Naar inhoud springen

Shell (bedrijf)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Shell Express)
Shell plc
Logo
Shell Centre, het wereldwijde hoofdkantoor van Shell plc in Londen
Shell Centre, het wereldwijde hoofdkantoor van Shell plc in Londen
Locatie
Land van hoofdzetel Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Hoofdkantoor Londen
Industrie en producten
Industrie(ën) olie-industrie, winning van aardolie en aardgasBewerken op Wikidata
Producten/diensten aardolie, aardgas, lng, petrochemische producten, brandstoffen, smeermiddelen en elektriciteit
Status en tijdlijn
Oprichting april 1907 (Koninklijke/Shell-groep)
20 juli 2005 (huidige moedermaatschappij)
Bedrijfsstructuur
Rechtsvorm public limited companyBewerken op Wikidata
Oprichter(s) Marcus Samuel, Henri DeterdingBewerken op Wikidata
Sleutelfiguren Andrew Mackenzie (voorzitter)
Wael Sawan (CEO)
Groot­aandeelhouders BlackRock, The Vanguard Group, Norges Bank Investment ManagementBewerken op Wikidata
Aantal werknemers circa 85.000 (2025)[1]
Dochter­ondernemingen Shell Oil, Shell Aircraft, Bataafsche Import Maatschappij, Shell Overseas Holdings Limited, Shell Nigeria, Raízen, Salym Petroleum Development, Shell Canada, Shell U.K., Shell Pakistan, Aera Energy, Dansk Shell, Shell Deutschland, Shell Czech Republic, Shell Overseas Investments, Shell International Petroleum Company, Nederlandsch Nieuw Guinea Petroleum Maatschappij, Shell Deutschland, Shell Recharge, Rhenania-Ossag, Royal Dutch Shell Group of Companies, Anglo Saxon Petroleum, Limejump, Mobil ParkBewerken op Wikidata
Financiën
Beurs Euronext: SHELL, LSE: SHEL
Totaal vermogen US$ 370,4 miljard (31 december 2025)
Totaal eigen vermogen US$ 175,3 miljard (31 december 2025)
Omzet/jaar US$ 266,9 miljard (2025)
Bedrijfsresultaat/jaar 37.298.000.000 US$ (2023)[2]Bewerken op Wikidata
Winst/jaar US$ 17,8 miljard (2025)[3]
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Die Gas- und WasserstoffwirtschaftBewerken op Wikidata
Prijzen en erkenningen Public Eye Environment Award (2005), Public Eye People's Award (2013), predicaat Koninklijk[4]Bewerken op Wikidata
Links
KVK-nummer 34179503Bewerken op Wikidata
Website www.shell.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

Shell plc is een Britse multinationale energie- en petrochemische onderneming met haar wereldwijde hoofdkantoor in het Shell Centre in Londen. Het concern is actief in de exploratie en productie van aardolie en aardgas, lng, raffinage, petrochemie, handel, brandstoffen en smeermiddelen, elektriciteit en verschillende activiteiten rond de energietransitie. Shell heeft ongeveer 85.000 werknemers en is actief in meer dan zeventig landen.[1]

De onderneming heeft zowel Nederlandse als Britse wortels. In Nederland werd in 1890 de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië opgericht. De Britse The "Shell" Transport and Trading Company ontstond in 1897. Beide ondernemingen brachten in 1907 hun olieactiviteiten samen in de Koninklijke/Shell-groep, waarbij de Nederlandse onderneming een economisch belang van 60% en de Britse onderneming een belang van 40% kreeg. De beide moedermaatschappijen bleven juridisch echter afzonderlijk bestaan.

In 2005 werd deze duale structuur beëindigd en ontstond één moedermaatschappij, Royal Dutch Shell plc, een onderneming naar Brits recht met haar hoofdkantoor en fiscale vestigingsplaats in Den Haag. In januari 2022 werd de structuur opnieuw vereenvoudigd. De fiscale vestigingsplaats en centrale leiding verhuisden naar het Verenigd Koninkrijk en de naam werd gewijzigd in Shell plc.[5]

Shell behoort historisch tot de grote internationaal opererende olie- en gasmaatschappijen die in het midden van de twintigste eeuw bekendstonden als de Seven Sisters. Aardgas en lng zijn in de loop van de twintigste en eenentwintigste eeuw een steeds belangrijker onderdeel van de activiteiten geworden. Met de overname van BG Group in 2016 breidde Shell zijn positie op de internationale gas- en lng-markt sterk uit.

Nederlandse voorloper: Koninklijke Olie

[bewerken | brontekst bewerken]
Installatie van de Bataafsche Petroleum Maatschappij in Nederlands-Indië

De Nederlandse oorsprong van Shell ligt in Nederlands-Indië. Tabaksplanter Aeilko Zijlker trof op Noord-Sumatra aardolie aan en verkreeg in 1883 van de sultan van Langkat een concessie voor de winning ervan. De olie kwam onder meer voor in het gebied rond Telaga Said en Pangkalan Brandan.

