Ground langskomt: de organische koolstof in landbouwgrond zou elk jaar met 0,4 procent kunnen groeien als we het duurzamer bewerken.4 Of het gedachtengoed van José María Arizmendiarrieta, een Spaanse katholieke priester die de Mondragón-coöperatie oprichtte, met een bedrijfsstructuur waarin de werknemers de gezamenlijke eigenaren van het bedrijf zijn en in een soort economische democratie bepalen wat de koers moet zijn.

Met behulp van al die ideeën komt Robinson tot een wereld waarin nog steeds veel mis gaat, veel frustrerend langzaam gaat, maar er wél gaandeweg iets verandert. Dat beschrijft hij bij vlagen bijna utopisch – al betekent dat bepaald niet dat hij een hemel op aarde voorspiegelt. Op een dag storten door toedoen van anonieme drones zestig vliegtuigen neer, zodat niemand meer durft te vliegen. Het wordt ‘Crash Day’ genoemd. Containerschepen worden tot zinken gebracht. Kortom: er ontstaat grootschalig eco-terrorisme, met het doel om schadelijke vormen van transport te beletten omdat mensen ze te gevaarlijk vinden om zichzelf te verplaatsen of om in te investeren.

Dat is het fictieve toekomstbeeld. Qua verhaal is het een uiterst merkwaardig boek. Niet eens zozeer vanwege die vele perspectieven: gedurende grote delen volgen we Mary, maar Robinson voert ook allerlei naamloze ik-personen op die met klimaatverandering te maken krijgen, en in korte hoofdstukjes komen niet-menselijke vertellers als ‘de aarde’ of ‘de economie’, of ‘een atoom’ aan het woord. Soms heeft een hoofdstuk de vorm van een setje aantekeningen, opgetekend door iemand die bij een vergadering van het ministerie notuleerde of mee was op een werktrip.

Dat is nog tot daar aan toe. Het is vooral een vreemde leeservaring omdat het het ene moment de verbeelding zo prikkelt dat het bijna is of je rechtstreeks de toekomst in kijkt, en het het volgende moment intens saai, richtingloos en onhandig geschreven is.

Aan het begin van het verhaal leren we Frank May kennen. Hij werkt voor een hulpverleningsorganisatie en is in een klein Indiaas dorpje de enige overlevende van de hittegolf. Na wat omzwervingen belandt hij ook in Zürich. Hij is hevig getraumatiseerd en zoekt nog íéts van zingeving. Op een avond gijzelt hij Mary, het hoofd van het ministerie, in haar eigen woning. Er ontstaat een vervreemdend gesprek. Frank gebruikt geen geweld, maar probeert haar wel zover te krijgen dat ze meer doet in de strijd tegen klimaatverandering. Hij oppert een ​‘dark wing’​: een geheime tak, vanuit het ministerie gecoördineerd, die ervoor zorgt dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor de meeste uitstoot en de planeet het meeste geweld aandoen worden uitgeschakeld, ​by any means necessary​.

Gedurende het verhaal ontstaat er een band tussen Frank en Mary. Worden we geacht om deze twee mensen te geven? Moeten we ze begrijpen, wat ze willen, de onderlinge dynamiek? Het is vrijwel onmogelijk, want beiden dwalen ze vrijwel zonder karaktereigenschappen door dit boek. Frank is zo getekend door de ervaring in de hittegolf dat hij niets meer is dan een trauma met een menselijke schil eromheen. En Mary? Je zou haar standvastig kunnen noemen, iemand die zich in haar missie vastbijt. Verder is ze van bordkarton.

Meeleven met ze is daardoor zo goed als onmogelijk. Je kunt je zelfs afvragen of Robinson dat wel van de lezer vraagt. Ze verschijnen meestal op zijn pagina’s om ons over zijn ideeën te vertellen. Als ze met elkaar praten, doen ze dat zodat de schrijver iets kan uitleggen aan de lezer.

Op andere momenten is het gewoonweg matig geschreven. Zoals deze, ineens vanuit het perspectief van een vluchteling die zich eindelijk ergens kan vestigen – dankzij zo’n Nansen-paspoort – en met familie een restaurant begint.

