Hallo allemaal! Deze week schreef ik weer twee blogs, en natuurlijk geef ik je mijn wekelijkse tip over een boek dat ík óók nog niet las.
De eerste blog is een Elly d’r Recensy. Tim van Hattum schreef in 2025 Klimaatkampioen, over hoe Nederland klimaatleiderschap kan ontwikkelen, gebaseerd op zij bestseller Only Planet.
De tweede blog is óók een Elly d’r Recensy. De biografie van een huis, of van een dagdroom, dat is Een plek voor jezelf van Michael Pollan uit 2023, naar A Place of My Own uit 1997.
Elly d’r Suggesty gaat deze week over How Not to Know uit 2026. Een beetje weerbaarder worden voor het onverwachte, dat is geen overbodige luxe.
Deze en al mijn voorgaande updates vind je ook in de Substack-app of op de Substack website. Kun je Binge-lezen of -luisteren!
Veel inspiratie toegewenst !
O ja, wil je een kijkje nemen op mijn website, of samenvattingen kopen? Leuk! Ga naar ESCIA.
Wil je mijn recensies én mijn privé-beslommeringen volgen? Minibiebs, duurzaamheids- en sociale-initiatieven waar ik aan meedoe, of mijn vakanties? Volg me dan op Quodari. Dat is het Nederlandse alternatief voor Facebook, zónder reclame en mét privacy.
Tim van Hattum schreef in 2022 Only Planet, en ik vond het geweldig! Hij schreef in 2025 een compacte opvolger, waarin hij beargumenteert dat Nederland voorloper kan zijn op het gebied van verduurzaming, en met de nadruk op waterbeheer. Toevallig, of niet, staan nú op de voorpagina’s de zorgen om toekomstig gebrek aan water. Een extra reden om Klimaatkampioen te lezen en in actie te komen. We kúnnen het en we móeten het.
‘Nederland is het Vanuatu van de westerse wereld als het gaat om droge voeten houden’ zo lees ik. Tim geeft ons diverse redenen waarom Nederland het klimaatleiderschap op zich kan nemen, schetst het eindresultaat van de 7 Only Planet-routes als wenkend perspectief en geeft wat handelings-perspectief. Er zou een theaterproductie / musical over komen, maar dit boek is óók een toegankelijke manier om het verhaal te verspreiden. Gebaseerd op de wetenschap vanuit de WUR, dus zéker te doen! Nederland wordt wereldkampioen!
… begint met een terugblik van Tim. Op zijn 11-de wordt hij enorm ziek, hij heeft een bacteriële infectie, opgelopen door te spelen in het vervuilde water van het riviertje de Geul. Hij groeide op in Bunde en was altijd bij de Geul te vinden: hij voer op zelfgebouwde vlotten en viste in het water. En als hij dorst had, dronk hij ervan … Zo’n 35 jaar later speelde de Geul weer een belangrijke rol: in 2021 stond heel Limburg onder water, en de ouders van Tim moesten uit Bunde geëvacueerd worden: de Geul was een woeste rivier geworden. Een wake-up call!
De natuur laat niet met zich sollen, maar is ook de beste bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering. Maar dan moeten we wel wat gaan doen! Tim’s bijdrage is zijn werk bij de WUR, zijn theatercollege en boeken, en zijn sponsorlopen Run4Climate. Hij kreeg een eredoctoraat van de Open Universiteit voor zijn bijdrage aan op feiten gebaseerde storytelling. En ter gelegenheid daarvan is dit boekje uitgebracht.
En op een goed moment, want de aandacht voor klimaatverandering lijkt wat weg te zakken door alle geopolitieke ontwikkelingen, zoals de oorlog in Oekraïne. Veel klimaatbeleid wordt alweer afgezwakt, politiek leiderschap is vrijwel volledig afwezig, terwijl klimaatverandering nog steeds de grootste dreiging voor zowel de economie als de mensheid is. Toch zijn er redenen voor hoop:
Het kan nog, de opwarming is te beperken tot 2 graden.
