RSS Amplifier

Ouderkennis · Jan 13, 2026

Ouders zijn niet stuk

0
Sign in to vote or save

Janneke van Bockel · Ouderkennis

Ouderschap kan rauw zijn. Dat is niet per se een probleem. Het hoort erbij.

Bij Ouderkennis proberen we die gruizige kant niet glad te strijken, maar wél in balans te houden. Want ja, ouderschap is intens, soms uitputtend en vaak rommelig — en tegelijk, soms zelfs op hetzelfde moment, ook licht, grappig, ontroerend en gewoon… leven.

Afgelopen tijd las ik drie onderzoeken die ieder op hun eigen manier dezelfde vraag stellen: wie sluit eigenlijk bij wie aan — en met welk doel?

Deze nieuwsbrief is te lezen als een drieluik (met extraatjes aan het eind als toetje).

1. Waarom ouders opgebrand raken

2. Waarom de zorg ouders structureel verkeerd positioneert

3. Wat moeders (sorry) zelf zeggen dat ze nodig hebben

Geen hapklare brokken, dus ga er even voor zitten. Of lees het in stukjes… Doorsturen, delen en hartjes geven helpen om het zichtbaar te maken voor anderen, dus hou je niet in daarbij.

Ouderkennis biedt inspiratie, kennis, denkstof en soms ook praktische tips voor iedereen die werkt met en voor ouders en voor iedereen die nieuwsgierig is naar het perspectief van ouders. Alles handig bij elkaar op het alsmaar groeiende www.ouderkennis.nl. Als je wil meehelpen om oudervriendelijkheid op de kaart te zetten, overweeg dan een betaald lidmaatschap als steuntje in de rug of meld je aan voor Het Genootschap van de Kruk.

Het aantal artikelen en onderzoeken in media en wetenschap over burn-outs bij ouders groeit gestaag. Of dat ouders helpt om meer steun te ervaren in hun dagelijkse praktijk, is de vraag. Want zoals al vaker opgemerkt: ouderschap is niet iets dat zich onder laboratoriumomstandigheden ontwikkelt. Het is een wederkerig proces met het maatschappelijk denken over ouderschap. Niet ouders veranderen, maar onze beelden van wat ouderschap behelst. Dus ja, fijn dat bijvoorbeeld de Erasmus Universiteit onderzoek doet naar stress bij ouders, maar buitengewoon jammer wanneer dat leidt tot een EO-programma met de titel ‘Burn-out van je eigen kind?’ (want het kind is meestal niet de ‘schuldige’).

Het artikel Parental Everyday Stress van Eleonora Mingarelli (KU Leuven, 2025) is wat dat betreft een verademing. Ook Mingarelli onderzoekt waarom ouders zo vaak uitgeput raken door het dagelijks leven met kinderen. Niet alleen in uitzonderlijke situaties, maar juist in het gewone bestaan. Haar conclusie is onpraktisch en bevrijdend tegelijk: het probleem zit niet in ouders, maar in de westerse culturele representaties van ouderschap waarin zij zich staande proberen te houden.

Mingarelli laat zien hoe twee dominante bronnen dat model voortdurend voeden. Enerzijds de wereld van de momfluencers, die het alledaagse leven verheffen tot iets esthetisch, magisch en buitengewoons. Anderzijds de opvoedadviezen van overheden en instanties, die elk moment van de dag veranderen in een leerinterventie: praten tijdens het verschonen, stimuleren tijdens het eten, ontwikkelen tijdens het wandelen, optimaliseren tijdens het spelen. Het effect is hetzelfde. Het gewone leven kan/mag niet meer gewoon zijn.

In het artikel definieert zij vier misvormingen die ontstaan door dit intensieve ouderschapsideaal: alles moet nieuw zijn, spannend, gevuld met activiteit en gericht op ontwikkelingsopbrengst. Wat daarbij verdwijnt, is waar ouders dagelijks mee leven: herhaling, verveling, leegte en het eenvoudige samen-zijn zonder doel.

Wanneer ouders dit ouderschapsideaal internaliseren, verandert het dagelijks leven in een permanente toets. Niet: ‘zo is het vandaag gegaan’. Maar: ‘heb ik vandaag voldoende gedaan?’ Voor je het weet wordt het gewone bestaan een bron van chronisch falen. En precies daar ontstaan burn-outverschijnselen.

