The devil’s right there, right there in the details…
Aldus de singer-songwriter Fink in het prachtige nummer ‘Looking too closely’.
Soms zit ik na te denken over het thema van een nieuwsbrief. En staart het thema mij eigenlijk al een hele tijd aan. Mijn verhaal over de laatste dagen in de Provence en de Drôme nog eens nalezend, sprong het opeens naar voren.
In die vakantie zat de schoonheid vaak in het kleine. We hebben overweldigende natuur gezien. De synclinale vallei van Forêt de Saou, de hanenkammen van de Baronnies Provençales, de Gorges de la Nesque en ga zo maar door.
Toch zat het m in die mooie irissen langs de weg. Een net wat verschoten luik in Saignon met rode rozen er omheen. Een steegje omzoomd met bloemen. Taferelen waar je even bij stil staat. Die zich niet opdringen.
En zo is zo’n vakantie ook een metafoor voor het leven. Het mooie zit m in de kleine dingen. Waarbij het belangrijk is om ze op te merken.
Door de tijd te nemen. Niet teveel te haasten. Agenda’s niet overvol te stouwen. Zowel op het werk als privé. Dat geeft kwaliteit.
Je merkt daardoor op dat die collega toch even aarzelde toen je iets zei. En het is handig om dat nog even na te vragen. Het valt opeens op hoe mooi die plant in je tuin bloeit. Hoe prachtig de kleuren in het zonlicht zijn.
De zomervakantie is ook niet ver weg meer. En ook daarin doen de details ertoe.
Het is daarom goed om de komende weken even goed alles te checken. De tent weer even uit te leggen. Kijken of er geen schimmel in zit. Even alle kampeerbenodigheden checken. Dat lijstje wat jullie vorig jaar tijdens de vakantie hebben gemaakt, wat nog nodig is, even nalopen. Je kent het wel!
Allemaal ook zo leuk om te doen. De lol en ontspanning begint daar al!
In het Peak District zat de schoonheid ook vaak in het kleine. Meestal een dale die we indoken. Op een weg of tijdens een wandeling. Waar opeens alles veranderd. Van vergezicht naar rotswand. Inmiddels heb ik ook mijn eerste blog over het Peak District op mijn site gezet.
Deze eerste blog gaat over de prachtige wandeling die we onze afgelopen herfstvakantie maakten door Dovedale.
Lees de blog via onderstaande link!
Daarvoor moest ik ook zoals altijd een pagina aanmaken van deze streek, waar straks alle blogs over het Peak District komen te staan. Daarop vind je veel algemene informatie over deze bijzondere streek! Klik voor de streekinformatie op onderstaande link!
Hieronder vertel ik je over het laatste deel van onze vakantie in de Drôme en de Provence. Waarin we vanuit de Provence uiteindelijk weer terugkomen in de Drôme.
Aanvankelijk wilde ik de Colorado Provençal bij Rustrel nog bezoeken. Na de okerkleurige wonderwereld van Roussillon (lees via de link mijn vorige nieuwsbrief hierover) voelen we niet de behoefte om nóg een keer door rode zandsteen te wandelen.
In plaats daarvan richten we ons volledig op de Luberon zelf. Op de dorpjes. Op de wegen. Op het landschap.
Saignon
De eerste stop is daarom de volgende dag Saignon.
Soms klopt een plek gewoon. Saignon is zo’n dorp. Niet het beroemdste dorp van de Luberon. En misschien juist daarom.
De huizen dragen precies de juiste kleuren. Overal bloeien bloemen tegen oude muren. Trapjes verdwijnen tussen gevels. Steegjes eindigen in kleine pleintjes met uitzicht over het dal.
We dwalen zonder plan. Dat blijkt steeds vaker de beste manier om deze streek te ontdekken. De Rue de l’Horloge in. Waar we bovenaan opeens op een vergezicht getrakteerd worden.
En weer terug. Om even stil te staan op het heerlijk plein middenin het dorpje.
Via de D232 rijden we verder. Een weg die voortdurend uitzicht geeft op het dal van de Luberon en de altijd aanwezige Mont Ventoux aan de horizon.
