In maart van dit jaar kreeg ik vanuit Amnesty International Nederland de kans om samen met twee geweldige vrouwen te vertellen waarom het zo belangrijk is dat er adequate wetgeving komt voor psychisch partnergeweld. We kregen elk 3 minuten spreektijd. Een kans die je met beide handen aan moet grijpen, natuurlijk, en de grote vraag: hoe benut je die drie minuten zo goed mogelijk? Hoe maak je duidelijk wat er aan de hand is? Bij deze de mini-speech waar ik op uit kwam. TW: het wind er geen doekjes om (omdat ik dacht: de functie is dat het moet binnenkomen bij de politici, dus ik heb geen tijd voor verzachtende woorden).
Een samenleving is gebouwd op vertrouwen. Het vertrouwen dat je op een normale manier met elkaar omgaat. Het vertrouwen dat je veilig bent. Het vertrouwen dat als er iets gebeurd wat niet goed is, dat je dat kan zeggen, dat je dan geholpen wordt, en dan in veiligheid wordt gebracht.
Ik sta al een tijdje aan de andere kant. Aan de andere kant staan mensen die het vertrouwen voor een overgroot deel zijn verloren. Het vertrouwen in een goede afloop, vertrouwen in hulp, in betekenis. Hoe leg je een goede afloop uit aan een vrouw wiens dochter met 36 messteken is vermoord tot het bloed op het plafond zat, en toen ook nog haar keel is doorgesneden, gewoon, voor de extra?
Hoe leg je vertrouwen uit aan een vrouw die door haar partner in een kliko is gezet? Die bloedend naar de politie durft te gaan, maar daar hoort dat haar wonden niet erg genoeg zijn voor een aangifte, en dat de politie haar veiligheid niet kan garanderen, dus, ja, tot ziens mevrouw?
Je vertrouwt erop dat iemand een relatie met je aangaat omdat diegene bij jóu wilt zijn. Je vertrouwt erop dat je weg kan als je dat wilt. Je vertrouwt erop dat, als je vriend dan tegen je zegt dat hij zo gelukkig is nu, dat hij niet weet wat hij zonder je zou moeten, dat als jij bij hem weg zou gaan hij voor de trein zou springen, dan vertrouw je erop dat dat een stomme grap is, en je legt uit dat dit niet iets is om grapjes over te maken. Maar hij meent het. Jij bent nu het belangrijkste voor hem. En als je dat beklemmend vind, een grote verantwoordelijkheid, als je moet huilen omdat het nogal verdrietig is dat degene van wie je bent gaan houden dood wilt, dan vertrouw je erop dat dat uitmaakt; dat dat gevoel er ook mag zijn; omdat je hebt geleerd dat een relatie gelijkwaardig is, dat het geluk van béide personen belangrijk is.
Dus als je intiem met iemand bent, vertrouw je erop dat je eerst gaat douchen omdat, weet ik veel, iemand houdt van hygiëne, en dat diegene moeite heeft met oogcontact tijdens intimiteit, en in de lach schiet als je hem aankijkt, dan snap je dat niet, en als diegene altijd bezig is met manieren om intiem te zijn maar om jou niet te zien, eigenlijk zo weinig mogelijk met jóu bezig te zijn, dan gaat er, helaas, geen belletje rinkelen, want je woont inmiddels samen, je houdt van iemand, je vertrouwt iemand, en je kan je in de verste verte niet voorstellen dat je partner jou gebruikt als een soort gat. Dat besef komt pas veel later en na heel veel therapie.
Je vertrouwt erop dat de ander niet vreemdgaat; en bij voorkeur niet als je jullie bruiloft aan het plannen bent. En als je erachter komt dat je vriend gevoelens heeft voor iemand anders, en twijfelt aan zijn leven met jou, en ondertussen iemand het hof aan het maken is met dezelfde woorden en hartjes die hij ooit naar jóu stuurde, dan vertrouw je erop dat je je spullen mag pakken en mag gaan. Je vertrouwt erop dat dat al verdrietig genoeg is.
En áls dan je nachtmerrie uitkomt; als je vriend dan ineen stort, zó ontoerekeningsvatbaar lijkt dat je oppert de crisisdienst te bellen, want je hebt nu geen verantwoordelijkheid meer over zijn suicidaliteit, dan vertrouw je erop dat hij niet om zal slaan, om te vertellen dat je hem dat contact met een andere vrouw had moeten gunnen, en dat het hem diep geschokt, nee, getraumatiseerd heeft dat je zomaar bij hem weg zou gaan, na alles wat je samen hebt opgebouwd. En als je tegenstribbelt, zie je iemand die je niet kent. Je ziet niet iemand die van je houdt; je ziet iemand die je kapot wil. Die jou eronder wilt krijgen.
Je vertrouwt erop dat je nu iets kan doen omdat het echt eng begint te worden. Je vertrouwt erop dat iemand stopt als je huilt. Je vertrouwt erop dat iemand stopt als je roept: “stop stop stop, alsjeblieft, ik smeek het je, alsjeblieft, stop met schreeuwen, alsjeblieft”, en dat iemand dan niet terug schreeuwt dat je even normaal moet doen en niet zo hysterisch. Je vertrouwt erop dat als je dan doodsbang je moeder belt, en het even duurt totdat ze opneemt, en je vriend snapt wat je aan het doen bent, en je denkt dat hij zal begrijpen hoe bang je bent, en je hoort je moeders stem, en je vriend, die zegt: “Wat is dit walgelijk.”
