RSS Amplifier

The Wischfool Post · Aug 4, 2026

Vijf teksten en een mededeling.

0
Sign in to vote or save

Ton de Jong · The Wischfool Post

Voor een grote expositieprint kies ik uit verschillende teksten. Misschien deze vijf. Ze zijn verdrietig maar ze hebben het eerbetoon en de magische overstijging van liefde. En de verzekering van een ongeëvenaarde oplossing. Er komt ook een grote expositieprint met ‘vrolijke’ teksten.
Onderstaande mededeling uit ‘Een sensationele eenzaamheid’ kan zo maar van toepassing worden en dan is deze post er niet meer.
Maar deze mededeling en de andere teksten vind je dan altijd nog in die sensationele eenzaamheid terug. En ze staan allemaal ook in dat boek. :-)

De vijf uitgekozen teksten voor de poster:

IK WEET DAN NIET WAAR IK HEEN MOET GAAN…

Hoe kan dat nou, dacht ze. mijn hele leven heb ik hem gekend, heb ik met hem gesproken, hem vastgehouden. soms zag ik hem bijna iedere dag, soms minder, soms vaker en meer. en nu is hij weg. na zo veel jaren... zonder iets tegen me te zeggen, zonder afscheid. waarom? waarom heeft hij dat gedaan? waarom heeft hij mij zo achtergelaten zonder afscheid van mij. waarom heeft hij de dood gekozen zonder iets uit te leggen, zonder me te waarschuwen, zonder met me te praten, zonder me te troosten? zonder me mee te nemen? als ik dat zou willen… dat ik dat dan zou mogen... hij moest toch weten, dat er nu niets meer is voor mij hier? kon het hem niks schelen dan? wat moet ik nu? wat moet ik nu denken van alles, hoe moet ik hier mee omgaan? ik ben nu leger dan alleen. wat heeft hij nou voor mij overgelaten door niks tegen mij te zeggen, door niets te delen… ik hield van hem, heb altijd geprobeerd hem te helpen met wat hij moest doen. ik dacht dat we kameraden waren. kameraadjes… ik hield van hem, hij was zo belangrijk voor mij. wat hadden wij dan samen, wie was hij dan? hoe kon hij dit doen tegen mij? wat kan ik doen, wat heb ik nog, behalve deze vraag, steeds dezelfde, met steeds andere woorden...
en als ik nu zou gaan, dan moet ik in mijn eentje. en ik weet dan niet waar hij is. ik weet dan niet waar ik heen moet gaan...

En zo zat ze gebogen toen er iemand haar had gezocht en gevonden en vroeg: ken jij hem en hij gaf haar een boek van hem en zij herkende hem. en nooit had ze geweten dat weten zo troostrijk kon zijn.

En later wist zij dat hij haar al had gehaald toen haar leven nog maar net begon.

HET KON INEENS GEBEUREN

het kon ineens gebeuren. het kon iets zijn in een film, of een foto. iets in een boek dat ze las, of de tekst van een lied. dan deed het pijn achter haar ogen en kon ze de langzame tranen niet tegenhouden. niet zo heel veel tranen misschien, en nooit als er iemand bij was. maar ze deden zo’n pijn dan, wat ze voelde deed zo’n pijn. soms ook was het een gedachte die ineens in haar opkwam als ze stil voor zich uitkeek aan tafel, of buiten over de vlakte. of gewoon iets aan het schrijven was. ze stelde zich voor dat hij ergens was. alleen. en dat hij aan haar dacht. en aan hoe onmogelijk het zou zijn. en hoe naïef dapper hij was en hoe hij niets zou laten merken. hoe zou het ook kunnen... zo iets bij je dragen en niets kunnen delen. en dan probeerde ze aan iets anders te denken, maar het beeld liet zich dan niet verdringen. niet zo makkelijk. eigenlijk snapte ze niet hoe het kon dat ze dan toch weer rustig werd en dat de tranen weer verdampten in een mist om haar heen. dat voelde ze dan weer even heel sterk. dat ze nooit meer alles zo duidelijk zag. dat er niets meer echt helder was. het was niet zo dat mensen in haar omgeving dat merkten. misschien heel soms dat iemand iets vermoedde, maar niemand vroeg iets en nooit sprak ze het uit. zoals hij dat ook nooit zou kunnen. en zo was er toch nog een band tussen hen.
zou hij dat weten, vroeg ze zich soms af. hoe groot ook mijn verdriet is? dat ik nooit compleet ben, dat er altijd iets mist... en zou hij dan ook huilen soms, om mij? of zou hij niet weten hoe erg ik hem mis... hoe erg zij hem missen... hoe wij hem missen en hoe wij niks zeggen... waar ben je nu. wat doe je…

