RSS Amplifier

Caroline van Zomeren · Jun 20, 2026

Dossier 076: Meneer Jansen

0
Sign in to vote or save

Caroline van Zomeren · Caroline van Zomeren

Deze week start het tweede Dossier 076. Een oude kat, een roze sleutelhanger en een USB-stick met foto’s die niemand had mogen maken.

Meneer Jansen lag midden in de gang toen Floor thuiskwam. Ze stopte met één hand op haar wiel en keek hem aan. De kat keek terug. Eén oog open, het andere dicht.

‘Dat is toch geen plek voor jou, Jansen?’

Hij knipperde.

‘Ook goed. Dan doen we het zo.’

Ze pakte haar wielen vast en manoeuvreerde voorzichtig om hem heen. Meneer Jansen bleef liggen. Alleen het puntje van zijn staart tikte één keer tegen de vloer.

Ze gooide haar jas over de lage dwarslat van de kapstok. De haakjes zaten te hoog. Dat zou ook wel zo blijven. Ze had de huisbaas drie keer gebeld. Haar vader had aangeboden een aannemer te sturen. Ze had het telefoontje na twee zinnen beëindigd.

In de keuken zag ze een haarelastiekje naast de waterbak liggen. Roze, met een klein kunststeentje. Floor pakte het op en legde het bij de andere spullen op het aanrecht. Een bierdopje. Een knoop. Een propje aluminiumfolie.

‘Je wordt een verzamelaar, Jansen. Straks moet ik Tussen Kunst en Kitsch bellen.’

Meneer Jansen stond op en liep naar zijn etensbak. Floor schepte brokjes in de bak en bleef even staan bij het raam.

Tot drie weken geleden hoorde Meneer Jansen bij mevrouw Van Dalen van nummer achttien. Een kleine vrouw met scherpe ogen en een rollator, die vanuit haar keukenraam over de hele straat regeerde. Ze wist wanneer de vuilnis te vroeg buiten stond, wie zijn heg te scheef knipte en welke pakketbezorger nooit aanbelde maar wel briefjes achterliet.

Mevrouw Van Dalen had nooit gedaan alsof Floor breekbaar was.

‘Zet die stoel van je maar op de rem, kind,’ had ze de eerste keer gezegd. ‘Straks rijd je mijn geraniums omver en die hebben al genoeg meegemaakt.’

Sindsdien ging Floor regelmatig langs voor een praatje. Meneer Jansen schoof dan aan alsof hij erbij hoorde. Na het tweede kopje thee sprong hij bij Floor op schoot en bleef daar liggen tot ze wegging.

Twee weken voor haar dood had mevrouw Van Dalen naar de kat gekeken. Hij zat toen naast Floors rolstoel, zijn kop tegen haar voorwiel.

‘Als ik er niet meer ben,’ had ze gezegd, ‘mag hij dan bij jou?’

Floor had kort gelachen.

‘U gaat nergens heen.’

‘Iedereen gaat ergens heen.’

Twee weken later was ze gegaan.

Floor had die avond lang naar de kat gekeken. Hij zat midden in de lege woonkamer van het huis dat niet meer van zijn baasje was, en waste zijn gezicht alsof er niets was veranderd.

Ze had hem meegenomen.

Sindsdien liep Meneer Jansen elke ochtend zijn vaste ronde door de achtertuinen. Onder de schutting door bij mevrouw Van Dalen, langs de hortensia’s over het smalle muurtje achter nummer zestien. Daarna verdween hij meestal een uur. Floor had hem een keer een gps-trackertje omgehangen. De route was elke dag hetzelfde. En bijna elke dag kwam hij terug met iets.

Meestal onzin. Een elastiekje. Een stukje touw. Eén keer een tuinhandschoen, die ze tussen de brievenbus en de drempel vond. Ze had er foto’s van gemaakt en die naar Daan gestuurd. Die had teruggestuurd: Gefeliciteerd, je kat is een kleptomaan.

Vanmorgen lag er iets anders.

Het lag naast de deurmat, tussen een pluk kattenhaar en een verdwaald blaadje van buiten. Een klein pluizig beertje aan een koordje, het soort sleutelhanger die je wint op de kermis of koopt bij een tankstation. Felroze, met een plastic ringetje eraan. Aan het ringetje hing een USB-stick. Klein, zwart, zonder opdruk.

Meneer Jansen had ernaast gezeten. Trots.

Ze had hem op het aanrecht gelegd en was naar haar werk gegaan.

Ze pakte de sleutelhanger. Er zat modder aan het koordje. Ze draaide de stick tussen haar vingers. Klein. Goedkoop. Het soort dat je gratis krijgt bij een beurs.