Je vertrouwt erop dat iemand niet juist jouw vertrouwen tegen je gaat gebruiken. Om op belangrijke momenten opeens weer de persoon te zijn die van je houdt; de persoon die je zo goed kent, en die dit ook niet wilt, en daar alles aan wilt doen. Toevallig de momenten dat je weg wilt. En als je sterk bent, en aangeeft dat je het echt zeker weet, vertrouw je erop dat iemand niet ineen stort en zal zeggen dat de dood nu heel dichtbij is.
Je vertrouwt erop dat mensen je zullen helpen als je zegt hoe bang je bent. Je vertelt aan de psychiater van je vriend dat het echt niet goed gaat en hij kan veranderen in iemand die je kapot wil maken. Je vertrouwt erop dat er dan iets gebéurt - niet dat je wordt weggestuurd met het zinnetje dat elk stel wel eens nare ruzies heeft.
Je vertrouwt erop dat je partner dit óók niet wil. Want waarom zou hij dit willen? Waarom wilt hij je net zo lang intimideren, afbranden, vernederen, en je dan als oud vuil achterlaten en dagen verdwenen zijn? Waarom zou hij zich tussen jou en je ouders proberen te wringen, jou en je beste vriendinnen, jou en je leven? Waarom zou je partner je ongelukkig willen zien?
Wat misschien wel het meest venijnige is, is dat je partner voelt wanneer hij te ver is gegaan. Wanneer hij de teugels moet laten vieren om je niet te verliezen. Misschien is een strategische “ik hou zo veel van je, ik doe alles om dit te laten stoppen”, misschien is een paar dagen weer de oude zijn, wel het wreedste wapen van allemaal.
Je vertrouwt erop dat je weg mag als je er aan onderdoor gaat. Dat je het mag zeggen als het niet goed met je gaat. In plaats daarvan, in de laatste maand, als je amper meer kan eten en ‘s nachts over zelfmoord fantaseert, kan hij het niet aan als je begint over je welzijn; ipv daarvan denkt hij dat je misschien goed na moet denken over je studie en werk. Ipv daarvan stuurt hij je seksfantasien. Ipv daarvan blijft hij je gezamenlijke vrienden tegen je opstoken, zodat zij je nog een trap na kunnen geven.
Je vertrouwt erop dat als je vertelt dat je hulp hebt gezocht om hier uit te komen, om, gewoon, weer wat gezonder te worden, om het niet alleen te hoeven doen, dat hij dan niet direct zijn familie en vrienden belt om te zeggen dat jij expres je weg naar binnen hebt gelogen om hém zwart te maken.
Je vertrouwt erop dat het iets uitmaakt. Wie jij bent. Jouw leven. Maar als het je eindelijk gelukt is om veilig weg te gaan, is het duidelijk dat je gezamenlijke vrienden en schoonfamilie je uitkotst. Je vertrouwt erop dat het iets uitmaakt, maar alles wat je hem ooit gegeven, is weg. De PTSS die je hebt overgehouden, de jaren die nog in het teken staan van herstel - het doet hem niks. Hij stuurt je nog een mailtje om te zeggen dat hij een mail kreeg van Gmail over je wachtwoordherstel. Dat is het.
Als je iets heel ergs hebt meegemaakt, vertrouw je erop dat er iets is. Erkenning, hulp. Je vertrouwt erop dat mensen je serieus nemen, zoals ze dat hebben gedaan. Maar nu ben je van een hoogopgeleide schrijfster, opeens in een andere categorie geplaatst. Onbetrouwbaar. Zwak. Iemand die over haar grenzen laat gaan. Iemand die dit over zichzelf heeft afgeroepen, die slechte mannen uitkiest, die zo weinig eigenwaarde heeft dat ze blijkbaar ook bij zó’n persoon blijft.
Ja, je voelt op dit moment ook geen eigenwaarde. Maar dat komt omdat die eigenwaarde zorgvuldig en keihard kapot is gemaakt. Er was nooit iets mis met je. Maar het houdt je in die illusie. De maatschappij geeft een tweede klap.
Een samenleving is gebaseerd op vertrouwen. Het vertrouwen dat je iets kan doen. Maar je leert dat er niks is. Dat je niks kan. Dat je het maar moet accepteren. Dat het misschien niet uit maakt. Ik denk dat bijna elk slachtoffer momenten heeft, of heeft gehad, dat het gewoon te zwaar is. Vrouwen mailen mij dat ze soms van hun flat naar beneden zouden willen springen, maar dat niet doen voor hun kinderen, of, gewoon, daarom. Doodgaan is opgeven. En dat is 1 ding wat ik heb geleerd van de vrouwen om mij heen: dat we ongelofelijk sterk zijn. Dat niets ons tussen ons en onze kinderen, tussen het leven kan komen; ook al zou dat soms zoveel makkelijker zijn. Dat wij niet kiezen voor een ‘laffe optie’ zoals opgeven, of een ander pijn doen om onszelf beter te voelen. Wij gaan er dwars doorheen, omdat we weten dat het beter is zo. En dat is pure kracht.
Als ik ooit een dochter krijg, eis ik dat het beter wordt voor haar. Dat zij de hulp en de bescherming zou krijgen die wij hadden verdiend.
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.