De meeste oplossingen zijn al beschikbaar (en betaalbaar en schaalbaar).
De natuur zelf is onze bondgenoot, ze herstelt snel.
Er is slechts 2-4% van het wereldwijde BBP nodig (niets doen kost op termijn 20% van het BBP).
De meerderheid van de wereldbevolking wil meer klimaatactie.
Alleen wapperen met wetenschappelijke feiten werkt echter niet, er is een inspirerend en realistisch toekomstbeeld nodig, een thrutopia (naar Rupert Read). De bouwstenen liggen er al: rapporten van diverse Nederlandse instanties, zoals de WUR, SER en VNG. Het zou goed zijn als al deze instanties hun krachten bundelen, en niet op politici wachten. De WUR heeft bestaande inzichten zoals de SDG’s, de Donut, kathedraal-denken, etc. vertaald naar 5 ontwerpprincipes die elke regio, stad en land kunnen gebruiken.
Een gezond natuurlijk systeem als basis.
Optimaal benutten van water (waterbeheer).
Adaptieve en veerkrachtige ruimtelijke inrichting (meebewegen met extreem weer, zeespiegelstijging).
Klimaatpositieve en circulaire economie (hernieuwbare energie, brede welvaart).
Een rechtvaardige, natuurpositieve samenleving (natuurbescherming, basisvoorzieningen, creatie van banen, betere gezondheid).
Het nieuwe verhaal toont ons Nederland in 2120. Het halen van de doelen van Parijs, wereldwijd natuurherstel en radicale emissie-reductie hebben gewerkt. De Noordzee levert hernieuwbare energie én eiwitten uit zeewier, schelpdieren en vis. Er zijn hybride dijken en brede duinenrijen, die ruimte bieden voor ‘zilte teelt’. Landinwaarts zijn er groene corridors, boeren en anderen beheren biodiverse landschappen. In het westen vinden we kleigronden, ideaal voor kringlooplandbouw, en veenmoerassen, door vernatting is de bodemdaling gestopt, natte teelt levert biobased bouwmateriaal en zuivel van waterbuffels.
Rivieren en beken hebben meer ruimte gekregen, waterbesparende maatregelen in de industrie en huishoudens hebben de watervraag verminderd. Regenwater wordt beter vastgehouden door regionale infiltratiegebieden. Bossen zijn ‘verloofd’: naaldbomen zijn vervangen door loofbomen, die beter tegen droogte kunnen. De hoeveelheid bos is verdubbeld, en er zijn productiebossen en voedselbossen. Steden en dorpen zijn vergroend met bomen, parken en open water. Uitbreiding vindt alleen plaats op hoger-gelegen gebieden. En in laaggelegen gebieden wordt op terpen gebouwd, en zijn er drijvende wijken.
Prachtig, maar hoe komen we daar, en kan het een beetje sneller dan 100 jaar? Daar gaf het boek Only Planet antwoord op, met 7 routes. (Zie mijn recensie van Only Planet voor een wat uitgebreidere beschrijving.)
Natuur als bondgenoot.
Blauw goud.
Gezond en regeneratief voedselsysteem.
Groene stad.
Hernieuwbare energie en groen vervoer.
Circulaire economie met betekenis.
Gezondheid, welzijn en geluk.
Inmiddels is de visie voor 2120 in Nederland wijd en zijd bekend en wordt eraan gewerkt. Maar versnellen en opschalen is nodig. Dat kunnen wij! We hebben belang bij maatregelen om te zeespiegelstijging aan te pakken, we zijn het Vanuatu van de westerse wereld. En er zijn nóg 5 redenen waarom het een slimme strategie is om klimaatleiderschap te tonen:
We nemen onze verantwoordelijkheid (we zijn een van de grootste CO2 uitstoters uit de geschiedenis).
We zijn erg kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering, maar kunnen een van de leefbaarste landen ter wereld blijven.
We kunnen onze kennis exporteren naar andere landen. ‘Bring in the Dutch’.
