RSS Amplifier

De onschrijfbare laag · Jan 13, 2026

Een aura waar ik niets van wist

0
Sign in to vote or save

Walter van den Berg · De onschrijfbare laag

Ergens voor de kerst stuurde ik een berichtje naar een aantal mensen die op Substack een nieuwsbrief hebben waar ze regelmatig over literatuur schrijven, met de vraag of mijn uitgever ze een exemplaar van Zanger Ronald zingt de blues mocht sturen, en dan mochten ze zelf weten of ze er iets over zouden schrijven. Daar werd welwillend op gereageerd, maar bij mijn uitgever ging iets mis, waardoor er alleen bij Chrétien Breukers een boek terecht is gekomen.

Voor de ander mensen die ik lastig heb gevallen: jullie exemplaar komt nog.

Chrétien Breukers heeft mijn verzoek serieus opgepakt en heeft vrijwel direct nadat ie het boek binnen had een vernietigende recensie geschreven, in briefvorm.

We hebben contact gehad (vanzelfsprekend, ik had hem een bericht gestuurd), en ik zou hier een reactie op zijn stuk schrijven — lekker literair-polemisch wellicht, of gewoon een buiging van het moede hoofd; ik had wel iets in mijn hoofd, maar: het kwam niet.

Ik bleef hangen bij de regels:

Ten tijde van je debuut hing er een aura om je heen; je werd gezien als een genie, geloof ik, er was iets met je stijl (kaal, of juist niet kaal, geserreerd misschien?) en je debuut was dat van ‘een meester’.

Beste Chrétien, als ik had geweten van dat aura, was ik toen een stuk positiever door het leven gegaan. Volgens mij ben ik nergens een genie genoemd, of daar moet ik overheen hebben gelezen. Ik kreeg, voor zover ik me kan herinneren, één verzamelrecensie in een landelijk dagblad, samen met twee andere debutanten, en de inhoud ben ik eerlijk gezegd een beetje vergeten, maar ik kan me nog wel de teleurstelling herinneren: ik ging er natuurlijk vanuit dat mijn boek alle andere boeken overbodig zou maken, maar dat bleek niet zo te zijn.

Je schrijft ook:

Ik heb een vooroordeel tegen je werk.

Ja, dat blijkt wel. Het is een beetje alsof je de aandacht die ik wel of niet heb gekregen op zo’n manier hebt geïnterpreteerd dat het kinnesinne is geworden. Dat klinkt als een makkelijk verweer van mijn kant, maar je haalt dat vooroordeel er nog een keer bij, en ik heb het idee dat het jou niet lukt een boek te waarderen op zijn eigen zijn. Ik denk dat je mij een beetje een eikel vindt.

Ja, je hebt een literatuuropvatting waar je het boek aan spiegelt, applaus daarvoor, maar tijdens het lezen van je brief (je stuurde ‘m eerst naar mij per mail voordat je ‘m wereldkundig maakte) bekroop mij het gevoel dat een schrijver (want dat ben je, voor de mensen die meelezen en je niet kennen, je hebt een flinke zwik proza en poëzie gepubliceerd) niet zou moeten willen recenseren. Ik liet je brief aan mijn vrouw lezen en ze zei: wat een boze man is dit. Ik denk nu dat er bij schrijvers die recenseren te veel boosheid in de weg zou kunnen zitten.

Maar ja: ik heb er zelf om gevraagd in dat berichtje.

Jan van Mersbergen (je noemt hem in het rijtje sentimentgedreven medeschrijvers) zei ooit dat je stil moet zitten als je geschoren wordt, dus: niet reageren op een recensie. Maar een brief vraagt om een brief terug, hoe zeer ik er ook tegenop zag om hier aan te beginnen — dit was bijna de dood van deze publicatie.

Tja: inhoudelijk kan ik er gewoon niet zo veel mee. Volgens mij struikel je vooral over de stijl, en lees je over de rest heen. Je zegt:

Wie een literaire roman schrijft, doet onderzoek naar de plek waar het verhaal verhardt en tot de kern komt.

Precies dat zit in dit boek, Chrétien, de vonk van dit boek komt uit mijn eigen verleden, en dat zal niet voor iedere lezer zichtbaar zijn — voor de een gaat het over huiselijk geweld in het verleden van de verteller, voor de ander gaat het over liedjes zingen in de kroeg. Jij bent een geoefend lezer, maar dat gekoesterde vooroordeel van je heeft je te hard in de weg gezeten.

Er schuurt iets tussen ons. Je zegt zelf: Ik meen me te herinneren dat ik je debuut niet geweldig vond, en dat jij daar toen boos over was, of minder gelukkig mee.

Dat zou goed kunnen; ik weet het niet meer, maar ik weet nog wel dat ik jou een beetje een eikel vond. Dat gevoel is later weggezakt, en je was uiteindelijk voor mij iemand die op een serieuze manier met literatuur bezig was, en dat vond en vind ik waardevol.

Ik probeer te zoeken naar wat het schurende dan is. Wat boven komt drijven is het verhaal van de krekel en de mier, waar de krekel een flierefluiter is, en de mier hard werkt — ik ben dan de flierefluitende krekel in de literatuur, jij de hardwerkende mier. Ik kom zeurend bij de mier aankloppen, help, ik krijg geen aandacht van de kranten, heb jij nog wat voor me? En dan krijg ik de les gelezen.

Wellicht veelzeggend: het beeld dat ik bij deze klassieke fabel heb, is voor mij dat van een stripverhaal dat ooit in Donald Duck weekblad stond. Jij hebt het ongetwijfeld als klassieker gelezen.

Ondertussen is er nog een mooie recensie in dagblad Trouw verschenen, overigens, en Zanger Ronald zingt de blues is volgens Trouw ontroerend, bij vlagen hilarisch en razend knap geschreven.

Dit meld ik nu niet als sneer naar jou, maar als een licht schaamtevolle terechtwijzing naar mezelf: een beetje lopen klagen over gebrek aan aandacht en dan zulke recensies krijgen.

Trouw schrijft ook nog:

Van den Berg vertelt zijn verhaal vooral in – volkomen geloofwaardige – dialogen. Vaak korte zinnen waarin bijna niets gezegd wordt. Of waarin de personages overal omheen draaien, waarin ze elkaar én zichzelf van alles wijsmaken. Het knappe is dat tegelijkertijd glashelder wordt wáár ze omheen draaien, wáár ze voor weglopen. En hoe triest dat is.

Daar heeft dan misschien geen vooroordeel gespeeld.

Groeten,
Walter

Read the original on vandenb.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.