RSS Amplifier

Kiza's Kamer · Jul 1, 2026

Symboolpolitiek als een wapen

0
Sign in to vote or save

Kiza Magendane · Kiza's Kamer

Vandaag kreeg ik verschillende berichten van dierbaren die blij voor mij waren. Over het feit dat Congo tegen Engeland zo goed speelden tijdens het WK voetbal. Ik beantwoordde netjes dat ik in een lastig parket zit. Want ik boycot het WK om mijn morele redenen. Maar op zich wil ik blij voor Congo zijn.

Voor de rest laat ik iedereen met rust over mijn ongemak met collectieve amnesie. Ik beoefen de kunst om stilte te omarmen en een iedere het eigen feestje te gunnen. Schrijven is voor mij dan ook een plek om met mijn ongemak te leven. Daarom heb ik de afgelopen tijd, als het kon, in de pen geklommen. Ik schreef over mijn zelfverkozen culturele ballingschap. Hoe het voelt als je het gevoel hebt dat je gek bent, omdat het onderscheid tussen ethiek en esthetiek niet meer helder is. En hoe belvorming verwarren wordt met de realiteit.

Toeval wil dat dit stuk gaat over collectieve amnesie en wat er gebeurt als we symbolische interventies verwarren met welzijn.

Ik schreef u gisteren al over de onafhankelijkheid van Congo op 30 juni en de noodzaak om ongemakkelijke gesprekken te voeren over de postkoloniale nachtmerrie waarin onze wereld verkeert. Een wereld die gekenmerkt wordt door psychische en fysieke grenzen die mensen verdelen.

1 juli, een dag later, is in Nederland Keti Koti. De dag waarop we het slavernijverleden herdenken en de vrijheid vieren. Het systeem dat Afrikanen uit hun leefgemeenschap roofde en op plantages in Amerika als dieren behandelde, is hetzelfde systeem dat jaren later Congo en andere Afrikaanse landen zou koloniseren.

In Brussel sprak dit getrouwde stel (Congolees, Egyptisch-Libanees) na een verloren wedstrijd van Congo tegen Engeland over de vraag of je vrijheid kunt vieren in een arena die door jouw onderdrukker is ontworpen, en wat afrofuturisme ons in dit opzicht leert. Hun inzichten, en die van alle andere Congolezen die ik sprak, zal ik de komende jaren meenemen in mijn schrijverschap rondom frictie, ethiek, esthetiek en politiek.

De komende jaren zullen we ongemakkelijke gesprekken voeren over deze thema’s voortzetten. Niet door de bühne, maar omdat dat verleden zich in ons lijf bevindt. We kunnen er om heen draaien zoals we willen, maar het verleden komt altijd als een boemerang terug. Het is een systemische herordening.

Het goede nieuws is dat dit ongemak ons niet hoeft te breken. We beschikken immers tot voldoende kennis om door middel van dialoog en andere interventies het ongemak juist te benutten. Als een bron van transformatie. Om onze verloren delen herontdekken.

Dat ondervond ik vorige week tijdens de Keti Koti Dialoog in Amsterdam, waar honderden deelnemers voorbij hun ongemak het gesprek aangingen. In het kader van de herdenking van het Nederlandse slavernijverleden en de viering van de afschaffing van de slavernij organiseert de stichting Keti Koti dialoogtafels waar ‘wit’ en ‘zwart’ met elkaar in gesprek gaan. Dit gebeurt aan de hand van rituelen, een gedeelde maaltijd en een dialoogvorm die gericht is op het verkleinen van afstanden tussen groepen en het vergroten van de lotsverbondenheid.

Ik ging naar huis vol emoties. Maar ook hoopvol. Omdat dialoog wonderen kan verrichten.

Die hoop zag ik ook terug bij het lezen van het verslag over het gesprek dat Rob Jetten had met vertegenwoordigers van de zwarte gemeenschap in Nederland. Zij die erbij waren, hadden het gevoel dat de premier werkelijk naar hen had geluisterd.

U zult bekend zijn met het verschil tussen luisteren en horen, zoals Babah Tarawally zo mooi schrijft in zijn nieuwe boek Ik ben geen mango, maar een mens. Een boek over de Ubuntu-filosofie en de noodzaak om elkaar te ontmoeten in de tussenruimte van het niet-weten (aanrader, omdat het niet vanuit de theorie dit verschijnsel vertelt, maar door middel van doorleefde verhalen).

