RSS Amplifier

Eigenwijs brein · Feb 9, 2026

Waarom begrijpt school mijn hoogbegaafde kind niet?

0
Sign in to vote or save

Anna Garssen · Eigenwijs brein

Nog steeds gaat het vaak zo op school: verveelt een kind zich, dan is er iets mis. Ze geven méér werk, sturen het door naar een psycholoog, raden ADD-testen aan, of sturen door naar een workshop ‘leren leren’. Ze doen hun best om te helpen, maar het sluit niet aan bij wat een hoogbegaafd kind écht nodig heeft. En vervolgens voelen het hoogbegaafde kind en de ouders zich onbegrepen.

Waar komt dat onbegrip vandaan? En waarom is het zo moeilijk om de hoogbegaafde leerlingen vanaf het begin van hun schoolcarrière gewoon te zien voor wie ze zijn en daarop in te spelen? Waar gaat het mis?

Waarom begrijpt school mijn hoogbegaafde kind niet? Dit is iets wat ouders van hoogbegaafde kinderen zich met hun handen in het haar afvragen. Want er zijn manieren die vrij simpel kunnen zorgen voor meer passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. Zoals kortere instructies, van tevoren uitleggen wat het nut is van een les, en ruimte bieden om zelf de volgorde van taken te kiezen. Het simpele zit daarbij niet alleen in dit soort praktische aanpassingen, maar ook in de manier waarop de leerkracht met het kind omgaat: aandachtig luisteren, nieuwsgierig blijven naar waarom het kind iets op een bepaalde manier ziet, en steeds even checken of het echt aansluit bij wat het kind nodig heeft.

Maar deze oplossingen dringen lang niet altijd door tot het klaslokaal. Dat komt vooral omdat hier iets speelt wat voor veel leerkrachten best lastig is: een hoogbegaafd kind bekijkt de wereld anders dan zij. De leerkracht kan heel erg z’n best doen om goed voor de hoogbegaafde leerling te zorgen en toch helpen de geboden oplossingen deze leerling niet.

Voorbeeld
Een leerling zegt: “Ik verveel me op school.”
De docent hoort: “Meer doen. Extra werk, pluswerk.”
Het kind voelt vervolgens: “Ze begrijpen me niet en doen maar wat aannames die niet kloppen.”

Zelfde woorden, andere focus. Zolang dat verschil niet wordt gezien, praten ze langs elkaar heen, ook al willen ze hetzelfde: dat het leren zinvol en interessant is.

Wat deze leerling nodig heeft, is dat de docent aan de slag gaat met het waarom: waarom voelt deze leerling zich verveeld? Wat mist hij in de opdracht? Wat zou het voor hem betekenisvol maken? Voor de leerling draait het niet om méér werk, maar om meer begrip en betrokkenheid.

Als docent moet je jezelf steeds herinneren dat het perspectief van dit kind anders is. En andersom geldt hetzelfde: een kind moet leren dat de docent vanuit een ander perspectief naar de situatie kijkt. Maar de docent blijft verantwoordelijk voor passend onderwijs.

Het grootste verschil is dat hoogbegaafden zijn altijd bezig met het waarom en niet-hoogbegaafden niet of veel minder.

Waarom werkt dit zo? Wat betekent dit? Wat zit erachter? Hoe hangt alles samen? Deze manier van denken gaat bij hoogbegaafden automatisch, vaak zonder dat ze het zelf doorhebben. Voor hen is het normaal, voor anderen… niet echt.

Hetzelfde geldt trouwens voor volwassen hoogbegaafden. Hoe vaak denk jij als hoogbegaafde niet: “Als ze gewoon even dit en dat doen, dan is het probleem opgelost!” en zit je vervolgens vol ergernis omdat ze maar niet lijken te begrijpen wat jij zo simpel en helder voor ze neerlegt. Maar vervolgens gebeurt er niets of word jij zelfs als vervelend gezien. “Waarom dan?!” vraag je als je na het werk met een vriendin in een restaurant je frustratie op tafel gooit.