Om kapitaal voor de exploitatie te verkrijgen werd op 16 juni 1890 in Amsterdam de N.V. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië (KNMEP) opgericht.[6] Koning Willem III had de onderneming al bij brief van 18 april 1890 toestemming gegeven het predicaat Koninklijke te voeren.[6]

Ingenieur J.A. de Gelder, voorheen verbonden aan de Bataafsche Havenwerken, werd de eerste directeur. Zijn woonhuis in Den Haag diende aanvankelijk tevens als kantoor. Onder Jean Baptiste August Kessler en, na diens overlijden in 1900, Henri Deterding breidde de onderneming sterk uit. De ontwikkeling van olievelden rond Pangkalan Brandan leverde de onderneming een eigen productiepositie op naast de reeds bestaande oliehandel.

Deterding zou gedurende meer dan drie decennia een centrale rol spelen in de internationale uitbreiding van Koninklijke Olie en later de Koninklijke/Shell-groep. Hij trad in 1936 terug. Zijn politieke sympathieën voor het nationaalsocialistische Duitsland in de laatste jaren van zijn leven hebben nadien een belangrijk onderdeel gevormd van de geschiedschrijving over zijn persoon en over de onderneming.[7]

Britse voorloper: Shell Transport and Trading

[bewerken | brontekst bewerken]

De Britse voorloper ontstond uit de handel van de familie Samuel in Londen. Marcus Samuel sr. handelde in de negentiende eeuw onder meer in uit Azië geïmporteerde schelpen. Zijn zoons Marcus Samuel en Samuel Samuel breidden de onderneming uit naar internationale handel en vervolgens naar de handel in petroleumproducten.

De naam Shell verwees naar de schelpenhandel van hun vader. Toen de broers lampolie naar Azië gingen exporteren, gebruikten zij de naam ook voor hun olieactiviteiten.[8]

Marcus Samuel liet speciaal gebouwde tankers ontwikkelen waarmee petroleum door het Suezkanaal kon worden vervoerd. De Murex passeerde het kanaal in 1892. In 1897 werden de activiteiten ondergebracht in The "Shell" Transport and Trading Company Limited.

Koninklijke/Shell-groep

[bewerken | brontekst bewerken]

Koninklijke Olie en Shell Transport werkten vóór 1907 al samen. In 1903 werd met de oliebelangen van de familie Rothschild de Asiatic Petroleum Company gevormd. De internationale concurrentie met Standard Oil vormde een belangrijke aanleiding om de samenwerking verder te verdiepen.

In april 1907 brachten Koninklijke Olie en Shell Transport hun operationele oliebelangen samen in de Koninklijke/Shell-groep. Het was geen volledige juridische fusie: de twee beursgenoteerde moedermaatschappijen bleven afzonderlijk bestaan. Koninklijke Olie had economisch een belang van 60% in de gezamenlijke onderneming en Shell Transport 40%.[9]

Voor de productie en raffinage werd onder meer de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM) gebruikt; voor een deel van de transport- en handelsactiviteiten ontstond de Anglo-Saxon Petroleum Company. De groep breidde haar activiteiten uit naar onder meer Roemenië, Rusland, Mexico en Venezuela. De raffinaderij op Curaçao werd van groot belang voor de verwerking van Venezolaanse aardolie.

Onder leiding van Deterding groeide de groep uit tot een van de belangrijkste concurrenten van Standard Oil. Nadat Standard Oil in 1911 op last van het Amerikaanse Hooggerechtshof werd opgesplitst, breidde Shell ook zijn positie in de Verenigde Staten verder uit.

Vanaf de jaren twintig nam de betekenis van benzine sterk toe door de snelle verspreiding van auto's en andere voertuigen met een verbrandingsmotor. Shell ontwikkelde een wereldwijd netwerk voor de verkoop van brandstoffen en smeermiddelen. In 1929 begon de groep ook activiteiten in de chemische industrie. In Nederland gebeurde dat onder meer via een samenwerking met de Hoogovens in de kunstmestfabriek Mekog in IJmuiden.

Na de Tweede Wereldoorlog behoorde Shell tot de zeven grote westerse olieconcerns die bekend werden als de Seven Sisters en die tot de opkomst van nationale oliemaatschappijen en de OPEC een groot deel van de internationale oliehandel beheersten.

Shell speelde tevens een belangrijke rol in de ontwikkeling van de internationale lng-industrie. In 1964 was de groep betrokken bij de eerste commerciële zeetransporten van vloeibaar aardgas. De gasactiviteiten werden daarna een steeds belangrijker onderdeel van de onderneming.

In 1970 nam Shell de mijnbouwonderneming Billiton over. De mijnbouwactiviteiten bleven tot 1994 onderdeel van de groep, waarna Billiton werd afgestoten. Het bedrijf ging later op in het huidige BHP.

Unificatie in Royal Dutch Shell plc

[bewerken | brontekst bewerken]

De duale structuur van de groep bleef bijna een eeuw bestaan. De aandelen Koninklijke Olie en Shell Transport werden afzonderlijk verhandeld en beide moedermaatschappijen hadden eigen formele bestuursorganen, terwijl de operationele ondernemingen gezamenlijk werden geleid.

In 2004 ontstond een crisis nadat bekend werd dat de gerapporteerde bewezen olie- en gasreserves aanzienlijk te hoog waren opgegeven. De affaire leidde tot het vertrek van onder anderen groepsvoorzitter Phil Watts en Walter van de Vijver, die verantwoordelijk was geweest voor exploratie en productie. De reservesaffaire versterkte de roep om een eenvoudiger en beter controleerbare bestuursstructuur.