De afgelopen jaren zijn we gebombardeerd met symbolische interventies die niets veranderen aan de materiële werkelijkheid van mensen. Zowel burgers in rijke landen als Nederland als in arme landen zoals Congo ervaren dat mooie woorden hun leven niet veranderen. Ze worden uitgenodigd voor inspraak, maar dat blijkt voor de bühne te zijn. Er komen excuses voor het slavernijverleden, voor het kolonialisme en voor andere misdaden, maar zonder juridische consequenties.

Dit is wat er gebeurt als onze politieke discussies zich steeds meer richten op beeldvorming en steeds minder op waarachtigheid.

We kunnen het voetbal nog steeds als spiegel voor de samenleving gebruiken. Vanuit dat perspectief is het pijnlijk dat juist Michel Nkuka Mboladinga recent geen visum kreeg om de Verenigde Staten in te reizen. Hij verwierf recent internationale faam omdat hij tijdens voetbalwedstrijden negentig minuten lang een levend monument vormde van Patrice Lumumba (zie de foto hieronder).

Lumumba is de onafhankelijkheid strijder van Congo. De eerste gekozen premier van het land, door door de Belgische en Amerikaanse interventies werd vermoord. Want ja, het Westen moest haar eigen belangen veilige stellen en had behoefte aan een ja-knikker.

Zie ook hier ook De Brief naar Lumumba, die ik gisteren publiceerde.

Michel Nkuka Mboladinga, levende standbeeld van Lumumba.

Deze week werd bekend dat er geen vervolging komt voor zijn moord, omdat de laatste levende dader, Étienne Davignon, is overleden. Terwijl de nazaten van de slachtoffers van het kolonialisme moesten vechten voor waardigheid en mobiliteit, bekleedde een man wiens handtekening en telegrammen direct gelinkt waren aan de operationele overdracht van Lumumba, de hoogste economische en politieke posities op het continent. Hij stierf in mei 2026 op 93-jarige leeftijd. Hij leefde langer dan het aantal jaren dat de Congolezen ‘onafhankelijk’ zijn van de Belgen.

Na zijn werk als diplomaat in Congo klom hij op naar de top van de Belgische en Europese diplomatie en het bedrijfsleven — zie zijn indrukwekkende cv hier zelf maar.

Wat er de komende weken en jaren gaat gebeuren, is dat Congolezen, net als andere wereldburgers, blij zullen zijn met de afleiding die de FIFA hen biedt. Ze zullen een gevoel van saamhorigheid en waardigheid ervaren. Symbolische interventies worden gevierd als vooruitgang. Maar de naam Davignon en die van zijn kameraden zullen vergeten worden; hun misdaden zullen worden verzwegen.

En telkens weer zullen onze leiders symbolische en nietszeggende interventies plegen, zonder het onrecht dat is aangedaan te herstellen. Nazaten van de slachtoffers krijgen een plek aan tafel. Leiders zullen naar hen luisteren. En we zullen weten dat luisteren niet hetzelfde is als horen. Daarom weten we ook dat wanneer we naar sportwedstrijden kijken, zoals het WK, we vaak niet zien — of niet willen zien — wat zich achter het spel bevindt. De corruptie. De uitbuiting. En de vernedering.

De afgelopen twee dagen leidden ik twee gesprekken in het Europees Parlement tussen Afrikaanse beleidsmakers, vakbonden en hun Europese collega’s. Zoals uit dat gesprek bleek — net als uit de vele gesprekken in de wandelgangen — moet je als partner het vermogen hebben om elkaar de pijnlijke waarheid te vertellen, zonder het gemeenschappelijke doel uit het oog te verliezen. En vooral niet vergeten dat dat je een gedeelde lot hebt, en dat er vaker een onzichtbare vijand is die er alles aan doet om dat gedeelde lot uit oog te verliezen.