Daarna volgt de D113, een smaller weggetje dat zich door een mooie kloof wurmt.
Vlak na Buoux valt op hoe bijzonder de geologie van de Luberon is. De rotsen lijken alsof ze achteloos op elkaar zijn gestapeld. Alsof een reus ze ooit heeft neergegooid en vergeten is.
In werkelijkheid zijn het enorme kalksteenlagen die tijdens het ontstaan van de Alpen zijn geplooid en gebroken. Overal zie je de breuklijnen terug.
Maar opnieuw zijn het niet de grote vergezichten die de meeste indruk maken. Het zijn de kleine dingen.
De Provence is kleiner dan de Drôme. De bomen zijn kleiner. De struiken zijn kleiner. Zelfs de bloemen lijken dichter bij de grond te blijven. Maar daardoor vallen ze juist meer op. Overal bloeit iets. Witte bloesem. Gele brem. Paarse irissen. Rode klaprozen.
De natuur zit hier niet alleen in het landschap. Ze zit overal.
Forêt des Cèdres
Bij de Forêt des Cèdres maken we een korte wandeling. Nadat we op de parkeerplaats in de schaduw even hebben gelunchd. Dat is ook best nodig die schaduw, want het is toch best warm.
We wandelen eerst door een schaduwrijk dal tussen steeneiken, olijfbomen en lage mediterrane begroeiing. Daarna stijgt het pad met enkele korte haarspelden omhoog naar het uitzichtpunt van Le Portelas.
Daar opent zich voor ons het dal van de Durance. In de verte tekenen de Alpilles zich af tegen de horizon. En ergens links daarvan ligt de Montagne Sainte-Victoire verborgen tussen andere heuvelruggen.
De beroemde ceders zelf blijken minder indrukwekkend dan gehoopt. Maar goed, niet alles hoeft een hoogtepunt te zijn…
Bonnieux
Dat geldt eigenlijk ook voor Bonnieux. Het dorp geldt als een van de grote sterren van de Luberon. De luxe hotels en goede restaurants verraden dat direct.
Toch mist het voor ons iets van de charme van Saignon. Dat neemt niet weg dat het leuk blijft.
Het mooiste is om boven te beginnen, bij het kerkje aan de Rue du Castellas. Van daaruit dalen we langzaam af door de wirwar van straatjes.
Uiteindelijk komen we uit op de Rue de la République. Vervolgens stijgen we via de Rue Droite weer wat omhoog naar de parkeerplaats aan de Chemin de Croix.
De Rue Droite is misschien wel het mooiste straatje van het dorp. Zo bewaren we het beste voor het laatst.
Tegen de avond keren we weer terug naar Camping Le Luberon bij Apt. Een rustige camping tussen de bomen.
Geen camping die zichzelf nadrukkelijk op de voorgrond plaatst, maar wel precies het soort plek waar dagen ongemerkt in elkaar overlopen.
De volgende ochtend rijden we naar Gordes. Althans, dat proberen we…
Al voor we het dorp bereiken zien we waarom het op vrijwel iedere ansichtkaart van de Provence staat. Gordes ligt schitterend tegen een heuvel geplakt. Maar het is marktdag. De parkeerplaatsen zijn overvol.
Dus bekijken we Gordes grotendeels vanuit de camper. Mooi? Absoluut. Maar net als in Bonnieux bekruipt ons het gevoel dat het dorp misschien een beetje slachtoffer is geworden van zijn eigen schoonheid.
Rond Gordes verandert ook de geur van de Provence.
De kruidige geur van olijfbomen blijft aanwezig, maar krijgt gezelschap van iets zoeters. Alsof er rozen aan zijn toegevoegd. We vermoeden dat het de brem is, die overal langs de hellingen in bloei staat.
Het ruikt alsof de lente hier een parfum draagt.
Via de smalle D177 rijden we naar de Abbaye de Sénanque.
Vijfentwintig jaar geleden was ik hier voor het laatst. Sommige plekken blijken kleiner wanneer je terugkomt. Andere groter. Sénanque behoort tot die laatste categorie.