In november 2004 werd aangekondigd dat de duale structuur zou worden beëindigd. Op 20 juli 2005 werd de unificatie voltooid onder één nieuwe moedermaatschappij, Royal Dutch Shell plc.[5] De aandeelhouders van Koninklijke Olie kregen ongeveer 60% en die van Shell Transport ongeveer 40% van de aandelen, overeenkomstig de historische economische verhouding binnen de groep.

Royal Dutch Shell plc was naar Brits recht opgericht, met zijn statutaire zetel in het Verenigd Koninkrijk. Het wereldwijde hoofdkantoor, de bestuursleiding en de fiscale vestigingsplaats bevonden zich echter in Den Haag. Er bestonden twee soorten gewone aandelen, A- en B-aandelen, die onder meer verschilden in de fiscale behandeling van dividend.

Shell plc sinds 2022

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 15 november 2021 maakte Shell een verdere vereenvoudiging van de bedrijfsstructuur bekend. De aandeelhouders keurden het voorstel in december met een zeer grote meerderheid goed. De centrale bestuursfuncties en fiscale vestigingsplaats werden naar het Verenigd Koninkrijk verplaatst.

In januari 2022 werd de naam Royal Dutch Shell plc gewijzigd in Shell plc. Tegelijk verdween de A/B-aandelenstructuur en ontstond één soort gewoon aandeel. De vereenvoudiging was op 31 januari 2022 voltooid.[5] Het wereldwijde hoofdkantoor kwam in het Shell Centre in Londen te liggen. Daarmee eindigde een periode van bijna 114 jaar waarin de centrale leiding van de groep in Den Haag was gevestigd.[6]

Het Nederlandse bedrijf bleef na de verhuizing omvangrijke activiteiten houden. De Shell Campus Den Haag bleef de landelijke hoofdvestiging van Shell Nederland en huisvest tevens het historische bedrijfsarchief.

Grote acquisities en verkopen

[bewerken | brontekst bewerken]

Shell heeft zijn portfolio regelmatig door overnames en desinvesteringen gewijzigd.

Begin 2013 nam Shell een deel van de lng-activiteiten van het Spaanse Repsol over. Het betrof activiteiten buiten Noord-Amerika, waaronder belangen in Atlantic LNG in Trinidad en Tobago en Peru LNG. Shell betaalde US$ 4,4 miljard en nam daarnaast verplichtingen van ongeveer US$ 1,8 miljard over.[10]

In april 2015 bracht Shell een bod van ongeveer € 64 miljard uit op het Britse BG Group.[11] De overname werd in februari 2016 voltooid. Shell breidde daarmee vooral zijn positie in diepwaterolie en lng sterk uit.

In 2017 verkocht Shell het grootste deel van zijn belangen in de Canadese teerzanden aan Canadian Natural Resources. Daarbij werden onder meer het 60%-belang in het Athabasca Oil Sands Project en de belangen in het Peace River Complex verkocht; de samenhangende transacties leverden Shell per saldo US$ 7,25 miljard op.[12] Een deel van de vergoeding bestond uit aandelen in Canadian Natural Resources. Shell verkocht zijn volledige resterende aandelenbelang in dat bedrijf in mei 2018 voor ongeveer US$ 3,3 miljard vóór belastingen.[13]

In september 2021 bereikte Shell een overeenkomst met ConocoPhillips over de verkoop van zijn schalieolie- en gasactiviteiten in het Permian Basin in de Verenigde Staten voor US$ 9,5 miljard.[14] De verkoop werd op 1 december 2021 afgerond.

In januari 2024 bereikte Shell overeenstemming over de verkoop van The Shell Petroleum Development Company of Nigeria (SPDC), waarin de onshore olieactiviteiten in de Nigerdelta waren ondergebracht. De verkoop aan het consortium Renaissance werd na goedkeuring door de Nigeriaanse overheid op 13 maart 2025 afgerond.[15] Shell behield andere activiteiten in Nigeria, waaronder diepwaterproductie, gasactiviteiten en een belang in Nigeria LNG.

In april 2026 sloot Shell een overeenkomst over de overname van het Canadese olie- en gasbedrijf ARC Resources. De aandeelhouders van ARC keurden de transactie in juli 2026 goed. Eind juli wachtte Shell nog op de laatste vereiste goedkeuring van de Canadese toezichthouders; de onderneming verwachtte de transactie in het derde kwartaal van 2026 te voltooien.[16]

Naam en beeldmerk

[bewerken | brontekst bewerken]

De naam Shell is afkomstig van de schelpenhandel van Marcus Samuel sr. Zijn zoons gebruikten de naam vervolgens voor de lampolie die zij naar Azië exporteerden en in 1897 voor de Shell Transport and Trading Company.[8]

Het eerste als handelsmerk geregistreerde Shell-logo uit 1900 stelde een zwart-witte mosselschelp voor. Vanaf 1904 ontwikkelde het beeldmerk zich in de richting van een sint-jakobsschelp. Het logo wordt binnen de onderneming aangeduid als de Pecten, naar de Latijnse naam voor de mantelschelpen.

