Met leuzen als “Wij zijn Nederland” en “Wij willen ons land terug” verstoorden relschopper het Elsfest, een anti-immigratie betoging op het Malieveld. Alle politieke partijen veroordeelden het geweld, en vorige week debatteerde de Tweede Kamer over de motieven van de relschoppers: rechtse partijen deden het af als niet-politiek hooliganisme, terwijl linkse partijen opperden dat de retoriek van rechtse politici een directe aanleiding was voor de rellen.
Maar de rellen waren niet louter hooliganisme noch alleen maar aangestoken door de retoriek van extreem-rechtse politici. De rellen, en het publieke debat dat daarop volgde, legden de kern bloot van de opkomst van extreem-rechts bij ons, in andere Europese landen en in de VS. De opkomst is een reactie, vooral van misnoegde mannen, op veranderende normen in onze Westerse samenleving.
Deze post gaat over deze veranderende normen. Normen spelen een belangrijke maatschappelijke rol. Ze horen bij wat economen “instituties” noemen. Voorbeelden van instituties zijn het contractenrecht waardoor we deals kunnen sluiten in markten gedreven door vraag en aanbod; collectieve arbeidsovereenkomsten of de sociale zekerheid; en dus ook normen zoals de verwachting dat vooral vrouwen verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van de kinderen, en daarbij een stap terugzetten op de arbeidsmarkt.
In deze post:
Veranderende normen en de opkomst van extreem-rechts
Er komt geen terugkeer naar oude normen
De weg vooruit
In 2023 won Harvard econome Claudia Goldin de Nobelprijs voor haar werk over de rol van vrouwen in de samenleving. In de lezing naar aanleiding van de Nobelprijs legt Goldin uit hoe de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt is veranderd doorheen de tijd. Ze gebruikt daarvoor deze figuur:
Van 1790 tot 1910, tijdens de Industriële Revolutie, daalde het percentage van getrouwde vrouwen die een betaalde baan hadden. Door uitvindingen als stoomkracht, sterk staal, en elektriciteit veranderde de samenleving van een agrarische naar een industriële economie. Kinderarbeid werd verboden en onderwijs werd belangrijk. Vooral van vrouwen werd verwacht dat zij zorgden voor de schoolgaande kinderen en het huishouden, terwijl de mannen buitenshuis gingen werken.
Vanaf 1910 nam de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt terug toe. Vrouwen kregen steeds meer toegang tot onderwijs, en vandaag zijn vrouwen gemiddeld hoger opgeleid dan mannen. Ook zijn steeds meer vrouwen banen gaan doen in dienstensectoren als onderwijs, de zorg en de sociale zekerheid, vooral na de Tweede Wereldoorlog.
Een belangrijke oorzaak voor de toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen is de verandering van de norm dat de vrouw thuisblijft naar de norm dat ook vrouwen carrière kunnen maken net als mannen. Goldin noemt deze normverandering de “Stille Revolutie”.
Deze Stille Revolutie heeft ook voordelen voor mannen. Een basisprincipe in de economie is dat iets in waarde stijgt als het relatief schaarser wordt. Als er meer vrouwen met banen zijn dan worden mannen relatief schaarser op de arbeidsmarkt en stijgt de vraag naar mannen. Zo maken meer vrouwen in de zorg die zorg betaalbaarder, en daar profiteren ook mannen van.
Economen noemen dit principe de “complementariteit van het aanbod” (of “q-complementarity” voor de specialisten). Als het aanbod van vrouwen op de arbeidsmarkt toeneemt, neemt ook de vraag naar mannen toe. Hetzelfde geldt voor arbeidsmigratie: als arbeidsmigratie toeneemt, neemt ook de winst van Nederlandse bedrijven en de arbeidsvraag naar niet-immigranten toe.
Maar ondanks deze duw in de rug schuurt de Stille Revolutie bij sommige mannen. Zij willen terug naar de oude norm van tijdens de Industriële Revolutie, waarin de man de kostwinner is en de vrouw zorgt voor huis en haard. Deze mannen worstelen met de toegenomen onafhankelijkheid van vrouwen, zowel op de arbeidsmarkt als in relaties. Ze worstelen met hun verloren status tegenover vrouwen, immigranten, of anders-gelovigen.
2. Er komt geen terugkeer naar oude normen
De volgende figuur komt opnieuw uit de Nobelprijs lezing van Goldin en is een illustratie van de bovenstaande figuur aan de hand van echte data:
Op de horizontale as staat het gemiddeld inkomen in een land. De verticale as toont de werkgelegenheidsgraad van vrouwen in elk land. Naarmate een land zich ontwikkelt van een maakindustrie naar een diensteneconomie neemt de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt toe. Stille Revoluties en economische ontwikkeling gaan dus hand in hand. Tenzij Nederland om één of andere ondenkbare reden terugkeert naar de ontwikkelingseconomie die het 150 jaar geleden was, komen de oude normen niet terug.
Het is meer waarschijnlijk dat de Stille Revolutie zich nog doorzet, want er is nog een lange weg te gaan voor er normengelijkheid is in onze samenleving. Zo blijkt uit onderzoek dat het nog steeds normaal is dat vrouwen een stap terugzetten op de arbeidsmarkt als ze kinderen krijgen, en dat ze deze zorg combineren met een parttime baan waarin carrière maken moeilijker is. Een ander voorbeeld komt uit data over speed dating: mannen vinden intelligente vrouwen die carrière willen maken minder aantrekkelijk. Eenzelfde norm blijkt ook uit onderzoek dat vrouwelijke universiteitsstudentes opzettelijk minder goed presteren als hun gedrag wordt geobserveerd door mannelijke medestudenten. Uit nog ander onderzoek blijkt dat in veel gezinnen het not-done is dat de vrouw meer verdient dan de man.
3. De weg vooruit
Een deel van de jonge mannen worstelt dus met meer normengelijkheid in onze samenleving. Het antwoord van rechtse politici is om in te spelen op hun onvrede en deze zelfs nog te vergroten. Dat levert deze rechtse politici veel stemmen op, maar hun beleid biedt geen oplossingen. De “grenzen volledig dichtgooien voor jonge mannelijke gelukzoekers die onze huizen, uitkeringen en vrouwen inpikken”, zal de onvrede van de Elsfest demonstranten niet oplossen.
Hoe komen we dan tot echte oplossingen? De woningnood moet worden aangepakt. Banen in het onderwijs of de zorg kunnen aantrekkelijker worden gemaakt voor jonge mannen, en de overheid, werkgevers en vakbonden kunnen daarbij helpen. Er kan meer worden geïnvesteerd in vaardigheden die nodig zijn voor de banen die de veranderende economie creëert, en toegankelijker hoger onderwijs en beroepsopleidingen kunnen daartoe een belangrijk middel zijn.
Echte oplossingen omarmen normengelijkheid zonder dat daarbij grote groepen van de samenleving zich gaan voelen alsof ze tweederangsburgers zijn. Er is geen enkele reden waarom we dit niet zouden kunnen doen, want wij zijn Nederland.
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.