Fijn aan dit artikel is dat Mingarelli niet vervalt in nóg meer adviezen. Ouderschap, schrijft zij, is geen project dat moet worden gemanaged, geen verzameling technieken om uitkomsten te maximaliseren. Ouderschap is in de kern een existentiële relatie: geen doen voor, maar zijn met.

De ouder-kindrelatie wordt volgens haar pas gezond wanneer die niet langer wordt gereduceerd tot ontwikkelingsinterventie, maar gezien wordt als een continue uitwisseling van leven, twijfel, gewoonten, liefde, vermoeidheid en betekenis. Juist dus die ogenschijnlijk banale momenten die onze cultuur zo graag wegpoetst of heroïseert.

In een samenleving die het gezin heeft onderworpen aan optimalisatie en rendement, is dat een radicale gedachte. Maar misschien ook de enige die ouders werkelijk verlichting biedt.

Niet nog beter worden.
Niet nog bewuster.
Niet nog productiever.

Maar het gewone leven terugkrijgen.

→ Zie ook het opiniestuk dat Eleonora Mingarelli en Stefan Ramaekers eerder samen schreven.

Dat spanningsveld zie je niet alleen bij opvoedondersteuning, maar ook in de zorg. Zelfs met de beste bedoelingen is het glad ijs.

De titel van het proefschrift van Hannah Hoeben over samenwerking met ouders die te maken krijgen met neonatale zorg klinkt in eerste instantie veelbelovend: Beyond presence - Acknowledging parents as primary caregivers. Toch knaagde er meteen al iets waar ik niet goed de vinger achter kreeg. Het viel op zijn plek toen ik las: ‘Het is essentieel ouders te erkennen als primaire zorgverleners.’

Essentieel? Erkennen? Voor wie precies? En door wie? Ouders hoeven namelijk niet erkend te worden als primaire zorgverleners. Ze zijn dat al. Vóór elk protocol, vóór elk zorgmodel, vóór elk ziekenhuisbed. Dat klinkt misschien semantisch, maar het is fundamenteel voor hoe je naar ouders kijkt. Het bepaalt wie het vertrekpunt is. Want in dit proefschrift — en in veel zorgdenken met goede bedoelingen — gebeurt steeds hetzelfde: het zorgsysteem is het vertrekpunt. Ouders worden daarin ‘partner’. Maar dat is geen partnerschap. Dat is deelname aan een systeem dat al besloten heeft waar de macht, de kaders en de definities liggen.

Ook al is de intentie duidelijk oudergericht, door het hele proefschrift heen verschijnen ouders vooral als factor binnen zorgdoelstellingen: ze verlagen stress, verbeteren uitkomsten, verkorten ligduur, bevorderen ontwikkeling. Allemaal waar. Maar steeds bekeken vanuit het perspectief van zorgoptimalisatie.

Wat ontbreekt, is de omkering. Niet: hoe betrekken we ouders beter bij de zorg, maar: hoe organiseert de zorg zich rond de primaire relatie tussen ouder en kind. Die relatie is namelijk geen interventie of hulpmiddel. Dat is de basis.

Dat zie je ook in de manier waarop hechtingstheorie wordt aangehaald bij NICU-zorg (neonatale intensive care). Er wordt gesproken over opvoedstijl en veilige hechting alsof een NICU een opvoedomgeving is. Maar een NICU is geen opvoedomgeving. Het is een medische crisis. Voor het kind én voor de (vaak kersverse) ouders. In die context zijn ouders niet in de eerste plaats ‘hechtingsbevorderaars’, maar de enige vertrouwde constante in een wereld van slangen, lampen, alarmen en wisselende diensten.

Zolang ouders beschreven worden als middel om zorgdoelen te bereiken, hoe warm de woorden ook klinken, blijft hun positie instrumenteel. Oudergerichte zorg begint niet bij erkenning maar bij het besef dat zorg per definitie secundair is aan de relatie tussen ouder en kind. De zorg is te gast in die relatie. Niet andersom.

Het onderzoek The Maternal Support Framework (Janssens e.a., 2025) over steun aan moeders bij excessief huilen pakt een stuk oudervriendelijker uit. Om te beginnen: het luisterde naar ouders. 432 moeders van excessief huilende baby’s vertelden hoe zij zich begrepen en gesteund voelden door hun partner, hun omgeving en zorgprofessionals. (Idee: fijn als in het volgende onderzoek ook aandacht is voor steun aan de partners en ouders als team?) De uitkomst is ontluisterend: zorgprofessionals scoren het slechtst. De helft van de moeders ervaart weinig tot geen begrip of steun. Ook partners en netwerk laten vaak steken vallen.