De combinatie van rood en geel wordt al sinds het begin van de twintigste eeuw gebruikt. De precieze oorsprong van deze kleuren is niet met zekerheid bekend. Shell noemt onder meer het gebruik van rood en geel in maritieme signalering en de keuze voor rood om verpakkingen te onderscheiden van de blauwe verpakkingen van concurrent Standard Oil als mogelijke verklaringen.[8] De veel vertelde verklaring dat de kleuren rechtstreeks zouden zijn ontleend aan de Spaanse vlag vanwege Shell-stations in Californië is daarmee niet als vaststaand historisch gegeven te beschouwen.

In 1948 werd de naam Shell in het beeldmerk opgenomen. De basisvorm van het moderne logo werd in 1971 ontworpen door industrieel ontwerper Raymond Loewy. In de jaren negentig werden de huidige warmere tinten rood en geel ingevoerd.[8]

Shell is een verticaal geïntegreerde energie- en petrochemische onderneming. De activiteiten lopen van exploratie en productie van grondstoffen tot verwerking, handel en verkoop van energie en petrochemische producten.[17]

De upstreamactiviteiten omvatten de exploratie en winning van ruwe aardolie, aardgas en aardgascondensaten. Shell is actief in zowel conventionele olie- en gasvelden als diepwaterprojecten en exploiteert of participeert daarnaast in infrastructuur voor het transport en de eerste verwerking van de productie.[17]

Integrated Gas

[bewerken | brontekst bewerken]

Integrated Gas omvat de winning en verwerking van aardgas voor onder meer lng en gas-to-liquids-producten. Shell is een van de grote internationale producenten en handelaren in lng en beschikt over belangen in lng-installaties, transportcapaciteit en handelsactiviteiten.[17]

De positie in lng werd onder meer opgebouwd door projecten in Brunei en andere gasproducerende landen en werd aanzienlijk uitgebreid door de overname van BG Group in 2016.

Raffinage, chemie en marketing

[bewerken | brontekst bewerken]

Shell verwerkt ruwe olie en andere grondstoffen in raffinaderijen en geïntegreerde energie- en chemiecomplexen. De producten omvatten onder meer benzine, diesel, kerosine, smeermiddelen, nafta en grondstoffen voor de chemische industrie.

De chemische activiteiten produceren grondstoffen en halffabricaten voor onder meer kunststoffen, coatings, reinigingsmiddelen, isolatiematerialen en andere industriële en consumentenproducten.

Via Shell Mobility verkoopt de onderneming brandstoffen, smeermiddelen, laadproducten en winkelproducten. Het Shell-merk wordt wereldwijd gebruikt voor een omvangrijk netwerk van tank- en servicestations.

Hernieuwbare energie en energieoplossingen

[bewerken | brontekst bewerken]

Onder Renewables and Energy Solutions vallen onder meer elektriciteitshandel en -verkoop, bepaalde wind- en zonne-energieactiviteiten, waterstof, biobrandstoffen, CO2-afvang en -opslag (CCS) en de handel in emissie- en koolstofproducten.[17]

Shell combineert deze activiteiten met de bestaande olie- en gasactiviteiten. Het concern beschouwt olie en aardgas nog steeds als belangrijke onderdelen van zijn toekomstige portfolio, naast investeringen in energieproducten met een lagere koolstofintensiteit.

Handel en bevoorrading

[bewerken | brontekst bewerken]

Shell Trading and Supply handelt wereldwijd in onder meer ruwe olie, olieproducten, aardgas, lng, elektriciteit, chemische grondstoffen en milieuproducten. De onderneming beheert daarnaast een omvangrijke logistieke keten met pijpleidingen, opslag, olietankers en lng-schepen.[17]

Onderzoek en technologie

[bewerken | brontekst bewerken]

Onderzoek en technologische ontwikkeling spelen sinds het begin van de twintigste eeuw een belangrijke rol binnen Shell. Het concern verricht onderzoek op terreinen als geologie en reservoirtechniek, katalyse, chemische processen, lng, materialen, verbranding, digitale technologie, waterstof en technologie voor koolstofafvang en -opslag.

Een van de belangrijkste historische onderzoekslocaties is Amsterdam. Het daar in 1914 opgerichte laboratorium groeide uit tot een internationaal technologiecentrum en vormt tegenwoordig de kern van de Energy Transition Campus Amsterdam. Ook in onder meer Houston en Bangalore bevinden zich grote onderzoeks- en technologieactiviteiten van Shell.

Shell in Nederland

[bewerken | brontekst bewerken]
Het oude deel van het voormalige wereldhoofdkantoor van Shell in Den Haag
Een latere uitbreiding van het Shell-complex in Den Haag

Hoewel Shell plc sinds 2022 een volledig Britse moedermaatschappij is en het wereldwijde hoofdkantoor in Londen staat, heeft het concern door de oorsprong van Koninklijke Olie een lange en omvangrijke geschiedenis in Nederland. Shell Nederland telde in 2026 ongeveer 8.000 werknemers.[18]

Den Haag ontwikkelde zich al vroeg tot het bestuurlijke centrum van de Nederlandse olieonderneming. De eerste directeur J.A. de Gelder gebruikte aanvankelijk zijn woning in Den Haag als kantoor.