Ik maak mij soms zorgen dat we in een situatie zijn beland waarin het verzwijgen van de pijn genormaliseerd wordt, uit angst om de ander te kwetsen of te beledigen. Zoals ik al eerder schreef in mijn essay in NRC, zijn wij als samenleving het vermogen verloren om betekenisvolle frictie aan te gaan. En dat begint thuis, aan de keukentafel. Daar vermijden we de moeilijke gesprekken, of we voelen ons niet veilig genoeg om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken. Mijn vermoeden is dat die onveiligheid ontstaat omdat we de stilte heilig hebben verklaard. We zijn vergeten hoe bevrijdend het voelt om vanuit het hart te spreken en ons te verbinden.

Onze relaties zijn instrumenteel geworden, tactischer, maar niet bezield.

Ik hoop dat wij als samenleving blijven oefenen om in kleine setting ons gedeelde lot te verkennen. En dat begint uiteraard aan de keukentafel. Daarom organiseer ik mijn besloten etentjes en daarom ben ik blij met initiatieven zoals de Keti Koti-tafels. Maar het begint letterlijk aan onze eigen keukentafel. Laten we thuis beginnen, oefenen in het luisteren, en horen wat er niet gezegd wordt. Daar, tussen jou en mij, zullen we onze verborgen delen ontdekken. Die tussenruimte is helemaal geen makkelijke plek om te zijn. Maar we hoeven er gelukkig niet in ons eentje te verblijven.

Ik bouw aan frictiearchitectuur als fenomeen, juist om deze hunkering naar methodes om verborgen delen van onszelf — individueel en collectief — te herontdekken, vorm te geven. Het gaat hier niet om specifieke trucjes die je kunt volgen; er zijn honderden dialoogtools beschikbaar. Het gaat om het vermogen om voor te leven, en mensen te laten zien dat het niet eng is om het ongemak te omarmen, dat het niet eng is om het niet te weten. Met de blik van een kunstenaar en een wetenschapper mensen naar het onbekende begeleiden.

Ik zal hierover de komende tijd blijven schrijven. Deze reis naar het ongemak is mijn openbare dagboek over mijn frictiearchitectuur.

En ik hoop dat je met mij meegaat. Als dit jou aanspreekt, dan hoor ik graag wat er bij jou resoneert. Het is fijn als je je wilt abonneren — gratis of betaald (waarmee je mijn koffie tijdens het schrijven bekostigt).

Ik hoor graag van je.

-
Het is vandaag precies 19 jaar geleden dat ik als vijftienjarige asielzoeker naar Nederland kwam. In mijn boek 'Mijn Nederland in Therapie' beschrijf ik hoe ik als nieuwkomer mijn best deed om erbij te horen. En hoe ik erachter kwam dat niet alleen ik, maar ook mensen die in dit land zijn geboren, het gevoel hebben een tweederangsburger te zijn. Ik beschrijf de zogenaamde polygame relaties die mensen met Nederland ontwikkelen - met een voet in hun land van afkomst, en met een andere voet elders. Het vermogen om je tot verschillende werelden te verhouden heeft ook voordelen, naast de discriminatie die biculturele Nederlanders ervaren. Mijn boek is een uitnodiging om in therapie te gaan. Als een manier om de onderliggende angst van xenofoben en racisten te begrijpen. De afgelopen vier maanden reisde ik met een theatercollega door Nederland om met Nederlanders in therapie te gaan. En met mijn werk als frictiearchitect bouwde ik, aan de hand van mijn inzichten als politicoloog en ex-vluchteling, een oefenruimte voor betekenisvolle frictie. Ik kijk ernaar uit om de komende 19 jaar bij te dragen aan een gezonde frictie-infrastructuur. Opdat mijn kinderen en een ieder die bijdraagt aan deze samenleving niet het gevoel krijgen dat ze er niet bij horen. En waar we kunnen leven met het ongemak dat sommige van onze landgenoten kunnen kiezen tussen Nederland en hun land van afkomst. En dat dit niet nieuw is in de geschiedenis. En dat onze lotsverbondenheid veel groter is dan onze 'wortels'.

Ik sta vanaf oktober open voor opdrachten voor organisaties, bestuurders en andere partijen die zich herkennen in deze missie, en mijn expertise kunnen inzetten. Zie mijn website of stuur mij een bericht: kiza@denieuwekamer.nl om mogelijkheden te verkennen.

https://kizamagendane.nl/

No posts

Read the original on kizamag.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.