Dossier 076: Meneer Jansen gaat verder. Deel 1 gemist? Je leest het hier.
Floor had drie uur geslapen. Om kwart over acht reed ze de afdeling op met de sleutelhanger en USB-stick in een zakje op haar schoot. Daan zat achter zijn bureau met een boterham. JP stond bij het koffieapparaat met een mok in haar hand. Ze keek over de rand heen naar Floor.
‘Waarom heb jij een sleutelhanger op schoot?’
Floor legde het zakje op haar bureau.
Daan boog voorover.
‘Is dat een roze beer?’
JP zette haar mok neer en liep naar haar toe. Ze keek niet naar het pluche ding, maar naar Floors gezicht.
‘Vertel.’
‘Meneer Jansen bracht hem gisteren mee.’
JP trok haar wenkbrauwen op. ‘Je kat?’
‘Mijn bejaarde huisgenoot met kleptomanie.’
Daan glimlachte. ‘Ik zei het je toch.’
Hij hield het zakje tegen het licht, alsof hij er meer kon zien dan plastic en een zwart stickje.
Floor haalde haar laptop uit haar tas en koppelde hem aan het dockingstation. De schermen werden wakker. Eén voor één. Ze had de beelden al aparte gezet, metadata gekopieerd, hashes gemaakt.
Ze klikte de map open. De eerste foto verscheen op het linkerscherm. Een vrouw bij een achterdeur. Boodschappentas. Sleutel in het slot.
Niemand zei iets.
Floor klikte door. Een keukenraam. Een tuin. Een achterdeur. Een badjas. Gordijnen. Een hand op een vuilnisbak. Een vrouw die iets uit haar schuur pakte.
‘Geen expliciete foto’s,’ zei Floor. ‘Geen naakt. Geen directe bedreiging. Vrouwen in gewone momenten. Allemaal vrouwen. In of rond hun eigen huis. De camerahoek is steeds hetzelfde.’
JP leunde met haar armen over elkaar tegen de vensterbank. ‘Hoeveel foto’s?’
‘Achtenveertig.’
‘Allemaal uit jouw straat?’
‘Voor zover ik kan zien wel.’
‘Sta jij er ook op?’
Floor knikte.
‘Vanuit welk huis?’
‘Nummer veertien. De zichtlijnen kloppen, de hoek klopt, het past bij de positie van het raam op de eerste verdieping.’
‘Wie woont daar?’
‘Sanne. Achternaam weet ik niet. Ze woont er pas drie maanden. Daarvoor woonde er een vrouw die Merel heet. Merel Grootte. Die is vrij plotseling vertrokken.’
JP kwam los van de vensterbank en liep naar de tafel.
‘Jullie krijgen een uur,’ zei ze. ‘Kijk wat je vindt. Als er iets uitkomt, pakken we het op. Als er niets bijkomt, verdwijnt het in de la en doen we het werk waarvoor we betaald worden.’
Floor en Daan keken elkaar aan.
‘Een uur,’ herhaalde JP. Ze pakte haar koffie en liep weg.
Floor zat achter haar schermen. Daan kwam met zijn eigen laptop naast haar zitten.
‘BVH eerst?’ vroeg hij.
‘Al bezig.’
Ze zochten op straatnaam en huisnummers. De resultaten verschenen als losse meldingen en aangiftes, verspreid over zeven jaar. Een melding van overlast op nummer zeventien. Op nummer dertien was een ongewenst persoon gemeld. Een aangifte van stalking op nummer twaalf, ingetrokken na drie weken. Een mutatie over een verdacht persoon bij nummer achttien, het huis van mevrouw Van Dalen.
‘We zitten al op vier,’ zei Floor.
Daan schoof zijn stoel naar achteren. ‘Ik heb er nog een.’
‘Welke?’
‘Nummer zestien. Twee jaar geleden. Vrouw vond haar achterpoort open en later een briefje in de bus. Geen dreiging. Alleen: mooie blauwe jurk.’
Floor draaide langzaam naar hem toe.
‘Wat?’
Daan keek naar zijn scherm. ‘Letterlijk. Mooie blauwe jurk. Ze had die dag een blauwe jurk gedragen. In haar tuin.’
Floor scrolde verder en vond er nog twee. Een melding van grensoverschrijdend gedrag op nummer negentien, en een aangifte van belaging op nummer veertien. Merel Grootte. Drie maanden oud.
‘Zeven,’ zei Floor. ‘Zeven vrouwen. Allemaal in dezelfde straat. Niemand heeft die meldingen ooit aan elkaar gekoppeld.’
Daan boog naar het scherm. ‘Hoe kan dat?’
‘Het zijn losse meldingen. Verschillende wijkagenten, verschillende periodes. Niemand heeft ze naast elkaar gelegd.’
Daan keek weer naar het scherm.
‘En Merel Grootte is de laatste.’
Floor opende de aangifte. Daan las mee over haar schouder.
De aangever verklaart dat zij zich sinds enkele weken onveilig voelt in haar woning. Zij heeft het vermoeden dat een onbekende persoon zich ophoudt in haar tuin en dat persoonlijke eigendommen in de woning zijn verplaatst zonder haar medeweten. Geen braakschade. Advies: woning goed afsluiten, wijkagent informeren.
‘Verplaatst,’ zei Daan. ‘Dan is er iemand binnen geweest.’
Floor printte de zeven meldingen uit en reed naar JP’s kantoor.
JP luisterde zonder haar te onderbreken. Ze keek naar de uitdraaien, las ze, legde ze neer.
‘Ik ga naar Merel Grootte.’
‘Ik stuur je haar adres,’ zei Floor.
‘Doe dat. En pak je jas.’
Floor keek op. ‘Ik?’
‘Jouw straat. Jouw foto. Jij gaat mee.’