IK DACHT ALTIJD DAT ER NU MISSCHIEN IEMAND BIJ ME ZOU ZIJN OM ME GERUST TE STELLEN

leven tussen mensen waarvoor je geen respect meer hebt, dat is niet te doen. ze voelde de moeite die het leven had om door haar lichaam te stromen. soms was ze zo moe dat ze alweer moest gaan liggen vlak nadat ze op was gestaan. dan was ze zo uitgeput en kon ze ineens haast niets meer en was het zelfs haast ondoenlijk om nog twintig meter naar haar bed te lopen, van haar koude plaats in de wintertuin naar binnen en ze vond het dan ook niet vreemd toen ze merkte dat ze aan het sterven was.
zo had ik me dit niet voorgesteld, dacht ze, ik dacht altijd dat er nu misschien iemand bij me zou zijn om me gerust te stellen.
en ondanks alles voelde ze dat ze moest huilen.
maar zo was het ook. het was zoals zij zich had voorgesteld. vlak voordat ze stierf: een warmte, een prachtig licht, en een o zo bekende stem...

EEN KORT BESTAAN OP DE VERKEERDE PLEK

Het meisje droeg een felrood/roze truitje. Zo zichtbaar dat het uitdagend was in deze omgeving. Hier ben ik en zeg er eens iets van als je durft. En die kleur maakte opstandig en dapper duidelijk dat ze overal volkomen buiten viel. Ze was van grote afstand opvallend, viel totaal uit de toon in het dorp waar ze woonde en waar ze nu in haar eentje door de lege straat liep. Alsof ze hier logeerde, een vreemde uit de grote stad. Maar dat was dus niet zo.
Later die middag zag hij haar weer, ze liep de richting van het meer op. En nog later zag hij haar van een afstand op de dijk, weer alleen. Ze deed strek- en zwaaioefeningen in een zwart onderbroekje en een kleine zwarte bh, waarmee zij even daarvoor ook had gezwommen in het meer.
Hoe eenzaam moet zij zijn, dacht hij, hier in dit dorp. Ze was als het laatste wat hij hier had verwacht. Een man kwam langs haar, met een hond, op de dijk. En stopte. Hij zag dat ze met elkaar praatten.
Toen liep de man weer verder en de hond liep mee.

Het was geen eenzaamheid van alleen zijn, het was die fundamentele eenzaamheid van niet thuis zijn in deze wereld. Ze waren hetzelfde in feite, het meisje op die dijk en hij die van een afstand naar haar keek. Dat vage magische trekken voelden ze allebei. Zij had hem ook gezien, in die verder lege straat, een beetje gegroet, wijfelend. En ze zag hem wel kijken op de dijk, maar nooit zou het hier zo zijn dat ze bij elkaar waren. En een leven van ontheemdheid ging zij tegemoet. Een kort onleefbaar leven. Een bestaan op de verkeerde plek.

WAT GEBEURT ER MET DEZE BEELDEN?

de man keek over de vlakte en toen naar de boom naast zich en toen omhoog tussen de takken en de bladeren door naar de blauwe lucht. wat gebeurt er met deze beelden? ik ben op, dacht hij, het kan niet lang meer duren. heeft het nog zin dat ik dit zie? en heeft het nog zin dat ik aan haar denk? het voelt als pas net geleden toen ik haar zag, voor de eerste keer aanraakte... maar het is niet net, het is zo lang geleden en steeds bleef ze bij me in mijn gedachten en in wat we samen hebben gezien en gedaan en nooit vroeg ik me af of dat zin had. en nu, nu voelt het weer zo eenzaam, zo leeg. dat alles weg zal gaan alsof het nooit is gebeurd. ik dacht altijd dat ik het toch nog zou kunnen delen.

de ander keek naar de oude man die niet lang meer zou leven hier. nee, zei de ander, kijk zoveel je kunt, ook naar haar in je gedachten. en voeg toe wat je nog ziet en voel wat je nog ziet, de onvatbare magie.
niets van wat je dierbaar is zal verloren gaan want niets zal er verloren gaan. niets tot het einde aan toe. steeds voller zal het worden met alles dat je nog toevoegt maar er zal geen gewicht zijn.

No posts

Read the original on tondejong.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.