***Let op: kan spoilers bevatten. Lees eerst het boek Buat, dat u HIER gesigneerd kunt bestellen.***
Dit hoofdstuk is voornamelijk gebaseerd op de memoires van graaf De Guiche. Je kunt de oorspronkelijke memoires HIER lezen in de vertaling van Ad van der Zee (p. 133 t/m p. 141). Wie mijn hoofdstuk ernaast legt, zal zien dat ik heel wat informatie heb weggelaten (in mijn versie is De Guiche bijvoorbeeld alleen: ik heb zijn bedienden en de aanwezigheid van de prins van Monaco niet vermeld) en ik heb de handelingen wat ingekort. De Guiche dikt zijn verhalen al genoeg aan. Op die manier kon de eerste dag van een ingewikkelde zeeslag van vier dagen teruggebracht worden tot vijf leesbare pagina’s.
Voor het boek Buat waren al die verhalen ook niet erg van belang. Eigenlijk gaat het enkel om de laatste alinea (een bijna letterlijke vertaling van De Guiche):
Het is opmerkelijk dat de tegenslag van de Engelsen veroorzaakt was door hun eigen fout om hun eskaders te splitsen. De schepen van prins Rupert die onderweg waren naar Frankrijk, hadden, als ze samengebleven waren met de rest van de Engelse schepen, de vloot van de Republiek gemakkelijk kunnen verslaan.
Voor de achtergrondinformatie heb ik mij gebaseerd op het boek The Four Days’ Battle of 1666. The Greatest Sea Fight of the Age of Sail van Frank L. Fox. Hij geeft enkele interessante verklaringen voor de separatie van de Engelse vloot. Eén is de gebruikelijke miscommunicatie: vloten werden door de politici aangestuurd. Dat gold voor de Nederlandse vloot, voor de Franse vloot en voor de Engelse vloot. Daar ging het snel mis.
Volgens Fox was het Arlington die inlichtingen had gekregen over de Franse Toulon-vloot onder leiding van de hertog van Beaufort. Die was bij Bell-île gezien en daarom gaf Arlington aan sir Rupert de opdracht om de Fransen tegemoet te varen. In Buat laat ik die inlichtingen komen via de correspondentie van Buat met Sylvius. Ik suggereer dat Van Beverningk deze informatie opzettelijk aan Buat heeft gelekt om de Engelsen om de tuin te leiden. Op die manier is het slechte verloop voor de Engelsen het gevolg van de briefwisseling van Buat en Sylvius. Dat is door mij verzonnen, maar inderdaad beschikte Arlington over deze informatie.
Henri de Fleury Coulan, heer van Buat
Een nog interessantere miscommunicatie heb ik uit Buat weggelaten. Die zal ik hier vermelden.
In de zeventiende eeuw had men de gewoonte om schepen te noemen naar beroemde leiders. Zo heette het grootste schip van de Engelsen de Royal Charles en het belangrijkste schip van de Fransen van de Fransen de Vendôme, naar koninklijke familie van Lodewijk XIV. De hertog van Beaufort heette in werkelijkheid François de Vendôme, maar hij was niet de hoogste officier bij de Fransen. Hij was wel de belangrijkste gezagvoerder van de Toulon-vloot die bij de Taag op een opdracht van Lodewijk XIV lag te wachten. Maar er kwam geen opdracht, want Lodewijk wilde zijn vloot zo lang mogelijk sparen.
François de Vendôme, hertog van Beaufort.
De hoogste officier bij de Fransen was luitenant-admiraal was markies Abraham Duquesne en zijn schip heette… de Vendôme. Hij voer met zijn schip juist náár Portugal toen zijn schip werd gesignaleerd. Toen Arlington dus de inlichtingen kreeg dat Vendôme bij Belle-Île was, was die informatie wel correct, maar het betrof het schip de Vendôme en niet de Toulon-vloot onder leiding van de hertog van Beaufort, François de Vendôme.
Markies Duquesne.
Als Arlington zich niet had vergist tussen de naam van een schip en een hertog, was de zeeslag nooit zo gunstig voor de Republiek verlopen.
Jean-Marc van Tol,
28-02-26.
Klik > hier voor de volgende aflevering (hoofdstuk 61)
Klik > hier voor de vorige aflevering (hoofdstuk 59)
Klik > hier voor de allereerste aflevering (inleiding)
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.