RSS Amplifier

The News Stack · Jul 20, 2026

De journalistiekopleidingen vernieuwen nog altijd voor gisteren

0
Sign in to vote or save

Bert Kok · The News Stack

  • Journalistieke opleidingen lopen niet vooral achter met nieuwe tools, maar met hun onderwijsmodel. Formats zijn nog steeds het organiserende principe.

  • AI is geen extra leerlijn, maar infrastructuur. Het verandert research, productie, distributie, toetsing en de definitie van journalistieke bekwaamheid.

  • Een artikel, podcast of video bewijst steeds minder wat een student werkelijk beheerst. Onderzoek, keuzes, controle en verantwoordelijkheid moeten centraal staan.

Ruim vier jaar werkte ik aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Na de lancering van ChatGPT, eind 2022, maakte ik daar de doorbraak mee van generatieve AI. In Praatjes vullen geen AI-gaatjes schreef ik over mijn frustraties op dat gebied en de trage reactie van het hoger onderwijs: veel overleg en beleidsverkenning, weinig bouwen, tests en daadwerkelijke verandering.

Afbeelding: ChatGPT

Sinds mijn vertrek ben ik hierover blijven nadenken. Want sneller handelen is niet genoeg. De fundamentelere vraag is waarop opleidingen hun onderwijs baseren: op de journalistieke praktijk die zich nu ontwikkelt, of op de producten en werkwijzen die we al kennen?

Mijn conclusie is ongemakkelijk. Journalistieke opleidingen vernieuwen wel, maar binnen een model dat zelf nauwelijks verandert.

Dat wordt zichtbaar in de aangekondigde vernieuwing van het eerste jaar van de Utrechtse School voor Journalistiek. Volgens de opleiding verandert het jaar ‘volledig’ om geen journalisten van gisteren, maar van morgen op te leiden.

De opvallendste vernieuwing is een project social media van tien weken en tien studiepunten. De andere projecten draaien als vanouds om tekst, video en audio en beslaan eveneens ieder een blok. Daarnaast komen er kennisvakken en meer feedbackmomenten.

Die kennisvakken en feedback zijn zinvol. Maar de architectuur blijft opvallend traditioneel. Het curriculum is nog steeds opgebouwd rond afzonderlijke mediavormen. Social media gelden daarbij als vernieuwing, terwijl ze al vele jaren deel uitmaken van de nieuwsrealiteit en inmiddels zelf ingrijpend veranderen door generatieve AI.

Dit is geen transformatie. Het is bestaand formatonderwijs met een extra kanaal.

AI ontbreekt opvallend genoeg in de beschrijving van het vernieuwde eerste jaar. Dat betekent niet dat de opleiding niets doet. De SvJ ontwikkelt met een Comeniusbeurs een AI-leerlijn, gericht op algoritmebewustzijn voor alle studenten. Dat is waardevol werk.

Juist die aanpak legt echter een structureel probleem bloot. De AI-vernieuwing krijgt vorm in een aparte leerlijn, gedragen door een bevlogen docent en een tijdelijke beurs, terwijl de reguliere curriculumvernieuwing de oude indeling in tekst, audio, video en sociale media intact laat. AI wordt aan het onderwijs toegevoegd, maar verandert de logica ervan nog niet.

Utrecht staat daarin niet alleen. Ook de opleidingsbeschrijvingen van Windesheim en Fontys zijn sterk rond bestaande mediavormen opgebouwd. Windesheim formuleerde wel een bredere AI-visie. Het verschil tussen zo’n visie en de zichtbare curriculumarchitectuur is precies het probleem.

De opleidingen staan niet stil. Ze bewegen alleen langzamer dan het vak, meestal binnen patronen uit het verleden.

Het Nederlandse hbo beschikt sinds 2023 over een landelijk opleidingsprofiel voor journalistiek. Daarin staat Reflectie & Verantwoording centraal, omringd door Publiek & Interactie, Research & Verificatie, Creatie & Productie en Profilering & Innovatie.

Daar zit het probleem niet. Het profiel biedt genoeg ruimte om het onderwijs fundamenteel anders te organiseren. De blokkade ontstaat bij de vertaling naar projecten, vakken, roosters en toetsvormen. Daar winnen herkenbare formats het telkens van nieuwe journalistieke workflows.

Een opleiding die het curriculum ordent rond tekst, audio, video en social media leert studenten in de eerste plaats eindproducten maken. AI grijpt juist in op het hele journalistieke proces. Het helpt bij ontdekken, onderzoeken, verwerken, produceren, personaliseren en distribueren. Tegelijk kan AI fouten introduceren, bronnen verhullen en journalistieke afwegingen aan het zicht onttrekken.

Daarom is een goed artikel niet langer voldoende bewijs dat een student journalistiek kan bedrijven.

In Journalistiek wordt infrastructuur of grondstof beschreef ik hoe antwoordmachines en agents zich tussen redactie en publiek nestelen. AI is daarmee geen los hulpmiddel, maar een onderliggende laag voor research, productie, ontsluiting, distributie en gebruik.

Voor opleidingen heeft dat een harde consequentie. Een aparte AI-leerlijn heeft alleen betekenis wanneer die door het hele curriculum loopt. Anders voegen opleidingen opnieuw een onderwerp toe terwijl de onderliggende structuur ongewijzigd blijft. Dat is alsof het internet ooit in één project was ondergebracht en de rest van het onderwijs hetzelfde was gebleven.

Infrastructuur moet bovendien letterlijk worden genomen. Studenten en docenten hebben veilige toegang nodig tot verschillende modellen, API’s, eigen databronnen, retrievalsystemen, logging en ruimte om te experimenteren. Zonder die voorzieningen blijft AI-onderwijs steken in demonstraties en promptlesjes.