Vanaf 1915 werd in het Benoordenhout een nieuw kantoor voor de Bataafsche Petroleum Maatschappij gebouwd. Het kwam in 1917 in gebruik en ook de leiding van Koninklijke Olie vestigde zich in Den Haag. Eind jaren dertig werd vanwege de groei van het concern een nieuw complex gebouwd naar ontwerp van architect J.J.P. Oud.[6]

Den Haag bleef vervolgens meer dan een eeuw het centrale bestuurlijke hoofdkwartier van Shell. Ook na de vorming van Royal Dutch Shell plc in 2005 lagen het wereldwijde hoofdkantoor en de fiscale vestigingsplaats daar. Eind januari 2022 verhuisde het wereldwijde hoofdkantoor naar Londen.[6]

De Shell Campus Den Haag bleef in gebruik als landelijke hoofdvestiging. Ook het Shell Historical Heritage & Archive, met archieven en historische objecten uit de internationale geschiedenis van het concern, is daar gevestigd.

Amsterdam: onderzoek en Energy Transition Campus

[bewerken | brontekst bewerken]
Toren Overhoeks, voormalig onderdeel van het complex van het Koninklijke/Shell Laboratorium Amsterdam

Op 24 februari 1914 begon aan de noordelijke oever van het IJ in Amsterdam het ‘’‘Laboratorium der Bataafsche Petroleum Maatschappij Amsterdam’’’ met negen medewerkers. Het laboratorium groeide in de loop van de twintigste eeuw uit tot een centrum voor industrieel en petroleumchemisch onderzoek, onder meer op het gebied van raffinageprocessen, katalyse, brandstoffen, chemische processen, aardgas en winningstechnologie. In 1954 werd er een Ferranti Mark 1* geïnstalleerd, een vroege commerciële elektronische computer die voor onderzoeksberekeningen werd gebruikt.(en) Simon Lavington, Early Computing in Britain: Ferranti Ltd. and Government Funding, 1948–1958. Springer (2019). Geraadpleegd op 22 augustus 2026. Een deel van het voormalige Shell-terrein werd later afgestoten en herontwikkeld tot Overhoeks; de voormalige kantoortoren werd verbouwd tot de Toren Overhoeks. Het resterende onderzoekscomplex, later bekend als het ‘’‘Shell Technology Centre Amsterdam’’’, werd vanaf 2021 ontwikkeld tot de ‘’’Energy Transition Campus Amsterdam’’’ (ETCA), waarbij de locatie werd opengesteld voor start-ups, scale-ups, kennisinstellingen en andere bedrijven die werken aan technologie voor de energietransitie.Energy Transition Campus Amsterdam (ETCA). Shell Nederland. Geraadpleegd op 20 augustus 2026. Op de campus werken Shell en partnerorganisaties onder meer aan katalyse, gas- en winningstechnologie, waterstof, nieuwe energiedragers en digitale technieken.

Delft en Rijswijk

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast Amsterdam beschikte de Koninklijke/Shell-groep in Nederland over gespecialiseerde onderzoekslaboratoria in Delft en Rijswijk. In Delft was vanaf de jaren vijftig het ‘’‘Koninklijke/Shell Plastics Laboratorium Delft’’’ gevestigd, waar onderzoek werd verricht naar kunststoffen en hun toepassingen; in de jaren zeventig werd dit laboratorium opgenomen in het Shell-laboratorium in Amsterdam.In memoriam: Anne Klaas van der Vegt 1923–2002. Delta, Technische Universiteit Delft (15 mei 2002). Geraadpleegd op 22 augustus 2026. Het ‘’‘Koninklijke/Shell Exploratie en Produktie Laboratorium’’’ (KSEPL) in Rijswijk richtte zich vooral op onderzoek voor exploratie en productie. De aanwezigheid van KSEPL in Rijswijk is ook gedocumenteerd in wetenschappelijke publicaties uit die periode.(en) Göhring, K.E.H.; Schenck, P.A.; Engelhardt, E.D. (1967). A New Series of Isoprenoid Isoalkanes in Crude Oils and Cretaceous Bituminous Shales. Nature 215. DOI: 10.1038/215503a0. In 2019 nam TNO een deel van de voormalige Shell-onderzoeksfaciliteiten in Rijswijk over om deze als open innovatielaboratorium voor duurzame geo-energie voort te zetten.Well Technology Centre. TNO. Geraadpleegd op 22 augustus 2026.

Raffinage en chemische industrie

[bewerken | brontekst bewerken]

Shell beschikt in het Rotterdamse havengebied over het Shell Energy and Chemicals Park Rotterdam in Pernis. Het complex behoort tot de grootste raffinage- en petrochemische locaties van Europa en produceert onder meer benzine, diesel, kerosine en chemische grondstoffen.

De raffinaderij in Pernis werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd. Na de oorlog volgde een snelle wederopbouw; halverwege 1946 was de productie volgens de bedrijfsgeschiedenis weer ongeveer op het vooroorlogse niveau.[6]

In Moerdijk exploiteert Shell het Shell Chemicals Park Moerdijk, waar op grote schaal chemische grondstoffen worden geproduceerd.

