RSS Amplifier

Thomas Milo · Jul 30, 2026

Reactie op de open brief van het Centraal Joods Overleg aan minister-president Jetten

0
Sign in to vote or save

Thomas Milo · Thomas Milo

De brief verzoekt de minister-president zich te distantiëren van uitspraken die Frans Timmermans deed in De Morgen. De kern van het betoog is dat Timmermans de Joodse staat op één lijn heeft gesteld met het naziregime, en Joden met de daders van de Holocaust, en dat dit volgens de IHRA-werkdefinitie antisemitisch is. Bij nadere lezing berust die conclusie op een reeks verschuivingen die de redenering niet kan dragen.

Wat Timmermans zei, is een uitspraak over een redeneervorm. Hij stelde dat rechts en extreemrechts in Israël redeneren dat de Joden alleen kunnen overleven als de Palestijnen verdwijnen, en dat die gedachtegang dezelfde structuur heeft als de naziredenering dat het Duitse volk alleen kon overleven als de Joden verdwenen. Het object van zijn zin is een exterminatoire logica, en hij keert zich tegen beide vormen ervan. Hij vergelijkt twee manieren van denken en veroordeelt ze allebei.

De brief herschrijft dat tot iets anders. Waar Timmermans sprak over de redenering van een politieke stroming binnen Israël, maakt de brief daar de Joodse staat als zodanig van, en vervolgens de Joden in het algemeen. Dat is een stille verschuiving van het onderwerp: van een politieke stroming naar een staat, en van een staat naar een volk. Het is precies dezelfde verschuiving die de brief zelf op de eerste bladzijde terecht verwerpt, waar hij vaststelt dat kritiek op het beleid van de Israëlische regering legitiem is. Wie erop staat dat Israël niet samenvalt met de Joden, kan die gelijkstelling niet in de eigen weerlegging binnenhalen om een analyse als haat te kunnen bestempelen.

Daar komt een tweede punt bij, het bewijs door definitie. De brief beroept zich op de IHRA-werkdefinitie, waarin het vergelijken van Israël met nazi-Duitsland wordt genoemd. Maar een definitie stelt niets vast; ze verplaatst de vraag alleen. Of een vergelijking antisemitisch is, hangt af van wat er feitelijk wordt gezegd, en niet van het feit dat het woord vergelijking in een lijst voorkomt. Timmermans vergelijkt geen slachtoffers met daders. Hij zegt dat een bepaalde overlevingslogica, waarin het eigen bestaan de verdwijning van de ander vereist, in beide gevallen dezelfde vorm aanneemt. Dat is een ontleding van een denkstructuur, geen gelijkstelling van volkeren.

Het meest onthullend is echter de premisse zelf, en die keert zich tegen de briefschrijvers zodra men haar consequent doortrekt. De brief houdt in dat het benoemen van een gedeelde structuur tussen het lot van het ene volk en het handelen dat aan een ander volk wordt toegeschreven, een ontoelaatbare gelijkstelling en een minimalisering is. Neem die maatstaf serieus en pas hem toe op het woord waarmee de brief zelf werkt.

De term Holocaust is in het moderne spraakgebruik niet ontstaan om de Jodenvervolging te benoemen, maar om de uitroeiing van de Armeniërs onder woorden te brengen. De New York Times kopte al op 10 september 1895 Another Armenian Holocaust. In 1911 verscheen in Londen een boek onder de titel The Young Turks and the Truth about the Holocaust at Adana. Churchill en Lloyd George gebruikten het woord in diezelfde Armeense betekenis. Pas in de jaren vijftig en zestig hechtte het zich aan de vernietiging van de Europese Joden. Hetzelfde geldt voor het woord genocide, dat Raphael Lemkin mede naar aanleiding van de Armeense zaak muntte. Beide woorden waarmee wij vandaag de uiterste grens van het menselijk kwaad aanduiden, zijn gevormd om te beschrijven wat de Armeniërs is aangedaan.

Volgens de logica van de brief zou het gebruik van het woord Holocaust voor de Jodenvervolging dan toe-eigening en bagatellisering van het Armeense leed zijn, want de term werd voor de Armeniërs gemunt. Dat is uiteraard een onhoudbare conclusie. En juist dat maakt het een reductio ad absurdum: de premisse van de brief, doorgetrokken tot haar logische conclusie , ontneemt de briefschrijvers een woord dat zij zelf onmisbaar achten. Een maatstaf die dat oplevert, deugt niet.

De vergelijking van historische gruwelen, en het benoemen van een gedeelde logica erin, is geen minimalisering en geen gelijkstelling van personen. Het is de manier waarop mensen het ene verschrikkelijke uit het andere leren herkennen. Dat is wat het woord Holocaust vanaf het begin heeft gedaan, dwars door de volkeren heen, van Adana naar Auschwitz en van daar naar elke volgende zaak waarin iemand de moed heeft te zeggen dat hij het patroon herkent.

De brief doet zo twee dingen tegelijk. Hij verschuift het onderwerp van een politieke logica naar een volk, om een ontleding als haat te kunnen aanmerken. En hij verheft één historische gruwel tot iets dat met niets anders in verband mag worden gebracht, terwijl het woord waarmee die gruwel wordt benoemd juist is geboren uit het in verband brengen. Timmermans ontkende de Holocaust niet en minimaliseerde hem niet. Hij weigerde de les ervan tot één volk te beperken. En die weigering, dat niemand een ander mag wegdenken om zelf te bestaan, is de enige les die de Holocaust werkelijk universeel maakt.

No posts

Read the original on thomasmilo.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.