Daan stond in de deuropening.
‘Wat kan ik doen?’
‘Die zeven meldingen doorspitten. Kijk of er namen terugkomen. Buren, verdachten, getuigen. Alles wat overlapt.’
Daan knikte. Hij keek nog even naar Floor, draaide zich om en liep terug.
Merel Grootte woonde in een flat aan de rand van Teteringen. Derde verdieping, galerij, uitzicht op een parkeerplaats. JP parkeerde voor de ingang.
Ze hield de deur open voor Floor terwijl ze naar de trap en de lift keek.
‘Je mag ook lopen,’ zei Floor. ‘Ik zie je boven wel.’
‘En jou alleen achterlaten in een lift die sinds 1983 niet meer is nagekeken?’
JP drukte op de knop. De deuren schoven schrapend open. Ze keek naar binnen. ‘Charmant.’
Floor reed erin. ‘Kom op. Hij heeft karakter.’
JP stapte naast haar. ‘Mijn auto heeft karakter. Dit ding klinkt alsof het al afscheid heeft genomen.’
JP belde aan. Achter de deur klonk muziek, zacht, iets met gitaar. Voetstappen. De deur ging op een kier open.
Merel Grootte was begin dertig. Donker haar in een staart. Ze droeg geen make-up. Ze keek van JP naar Floor en weer terug. Haar blik bleef bij Floor hangen.
‘Jij woont op eenentwintig.’
‘Mevrouw Grootte,’ begon JP. ‘Recherche Breda. Mogen we even binnenkomen?’
‘Waar gaat dit over?’
‘Over uw aangifte. Van drie maanden geleden.’
Merels gezicht veranderde.
‘Daar is toen niets mee gedaan.’
‘Daar willen we het graag over hebben.’
‘Ik heb alles al verteld. Ik heb gebeld, gemaild, nog een keer gebeld. Niemand deed iets.’ Ze keek naar Floor. ‘En nu staan jullie hier.’
‘Ja,’ zei JP.
‘Drie maanden te laat.’
‘We zijn er nu.’
Merel bleef staan. Haar hand rustte op de deurpost. Haar duim bewoog kort over het hout. Toen deed ze een stap opzij.
De woonkamer was klein en opgeruimd, alles op zijn plek. Merel ging op de armleuning van de bank zitten.
‘U woonde op nummer veertien,’ begon JP.
‘Zes maanden.’
‘Wat is er gebeurd?’
Merel keek naar de keuken, alsof daar een beter antwoord lag.
‘In het begin niets bijzonders. Ik had het gevoel dat iemand keek. Vanuit de straat, of vanuit een tuin. Je kent dat, als je niet precies kunt aanwijzen waarom, maar het voelt niet goed.’
‘Wanneer begon dat?’
‘Na een maand of twee.’
‘Heeft u iets specifieks gezien?’
‘Nee. Het waren meer dingen die niet klopten. Kleine dingen. Een stoel die net iets anders stond. Een kastje dat openstond. Mijn laptop lag niet meer waar ik hem had neergezet.’ Ze ademde kort in. ‘Ik dacht eerst dat ik gek werd.’
‘Heeft u de sloten laten vervangen?’
‘Twee keer. Het hielp niet.’
JP liet een stilte vallen.
‘Had u iemand in gedachten?’
Merel trok aan de mouw van haar trui.
‘De vorige bewoner. Henk Reijnders. Hij had er jarenlang gewoond. Hij was net verhuisd naar een serviceflat.’ Ze keek naar het raam. ‘Hij kwam langs in het begin. Of ik hulp nodig had, of alles werkte, of ik de verwarming begreep. Dat soort dingen.’
‘Hoe vaak?’
‘In het begin? Elke week. Altijd een reden. Een pakketje dat voor hem was bezorgd, een sleutel van de schuur die hij vergeten was, een plant die water nodig had.’ Ze rechtte haar rug. ‘In het begin vond ik het aardig.’
‘En daarna?’
‘Hij bleef komen. Op een gegeven moment heb ik gezegd dat hij niet meer hoefde te komen.’
‘Hoe reageerde hij?’
‘Beleefd. Zoals altijd. Hij zei dat hij het begreep.’ Ze zweeg even. ‘Maar ik zag hem daarna nog steeds. Bij de brievenbussen. Op de hoek. Soms als ik thuiskwam, stond hij aan de overkant.’
‘Heeft u dat gemeld?’
Merel keek JP aan.
‘Ja. En toen vroeg iemand of hij misschien gewoon op bezoek was bij oude buren.’
JP zei niets. Floor ook niet.
‘Bent u daarom vertrokken?’ vroeg JP.
Merel stond op.
Even dacht Floor dat ze het gesprek zou afbreken.
Maar Merel liep naar een kast naast de bank. Ze opende een la, haalde er een envelop uit en bleef ermee in haar hand staan. Haar hand trilde.
‘Hierom.’
Ze haalde een foto uit de envelop.
JP boog iets naar voren.
‘Deze lag in mijn brievenbus. Een uitgeprinte foto. Van mij.’ Merels stem haperde.
‘Slapend. In mijn eigen bed. Ingezoomd. Alsof iemand vlak naast me had gestaan.’
Floor werd koud vanbinnen.
‘Ik ben diezelfde week vertrokken,’ zei Merel. ‘Ik heb aangifte gedaan, ik heb alles verteld. En er is niets mee gebeurd.’
Ze keek naar Floor.
‘Helemaal niets.’
Volgende week gaat Dossier 076: Meneer Jansen verder.
Abonneer je om deel 3 in je inbox te ontvangen:
Nieuw in Dossier 076?
Het eerste verhaal, Soof, verscheen in drie delen en kun je hier teruglezen:

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.