Buiten mijn zwerm kwam ik iemand tegen, die voor de verandering wel even wilde luisteren naar wat ik had te melden. Gewoon, tijdens een gesprekje van mens tot mens, het had niet veel om handen. Ik zei - via nogal wat omwegen - dat ik nooit heb begrepen waarom er van alles gebeurt zonder dat we er om vragen. Zonder dat ik er om heb gevraagd. Ik zei dat ik daar behoorlijk mee in de knoop zit. Ik kan bijvoorbeeld telefoneren zonder dat er een paar miljoen zend- en ontvangmasten staan en ik kan autorijden met een accu uit de jaren 50. Ik ben niet bereikbaar als ik in de auto zit, maar dat is niet erg, want “multitasking” is een fictie, er is niet eens een Nederlands woord voor.
De persoon in kwestie kon zich voorstellen dat ik me zorgen maakte, maar had een oplossing. Hij wist het namelijk ook niet precies, maar het “kon toch geen kwaad, anders zouden ze het niet doen” en “het zal wel ergens goed voor zijn, anders gebeurde het niet.” Op mijn vraag: “Waar is het dan goed voor?” begon hij wat te sputteren, zweeg een paar seconden en herpakte zich in een andere rol. Hij leerde mij een kort lesje “vooruitgang” alsof hij de vooruitgang, in de vaart der volkeren, zelf had bedacht. “We hebben het toch goed als je het vergelijkt met wat er allemaal in Oekraïne en Israël gebeurt?” Hij begon zich een beetje op te winden over zoveel samengebalde onnozelheid en het niet willen accepteren van de moderne tijd en alle voordelen die dat biedt, ook voor onze kinderen. We moesten niet zo verdomde egoïstisch zijn, met zijn allen. Plotseling, voordat ik iets kon zeggen, moest hij weer verder; de plicht riep. Hij was tijdens onze interactie aanwezig, maar toch ook weer niet, een vreemde gewaarwording.
Dat was het.
Ik ben meestal degene die zich zo snel mogelijk probeert uit de voeten te maken vanwege de geconcentreerde zwaar negatieve energie die ik moet neutraliseren. Deze keer gebeurde er iets anders, blijkbaar. Achteraf weet ik wat het was. Ik had met hem te doen. Hij speelde een rol, net als iedereen, maar heeft het nooit los kunnen laten. Je houdt het zoveel mogelijk bij oppervlakkigheid en nietszeggende ditjes en datjes om “erger te voorkomen”. Je stelt je in op de aanwezige persoon en de afwezige mens.
Terug in de zwerm zei iemand: “Kijk nou eens wat ik heb gevonden!”

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.