RSS Amplifier

Lotte Kok · Apr 13, 2026

Lief klein meisje

0
Sign in to vote or save

Lotte Kok · Lotte Kok

Vorige week had ik, onder het motto ‘Baat het niet, dan schaadt het niet’, een intake bij een acupuncturist. Hij vroeg naar mijn klachten (spanning door PTSS) en wat er dan precies was gebeurt. Het was grappig om weer eens, een lang verhaal kort, mijn verhaal te doen bij iemand die ik nog niet ken, en precies de denkstappen te zien die elke (onwetende) omstander maakt. Oh, partnergeweld? En was er dan sprake van fysiek geweld? Nee – maar je was toch bang van hem? Ah, oké.
‘Ik heb mensenkennis,’ zei hij, ‘en ik zie dat jij lief en aardig bent.’

Ik humde iets, bleef hem inderdaad aardig aankijken, en dacht: ga ik hier nu iets van zeggen? Dat die ‘mensenkennis’ van hem gebaseerd is op zulke oude, achterhaalde cliché’s die in de jaren ‘70 in de wetenschap al zijn vernietigd (‘Huiselijk geweld overkomt die zwakke vrouwtjes die over hun grenzen laten gaan’) – of, zal ik zeggen: ja, ik lijk op het oog aardig, maar mijn ‘mensenkennis’ uit zich vooral in het feit dat ik rustig nadenk over wat mensen zeggen, niet per se primair reageer, maar als ik later besluit dat iets onrechtvaardig is, me vastbijt in je broekspijp en pas loslaat als het is opgelost.

Ik blijf het apart vinden dat ‘lief en aardig’ zijn voor veel mensen overeen lijkt te komen met zwakheid, met iets grenzeloos. Dat empathie iets weeks is. Voor een deel borduurt dat voort op mijn nieuwsbrief over zorg, dat werkelijk zorgen dragen inhoudt dat je sterk moet zijn – terwijl we sterk zijn veel meer associëren met ‘stoere’ beroepen dan met zorgmedewerkers. Maar goed. Als ik na denk over mezelf, denk ik vaak aan dat ik rond de tien was, mijn empathie er voor zorgde dat ik dieren lief en weerloos vond, dingen ging lezen over de bio-industrie, en vegetariër werd in een tijd en milieu dat dat echt heel vreemd was. Empathie zorgt voor rechten. Als je je werkelijk in kan leven in een ander, kan je harde grenzen trekken over hoe we wel en niet met elkaar om horen te gaan.

Maar goed.

Inmiddels heb ik anderhalf jaar onderzoek gedaan naar huiselijk geweld, misbruik, de wetenschap erachter, het recht en beleid, en ik zit zo diep in de materie dat het voor mij echt volstrekt vanzelfsprekend is dat fysiek geweld niet de peiler van schade is. En dat terwijl niet alleen Nederland, maar heel het Westen, echt een rare focus heeft op fysiek geweld. De Britse wetenschapper Emma Katz noemde dat mooi ‘een bijziende blik’: alsof je alleen het fysieke geweld dichtbij je kan zien, maar niet de wereld van pijn erachter.

Het vervelende is dat incidenten van ernstig fysiek geweld tot de dag van vandaag het enige is wat binnenshuis strafbaar is. En het is strafbaar op het moment dat je ‘zo’n beetje bloedend aangifte doet’, omdat dat geweld bewijsbaar moet zijn. Ernstig seksueel geweld binnenshuis is dus vooral in theorie strafbaar, of je moet net zo’n gek treffen die het ook graag filmt.

Het vervelende van dwingende controle is dat het geweld instrumenteel is. ‘All it takes is fear, and a little focused violence’ zegt een slechterik notabene in een superheldenfilm.
Een voorbeeld wat vaak terugkomt in de wetenschappelijke literatuur: een vrouw wordt tijdens haar huwelijksreis heel bruut mishandeld in de badkamer met een handdoek – haar man probeert haar te wurgen en ze overleefd het ternauwernood. Jarenlang is de boodschap duidelijk dat deze man haar zou kunnen vermoorden als hij dat wilt, of zij nou dichtbij hem blijft of afstand neemt. Hij weet precies wat er voor nodig is om haar te laten gehoorzamen – dan legt hij namelijk stil de handdoek op tafel, als dreigement.
Juridisch gezien is dit een fuik. In het Nederlandse strafrecht is wurgen strafbaar, maar heel moeilijk bewijsbaar: als een slachtoffer niet overlijdt blijft er amper fysieke schade over. (Al zijn er pilots bezig om niet-fatale wurging beter bewijsbaar te maken! :joepie:) En nou wil ik echt niet lullig doen, maar ik heb wel meer dan genoeg verhalen gehoord en rapporten gelezen om te concluderen dat de kans niet erg groot is dat een Nederlandse politie-medewerker je níet ziet als een aanstellerig vrouwtje als je aan de balie staat om een handdoek die op tafel wordt gelegd. Laat staan dat het strafbaar is.