We work all day to prepare a meal. It’s a fixed menu for those who want the whole supper, and we take reservations, which sometimes happen and sometimes not, but by eight or nine the restaurant is mostly full. Easy with the six tables. It’s almost like hosting a dinner party at home, except instead of friends coming over, it’s strangers. Or let’s call them acquaintances. Many are there for the first time, but some have been before and come back. We always greet those ones with a smile, and they often talk to each other.

Hier zit geen enkele interessante formulering in. Het is voorspelbaar, saai. De zinnen liggen dood op de pagina.

Tegen het eind van het boek begint de mensheid eindelijk echt successen te boeken in de strijd tegen klimaatverandering. Dat zijn dan weer kristalheldere beschrijvingen van wat ‘we’ voor elkaar gekregen hebben. In 2053, op COP58 (in de echte wereld is deze jaarlijkse klimaattop later dit jaar toe aan de 31e editie) stelt de mens vast dat het aantal CO2-deeltjes in de atmosfeer voor het eerst significant is afgenomen.

Dat moet het resultaat zijn van ‘antropogene’ inspanningen, laat Kim Stanley Robinson de aanwezigen concluderen.

[It had] nothing to do with the season, or the economy tanking – all that had been factored in, and still there was a drop: it was now at 454 parts per million, having reached a high of 475 just four years before. Thus 5 ppm per year down: this was significant enough that it had been tested and confirmed in multiple ways, and all converged to show the figure was real. CO2 was going down at last; not just growing more slowly, or leveling off, which itself had been a hugely celebrated achievement seven years before, but actually dropping, and even dropping fast. That had to be the result of sequestration. It could only be anthropogenic. Meaning they had done it, and on purpose.

The 58th COP meeting of the Paris Agreement Sixth mandated global stocktake, concluded with a special supplementary two-day summing up of the previous decade and indeed the entire period of the Agreement’s existence, which was looking more and more like a break point in the history of both humans and the Earth itself, the start of something new. Indeed it can never be emphasized enough how important the Paris Agreement had been; weak though it might have been at its start, it was perhaps like the moment the tide turns: first barely perceptible, then unstoppable. The greatest turning point in human history, what some called the first big spark of planetary mind. The birth of a good Anthropocene.

We staan er niet goed voor, in deze hittegolf van juni 2026. We hebben er echt een potje van gemaakt. We waren veel te druk met 1) of klimaatverandering wel bestond en toen 2) of de mens er wel verantwoordelijk voor was en toen 3) of de mensheid redden niet een beetje duur zou worden en toen 4) of het geen kiezers zou afschrikken als je erover zou beginnen, en kijk eens waar we zijn.

Maar soms, als ik toch iets van optimisme voel om wat er wél gebeurt, wat er wél goed gaat, denk ik aan die zin: Meaning they had done it, and on purpose.

Twee tips, ten slotte. Volg de nieuwsbrief van Bill McKibben, die regelmatig slimme dingen zegt zoals ‘zonnestralen leggen 150 miljoen kilometer af om naar de aarde te komen, maar geen daarvan gaat door de Straat van Hormuz’. En volg de nieuwsbrief van Fix The News voor hoopvol nieuws over onder meer de energietransitie en de bescherming van natuurgebieden.

1

Hier een recent artikel over dat gletsjer-idee en de haalbaarheid ervan.

2

E.O. Wilson overleed eind 2021, maar het Half Earth-project loopt nog, zij het afgezwakt: de internationale politiek nam zich in 2022 voor 30 procent van het land en 30 procent van de zee te beschermen tegen 2030. En daar zijn we nog ver vanaf.

3

De stad Zürich houdt nog steeds vast aan het 2.000 watt-idee, al blijkt het voor mensen, natuurlijk, lastiger dan gedacht hun gewoontes aan te passen.

4

Als ik het goed begrijp, is het wereldwijde draagvlak voor dat 4 in 1000-initiatief in de laatste vijf jaar weliswaar gegroeid, maar wordt aan het cijfer zelf – of het reëel is, en voldoende wetenschappelijk onderbouwd – getwijfeld. Dus misschien is het nu gewoon een wat saaier platform voor bodemgezondheid.

Read the original on devierdeversie.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.