De beroemde lavendelvelden zijn nog groen. Geen paarse ansichtkaart dus, zoals de abdij vaak staat afgebeeld.
De abdij zelf blijft indrukwekkend. Vooral de kloostergangen. Een kleine binnentuin wordt omringd door rijen van dubbele zuilen, waarvan geen enkele precies hetzelfde is.
Alles ademt rust. Ontroerende eenvoud.
Later die dag rijden we door de Monts de Vaucluse via de D177. Een onverwacht mooi gebied. Kloven, rotswanden en overal die typische kalksteenformaties die lijken opgebouwd uit enorme gestapelde blokken.
Die blokken zijn deels afgerond. Deels ruig en ongepolijst. Met ook hier de typische ronding die een rivier ooit heeft gemaakt, zoals we in de Gorges de la Nesque en Toulerenc ook zagen.
Beaumes-de-Venise
In de middag bereiken we Beaumes-de-Venise. Het dorp staat bekend om zijn beroemde Muscat. De wijngaarden liggen hier letterlijk tot aan de huizen.
Via de Rue de la République klimmen we omhoog. Die gaat ongemerkt over in de Grand Rue. Hier lijkt extra aandacht besteed aan bloemen, planten en het opknappen van de historische gevels.
Misschien niet het mooiste dorp van de streek, maar wel een dorp met karakter. Een dorp waar nog gewoon geleefd wordt.
We rijden na een heerlijk ijsje te hebben gegeten met cappuccino verder naar onze camping voor deze nacht.
Achter Beaumes ontwaren we nu voor het eerst de contouren van de Dentelles de Montmirail. Wonderlijke Tanden. Een betere naam hadden ze niet kunnen bedenken. Onze bestemming voor morgen.
We verblijven we op Camping Le Bouquier. Een verzorgde camping net buiten een dorp. De plaatsen liggen wat strak tussen heggen en daardoor oogt het geheel iets georganiseerder dan we gewend zijn. Maar het sanitair is uitstekend en vanaf de hogere plekken kijken we prachtig uit over de omgeving.
De volgende dag rijden we die Wonderlijke Tanden in. De hanenkammen die we eerder in de Drôme zagen, lijken hier alsof iemand ze schots en scheef in het landschap heeft gezet. Alsof het gebit niet helemaal recht meer staat.
Suzette
Via Malaucène en Suzette rijden we tussen wijn- en olijfgaarden door. Suzette is een gehucht dat naar beide kanten uitzicht geeft. Op de Dentelles aan de ene kant en natuurlijk weer die Mont Ventoux aan de andere kant. De berg met wie we deze hele vakantie een dans uitvoeren.
De Dentelles zijn niet alleen een berglandschap. Ze zijn ook een wijnlandschap. Overal liggen domaines, châteaux en proeflokalen.
Namen als Vacqueyras en Gigondas staan hier niet alleen op plaatsnaamborden, maar ook op wijnetiketten die de hele wereld over gaan.
Gigondas
Gigondas blijkt een van de mooiste verrassingen van de dag.
Het dorp voelt rijker dan de meeste plaatsen die we eerder bezochten. De wijn heeft hier zichtbaar welvaart gebracht. Maar het dorp draagt die rijkdom licht. Smalle straatjes slingeren omhoog tussen zandkleurige huizen met gekleurde luiken.
Ook hier is het devies: neem een steegje omhoog en je valt van het ene mooie beeld in de andere.
Séguret
We vervolgen onze weg via de D79, D7 en de D23 naar nog zo’n Wonder van de Dentelles: Séguret. Misschien wel het mooiste dorp van de hele reis. Of is dat toch Saignon? Of Montbrun-les-Bains?
Dit is nog meer dan de anderen een oud vestingstadje. Met aan het begin en einde een poort en er boven vanzelfsprekend een kasteel. Séguret klinkt dan ook niet voor niks als Securité… veiligheid.
Séguret kan je verkennen door de pijlen te volgen, waarvan de eerst in de poort onderaan de Rue des Poternes staat. Die straat pakken we ook.