We inspireren andere landen om ons voorbeeld te volgen.
We komen uit de negativiteit en gaan gezamenlijk bouwen aan de toekomst.
Jij en ik kunnen hieraan bijdragen: met hoe we stemmen, wat we eten, hoe we de tuin inrichten en ons huis verwarmen, wat we kopen, waar we bankieren, hoeveel we in de natuur komen. We vergroten onze cirkel van invloed. Dat alles moet dan leiden tot een lange termijnvisie, lange termijnbeleid en transitiepaden, investeringen in kennis, innovatie en onderwijs, stimulering van samenwerkingsverbanden, en investeringen in ‘thrutopia’. Want weet: er is maar 25% van de bevolking nodig voor een social tipping point. Trachten zo’n tipping point te bereiken is niet alleen goed voor Nederland, we worden er zelf ook gelukkiger van: het is zinvolle tijdsbesteding!
Laten we collectief in actie komen!
Only Planet las ik alweer 3 jaar geleden, Klimaatkampioen was een prettige reminder: ik raakte opnieuw enthousiast. Leerde ik er wat van? Nou, vooral die ‘zilte teelt’-kennis was alweer wat weggezakt. Het klinkt veelbelovend en voor boeren is het een prachtig nieuw gebied om zich op toe te leggen. Ken je Only Planet niet, dan staat er bijzonder veel leerzaams in dit boekje, waarvan je de onderbouwing kunt vinden op het internet, of in Only Planet natuurlijk.
De bulk van het verhaal komt uit de WUR, waar Tim ook werkt als Programmaleider Klimaat. Ik begrijp dat waterbeheer zijn specialiteit is. Het boek is gebaseerd op de ‘kaart’ van Nederland in 2120, wat een product van de WUR is en waar veel wetenschappers aan hebben meegewerkt. Geen luchtfietserij dus. Aan relevantie geen gebrek: de klimaatmaatregelen kunnen dan wel afgezwakt zijn, elke paar maanden haalt een nieuwe crisis het nieuws, en nu is dat watergebrek. En dat gaat natuurlijk ook over klimaatverandering en waterbeheer. Fijn dat er voor de verantwoordelijken alvast een lange-termijn-visie ligt, en ook al wat oplossingsrichtingen zijn gegeven.
Ook in dit compacte boekje staan legio voorbeelden hoe de toekomst er uit kan zien, iets minder over wat er al is, zoals in Only Planet. Ik werd wel vrolijk van de toegenomen vispopulatie en alle broedende vogels! Er staan veel illustraties in het boek, maar alles in zwart-wit, wat de impact van de plaatjes, zoals die van de planetaire grenzen, wat minder maakt.
Verder is het betoog helder, de structuur goed, en hebben de persoonlijke noten van Tim ook een functie. Het is een klein, toegankelijk geschreven, inspirerend boekje. We zijn dan geen Wereldkampioen voetbal geworden, Klimaatkampioen is nog steeds haalbaar. Het Oranjelegioen kan zich nu dáár voor inzetten.
Moet je dit boek gelezen hebben? Nee. Maar Only Planet wél!
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant +, Tijdloos +.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties 0, Structuur +, Schrijfstijl +
FOMO -.
Ik gaf het boek 4*
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
via de (online) bibliotheek (dat deed ik ook!);
of uit een minibieb!
bij de kringloop;
bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
of via B-Corp Bol (aff).
Keus genoeg!
Las ik eerder de auto-biografie van een beuk, deze week was de beurt aan een biografie van een huis. Michael Pollan’s eerste kind komt eraan en hij voelt dat hij een een ‘schrijvershuisje’ nodig heeft. In Een plek voor jezelf uit 1997 (de Nederlandse vertaling is van 2023) beschrijft hij het bouwproces, wat hij grotendeels zélf doet, en de relatie van het huisje met de natuur. In zijn ‘schrijvershuisje’ schreef hij trouwens een groot deel van The Omnivore’s Dilemma, zo staat in het voorwoord van de tweede editie uit 2008.
