We hadden al twee uur gereden zonder een andere auto te kruisen. De airco haperde, het stof kroop door de kieren van het portier, en op de radio zong iemand fado voor een gehoor dat er niet was. Toen we stopten in een dorp waarvan de naam ik alweer vergeten ben, zaten er drie oude mannen op een bankje voor de kerk. Ze keken niet naar ons. Ze keken naar niets in het bijzonder, met de gelaten precisie van mensen die weten dat de dag toch zal voorbijgaan zonder hun tussenkomst. Plinius had ze kunnen beschrijven. Waarschijnlijk deed hij dat ook, ergens, over drie andere mannen op een andere bank, in dezelfde hitte.
De Alentejo beslaat ongeveer een derde van Portugal, maar er wonen nog geen zeven inwoners op elke honderd Portugezen. Dat is geen toevallig detail. Het is de kern van de zaak. De naam zelf, “além Tejo”, betekent voorbij de Taag, alsof de streek zichzelf definieert door afstand te nemen van de rivier die Lissabon en Porto hun drukte gaf.
Wie van de kust komt, verwacht heuvels, een reliëf dat het oog iets te doen geeft. Hier krijgt het oog niets. Vlakten die overgaan in nog meer vlakte, onderbroken door kurkeiken die met hun geschilferde stammen op oude, geduldige dieren lijken. De montado, zo heet dit landschap officieel, is geen wilde natuur, maar een eeuwenoud evenwicht tussen bos, akker en vee, en Portugal bezit er meer van dan enig ander land op aarde, met ruim 600.000 hectare alleen al in deze streek.
Ik had voor die reis gelezen dat de bodem hier “van rood stof” zou zijn, en had dat afgedaan als toeristische overdrijving. Dat was het niet. Na een halfuur wandelen had mijn schoen dezelfde kleur als de weg, en de weg had dezelfde kleur als de verte. Het is een streek waar de horizon je niet uitnodigt om verder te kijken, maar om stil te vallen. De zomers klimmen er geregeld boven de veertig graden, de regen valt in nog geen honderd dagen per jaar, en toch groeit hier al millennia wijn, sinds de Tartessiërs en later de Romeinen hun kleiamforen in deze grond begroeven. Die amforen, talhas genoemd en verzegeld met pijnhars, gebruikt men op sommige plaatsen nog altijd, wat betekent dat de methode ouder is dan het christendom dat er later doorheen trok.
In de taverne zonder bord, waar we die avond aten omdat er verder niets open was, schonk de eigenaar ons een Antão Vaz zonder te vragen of we die kenden. Waarom zou hij ook?
Antão Vaz is de druif van hier, gegroeid uit een kruising tussen de Spaanse Cayetana blanca en een rode druif, João Domingos, die nergens anders nog bestaat. De schil is dik, bijna weerbarstig, gemaakt om hitte en verdroging te overleven, en de wijn die eruit komt kan naargelang de pluk fris en citrusachtig zijn of vol en alcoholrijk, gerijpt op eikenhout tot hij zwaarder wordt dan zijn eigen kleur laat vermoeden. Ik dronk er drie glazen van voordat ik besefte dat niemand in die taverne haast had, en dat dat precies het punt was.
Buiten het dorp, op een heuveltop die zich weinig aantrok van enige logica, stond een kapel. Klein, wit, zonder uitleg, zoals zoveel witgekalkte kerkjes in deze streek gebouwd door een monnik op een plek die niemand achteraf kon verantwoorden. Misschien was het een droom, misschien een verschijning, misschien alleen de beste plek om uit de wind te blijven. De Alentejo is bezaaid met dat soort raadsels, en niet alleen kerkjes.
Bij Évora liggen zo’n achthonderd dolmens en honderden megalithische kringen, waaronder de Cromlech van Almendres, opgebouwd in drie fasen over bijna drie millennia en zowat tweeduizend jaar ouder dan Stonehenge. Niemand weet met zekerheid waarom die honderd granietblokken daar in een ellips staan, alleen dat de ochtendzon op de dag van de zomerzonnewende precies langs de menhir ernaast opkomt. Zeven millennia stilte, en toch iemand die wist wat hij deed.
Er bestaat in de Japanse schilderkunst een begrip, ma, dat de lege ruimte in een compositie beschrijft, niet als tekort maar als volwaardig onderdeel van het werk. De onbeschilderde vlakte, yohaku genoemd, draagt evenveel betekenis als de inktlijn die haar omringt, en de kijker wordt uitgenodigd om zelf in te vullen wat er niet staat. In het Westen noemen we die ruimte negatief, alsof ze wacht om gevuld te worden. In de Japanse traditie is ze positief, een aanwezigheid op zichzelf, geworteld in een zenboeddhistische overtuiging dat leegte niet hetzelfde is als niets.
Ik dacht daaraan terwijl we die avond op het terras zaten en de laatste hitte van de dag optrok uit de tegels. Er was niets te zien, behoorlijk letterlijk: geen verlichte gevel, geen muzikant, geen menigte die zich verdrong voor een terrasje. Alleen de mannen op hun bankje, de kurkeiken in de verte, het glas dat langzaam leegraakte.
En toch was er meer aanwezig dan op elk druk plein dat ik ooit bezocht. De stilte van de Alentejo is niet de afwezigheid van geluid. Het is de aanwezigheid van alles wat we elders overschreeuwen: de gedachte die je niet afmaakt omdat er een notificatie tussenkomt, het gesprek dat verstomt zodra iemand een foto wil nemen, de horizon die je nooit ziet omdat er altijd een gebouw voor staat.
De streek zelf betaalt daarvoor een prijs die niets romantisch heeft. De Alentejo kent een van de snelste bevolkingsdalingen van heel Europa, met dorpen die sinds de jaren zestig meer dan de helft van hun inwoners verloren aan de kust en het buitenland. Wat voor de reiziger aanvoelt als vrede, is voor wie er woont vaak eenzaamheid met een adres. Die tegenstelling wilde ik niet wegpoetsen, want ook dat is een vorm van eerlijkheid die het landschap ons opdringt: leegte is nooit alleen esthetiek.
Toen we vertrokken, de volgende ochtend, stonden de drie mannen er nog. Of de andere drie; ik kon het niet met zekerheid zeggen, en ik vermoed dat zij dat evenmin konden over ons. De weg voor ons strekte zich uit zonder een enkele bocht die iets beloofde, en ik merkte dat ik voor het eerst in maanden niet naar de volgende afslag verlangde.
Er was geen reden om te haasten naar een bestemming die zichzelf toch niet zou onthullen voor de tijd rijp was. Misschien is dat de enige les die de Alentejo überhaupt wil geven, als ze al iets wil geven: dat je soms het beste doet met een landschap door het niet te vullen. Door het wit te laten staan en te wachten tot het jou vertelt wat erop moest komen.
Rudi D’Hauwers
AI-optimist ⎥ Senior wine writer ⎥ Columnist ⎥ Contemporary art lover ⎥ Geograaf
De columns van Dwaalwegen zijn geschreven met behulp van AI. Elk stuk ontstaat in dialoog: mijn ideeën, ervaringen en inzichten vormen het vertrekpunt, AI helpt bij het uitwerken en verwoorden. De eindredactie gebeurt dan weer door mezelf. Het resultaat is een samenwerking tussen menselijke nieuwsgierigheid en technologische mogelijkheden.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.