Een smal straatje met leuke zandkleurige huizen, met mooi gekleurde luikjes en overal weer planten en bloemen.
Je snapt inmiddels het idee…
Dit is de Provence op zijn top! Mooi, romantisch een tikje verval, maar in dit geval zeker niet teveel.
We pakken weer een steegje omhoog en komen zo op de Chemin de l’Auteret. Waar ook het kerkje staat. Dat stelt niet veel voor.
Wij pakken er tegenover weer een steegje naar beneden. En komen zo weer terug in de Rue de Poternes. Om daar de andere poort te verkennen.
Aan deze kant zitten een paar leuke restaurants. Waarvan vandaag alleen Côté Terrasses open is. Daar eten we heerlijk en op een mooi terras overgroeid met mooie bloemen. Er naast zit Mésclun. Ook een aanrader.
We slenteren terug via de Rue de Poternes om de D938 naar Nyons te pakken.
In Nyons stroomt de Eygues onder een Romeinse brug door. Die rivier is een oude bekende. Van een paar dagen geleden. Toen we onderweg waren naar Buis-les-Baronnies.
Vanaf de Place du Docteur Bourdongle wandelen we de stad in. Via de Rue de la Résistance, de Rue de la Fraternité en uiteindelijk de Rue de la Liberté. Alsof de Franse Revolutie hier haar eigen stadswandeling heeft ontworpen.
Pas boven in de oude wijk wordt Nyons echt mooi. Via de bijna volledig overdekte Rue des Grands Forts en de Rue de la Chapelle bereiken we de Tour Randonnée.
Een bijzondere gotische toren die ergens het midden houdt tussen een belfort en een kapel.
We dalen weer af via de Rue des Petits Forts. Beneden stroomt de Eygues onder de oude Romeinse brug door. Mensen zitten op kleine strandjes langs de rivier. De zomer lijkt hier al begonnen.
Wij koersen via de D538 naar onze camping en Rousset-les-Vignes. Dat is een piekklein dorpje met een leuk straatje, maar na al het moois van vandaag, valt dit iets in het niet.
Onze camping voor deze laatste nacht in de Drôme is Camping Terrasses Provençales.
Een kleine terrassencamping met zwembad, restaurant en uitzicht over de omliggende heuvels. Tot onze verbazing beschikken we zelfs over privé-sanitair. Voor vijfentwintig euro per nacht voelt dat bijna als valsspelen.
De volgende ochtend begint de terugreis. Of beter gezegd: het begin van de terugreis.
Want eerst wacht nog één dorp. Le Poët-Laval.
Vanaf de parkeerplaats lopen we door een veld vol bloemen richting de oude straatjes. Een bruggetje. Een pad. Een korte klim. En dan zijn we er.
Via de Rue des Remparts en de Rue du Château dwalen we omhoog langs oude muren, bloemen en kleine doorkijkjes. Het kasteel boven het dorp werd ooit gebouwd door de Hospitaalridders van Sint-Jan. Die we kennen van de Commanderie van Sint-Jan uit Nijmegen.
Maar net als gisteren in Séguret blijkt ook hier dat het mooiste niet één gebouw is. Het is het dwalen zelf.
En misschien is dat uiteindelijk wat deze reis zo bijzonder maakte. Niet de grootste kloof. Niet de hoogste berg. Niet het beroemdste dorp. Maar die opeenvolging van kleine indrukken.
Een Judasboom in bloei. De geur van olijven en brem. Een kloostergang in Sénanque. Een terras in Séguret. Een veld vol bloemen in Le Poët-Laval.
En ondertussen ontdekken dat het leven zich meestal juist in die kleine dingen verstopt.
Ik hoop dat je weer hebt genoten van mijn verhalen. En weer nieuwe inspiratie hebt voor jouw volgende vakantie. Hoe dan ook is de volgende vakantie vast ook in aantocht voor jou! De zomer staat bijna voor de deur!
Veel leesplezier! En alvast een goede voorbereiding op jouw vakantie!

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.