NAM, Groningenveld en GasTerra

[bewerken | brontekst bewerken]

Shell Nederland B.V. en ExxonMobil Holding Company Holland LLC houden ieder 50% van de aandelen in de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). De NAM werd in 1947 opgericht voor de exploratie en productie van aardolie en aardgas in Nederland.[19]

In 1959 ontdekte de NAM bij Slochteren het Groningenveld, een van de grootste aardgasvelden ter wereld. De productie van Groningengas begon in december 1963.[20] Voor de exploitatie werd in 1963 de Maatschap Groningen opgericht. De kosten en inkomsten werden daarin verdeeld tussen de NAM (60%) en het huidige EBN (40%). De onderliggende samenwerkingsovereenkomst werd gesloten tussen de NAM, EBN, Shell en ExxonMobil en vormde een belangrijk onderdeel van de publiek-private structuur rond het Groningengas die bekend werd als het Gasgebouw.[21]

De gaswinning veroorzaakte geïnduceerde aardbevingen en schade aan woningen en andere gebouwen in Groningen. De productie uit het Groningenveld werd per 1 oktober 2023 beëindigd, waarbij het veld aanvankelijk nog onder bijzondere weersomstandigheden op stand-by kon worden gezet. Op 19 april 2024 werd de sluiting wettelijk definitief.[22]

De schadeafhandeling en de versterkingsoperatie zijn bij de overheid ondergebracht. De NAM blijft namens de Maatschap Groningen verantwoordelijk voor het vergoeden van de aan haar doorbelaste kosten; binnen de maatschap komt daarvan 60% voor rekening van de NAM en 40% voor EBN.[23]

Shell Nederland bezit daarnaast 25% van GasTerra. De overige aandelen zijn in handen van Esso Nederland (25%), EBN (40%) en de Nederlandse Staat (10%).[24] GasTerra wordt na de beëindiging van de Groningse gaswinning afgebouwd. De laatste gaslevering is voorzien voor 30 september 2026 en de onderneming beëindigt haar activiteiten op 31 december 2026.[25]

Verkoop van brandstoffen

[bewerken | brontekst bewerken]

Shell plaatste in 1920 bij Hotel Pabst in Doorn de eerste handbediende Nederlandse benzinepomp waarmee brandstof uit een ondergrondse opslagtank rechtstreeks naar een auto kon worden overgeheveld.[6] De brandstof werd aanvankelijk onder de merknaam Autoline verkocht; vanaf 1925 werd in Nederland de naam Shell voor benzine gebruikt.

Het netwerk groeide in de loop van de twintigste eeuw uit tot een van de grote tankstationnetwerken van Nederland. In 2026 waren er bijna vijfhonderd Shell-stations in Nederland.[26] Naast bemande stations bestaan onbemande stations onder de merknaam Shell Express. Bij een deel van het netwerk bevinden zich tevens snelladers voor elektrische voertuigen onder het merk Shell Recharge.

De financiële resultaten van Shell zijn sterk afhankelijk van de prijzen van olie en aardgas, raffinagemarges, lng-prijzen en de ontwikkeling van de wereldeconomie. De overname van BG Group in 2016 leidde tot een duidelijke toename van de olie- en gasproductie.

De coronapandemie en de sterke daling van de energieprijzen leidden in 2020 tot een groot nettoverlies. In 2021 en vooral 2022 herstelden de resultaten sterk; in 2022 profiteerde Shell onder meer van de hoge olie- en gasprijzen na de Russische invasie van Oekraïne.

Jaar Omzet
(US$ miljoen)
Nettoresultaat voor
Shell-aandeelhouders
(US$ miljoen)
Werknemers Olieproductie
(× 1000 vaten per dag)
Gasproductie
(× miljoen kubieke voet per dag)
Totale productie
(× 1000 boe per dag)
2010368.05620.12797.0001.7099.3053.314
2011470.17130.82690.0001.6668.9863.215
2012467.15326.71287.0001.6339.4493.262
2013451.23516.37192.0001.5419.6163.199
2014421.10514.87494.0001.4849.2593.080
2015264.9601.93993.0001.5098.3802.954
2016233.5914.57592.0001.83810.6133.668
2017305.17912.97786.0001.82810.6683.664
2018388.37923.35282.0001.80310.8063.666
2019344.87715.84387.0001.87610.3773.665
2020180.453−21.68087.0001.8033.386
2021261.50420.10182.0001.7398.6883.237
2022381.31442.30993.0001.5067.8712.864
2023316.62019.359103.0001.5067.4532.791
2024284.31216.09496.0001.5032.836
2025266.88617.83885.0001.5352.800

Bronnen: jaarverslagen van Royal Dutch Shell en Shell plc.[27]

Klimaat en emissies

[bewerken | brontekst bewerken]

De winning, verwerking en het gebruik van fossiele brandstoffen uit de activiteiten en verkopen van Shell leiden tot aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen. Naast de directe emissies van eigen installaties zijn vooral de emissies die ontstaan wanneer afnemers de verkochte olie- en gasproducten gebruiken omvangrijk.