Michael is schrijver en redacteur, werkt met zijn hoofd. Hij wil graag eens iets helemaal met zijn handen maken, hélemaal zelf. De beschrijving van zijn ervaringen, hij doet alles voor het eerst, zijn grappig én leerzaam. Ik lees over de compositie van een landschap, over architectuur, over houtbewerking en naar binnen draaiende ramen, over hulp vragen aan experts en toch de baas blijven, over de voldoening van iets nieuws leren. Over hoe ontzettend véél het kost, qua tijd, geld en energie. En over wat het oplevert: de juiste mindset om heel veel geweldige boeken te schrijven!
…. is nadrukkelijk géén doe-het-zelf-boek, het is eerder filosofisch, met veel historische informatie en weetjes over de natuur, architectuur en natuurlijke materialen. Michael schreef hiervoor Mijn tweede natuur (Second nature) waarin hij vanuit zijn hobby tuinieren het verschil tussen gecultiveerd en wild beschrijft. Zo zijn rozen zó gecultiveerd dat ze in het wild niet meer kunnen overleven. (Pitloze druiven óók niet, wat zijn we aan het dóén?). Hij schrijft meer over wat hij denkt, wat hij leest ook, dan wat hij doet.
De biografie begint natuurlijk met de vraag: waar? Wat is de beste plek voor zijn huisje? Hij moet natuurlijk rekening houden met de zon, hoe die schijnt in welk jaargetijde, en met de wind. Hij bestudeert Feng Shui, en probeert de energiestromen, de chi-paden, van het landschap te voelen. Hij filosofeert over onze evolutie, wonend op de savanne, wat uitzicht én bescherming bood. Kiest ons genoom de optimale habitat? Hij denk na over het uitzicht uit het huisje, en óp het huisje, vanuit zijn woonhuis. Hij heeft al een vijver, een bosje, een zwerfkei in zijn tuin. En buren, met rotzooi in hún tuin. Hij pakt een stoel en gaat dagenlang dan eens hier, dan eens daar zitten.
Met zijn ideeën gaat hij naar een bevriende architect, Charlie. Deze stuurt hem na een paar dagen een boekje met allerlei plaksels en tekeningen, het klinkt als een moodboard. Michael kan er geen touw aan vastknopen. Na veel gesprekken komt er een tekening; het huisje wordt ontworpen met inachtneming van de gulden snede: de benodigde breedte bepaalt de lengte. Die verhouding komt in de hele natuur terug, in bomen, bladeren, schelpen. Michael verdiept zich ook in de historie van de architectuur: Frank Lloyd Wright (mijn favoriet!) en Le Corbusier komen regelmatig terug.
De zwerfkei inspireert Charlie om bij de fundering gebruik te maken van lokaal gevonden keien, om de relatie met de grond expliciet te maken. Dat blijkt makkelijker getekend dan gedaan! Ook hier weer een verslag hoe FLW de relatie tussen huis en grond zag. Een huis moet óp de grond staan, niet erin. De vier keien op de hoeken geven het huisje een zwevend voorkomen, de chi-paden kunnen onder het huisje door. FLW maakte ook onderscheid tussen ‘Hier’ en ‘Daar’. Hier is regionaal, lokaal, traditie, ervaring, feit, steen. Daar is universeel, internationaal, klassiek, idee, vooruitgang, informatie, beton. FLW was fan van ‘Hier’. Le Corbusier van ‘Daar’. Michael vindt dat zijn gewone werk, redactie en schrijven, wel erg ‘Daar’ is en wil voor zijn huisje dus meer ‘Hier’. Natuurlijk kan hij de fundering niet alleen leggen. Hij krijgt hulp van ‘bouwvakker’ Joe. Joe is supereigenwijs, opvliegend maar ook sterk. En hij heeft tijd in de weekenden, dus geschikt!