Ik zit vaak te dubben over hoe ik nou duidelijk kan omschrijven wat het effect is van niet-fysieke mishandeling. Een poging:

In mijn onderzoek heb ik allerlei verhalen gehoord. Soms van dichtbij: aan de keukentafel bij iemand thuis, of in het lezen van memoires. Soms van heel veraf: verhalen die teruggebracht worden tot statistieken of losse zinnen in een onderzoeksrapport. Ik heb gevoelsmatig wel 1000000 rapporten gelezen, de één droger dan de ander. En toch waren er soms droge zinnen waarin een detail werd beschreven wat regelrecht van het scherm, door mijn huid, naar mijn hart ging om daar een klein krasje op te maken. Het detail wat ik in deze nieuwsbrief ga bespreken, gaat over de impact van niet-fysiek geweld.

Triggerwarning! Dit verhaal gaat over het pleegmeisje van Vlaardingen. Dit is het verhaal waar ik zelf het meest voorzichtig mee ben geweest, omdat ik weet dat het mijn bekraste hart helemaal in duizend stukjes breekt als ik bijvoorbeeld de documentaire ga kijken. Ik weet dat verhalen van jonge kinderen me het meest raken, dus ga met enige zorg voor jezelf dit verhaal in. Ik ga niet te uitgebreid in op de mishandeling, aangezien ik ook enkel één droog politierapport heb gelezen en nog láng niet de werkelijke omvang van de mishandeling en de pijn heb gezien. (Grappig genoeg heet dat rapport ook ‘Zakelijke weergave’: dankjewel, onderzoekers, want meer dan een zakelijke weergave kan mijn empathie nog even niet aan.)

Half mei krijgt Enver, een instelling voor pleegzorg, het signaal dat een door hen geplaatst pleegkind zelf regelmatig met haar hoofd tegen de televisiekast of tegen de grond bonkte.

Het is één van de tientallen meldingen, één van alle details die niet alleen Enver, maar ook de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, Raad voor de Kinderbescherming, Timon (aanbieder van speltherapie), Veilig Thuis, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, Nidos (Jeugdbescherming voor vluchtelingen), de politie en de huisarts in een periode van twee jaar hebben gekregen.

In Nederland geldt de meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Als omstander betekent die meldcode dat je op kan zoeken of het verstandig is om een melding te maken als je mishandeling vermoedt. Bepaalde professionals zijn verplicht om een melding te maken bij onraad. Al die organisaties die hierboven benoemd worden, bijvoorbeeld.
Die meldingen beginnen nog vóór het meisje in het pleeggezin komt. In 2021 worden twee broertjes in het betreffende pleeggezin geplaatst, die aangeven dat ze ernstig worden mishandeld. De pleegouders ontkennen. In maart 2022 wordt het meisje in dit gezin geplaatst – ze is dan acht jaar. De eerste meldingen komen al snel na haar plaatsing: van fysiek geweld, seksueel misbruik en ‘mensonterende behandeling’. Niet alleen zijn er omstanders die iets vermoeden, het meisje zelf vertelt het óók zo veel mogelijk. Ze blijft het vertellen waar ze kan, tot ze in december 2023 ‘verdwijnt’: ze gaat niet meer naar school of naar haar speltherapie. De betrokken organisaties grijpen niet in. In december is het meisje mee met haar pleegouders naar de supermarkt, weet weg te rennen, vindt een politiemedewerker en vertelt diegene wat er gebeurt. Later die december klampt ze nog eens mensen op straat aan. De eerstvolgende keer dat ze weer door de buitenwereld wordt gezien, is als ze in mei 2024 gebroken naar het ziekenhuis wordt gebracht. Ik vind het eigenlijk een wonder dat ze nog leeft, al heeft ze zoveel schade dat ze voor altijd op peuter-niveau zal kunnen functioneren.