Een toekomstbestendig curriculum heeft drie lagen nodig.

De eerste is een harde journalistieke kern: vragen formuleren, bronnen beoordelen, claims verifiëren, context aanbrengen en keuzes verantwoorden. Studenten moeten journalistieke waarden kunnen toepassen, niet alleen benoemen.

De tweede laag bestaat uit veranderende praktijken, van OSINT en data-analyse tot AI-agents, synthetische media en nieuwe distributie-interfaces. Deze laag moet ieder semester kunnen worden aangepast.

De derde laag is technologisch oordeelsvermogen. Studenten moeten een onbekend systeem kunnen onderzoeken, testen en begrenzen. Dit is vergelijkbaar met de opleiding tot piloot: die leren exact wanneer ze op de automatische piloot kunnen vertrouwen, wanneer absoluut niet, en waarom. Op dezelfde manier moeten studenten journalistiek leren bepalen wanneer een technologische toepassing bruikbaar is, waar menselijke controle nodig blijft en wanneer het gebruik ervan simpelweg onverantwoord is.

Een studie onder Amerikaanse journalistiekstudenten laat zien waarom dat nodig is. Studenten beschouwen taalmodellen als onvermijdelijk, maar begrijpen vaak onvoldoende hoe die tot antwoorden komen. Ze kunnen de toepassing bedienen, maar nog niet goed beoordelen.

AI zet niet alleen de bewijskracht van het journalistieke eindproduct onder druk, maar ook die van het portfolio en het bijbehorende eindverslag. Studenten kunnen AI gebruiken bij analyse, structuur, formulering en reflectie. Achteraf is daardoor moeilijk vast te stellen welke inzichten en afwegingen werkelijk van henzelf zijn.

Bij de Utrechtse School voor Journalistiek kijkt de toetsing verder dan het eindproduct. Portfolio, presentatie en criteriumgericht interview worden integraal beoordeeld, en studenten moeten onder meer hun researchkeuzes, werkwijze en reflectie verantwoorden. Maar ook die opzet biedt geen sluitende controle. Er is veel te weinig tijd om bij een omvangrijk portfolio systematisch vast te stellen wat een student zelfstandig beheerst, welke rol AI heeft gespeeld en of de verantwoording zelf betrouwbaar is.

Hoe andere journalistiekopleidingen dit precies toetsen, verschilt mogelijk en vraagt apart onderzoek. De bredere opgave blijft echter dezelfde: opleidingen moeten niet alleen het eindresultaat beoordelen, maar ook kunnen reconstrueren hoe het werk tot stand kwam. Dat vraagt om tussentijdse toetsmomenten, controleerbare bron- en versiegeschiedenis, observatie van werkprocessen en mondelinge verdediging op meerdere momenten. Anders kan een overtuigend portfolio meer zeggen over de kwaliteit van de ondersteuning dan over de bekwaamheid van de student.

De oplossing is niet een terugkeer naar uitsluitend afgesloten examens. Journalisten werken in de praktijk ook met bronnen, collega’s, databanken, software en AI. Opleidingen moeten zelfstandige basisbeheersing daarom combineren met authentieke opdrachten waarin studenten AI juist wel gebruiken.

Dat vraagt om minder nadruk op losse eindproducten en meer op onderzoeksdossiers, bronverantwoording, redactievergaderingen, versiegeschiedenis, mondelinge verdediging en reconstructies van beslissingen. De Australische onderwijsautoriteit TEQSA pleit in haar kader voor toetsing in het AI-tijdperk eveneens voor een programmabrede aanpak.

De toetsvraag is dan niet alleen: heeft de student dit zelf gemaakt? Belangrijker zijn de vragen: hoe kwam het werk tot stand, welke keuzes zijn gemaakt, wat is gecontroleerd en waarvoor neemt de student verantwoordelijkheid?

Dat is geen soepelere norm. Het is een zwaardere.

Deze verandering vraagt niet alleen om extra tijd en capaciteit, maar vooral om scherpe keuzes. Opleidingen kunnen niet alles blijven toevoegen aan een curriculum dat al vol zit. Vernieuwing betekent daarom ook dat verouderde onderdelen verdwijnen, projecten worden samengevoegd en bestaande toetsvormen plaatsmaken voor betere.

Dat kan niet afhankelijk blijven van enkele enthousiaste docenten, tijdelijke subsidies en losse experimenten. Opleidingen hebben een permanent curriculumteam nodig dat onderwijs ontwikkelt en test, prioriteiten stelt en bevoegd is om onderdelen te schrappen. Docenten hebben structurele ontwikkeltijd en gezamenlijke toetskaders nodig.

Vooral moeten opleidingen stoppen met mediavormen als ruggengraat van het curriculum. Tekst, audio en video verdwijnen niet, maar het zijn outputvormen. Ze bieden niet langer een adequate ordening van het beroep.

Journalistieke opleidingen zijn niet hopeloos verloren. Maar hoop is geen strategie. Wanneer een opleiding in 2026 social media presenteert als de grote vernieuwing van het eerste jaar, is dat een serieus waarschuwingssignaal.

Een curriculum kan op papier volledig nieuw zijn en toch oud blijven in z’n logica.

De journalist van morgen onderscheidt zich niet door ieder format te beheersen, maar door waarheidsvinding, redactioneel oordeel en verantwoordelijkheid overeind te houden terwijl tools, interfaces en workflows voortdurend veranderen.

Daar moet het journalistieke onderwijs nu omheen worden gebouwd. Niet bij de volgende curriculumherziening, maar vandaag.

Read the original on thenewsstack.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.