RSS Amplifier

Koen Morlion · Apr 6, 2025

Wandelen voor het goede doel.

0
Sign in to vote or save

Morlion Koen · Koen Morlion

Geschiedenis heeft me altijd geboeid.

Mijn grootmoeder en moeder waren echt op de hoogte van hun afkomst en onderhielden van ver en nabij ook hun netwerk. Dit deden ze met uitvoerig te vertellen over vroeger.
Het boeide me mateloos.

In de lagere school te Pollinkhove bracht mijn meester ons historisch verleden door er in geuren en kleuren over te vellen. Net alsof we er steeds zelf bij waren.

Gewijde geschiedenis. Verhalen uit de Bijbel. Op zaterdagmorgen.

Ik luisterde met rode oortjes en soms ontzetting.
Hoe Kaïn zijn broer Abel doodsloeg.
En hoe Adam en Eva uit de tuin van Eden werden gejaagd. Naakt. (waw: hier sloeg mijn kinderlijke verbeelding op hol…En toen al dacht ik: ‘Waarom waren ze hun God ontrouw…hadden ze dat niet gedaan dan hadden wij het toch veel beter gehad in de tuin van Eden!!!).

Hoe Samson de tempel kon vernielen door enkele zuilen om te trekken.
Hoe Daniël in de kuil worstelde met de leeuwen.
En hoe Jozef verkocht werd door zijn broers aan de Egyptische farao. (‘Wie doet nu zo iets?’)

De vaderlandse geschiedenis mocht niet ontbreken. Steeds stond aan het begin een grote prent over het verhaal vooraan in de klas. Kwestie van onze verbeelding op hol te doen slaan.
‘Wat zou de meester nu weer vertellen? Nieuwsgierig als we waren, zaten we op het puntje van onze stoel’.

De riddertornooien; de kruistochten; de middeleeuwen met graven en kastelen; de Franse revolutie waar Lodewijk XIV zijn hoofd verloor…

We vernamen dat kinderen (19de eeuw) moesten werken in de fabriek (zo erg vond ik dat eigenlijk niet want ik moest ook met ons vader meehelpen op de boerderij…En dat deed ik niet graag…).

De eerste en tweede Wereldoorlogen kwamen uitvoerig aan bod.

Meester liet zelfs een vynilplaat afspelen waarop te horen was hoe de begrafenis van Winston Churchill verliep. Ik herinner me nog steeds die datum: 1965….

Iedere dinsdag stonden we bij de wereldkaart om te praten over het wereldnieuws.

In die lagere school te Pollinkhove en met de talenten meegekregen van thuis uit, werd de basis gelegd van mijn later gidswerk.
Geschiedenis verklaart het verleden, het heden en de toekomst.
Het legt verbanden en opent ogen.

Hanna Arendt stelde ooit dat onverschilligheid erger is dan geweld.
En gelijk heeft ze.
Mijn engagement vloeit voort uit de nieuwsgierigheid naar verhalen en geschiedenis.
Wie op de hoogte is, kan gewoon niet onverschillig blijven bij zoveel leed…

Precies daarom ga ik met onze drie oudste kleinkinderen wandelen voor het goede doel.
We doen dat op zaterdag 26 april in en om de stad Ieper.
Opa, Joppe, Flor en Aude stappen samen 15 km voor Broederlijk Delen. Omdat het Zuiden ook belangrijk is.
We verzamelden al bijna 2500 EURO.
Ons steunen kan nog steeds via : www.teamtoren.koenmorlion.be
(pas op: niet klikken op de bovenste groene knop maar doorscrollen tot de tweede groende knop…)
Met dank bij voorbaat.

Hieronder deel ik met jullie, beste lezer, een tekst over het ontstaan en de beginjaren van Ieper.
Geniet van deze tekst. En ontdek hoe de stichting van Ieper te maken heeft met de stichting van Lo.
Beide steden hebben een gemeenschappelijk en verrassend verleden.

