Beeld uit mijn comedie Alberta uit 2016.
Ik heb een week geleden het fenomeen beginscène besproken. Volgende week de vrijscène en die week daarna de groepsscène. (En niet de combinatie tussen de laatste twee categoriëen, want dan komen we bij een genre waar ik minder in thuis ben). Maar nu dus humor-scènes. De allermoeilijkste.
Ik merk dat ik films moeilijk emotioneel kan volgen als er niet ergens een beetje wat lichtheid in zit. Ook bij de meest ernstige onderwerpen is er bij mij meer betrokkenheid wanneer de personages me even hebben laten glimlachen. Door humor gaat ook de geest open. Dat zeg ik altijd, zonder daar ook maar een greintje bewijs van aan te kunnen leveren. Maar bij mij werkt het zo.
Humor is zoals gezegd, het moeilijkste dat er is. Daar waar bij drama je achteraf nog een draai kan geven aan het verhaal of de boodschap naderhand tot je door kan dringen, moet je bij humor direct scoren. Het publiek lacht of grinnikt, of het publiek lacht niet. Je scoort of je mist. Een verhaal verzinnen is te doen, maar verzin maar eens een mop. Een geslaagde mop. Daarom is de eerste vertoning van je onaffe film aan een testpubliek dat het script niet kent, altijd een spannend moment.
Je leert steeds meer voorspellen wanneer de lach komt. Maar je blijft altijd voor verrassingen staan. Sommige grappen die op de set zo leuk waren of zo goed gespeeld, blijken bij de ultieme test te subtiel of gewoon niet te vallen. Een hermontage die de context van de grap verandert, kan de oplossing zijn. Maar soms ook niet. Dan moet de grap maar verdwijnen of moet je accepteren dat dat bepaalde zinnetje dat nodig is voor het plot, niet die verwachte dubbelfunctie als lachmoment heeft.
Anderzijds is het ook zo dat een dialoogmomentje die voor jou en de editor inmiddels al een gewoon zinnetje is geworden, voor de eerste kijkers gewoon nog een grap is. Maar zoals gezegd; dat komt bij elke film minder vaak voor. Je leert het gewoon beter vooraf inschatten. Humor vereist ook een specifieke manier van draaien. Dan heb ik het niet over de inhoudelijke voorbereiding of de sfeer op de set; maar op een specifieke camera-benadering. Achter de betaalmuur (zie verderop) ga ik daar uitgebreid op in.
Omdat mijn praatje over humor-scènes gaat, beveel ik nu natuurlijk een komedie aan. Deze komedie is het debuut van regisseur Terry Gilliam die later de winnaars van het WK-comedy maakte: Monty Python. Deze keer niet de meesterwerken: Life of Brian, the Holy Grail of The meaning of life. Ik raad nu het iets minder bekende Jabberwocky aan. Uit 1977. Michael Palin speelt daarin een arme boer die abusievelijk wordt aangezien voor de grote verlosser die een mythisch monster zou moesten verslaan; de Jabberwock.
Als je niets met voetbal hebt, dan heb je deze weken tijd over. Je zou het laatste deel van de avond kunnen vullen met een uitstekende talkshow van het Duitse ZDF. Die talkshow heeft de naam van host “Markus Lanz”. Lanz komt uit het Duitstalige deel van Italië en is de talkshow-koning van de Oosterburen.
Het programma is zoals te verwachten in het Duits. De kennis van het Duits is tegenwoordig voor steeds meer mensen niet vanzelfsprekend. Ik heb het geluk gehad om door mijn Duitse stiefpa min of meer tweetalig te zijn opgevoed. Meertaligheid als kind heeft ook later voordelen bij het leren van andere talen. Gooi mij een woordenboek tegen het hoofd en ik spreek de taal al. Maar ik ben weer erg slecht in wiskunde.
Het mooie aan de talkshow van Lanz is het volgende: Lanz komt zeer politiek neutraal over en laat zich daardoor vooral door nieuwsgierigheid leiden. Er zijn dan ook geen onderwerpen taboe. Daarnaast wordt er lang over hetzelfde onderwerp gesproken. Uitsluitend door politiek betrokkenen en echte specialisten. Geen risico dus dat er een influencer doorheen tettert of een andere niet ter zake kundige BD’er (Bekende Duitser)
https://www.zdf.de/talk/markus-lanz-114
Toen ik vroeger belichter was en vanalles wilde leren over film zag ik hoe Pim de la Parra zijn low-budget oeuvre opbouwde. Pim die grote successen had gehad en zelfs rijk was geweest door film. Toen ik vroege twintiger was, waren we allebei platzak. Manouk van der Meulen, een goede vriendin van mij, kreeg in die tijd soms meerdere filmrollen tegelijk aangeboden. Pim had een loyale club om zich heen. Door zijn werkwijze en enthousiasme ben ik tien jaar later ook begonnen met een serie low-budgetfilms. Dat deed ik omdat mijn eerste twee, te ambitieuze, projecten niet brachten wat ik had gehoopt. Het was voor mij een belangrijke stap.
Op 3 september komt de film “Dagboek van een zwakke yogi” uit die Pim in 1993 maakte met Ronald da Silva en Paul Ruven. Pim was toen een soort filmisch coördinator van het project. Kort na het draaien, overleed hoofdrolspeler Kamaran Abdulla. De film kwam toen niet in roulatie. Komend najaar gelukkig wel. Min of meer tegelijk met een andere film “How to Survive Hollywood” van Paul Ruven. Een film die geïnspireerd is op het maken van zwakke yogi. Dit is vanuit mij nu al een kleine aansporing. Ga in het najaar beide films zien.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.