Het skelet van het huisje wordt gemaakt van oeroude Douglas-sparren. Het kappen van die sparren is jarenlang onderwerp van strijd tussen de houthakkers en milieuactivisten geweest, daar had Michael niet zo bij stilgestaan. Niet alleen het uiterlijk, ook de vorm van het huisje is gebaseerd op een bos, met een dak dat lijkt op takken die naar elkaar toebuigen en zo bescherming bieden. Het is niet zo gek dat in allerlei landen de hutten van de oorspronkelijke inwoners geïnspireerd waren door hun omgeving: in bossen wonende volken bouwden anders dan volken op de vlakte. Michael gaat aan de slag met zagen en beitelen, en vertelt hoe het hout voelt en ruikt. Als het hoogste punt wordt bereikt, is een traditioneel offer gewenst: een heel sparretje wordt uit het bos gehaald en op het hoogste punt vastgezet. Het verenigt de schaamte, over het vernietigen van de natuur, met trots, op het bouwwerk. Het herinnert aan de gesneuvelde Douglassparren.
Ik lees een lange verhandeling over schuine daken versus platte daken en het postmodernisme. Hilarisch is de beschrijving van House VI van architect Peter Eisenman, waar niet in te wonen valt. Een extreem ontwerp, met pilaren die de vloer niet raken, en een glazen wand in de slaapkamer zodat er geen tweepersoonsbed in past. Het is een volstrek a-functioneel huis, postmodern. Het huis is niet bedoeld om comfortabel in te leven maar om ‘de bewoners hun behoeften te laten loslaten’. FLW is minder extreem, maar bouwt met horizontale vlakken en (dus) platte daken, die veel meer lekken dan schuine daken. Zijn Fallingwater werd ook wel ‘Huize De Zeven Emmers’ genoemd. Het dak van Michael’s huisje wordt dus schuin, en ik leer dat de schuinte ook wat zegt over hoeveel sneeuw er in het gebied valt. Hoe meer sneeuw, hoe steiler.
In alle wanden zitten ramen, en elk raam heeft een ander ontwerp. Uit elke raam is er ook een ander uitzicht, een andere sfeer. De brede ramen aan de voorkant klappen naar binnen, om in de zomer een soort veranda te maken van het huisje. Maar naar binnen klappende ramen zijn lastig, als je de regen buiten wilt houden. Met meerdere tekeningen laat Michael zien waarom dat is. Charlies tekeningen zijn niet goed genoeg om lekkage te voorkomen. Uiteindelijk komt Michael er met een raamspecialist uit.
Architecten willen ook invloed op het meubilair en de snuisterijen van de bewoners, alles moet passen bij het huis. Ze vinden het vaak niks wat de bewoners doen. Charlie is niet anders. Een slaapbank en boekenkasten worden ingebouwd, het geeft een cockpit-achtig gevoel. Niks losse meubels of snuisterijen. Totalitaire architectuur.
En dan, na 2 ½ jaar, is het huisje af. Michael heeft zijn zin gehad, in plaats van abstract werk op de computer, werkte hij nu aan iets tastbaars met zijn handen. Dat blijkt een nadeel te hebben: een foutje wordt niet zo makkelijk uitgewist. Bij de fundering hebben hij en Joe ergens een net-niet-haakse-hoek gemaakt, en dat moesten ze bij elke volgende stap steeds weer wegwerken.
Zoontje Isaac, aanleiding voor de bouw en inmiddels een peuter, komt eens inspecteren, en laat wat speelgoed achter als ‘housewarmingcadeautje’. En Michael vraagt zich af: ik heb dit huisje gevormd, hoe zal het mij vormen? Inmiddels zijn we 10 bestsellers verder ….