Bron: Wikipedia

”Oude vermeldingen van Ieper, als "Iprensis" en "Ipera", gaan terug tot de 11e eeuw.
De naam zou afkomstig zijn van het riviertje de Ieperlee, vroeger Ieper genoemd.
Reeds eerder zouden zich hier een domein en bedehuis bevonden hebben.
De Ieperlee vormde een waterweg in noordelijk richting, naar de zee.

De opgravingen in het centrum van Ieper leggen het ontstaan van Ieper bloot.
Een mootekasteel uit de 12de eeuw werd en wordt opgegraven.

[ Vanwaar nu de link tussen Ieper en Lo?

De stichter van Vlaanderen, Boudewijn V van Vlaanderen en zijn partner Adela van Mesen lagen aan de basis van de stichting van Ieper.
Boudewijn had een 5-tal kinderen.
Enkelen werden zijn opvolgers.
Robrecht de Fries, de tweede zoon van Boudewijn V, was vader van Filips van Ieper ook Filips van Lo genoemd.
Deze Filips had zijn woonplaats in Ieper op de plaats waar men nu opgravingen doet.
Hij verwekte bij een Ieperse wolkaardster een bastaardzoon, genaamd Willem van Ieper of ook Willem van Lo genaamd.
Deze Willem bezat heel veel grond in wat nu Lo is. Hij had er ook een woonplaats, motte genoemd. De plaats is nog steeds zichtbaar in Lo: het Rode Kruisplein achter de woningen van de Rozestraat. Met ingang in de Willem van Lolaan via het wandelpad dat is aangelegd.

In 1093 droeg deze Willem van Lo enkele rechten over aan de Sint-Pietersabdij te Lo.
Op die manier groeide Lo uit tot een belangrijke plek in onze streek.
Even later werd Lo verheven tot stad, wat het nu nog steeds is.’
] eigen bron.

De handel nam toe en de stad ontwikkelde zich verder.
Zo kwamen er in de 12e eeuw met de Sint-Pieterskerk, Sint-Jacobskerk en de Onze-Lieve-Vrouw ten Brielenkerk nieuwe parochiekerken bij.

De Sint-Maartenskerk was uitgegroeid tot een zetel van een kapittel van kanunniken.
In de loop van de eeuw bouwde de graaf van Vlaanderen een nieuwe burcht ten zuidwesten van de stad, het Zaalhof.

Ieper herbergde de zetel van de kasselrij Ieper.

De stad werd nu van het omliggende land afgescheiden door versterkingen en rond 1170 werden door Filips van de Elzas stadsrechten toegekend.

Ieper kende nu een bloeiperiode en speelde als derde stad van Vlaanderen (na Gent en Brugge) een belangrijke rol.

Laken uit Ieper was in de vroege 12e eeuw terug te vinden op de jaarmarkt van Novgorod.

De plaatselijke lakenindustrie kende rond 1250 een belangrijke opbloei.

De stadskern werd verruimd en de nieuwe buitenwijken werden met nieuwe omheiningen en wallen opgenomen in de stadsversterking.

In de 13e eeuw telde de versterking zo negen poorten, namelijk:

- de Torhoutpoort in het noordoosten,
- de Hangwaertpoort (latere Menenpoort) in het oosten,
- de Komenpoort in het zuidoosten,
- de Mesen- of Rijselpoort in het zuiden,
- de Tempelpoort in het zuidwesten,
- de Boterpoort in het westen,
- de Elverdingepoort in het noordwesten, met rechts een kleine Steendampoort,
- de Boezinge- of Diksmuidepoort in het noorden.

Van de Torhoutpoort, over de markt, naar de Rijselpoort liep de verkeersas Brugge-Ieper-Mesen.

In de loop van de 13e eeuw werd de Sint-Maartenskerk uitgebreid en werd de Lakenhalle met zijn belfort gebouwd, net als het Vleeshuis en verschillende patriciërshuizen.

