Gisterenavond zat ik te niksen. Gedachteloos, doelloos, met een hoofd dat even van niemand is. Ik dacht aan mijn grootmoeder. En toen, uit het niets, schoot haar telefoonnummer door mijn hoofd. Ze is in 1994 overleden. Ik heb dat nummer tweeëndertig jaar niet meer gebeld en er tweeëndertig jaar niet meer aan gedacht. Maar daar stond het. Elk cijfer op zijn plek.
Ik belde mijn moeder. Of het klopte. Ze wist het zelf niet meer en moest het opzoeken. Het klopte. Ze was verbaasd. Ik ook – dat het klopte, en dat mijn geheugen die herinnering op een doordeweekse avond in mijn schoot legde.
Wat bewaart een geheugen? En waarom? Er is geen logica die verklaart waarom ik dat nummer nog weet maar niet meer zeker ben van de familienaam van mijn juf in het vijfde leerjaar. Sommige dingen glippen door de mazen van het net. Andere zetten zich vast als een geur in een gordijn.
Hoe ouder ik word, hoe scherper de herinneringen aan heel lang geleden. De blik van mijn tante wanneer ze honderd frank in mijn handen stopte. Een beetje stiekem, een beetje plechtig, alsof het een geheim was tussen ons tweeën. Het kon ook tweehonderd frank geweest zijn, dat weet ik niet meer, maar haar blik zie ik wél nog voor me.
Dat is geen verbeelding. Wetenschappers noemen het de reminiscence bump: hoe ouder je wordt, hoe gedetailleerder en levendiger de herinneringen aan je kindertijd terugkomen. Alsof de tijd ze niet vervaagt maar ontwikkelt, zoals een foto in een donkere kamer. Probeer het. Denk aan de keuken van toen je klein was. Aan de vloer. Aan het geluid van de koelkast. De stem van iemand die je riep voor het eten. De plek waar je zat aan tafel.
Het meest onvoorstelbare aan het geheugen vind ik dat je je geuren kunt herinneren. Ik heb het niet over een geur die een herinnering naar boven brengt, maar dat je in gedachten een geur kunt oproepen.
Ik denk: aardbeien. Ik ruik ze nu. Ik denk: de geur van petrichor - natte aarde nadat het lang niet geregend heeft. Ik ruik het nu. Ik denk: de zetel van mijn grootmoeder, die bij mijn ouders op zolder staat. Ik hoef niet naar die zolder te gaan. Mijn geheugen heeft die geur bewaard in een flesje met een etiket waarop staat: niet weggooien.
Je eerste herinnering heb je meestal vanaf je derde. Bij mij is het deze: eerste kleuterklas; ik kijk onder mijn bank en heb geen schoenen aan. De bel gaat. Speelkwartier. Paniek, want ik moet zonder schoenen naar buiten en iedereen zal me uitlachen. Mijn moeder herinnert zich niet dat ik ooit mijn schoenen ben kwijtgeraakt op school. Het moet een droom geweest zijn. Een droom van een driejarige die mijn eerste herinnering werd. Het fundament van mijn geheugen is iets wat nooit is gebeurd.
Mijn grootste angst is om mijn geheugen te verliezen. Want wie ben je zonder? Je naam is een klank die anderen je geven. Je gezicht herken je alleen in een spiegel. Maar je geheugen — dat ben je zelf. Zonder geheugen val je uit je eigen leven. Je bent er nog wel, maar je woont er niet meer.
Misschien is dat waarom ik zo gehecht ben aan details. Aan het briefje van honderd frank. Aan de geur van die zetel. Aan een telefoonnummer dat nergens meer naartoe leidt. Het zijn de bewijsstukken van een leven. Kleine feiten die samen iets vormen dat alleen in mijn hoofd bestaat en dat met mij zal verdwijnen.
Tenzij ik het hier achterlaat, zwart op wit, zodat het ergens is, ook als ik het vergeet.
Jan Wolkers schreef het mooier dan ik het kan:
Het is zo lang geleden dat het vergeten had moeten zijn, het is zo vers als een voetstap in het gras, als rook die wegtrekt uit een open raam, dauw die druppelt langs gewas door aarde en stof, een gedachte die niet meer was.
Vandaag dacht ik, op deze dag van de liefde, dat herinneren een vorm van liefde is. Dat het geheugen bewaart wat het hart niet kan loslaten. Mijn grootmoeder is al tweeëndertig jaar dood, maar ergens in mijn hoofd gaat haar telefoon nog over.
Niemand neemt op. Maar het nummer klopt.
Ann De Craemer is a reader-supported publication. To receive new posts and support my work, consider becoming a free or paid subscriber.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.