Het is natuurlijk onbegrijpelijk dat dit heeft kunnen gebeuren. Maar het verhaal van het pleegmeisje is niet de enige reconstructie van het collectief falen van overheidsinstanties. Ik heb er een hoop gelezen – tijdlijnen van meldingen die meestal eindigen de dood. Zo is bekend dat Hümeyra Ergincanli vijf aangiftes heeft gedaan voordat ze in de fietsenstalling van haar middelbare school werd doodgeschoten – nog heftiger vindt ik het om te lezen hoe vaak ze bij hoeveel betrokken instellingen om hulp heeft geroepen, en slecht advies heeft gekregen, acht maanden lang.

Eén van de reden van dit collectieve falen, is dat de instanties slecht omgaan met informatie. Onderling wordt informatie slecht gedeeld en bij elkaar gebracht, maar ook binnen een instantie zelf. Het ‘grote plaatje’ ontstaat zo pas achteraf, in een overzichtsrapport. Alle losse meldingen, losse details vormen dan een heel verhaal.
Half mei geeft een pleegouder zelf(!) aan bij stichting Enver dat het meisje ‘niet goed functioneert’: dat ze slecht eet, en met haar hoofd op de televisiekast slaat. De organisatie doet er niks mee, en geeft het ook niet door aan andere instanties.

Wat is dat voor een detail, een meisje van 9, 10, wat met haar hoofd tegen de grond of tegen de televisiekast bonkt?

Kinderen zijn bij onveiligheid fundamenteel kwetsbaarder dan volwassenen. Volwassenen hebben een heel andere positie. Ze kennen de wereld beter. Ze hebben een telefoon om 112 of een dierbare mee te bellen. Ze kunnen zichzelf troosten. Ze weten enigszins waar aan te kloppen als het niet meer gaat. Ze hebben de mogelijkheid zichzelf te verdoven, met Netflix, alcohol, drugs, medicijnen. Ze hebben meer levenservaring. Ze kunnen een klein holletje maken in hun hoofd van fijne gedachtes, fijne herinneringen, waar ze even kunnen verdwijnen.

Jonge kinderen hebben troost nodig. Bij grote emoties hebben ze iemand nodig die ze sust, die ze vast houdt. Hun ontwikkeling is afhankelijk van die troost.

Ik ben zelf veilig opgegroeid. De troost was er altijd. Als mijn ouders er niet waren, was er altijd wel een volwassene in de buurt, een peuterspeelzaalleider, een juf, een oppas. Ik probeer wel eens na te gaan hoe emoties voelden, als kind. Ik kan me herinneren dat ik heel klein was en in het steegje rond ons huis rondliep. Ik was om de één of andere reden mijn ouders kwijt. Volgens mij waren ze gewoon thuis, maar was ík ze kwijt. Ik liep in het steegje en brulde: ‘MAAAAMMAAAAA, MAMMMMAAAAA!!!’.
Deze emotionele kinder-oerkrachten zijn ook logisch. Evolutionair gezien is het heel onverstandig als een kind kwijtraakt van zijn of haar verzorgende. Een mensenkind kan nog helemaal niet voor zichzelf zorgen. Dus het zet het op een brullen, het voelt zich ontroostbaar en in de war, net zo lang tot er een volwassene is om het kind op te tillen. In mijn geval hoorde een buurvrouw mijn sirene, en bracht me gewoon weer naar huis.

In een onveilig huis kan het voorkomen dat die troost niet komt. Als de volwassene, de verzorgende, zélf de bron is van de onveiligheid.
Als een kind zich in zo’n emotionele staat bevindt en er geen troost, geen einde aan komt, dan is het kind zo emotioneel onveilig dat er een soort error komt. De kinderpsyche is er niet op gebouwd. Het kind kán het nog niet stoppen.
Wat gebeurt er als je als kind opnieuw en opnieuw wordt getraumatiseerd, zoveel angst, rouw en woede voelt, maar er geen ‘einde’ is aan die gevoelens? Het wordt een kind te veel, schrijft Judith Herman in haar boek Trauma and Recovery. Er volgt een staat die haast moeilijk is om te omschrijven. Een staat van ‘verwarring, spanning, leegte, en verschrikkelijke eenzaamheid’. In de woorden van een slachtoffer zelf: ‘I am icy cold inside and my surfaces are without integument, as if I am flowing and spilling and not held together any more. Fears grips me and I lose the sensation of being present. I am gone.