In de loop van de 13e eeuw kende Vlaanderen wel enkele handelsconflicten met Engeland, en door het gebrek aan wol kende men economische moeilijkheden.

De stedelingen waren betrokken bij alle belangrijke verdragen en veldslagen zoals de Guldensporenslag, de Slag bij de Pevelenberg , de Vrede van Melun en de Slag bij Kassel.

Late middeleeuwen

In de loop van de 14e eeuw bleef de economische toestand moeilijk.

De stad telde toen zo'n 28.000 inwoners.

In de jaren 1320 werden Ieper ook getroffen door de volksopstand van Nicolaas Zannekin.
In die periode werden de buitenste arbeiderswijken in de stadsversterking opgenomen.

In 1332 herstelde men de vroegere 13e-eeuwse vesten, zodat de stad een tijd een dubbele verdediging had.

De buiten vesten en enkele van de buitenste wijken met de Sint-Michielskerk en de Heilige Kruiskerk werden verwoest tijdens een beleg in 1383, waarna die buitenste vesten niet meer werden hersteld.

Vroegmoderne tijd

Het economisch verval zette zich verder in de 15e en 16e eeuw en de bevolking daalde tot zo'n 11.000 inwoners begin 15e eeuw.

In 1559 werd de stad zetel van het nieuwe bisdom Ieper, een van de drie opvolgers van het vernietigde Terwaan.

De Sint-Maartenskerk werd kathedraal.

In die periode kende het calvinisme in en om Ieper een grote en groeiende aanhang.
Bisschop Martinus Riethovius reageerde volgens de richtlijnen van de contrareformatie en richtte in 1565 het eerste seminarie van de Nederlanden op, maar hij kon niet beletten dat in 1566 de Beeldenstorm uitbrak, met de Ieperse hagenprediker Sebastiaan Matte als een van de voornaamste aanstokers.

Ondanks het verbannen en ombrengen van duizenden protestanten grepen de calvinisten in 1578 de macht vanuit de Gentse Republiek.

Hun 'Ieperse republiek' duurde tot de stad in april 1584 werd ingenomen door Alexander Farnese, die de protestanten een vrije aftocht liet.

Veel Ieperlingen trokken naar het noorden.

Na de overwinning van het katholieke centrale gezag opende in de Montstraat een jezuïetencollege (1585), met als eerste rector pater Antoine Du Carne.
De stadsversterkingen werden verbeterd, onder meer met ravelijnen in het noordoosten, waarbij de Onze-Lieve-Vrouw ten Brielenkerk en de Sint-Janskerk werden afgebroken.

Begin 17e eeuw kende Ieper een rustperiode.
De bevolking groeide weer aan en er werd veel gebouwd.

In de 17e en 18e eeuw fungeerde Ieper meestal als grensstad.

Ieper was in handen van de Spanjaarden tot het op 25 maart 1678 door de Franse troepen van Lodewijk XIV werd veroverd.

Bij de Vrede van Nijmegen kwam het in Frans bezit. Lodewijks architect Vauban voorzag Ieper van nieuwe verdedigingswerken.

In 1697 kwam Ieper bij de Vrede van Rijswijk weer in Spaanse handen.

Na de Spaanse Successieoorlog ging de stad in 1713 over in Oostenrijkse handen, net als de rest van de Zuidelijke Nederlanden.

De stad werd daarbij een van de barrièresteden, waarin de Nederlandse Republiek troepen mocht legeren.

Dit duurde tot de Oostenrijkse Sucessieoorlog 1740-1748, toen de barrière tegen de Fransen niet erg effectief bleek en daarop het Barrièreverdrag in 1748 werd opgezegd.

De Oostenrijkse keizer Jozef II besloot in 1782 de vestingen af te breken.

De Fransen namen tijdens de Eerste Coalitieoorlog in 1794 Ieper gemakkelijk in.

No posts

Read the original on koenmorlion.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.