Ik houd wel van architectuur, maar heb er nauwelijks verstand van. Ik smulde dus van de verhalen over allerlei bouwwerken, met name House VI en Fallingwater, en de verschillende stromingen in de architectuur. Omdat Michael zich tijdens het bouwen óók aan het inlezen was, is de uitleg goed te volgen, jargonvrij en smakelijk. Maar ook, of juist, de relatie tussen wonen en de natuur was leerzaam, daar heb ik nooit zo over nagedacht. Michael is een onderzoeker, en leest heel wat af. Al zijn verhandelingen over historie en dergelijke zijn gebaseerd op wetenschappelijk werk van anderen. Zijn geklungel met hamer en beitel zijn van hemzelf, en dat maakt een mooie combi. Hij wilde een huisje dat bij de natuur paste, en heeft biobased gebouwd, op de betonnen fundering na.
Zijn helpers, Charlie en Joe, zijn leuke figuren, die het onderling regelmatig aan de stok hebben. Dat is niet veranderd, wat architecten verzinnen, vinden de bouwers bijna nooit handig en verstandig. Grappig om hier de onderbouwing voor dat soort meningsverschillen te lezen. Bij elk hoofdstuk horen een aantal simpele bouwtekeningen die de problemen aanschouwelijk maken, en dat is leuk gedaan. De ‘oplossing’ van de naar binnen draaiende ramen vond ik erg slim!
Michael’s handelsmerk is schrijven over iets waarmee hij voor het eerst experimenteert, of het nu tuinieren is, een schrijfhut bouwen, voedsel verbouwen en dieren schieten (ja, echt), of psychedelische planten consumeren. Dat maakt zijn boeken een soort verslag van een ontdekkingsreis, en dat vind ik gewoon erg leuk. Je leert er dus niet heel snel wat van, omdat het met name gaat over zijn eigen gedachten en handelingen, biografisch dus, en dit resulteert in een best wel dik boek.
FOMO? Nee, maar als je een Pollan-fan bent is het leuk om te lezen.
Inhoud: Leerzaam +, Onderbouwd +, Relevant 0, Tijdloos +.
Vorm: Aansprekend+, Verzorgd +, Illustraties +, Structuur +, Schrijfstijl +
FOMO -.
Ik gaf het boek 4*
Ken je dit boek? Wat vond je ervan?
via de (online) bibliotheek;
of uit een minibieb (dat deed ik ook!).
bij de kringloop;
bij een tweedehandsboekenwinkel zoals Boekwinkeltjes;
bij je lokale boekwinkel, via Libris (aff.);
of via B-Corp Bol (aff).
Keus genoeg!
How to Not Know van Simone Stolzoff uit 2026. Een tip van ‘neef’ Adam Grant, met inmiddels hoge ratings op Goodreads. Flaptekst: From our careers to our politics to our personal lives, the future is unknown. And yet, our capacity to tolerate this uncertainty is in decline. How to Not Know will help you prepare for—and even appreciate—the uncertainty that surrounds us. Through gripping stories of people grappling with big problems without easy answers—from an economist trying to predict the next market crash to an island nation reckoning with the existential impact of climate change—acclaimed journalist Simone Stolzoff shows how to develop comfort with ambiguity and build tolerance for the unknown. Blending engrossing storytelling, research, and practical insights, How to Not Know is an essential guide to navigating uncertainty with courage and clarity.
11 eerdere boek-suggesties die nog op mijn TBR staan:
De auto, de geit en de wiskunde van Jan Beuving en Ionica Smeets uit 2026.
Inside The Box van David Epstein uit 2026.
Musk Modus van ‘neef’ Hans van der Loo en Patrick Davidson uit 2026.
When the Forest Breathes van Suzanne Simard uit 2026.
Migratie: soorten aan de wandel van Roy Erkens, Jannes van Everdingen en Jelle Reumer uit 2026.
Ecocivilization van Jeremy Lent uit 2026.
Fopfeminisme van Lisa Loeb uit 2026.
Situated van Angela Duckworth, komt uit in september 2026.
Alleen als jij het ook doet van Helga van Leur en Reint Jan Renes uit 2026.
Why We Talk Funny van Valerie Fridland uit 2026
Kanteltijd van Jan Rotmans uit 2026.
Dat was het weer. Fijne week!

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.