Maar indrukwekkender dan de cijfers zijn de woorden van moeders: ze voelen zich niet serieus genomen, geminimaliseerd, weggezet als overbezorgd, genegeerd in hun eigen lijden. Niet zelden worden hun worstelingen pas erkend als er ook een ‘medisch probleem’ te vinden is. Alsof hun ervaring pas telt als die te diagnosticeren is.

Uit hun verhalen destilleren de onderzoekers maar liefst vijfentwintig vormen van steun. De kern blijkt opvallend eenvoudig: luisteren, ouders serieus nemen, hun beslissingen respecteren, hun instinct vertrouwen, praktische steun, niet bagatelliseren. Geen ingewikkelde programma’s of gedragsprotocollen, maar menselijke nabijheid.

Prettig is dat het onderzoek niet primair vanuit het zorgsysteem vertrekt, maar vanuit de beleefde werkelijkheid van ouders. Ouders zijn geen middel om uitkomsten te verbeteren, maar mensen die zelf steun nodig hebben om staande te blijven in een ontregelende levensfase. Uiteindelijk wordt dit alles (jammer genoeg) dan toch weer vertaald naar een ‘framework’ voor interventies en zorgprogramma’s. Het zorgsysteem blijft daarmee het organiserend referentiepunt. De ouder-kindrelatie zelf — als fundamentele menselijke relatie, voorafgaand aan elk systeem — blijft impliciet.

Dat neemt niet weg dat dit onderzoek dicht in de buurt komt van wat oudergericht werken vraagt: niet méér zorg, maar andere aandacht. Niet nóg een interventie, maar het besef dat ouders geen onderdeel van het systeem zijn. De zorg is onderdeel van hun leven en te gast in hun ouderschap.

Wie dit artikel leest, kan bijna niet anders dan concluderen: wat moeders vragen, is niet in de eerste plaats ondersteuning. Het is gezien worden. Niet als cliënt of als doelgroep. Maar als ouder. Of zullen we zeggen: als mens.

Verwant: Ook te vinden op Ouderkennis het proefschrift Sleep and health during first 1000 nights

Suggesties voor aanvullingen op www.ouderkennis.nl zijn van harte welkom. Reacties, hartjes en ‘restacks’ ook. Alles om het ouderperspectief zichtbaarder te maken.

Leave a comment

Terwijl onderzoek en beleid worstelen met systemen, timmert men elders goed aan de weg en krijgen ouders bijvoorbeeld eindelijk taal voor hun ervaring.

Lifetime of losses – Met haar onderzoek A lifetime of losses – the lived experiences of chronic sorrow among parents of disabled children geeft Edith Raap taal aan wat ouders van een kind met een beperking vaak wel doorleven, maar zelden uitspreken: het voortdurende, terugkerende verlies dat geen einde kent (en dus ook geen afronding) en hoe dat het ouderschap kleurt. Met dit proefschrift legitimeert zij iets wezenlijks: dat er naast ‘je mag van geluk spreken’ ook ‘je mag van verdriet spreken’ mag bestaan – in zorg, in onderwijs, én in hoe we ouders tegemoet treden.

Ouders begrijpen – Het laagdrempelige en praktische boek Ouders begrijpen van José Koster richt zich op professionals en studenten die – vaak via de kinderen waarmee ze werken – in contact komen met ouders. Centraal staat de ouderschapstheorie van Alice van der Pas gecombineerd met inzichten en methodes uit de psychosociale hulpverlening met ook ruime aandacht voor onderwerpen zoals (tegen)overdracht, hechting en communicatiemodellen en bovenal de aanmoediging ‘ken uzelve’.

Pleeggrootouders – Van de bijna twintigduizend kinderen die niet meer bij hun ouders kunnen wonen, worden er ongeveer drieduizend door hun grootouders opgevangen. Pleeggrootouders vormen een gemêleerde groep opvoeders. Sommigen staan midden in het (werkende) leven, terwijl anderen al gepensioneerd zijn. De Stichting Belangenbehartiging Pleeggrootouders Nederland zet zich voor hen in.

Bijkomen op kosten van de verzekering - Last but not least, uit de categorie inspiratie uit het buitenland: kuurprogramma’s die zich speciaal op ouders richten, met en zonder kinderen, alleen of als gezin.

Read the original on jannekevanbockel.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.