Een in 2019 gepubliceerde analyse van historische producentengegevens schreef aan Shell over de periode vanaf 1965 ongeveer 31,95 miljard ton CO2-equivalent aan emissies toe, inclusief emissies uit het uiteindelijke gebruik van verkochte producten.[28]

Shell rapporteerde voor 2025 netto 53 miljoen ton CO2-equivalent aan scope-1- en scope-2-emissies van activiteiten onder operationele controle. De door Shell berekende netto koolstofintensiteit van zijn verkochte energieproducten bedroeg 71 gram CO2-equivalent per megajoule.[3]

Shell heeft als doel de netto scope-1- en scope-2-emissies van de eigen activiteiten in 2030 ongeveer te halveren ten opzichte van 2016 en heeft de ambitie in 2050 een energiebedrijf met netto nul uitstoot te zijn. De onderneming benadrukt daarbij dat het behalen van het doel voor 2050 mede afhankelijk is van ontwikkelingen in de bredere energie-economie. Deze klimaatstrategie en de omvang van Shells blijvende olie- en gasactiviteiten zijn onderwerp van maatschappelijk en politiek debat.

Controverses en rechtszaken

[bewerken | brontekst bewerken]

Olie- en gasreserves

[bewerken | brontekst bewerken]

Begin 2004 maakte Shell bekend dat een aanzienlijk deel van de eerder als bewezen opgegeven olie- en gasreserves niet aan de daarvoor geldende Amerikaanse rapportageregels voldeed. In verschillende stappen werd uiteindelijk 4,47 miljard vaten olie-equivalent van de reserves die per eind 2002 als proved reserves waren opgegeven, opnieuw geclassificeerd. Dat was ongeveer 23% van de eerder gerapporteerde bewezen reserves.[29]

Volgens de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) had Shell daarmee eveneens de gestandaardiseerde waarde van toekomstige kasstromen uit de reserves met ongeveer US$ 6,6 miljard te hoog weergegeven. Koninklijke Olie en Shell Transport troffen met de SEC een schikking en betaalden gezamenlijk US$ 120 miljoen. De Britse Financial Services Authority legde daarnaast een boete van £ 17 miljoen op.

De affaire leidde tot het vertrek van groepsvoorzitter Phil Watts en Walter van de Vijver, het hoofd van exploratie en productie. Ook volgden civiele schikkingen met aandeelhouders.[30][31] De crisis droeg bij aan de beslissing om de bijna een eeuw bestaande duale bestuursstructuur in 2005 te vervangen door één moedermaatschappij.

Shell was gedurende tientallen jaren een van de belangrijkste internationale oliebedrijven in Nigeria, met name in de Nigerdelta. De activiteiten leidden tot langdurige conflicten over olievervuiling, de positie van lokale gemeenschappen en de verhouding tussen de onderneming en de Nigeriaanse overheid en veiligheidsdiensten.

In de jaren negentig kreeg de positie van Shell internationale aandacht door het conflict tussen de Nigeriaanse regering en de Ogoni. Schrijver en activist Ken Saro-Wiwa en acht andere Ogoni-activisten werden in 1995 door het militaire regime geëxecuteerd. Nabestaanden en mensenrechtenorganisaties beschuldigden Shell ervan het regime te hebben gesteund en medeverantwoordelijk te zijn geweest voor mensenrechtenschendingen. Shell heeft aansprakelijkheid voor de executies steeds ontkend.

In 2009 trof Shell in de Verenigde Staten een schikking van US$ 15,5 miljoen met nabestaanden en andere eisers. De schikking hield geen erkenning van aansprakelijkheid in.[32]

Amnesty International heeft Shell herhaaldelijk bekritiseerd vanwege onder meer olielekkages, het affakkelen van gas en tekortkomingen bij het opruimen van vervuiling in de Nigerdelta.[33]

Vier Nigeriaanse boeren en Milieudefensie begonnen in Nederland procedures tegen Shell over lekkages bij Oruma, Goi en Ikot Ada Udo. Het Gerechtshof Den Haag oordeelde op 29 januari 2021 dat de Nigeriaanse Shell-dochter aansprakelijk was voor de gevolgen van twee olielekkages. Het hof legde daarnaast verplichtingen op om nieuwe lekkages beter te voorkomen.[34]

Shell beëindigde in maart 2025 zijn directe belang in de omvangrijke onshore olieproductie via SPDC door de dochtermaatschappij aan Renaissance te verkopen. Het concern bleef in Nigeria actief in onder meer diepwaterolie en lng.[15]

Klimaatzaak Milieudefensie

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie het Engelstalige artikel Milieudefensie v Royal Dutch Shell voor een uitgebreidere behandeling van deze rechtszaak.

In april 2019 spanden Milieudefensie en zes andere organisaties, samen met meer dan 17.000 individuele mede-eisers, een civiele klimaatzaak aan tegen Royal Dutch Shell. Zij eisten dat het concern zijn uitstoot in 2030 met 45% zou verminderen ten opzichte van 2019.

De Rechtbank Den Haag wees de vordering op 26 mei 2021 grotendeels toe. De rechtbank beval Shell om via het concernbeleid de gezamenlijke uitstoot van de Shell-groep, inclusief scope 1, 2 en 3, eind 2030 netto met ten minste 45% te verminderen ten opzichte van 2019.