Een kind móet iets doen om dit te kunnen overleven. Het kan ertoe leiden dat een kind zo ver gaat dissociëren, zich los maakt van de werkelijkheid, dat het leidt tot psychische stoornissen zoals DIS (dissociatieve identiteitsstoornis). Een kind veel gaan eten en overgeven, compulsief seksuele prikkels opzoeken, gevaarlijke situaties opzoeken. Alles om maar even níet de verschrikkelijke verlating te voelen, gewoon iets ánders, de rust van iets anders. Daarom leren veel kinderen in structurele onveiligheid al jong zichzelf fysiek pijn te doen.

Abused children discover at some point that the feeling can be most effectively terminated by a major jolt to the body,’ schrijft Herman. Vaak doet het pijn doen niet eens pijn. Het geeft een kind even rust, het brengt het kind weer terug uit de dissociatieve pijn, weer terug in het hier en nu. ‘I do it to prove I exist,’ schrijft een slachtoffer dan ook.

Als een kind met zijn of haar hoofd tegen een televisiemeubel bonkt, gaat het niet om de schaafwond die dat wel of niet oplevert. Het gaat om de pijn die daar ónder zit.

Soms denk ik dat pijn haast niet terug te brengen is tot de fysieke uitingsvorm. Zo interviewde ik voor mijn onderzoek een vrouw wiens man haar in de kliko probeerde te zetten. De ochtend daarna deed ze aangifte. Er werden foto’s gemaakt van de blauwe plekken die dat opleverde, ze werden met een liniaaltje opgemeten. De aangifte werd geseponeerd – blauwe plekken zijn niet ‘ernstig’ genoeg, en dus niet strafbaar.
Stel, ik ben voor de grap aan het worstelen met mijn vriend en we zijn zo ruig aan het lachen en worstelen dat ik later blauwe plekken op mijn armen vindt. Dan zijn dat diezelfde niet strafbare blauwe plekken, terwijl die waarschijnlijk amper pijn doen.
Het ging natuurlijk nooit over die blauwe plekken zelf. Waarom worden díe dan opgemeten? Waarom zouden díe dan de reden zijn dat een dader wordt aangehouden?

Wat is fysieke pijn zonder de context? Het is bijna allemaal dragelijk als de context fijn en veilig is – een bevalling, bijvoorbeeld, in de wetenschap dat je om een ruggenprik kan vragen als het te erg wordt, en de handen om je heen tot moes mag knijpen.

Het is hetzelfde als het losse detail van een jong kind wat met haar hoofd tegen een televisiemeubel slaat. Op zichzelf alarmerend, maar het kan nog allerlei dingen betekenen – het is in ieder geval geen reden om de pleegouders direct in de boeien te slaan. En het zal nooit strafbaar zijn voor die losse schaafwond.
Maar als het hele verhaal in kaart wordt gebracht – het hele patroon wordt gezien – is het een kind van tien wat al maanden, jaren, ernstig en op alle manieren mishandeld wordt. Is het een kind die zich aan elke volwassen voorbijganger vastklampte, die wegrende op zoek naar iemand in uniform. Is het een kind wat zo geestelijk en emotioneel is gesloopt dat het geen andere uitweg ziet dan met haar hoofd op het televisiemeubel slaan.

Dat meisje, dat zoveel heeft meegemaakt dat voor ons op het oog, in een paar woorden al diep schokkend is (‘tiewraps als handboeien’, ‘zelfgemaakte kooi’, ‘naakt urenlang dansen’, ‘haar afgeschoren’. De manieren waarop de twee pleegouders elkaar appten, het meisje bespraken. “Om haar los te maken hangt de sleutel in de cvkast”. “Als je thuis bent staat ze aan de ketting schat.” “Moet je op de camera kijken ze moet blijven dansen van mij totdat ik zeg dat ze mag stoppen hahaha”).

Ik vraag me af wat ze er zelf over zou vertellen, wat haar zelf de diepste pijn gaf. Ze zal het ons nooit kunnen vertellen.

Lief klein meisje, wat wens ik toch dat één van die volwassenen je had gesust, geknuffeld, getroost. Je had opgetild en naar een bedje gebracht, ver weg van Vlaardingen.

No posts

Read the original on lottekok.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.