En dat is precies het punt: waarom.

Zoals ik al schreef: hoogbegaafden denken en doen in ‘waarom’. Niet-hoogbegaafden doen dat niet of veel minder. En daar zit het grootste verschil.

Iedereen wordt aangetrokken tot wat ‘ie interessant vindt. Hoogbegaafden ook, maar ze zijn tegelijkertijd bezig met het ‘waarom’ en wat het doet met de wereld om hen heen, wat het teweegbrengt, enzovoort. Hoogbegaafden willen begrijpen hoe dingen in elkaar zitten, onderzoeken achterliggende bedoelingen, zien verbanden en overzien gevolgen. Niet alleen op praktisch niveau, maar ook inhoudelijk, emotioneel en soms filosofisch.

Het denken in waarom maakt dat ze diep betrokken zijn bij alles wat ze doen en meemaken, en dat diepe meeleven versterkt emoties en lichamelijke reacties. Soms leidt het tot heftige emoties, terugtrekgedrag, somberheid, fysieke spanningen, of existentiële vragen. Het is geen stoornis, maar een uiting van hun intensiteit en het voortdurend bezig zijn met betekenis en samenhang. Wat vooral een mooie kracht is. Dat zoeken naar betekenis en samenhang gebeurt vaak vanzelf, zonder dat ze daar bewust voor kiezen.

Voorbeeld
Een ouder bespreekt met de leerkracht dat hun hoogbegaafde kind vaak stil is en weinig laat zien van zijn kennis tijdens de lessen.
De leerkracht hoort: “Hij moet actiever meedoen” en denkt vooral in oplossingen: hoe kunnen we het gedrag veranderen of de les aanpassen?

Het kind en de ouder hebben iets anders nodig, namelijk dat ze in het gesprek praten over het waarom: Waarom is het kind stil? Wat heeft hij nodig om zijn kennis te laten zien? Wat gebeurt er in zijn hoofd waardoor hij op deze manier reageert? Voor hen draait het niet zozeer om gedrag veranderen, maar om betekenis en inzicht.

Omdat mensen op verschillende niveaus naar situaties kijken, kunnen er misverstanden ontstaan. Niet omdat het een het beter of slechter is dan de ander, maar omdat de behoefte anders ligt. Zodra je dat verschil herkent, wordt het vaak makkelijker om elkaar te begrijpen en beter op elkaar aan te sluiten.

Het gaat niet om beter of slechter onderwijs, of om schuld bij school of het kind. Het gaat om een verschil in manier van denken en ervaren. Hoogbegaafde kinderen kijken en voelen op een diepere laag, ze zijn voortdurend bezig met het waarom en de betekenis van wat er gebeurt. Als school zich daar bewust van is en samen met het kind en de ouder onderzoekt wat het kind nodig heeft, ontstaan er verbinding, begrip en passend onderwijs. Het vraagt geduld en bewustzijn van beide kanten, maar met een groot effect.

Verder lezen

Hoogbegaafde leerlingen hebben andere ondersteuning nodig

·

September 23, 2024

Ik schrijf weleens dat het onderwijssysteem niet genoeg past bij hoogbegaafde leerlingen, maar wat kan een docent doen om ervoor te zorgen dat het wél past? Als je het mij vraagt, zou het hele onderwijssysteem op de schop moeten voor alle leerlingen, maar dat is iets voor de lange termijn. Dus hier komt een lijstje:

OVEREXCITABILITIES

·

April 3, 2024

Wat een woord! In het Nederlands is het niet beter. Daar wordt overexcitabilities vertaald als prikkelgevoeligheid genoemd, of hyperprikkelbaarheden, overgevoeligheid, of hoogsensitiviteit. Dus… ik hou het maar bij ‘overexcitabilities’.

Read the original on annagarssen.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.