***Let op: kan spoilers bevatten. Lees eerst het boek Buat, dat u HIER gesigneerd kunt bestellen.***
In hoofdstuk 31 vertelde ik al over de vlugge galjoten die De Witt liet varen tussen Den Haag en de Staatse vloot. Ik vermoed dat De Witt er twee of drie hiertoe had uitgerust, zodat er een bijna dagelijkse stroom van post heen en weer kon gaan tussen hem en de vlootvoogden. Het was een kostbare zaak, maar dat verhinderde echtgenotes van hoogstgeplaatsten er niet van om ook gebruik te maken van de dienst.
Anna van Gelder (1613?-1687), echtgenote van Michiel de Ruyter, had als kapiteinsvrouw een belangrijke rol in de werkzaamheden van haar man. Zij hield toezicht op de boekhouding en deed de inkoop van de bevoorrading. Zij handelde namens haar man wanneer De Ruyter op zee zat. Het had haar een doortastende zakenvrouw gemaakt.
Tegenover raadpensionaris De Witt betoonde ze zich een bescheiden huisvrouw die enkel ongerust was om haar man en hem zelfs een mandje verse groente wilde sturen, al vermoed ik dat ze vooral via de snelle galjoot wilde weten hoe het met haar man was, maar ze dat niet al te nadrukkelijk wilde vragen.
De brief in dit hoofdstuk, bewaard in het Nationaal Archief, is een letterlijke vertaling van het briefje dat Anna aan Johan de Witt stuurde op 11 juni 1666. De PS, waarin ze smeekt om nieuws over haar man, komt uit een briefje dat Anne op 14 juni aan de raadpensionaris had gericht, maar omdat Johan de Witt al op 13 juni een nieuws update aan Anna van Gelder had gestuurd, vond ik het wijzer om de vraag als een PS te verpakken. In werkelijkheid was Johan dus een stuk empatischer dan hij in het boek Buat is: hij had de behoefte van de vrouw begrepen en uit zichzelf reeds goed nieuws aan de ongeruste vrouw gestuurd.
Jean-Marc van Tol,
18-1-2026.
Klik > hier voor de volgende aflevering (hoofdstuk 60)
Klik > hier voor de vorige aflevering (hoofdstuk 58)
Klik > hier voor de allereerste aflevering (inleiding)
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.