Ze reed haar kleine, efficiënte werkkamer in. Op het bureau stonden twee schermen en een dockingstation. Aan de muur hing een prikbord met een kaart van Breda, foto’s van collega’s en een briefje van Daan waarop stond: Niet alles hacken. Groetjes, je morele kompas.

Floor had er ooit onder geschreven: Kompas defect.

Ze klapte haar laptop open en startte een sandbox op. Afgesloten omgeving, geen toegang tot haar eigen bestanden, geen netwerk. Binnen twee minuten was ze klaar.

Ze sloot de stick aan.

Eén map. Geen naam, alleen een reeks cijfers.

Ze opende de map. Foto’s. Tientallen.

Op de eerste foto stond een vrouw bij een achterdeur. Donker haar in een losse knot, boodschappentas aan haar arm. Ze draaide net haar sleutel om.

De tweede: een vrouw bij een keukenraam. Half zichtbaar achter een plant.

De derde: een tuin. Een vrouw in een badjas die een vuilniszak in de container duwde.

Vrouwen. Allemaal vrouwen. Geen poses, geen bewuste blikken, maar alledaagse beelden.

De hoek was steeds hetzelfde, schuin naar beneden. Alsof ze genomen waren vanuit een hoog raam of een zolderverdieping. Floor herkende stukjes. De schutting van nummer twaalf. De dakgoot van vijftien. Het schuurtje verderop in de straat, met die scheefhangende deur.

Ze ging terug naar de lijstweergave. De bestandsnamen waren codes. Twee cijfers, een underscore, vier cijfers, een underscore, twee letters.

12_0312_SB.jpg
15_0227_ML.jpg
16_0115_RH.jpg
20_0401_ED.jpg

Floor keek naar het eerste getal. Twaalf. Vijftien. Zestien. Twintig.

Huisnummers.

Ze scrollde terug naar de foto’s en keek opnieuw. Niet naar de vrouwen, maar wat er achter hen stond. De schutting van twaalf. De dakgoot van vijftien. Het schuurtje achter zestien. Daarna opende ze Google Maps en Street View. Ze trok lijnen vanaf de ramen, over de tuinen en langs de schuttingen. Steeds dezelfde hoek.

Alles wees naar nummer veertien.

Floor keek op van haar scherm. Door het raam zag ze de rij huizen aan de overkant. Nummer veertien had witte kozijnen en donkerblauwe gordijnen die half dicht waren. Ze kende de vorige bewoonster oppervlakkig.

Merel.

Merel Grootte, dacht ze. Begin dertig. Donker haar. Altijd haast. Ze had een keer bij Floor aangebeld omdat haar pakket verkeerd was bezorgd.

Een paar maanden geleden was ze vertrokken. Plotseling. Geen verhuiskaartje, geen praatje met de buren, geen afscheid. De makelaar was gekomen. Daarna een schilder. Daarna Sanne.

Sanne woonde er nu drie maanden.

Jong. Stil. Vriendelijk op afstand. Ze stak haar hand op als ze Floor zag, maar nooit lang genoeg voor een praatje.

Floor keek weer naar haar scherm.

Ze begon opnieuw te scrollen. Langzamer nu. Elke foto. Elke bestandsnaam. Niemand keek naar de camera. Niemand wist dat die er was.

Floor klikte door. Ze was bijna aan het einde van de map.

Toen stopte haar hand.

21_0328_FK.jpg

Eenentwintig. Haar huisnummer.

En haar initialen.

Ze klikte.

De foto kwam langzaam in beeld.

Ze zag zichzelf.

In het tuintje van mevrouw Van Dalen. Naast de lage buxus, in haar rolstoel, met haar jas open en haar gezicht naar de zon. Meneer Jansen zat naast haar voorwiel, precies waar hij altijd zat.

Floor leunde langzaam achterover.

Meneer Jansen tikte met zijn staart tegen het raamkozijn.

Aan de overkant bewoog iets achter de gordijnen van nummer veertien.

Floor keek op.

Sanne stond bij het raam.

Ze had een mok in haar hand en droeg een oversized trui. Haar haar zat los. Ze keek niet naar buiten. Niet echt. Ze keek naar iets lager. Haar telefoon misschien.

Floor bleef naar haar kijken.

Toen tilde Sanne haar hoofd op.

Heel even keek ze Floor aan.

Ze schrok, deed een stap achteruit.

De gordijnen gingen dicht.

Volgende week gaat Dossier 076: Meneer Jansen verder.
Abonneer je om deel 2 in je inbox te ontvangen:

Nieuw in Dossier 076?

Het eerste verhaal, Soof, verscheen in drie delen en kun je hier teruglezen:

Deel 1 | Deel 2 | Deel 3

Read the original on carolinevzb.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.