RSS Amplifier

Ralph Aarnout · Jun 26, 2026

Wijze lessen

0
Sign in to vote or save

Ralph Aarnout · Ralph Aarnout

Omdat ik niet wist met wie ik op vakantie kon of wat ik die weken anders met mezelf aan moest, nam ik in de zomervakantie van 1998 een baantje als vuilnisman. Mijn eerste jaar als student Nederlands zat erop, ik had negen maanden boeken zitten lezen, rode wijn zitten drinken en vage gesprekken zitten voeren op mijn studentenkamertje. Nu moest ik maar eens bewijzen dat ik ook vies werk kon doen en vroeg uit bed kon komen.

Ik herinner me nog hoe ik de hemel zag verkleuren toen ik in alle vroegte industrieterrein Heerenveen-Noord op fietste, want ik werd inderdaad op tijd verwacht, en ik herinner me nog hoe mijn collega bij onze kennismaking op mijn brooddoos tikte. Die kon ik wel thuislaten. Waarom? Dat zou ik nog wel zien.

Mijn collega’s, mijn bazen natuurlijk, waren twee zwijgzame broers uit Drachten, Jelte en Gurbe, die hun eigen ophaalroute en hun eigen, gloednieuwe vuilniswagen hadden. Ze namen om de beurt vakantie, zodat ze hun auto zelf in beheer hielden. Met een schilderkwast maakten ze onder het rijden het dashboard schoon. Aan het eind van elke werkdag kwamen er een microvezeldoek en een kruimeldief uit het dashboardkastje en begon er een Fries-boeddhistisch reinigingsritueel.

Met Marco Borsato op de radio reden we door de meren- en de bosgebieden van Friesland om op campings en bij middenstanders containers te legen. Van die grote stalen gevallen. Mijn taak bij aankomst: naast een container gaan staan, aanwijzingen geven bij het achteruitrijden, waar nodig een container een zetje geven – en op een knop drukken. De vrachtwagen deed de rest.

De zon die opkomt boven de Langweerder Wielen, de verende stoelen, de geweldige geluidsinstallatie, de kronkelende weggetjes naar boscampings. Ik denk vaak terug aan de zomer van 1998. Veel zeiden Jelte en Gurbe niet, maar wat ze zeiden maakte meer indruk dan wat ik over Hooft en Huygens had geleerd. ‘We rijden voor de stank uit.’ ‘Haast gaat je niet helpen.’ ‘Warmte zit tussen de oren.’

Aan sommige wijze lessen hoefden ze geen woorden vuil te maken. Bijvoorbeeld dat je vanzelf een broodje bal of een zak krentenbollen aangeboden krijgt als je rond het middaguur de containers bij een bakker of een wegrestaurant komt legen. Na mijn eerste dag nam ik geen brooddoos meer mee. Een flesje water was genoeg, en het vertrouwen dat je als vuilnisman overal als een vorst wordt onthaald.

Read the original on ralphaarnout.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.