Shell stelde hoger beroep in. Op 12 november 2024 vernietigde het Gerechtshof Den Haag het reductiebevel. Het hof oordeelde dat Shell tegenover burgers een verplichting heeft om zijn CO2-uitstoot te beperken, maar dat op basis van de beschikbare wetenschappelijke en juridische gegevens niet kon worden vastgesteld dat voor Shell precies een reductie van 45%, of een ander concreet percentage, gold. De vorderingen van Milieudefensie werden daarom afgewezen.[35]

Milieudefensie stelde tegen het arrest beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. In 2025 bevestigde de Hoge Raad in een tussentijdse beslissing dat de cassatieprocedure aanhangig was onder zaaknummer 25/00497.[36] Op 22 mei 2026 vond de mondelinge behandeling in cassatie plaats. In augustus 2026 was in de hoofdzaak nog geen einduitspraak gedaan.

Bestuur en beursnotering

[bewerken | brontekst bewerken]

Shell plc heeft een raad van bestuur (Board of Directors) onder leiding van een niet-uitvoerend voorzitter. De dagelijkse leiding berust bij de chief executive officer en het Executive Committee. In 2026 was Andrew Mackenzie voorzitter van de raad van bestuur en Wael Sawan chief executive officer.

Door de verschillende juridische structuren vóór 2005 kan geen institutioneel zuivere, doorlopende reeks van bestuursvoorzitters van Shell vanaf 1890 worden opgesteld. Koninklijke Olie, Shell Transport en de gezamenlijke Koninklijke/Shell-groep hadden gedurende die periode verschillende directies en bestuursorganen. Onder de invloedrijke leiders uit de eerdere geschiedenis bevonden zich onder anderen J.A. de Gelder, Jean Baptiste August Kessler, Henri Deterding, John Hugo Loudon, Gerrit Wagner, Lo van Wachem en Cor Herkströter.

Sinds de vorming van de huidige gezamenlijke moedermaatschappij waren de chief executives:

Periode Chief executive
2005–2009 Jeroen van der Veer
2009–2013 Peter Voser
2014–2022 Ben van Beurden
2023–heden Wael Sawan

De gewone aandelen van Shell plc worden verhandeld aan de London Stock Exchange en Euronext Amsterdam. In de Verenigde Staten worden aandelen via American depositary shares verhandeld aan de New York Stock Exchange.[5] Shell maakt onder meer deel uit van de FTSE 100 en de AEX.

Tot januari 2022 kende Royal Dutch Shell twee soorten gewone aandelen, A en B. Bij de vereenvoudiging van de bedrijfsstructuur werden die vervangen door één aandelenklasse.[5]

Bekende werknemers en onderzoekers

[bewerken | brontekst bewerken]

Wetenschappers en technici

[bewerken | brontekst bewerken]

Shell en zijn voorlopers hadden omvangrijke onderzoeksorganisaties waarin verschillende vooraanstaande wetenschappers en ingenieurs werkzaam waren.

  • John Cornforth (1917–2013), Brits-Australisch organisch chemicus, werd in 1962 samen met George Popják mededirecteur van het door Shell opgerichte Milstead Laboratory of Chemical Enzymology. Een belangrijk deel van het onderzoek naar de stereochemie van enzymatische reacties waarvoor hij in 1975 de Nobelprijs voor Scheikunde ontving, verrichtte hij tijdens zijn periode bij het Shell-laboratorium.[37]
  • M. King Hubbert (1903–1989), Amerikaans geofysicus, werkte van 1943 tot 1964 bij Shell Oil Company. Hij verrichtte fundamenteel onderzoek naar onder meer de stroming en opsluiting van vloeistoffen in poreuze gesteenten en werd later vooral bekend door de naar hem genoemde hubbertpiek.[38]

Andere bekende werknemers

[bewerken | brontekst bewerken]

Verschillende personen die later vooral op andere terreinen bekend werden, werkten eerder voor Shell of een van zijn voorgangers.

  • Frits Bolkestein werkte van 1960 tot 1976 voor Shell. Hij werkte onder meer in Oost-Afrika, Midden-Amerika, Londen en Indonesië en was uiteindelijk lid van het bestuur van Shell Chimie in Parijs.[39]
  • Wouter Bos werkte van 1988 tot 1998 in verschillende advies- en managementfuncties bij Shell, onder meer in Nederland, Roemenië, Hongkong en Londen.[40]
  • Roald Dahl, later bekend als schrijver, werkte vóór en tijdens het begin van de Tweede Wereldoorlog voor Shell in Oost-Afrika.
  • Wopke Hoekstra werkte vóór zijn politieke loopbaan enkele jaren in commerciële functies voor Shell.
  • Metze, Marcel, Hoog spel. De politieke biografie van Shell, Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2023.
  • Yergin, Daniel, The Prize: The Epic Quest for Oil, Money & Power, Simon & Schuster, New York, 1991.
  • Howarth, Stephen, A Century in Oil: The "Shell" Transport and Trading Company 1897–1997, Weidenfeld & Nicolson, Londen, 1997.
  • Gerretson, F.C., Geschiedenis der Koninklijke, meerdere delen, Baarn, 1932–1973.
[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Shell plc van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.