In tijden van grote droogte, in de vroege jaren van de 10e eeuw, kreeg monnik Athanasius een visioen terwijl hij de liturgie leidde. Nog voor de eucharistie was gedeeld was hij haastig vertrokken, de andere monniken met wie hij in een eenvoudig klooster woonde verbouwereerd achterlatend. Tijdens het gebed in de kapel had de engel had hem kort en duidelijk verteld dat God in water zou voorzien. Hij moest daarvoor op zoek naar een zuiver ronde witte kiezel. Als hij die zou vinden moest hij naar de kluizenaarsgrot gaan waar hij zijn eerste jaren in eenzaamheid had doorgebracht.
Athanasius heeft drie dagen langs het strand gezocht. Keer op keer smeekte hij de Allerhoogste om nogmaals zijn engel te sturen om hem meer raad te geven, maar hij was aan zichzelf overgeleverd. Bij het aanbreken van de derde dag toen de zon juist opkwam boven de stralend blauwe zee, vond hij de volmaakt witte ronde kiezel. Dit moest de steen zijn waar de engel over had gesproken!
Om van het strand bij de kluizenaarsgrot te komen moest er honderden meter geklommen worden en de reis leidde hem door de dichtbeboste berghelling. Eindelijk aangekomen bij zijn vroegere verblijf, de middag was al grotendeels voorbij, ging de monnik als eerst zijn oude kapel binnen. Op deze plek had hij jaren de dagelijkse gebeden gebeden en had hij zijn eerste goddelijke openbaring gekregen toen hij ooit veertig dagen en nachten had gevast. Hier had hij zijn roeping gevolgd om te volharden in gebed. Hier, in de schaduw van de heilige berg, was de hemel altijd dichtbij.
Een diepe vrede overviel de monnik en hij werd meegevoerd naar de woestijn waar Mozes sloeg op de rots om zijn mensen van water te voorzien. Waar ooit de heldere beek in de woestijn ontsprong is een veel bezochte oase en de bron heeft vele uitgeputte reizigers nieuwe levenskracht geschonken. ‘Sla jij met de steen op de rots naast de kapel. Wees als Mozes,’ fluisterde een zachte stem hem in het oor en als in een ogenblik was hij weer in zijn oude kapel. De kleine kapel was slechts een paar vierkante meter groot en bevond zich net buiten de grot. Op de rotswand van de grot sloeg de monnik driemaal tegen de rots aan. Maar er gebeurde niets. Nog eens en nog eens sloeg hij met de witte kiezel tegen de rotswand maar er gebeurde steeds niets. Uitgeput van de klimtocht trok de monnik zich weer terug in de kapel. Buiten begon het duister in te vallen en de wind trok aan. De oude spanten van het kapelletje kraakten flink terwijl een storm aantrok. In een hoekje van de kapel viel de monnik in een droomloze slaap.
De zon is al aan het opkomen als Athanasius wakker wordt. De storm is gaan liggen en hij hoort de vogels fluiten en het rustig stromen van de bron. Het duurt even voor het tot hem doordringt dat hij hier bij zijn kluizenaarsgrot nooit water heeft horen stromen en hij haast zich naar buiten. Vanuit een diepe spleet in de rotsige wand is een stroom helder water ontstaan... Aan het water wordt tot op de dag van vandaag bijzondere krachten toegedicht.
Waar de ronde witte kiezel was gebleven is een raadsel. Het verhaal werd een mythe en er werd stilletjes aan vanuit gegaan dat de ronde witte kiezel en symbolische beschrijving was van een onbeschrijfelijk wonder.
Maar toen ik laatst, nadat ik zelf had gedronken uit de bron van de heilige Athanasius, naar het strand aan de voet van de heilige berg ging, zag ik daar een wit kiezelstrand aan een helderblauwe zee. ‘k Dacht dat ik het me verbeelde toen ik een fluistering van de wind hoorde. Ik moest de ronde witte kiezel zoeken waarmee monnik Athanasius ooit de dorst van velen hielp stillen.
De kiezel ligt hier voor mij op mijn bureau. Hij lag daar, toen ik de stem van de wind hoorde fluisteren, gewoon voor me. Onzichtbaar in het witte kiezelstrand. Water uit de rots heeft de steen niet opnieuw gegeven. Maar wie weet welke dorst de steen zal helpen stillen.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.