RSS Amplifier

Mr. Creatovsky · Jul 20, 2025

De thee van broeder Franciscus

0
Sign in to vote or save

Wouter van der Toorn · Mr. Creatovsky

Wat gebeurt er als per ongeluk geestverruimende kruiden in de thee van het klooster terecht komen? Tja, dat wordt een doldwaze bedoening. Oh, en voor de liefhebber: ik heb er ook nog een liedje bij gemaakt.

0:00

-2:32

In de kruidentuin achter het Sint-Benedictusklooster groeien de planten door elkaar. Broeder Franciscus kent ze allemaal bij naam. De kamille naast de tijm, de salie die zich heeft gemengd met de munt, en daar, verscholen achter de laurier, de vreemde plant die de oude broeder Augustinus ooit meebracht van een pelgrimstocht naar het Oosten. "Voor medicinale doeleinden," had hij gemompeld, maar zijn ogen hadden getwinkeld op een manier die niet helemaal paste bij de altijd ernstige Benedictijn.

Broeder Franciscus is zesenzeventig jaar en loopt al meer dan veertig jaar door deze tuin. Zijn rug is krom geworden van het bukken, zijn handen hebben een flinke laag eelt van het werken in de tuin. Maar zijn ogen kijken nog steeds helder en scherp. Hij is de broeder van de gastvrijheid, degene die de pelgrims ontvangt, de thee schenkt, de bedden verschoont en luistert naar de verhalen van pelgrims uit verre landen. Hij kent als geen ander de geheimen van het klooster. Hij is gewend om zich in zijn dienende rol zo onzichtbaar mogelijk te maken.

Het is donderdagmiddag in november. De mist hangt laag over de heuvels en kruipt ook door de kloostertuinen. Vandaag komen de monniken van Sint-Benedictus en de zusters van het Sint-Claraklooster samen voor hun maandelijkse bijeenkomst. Het nonnenklooster ligt een kilometer verderop. Ze bespreken praktische zaken, want al leven ze gescheiden, er zijn altijd handen tekort voor het werk. De zusters helpen met de was, de broeders repareren het dak van het nonnenklooster. Zo gaat het al eeuwen.

"Och noch toe," mompelt broeder Franciscus terwijl hij de grote koperen ketel vult. "Dertig monniken, vijfentwintig nonnen, en dan nog die groep pelgrims uit Duitsland. Dat wordt weer aanpoten." Er staat een stoofpot op het menu. Fijn origineel gekruid. Bedreven graait hij in de voorraadpotten op de plank. Een niet onbelangrijk stuk van het werk in de keuken is het zorgen voor de juiste kruiden in de maaltijden en de dranken. De stoofpot pruttelt al heerlijk, nu moet er nog thee bij voor na de maaltijd. Hij zet een tweede ketel op voor de kruidenthee. Kamille is goed voor rust in het lijf, munt helpt met de spijsvertering, een snufje kaneel geeft een heerlijk warm gevoel. Zijn vingers pakken op de automatische piloot de juiste hoeveelheden. Hij pakt nog een laatste pot.

Het is een aardewerken pot zonder etiket, achteraan geschoven, een beetje stoffig. Hij doet de pot open en ruikt eraan. Een geur die hij niet direct herkent, honingzoet, maar dan scherper. Het moet een van de oude voorraadpotten zijn van broeder Augustinus, God hebbe zijn ziel. "Vast iets voor de smaak," denkt Franciscus en strooit een royale hoeveelheid door de kruidenthee. Het sist zachtjes in de ketel en wat stoom stijgt op. De keuken ruikt heerlijk, de geur van de stoofpot vermengt zich met de kruidige theegeur.

In de grote eetzaal zijn de tafels al gedekt. De pelgrims zitten aan de zijkant, de monniken links, de nonnen rechts, volgens de oude regels. Abt Ambrosius zit aan het hoofd van de tafel, zijn gezicht een en al vroomheid. Naast hem zit abdis Theresia. Ze is een strenge en ingetogen non. De gesprekken zijn gedempt, zoals het hoort.

Broeder Franciscus schenkt de thee. Eerst de abt en de abdis, dan de oudere broeders en zusters, dan de jongeren, en tenslotte de pelgrims. Zelf heeft hij geen tijd om te eten of te drinken. Hij eet pas later als iedereen klaar is. Nu niet. Er is geen tijd. Hij moet dienen. Zijn beurt komt later wel. Er is altijd wel iets te doen in de keuken, altijd wel een bord dat bijgevuld moet worden. Hij heeft niet door hoe langzaam de stemming wat ontspannener wordt in de eetzaal. Ogen gaan twinkelen, schouders worden wat minder gespannen en het volume van de gesprekken gaat langzaam omhoog.

Het begint met zuster Hildegard. Ze is zeventig jaar, al vijftig jaar in het klooster. Ze is, wat ze noemen, streng in de leer. Plotseling begint ze zachtjes te giechelen. "Weten jullie," zegt ze met een gedempte stem die toch niet zo gedempt is als ze had bedacht, "ik heb vannacht weer over filmsterren gedroomd. Brad Pitt was het deze keer. We dansten de tango." Ze slaakt een diepe zucht en vervolgt: "het was heerlijk." De nonnen om haar heen staren haar aan, bijna sprakeloos want ze hebben geen idee wat ze moeten met deze onverwachte ontboezeming.

Abt Ambrosius wil opstaan om orde te scheppen, maar zijn eigen mond is hem te snel af: "Tango? Dat is nog niets! Ik heb de complete serie van Game of Thrones gezien. Drie keer! Die kijk ik op mijn iPad waarvan ik zeg dat ik die heb voor theologische studie." Zijn ogen worden groot van schrik over zijn eigen woorden, maar het is te laat. Zijn mond was sneller dan zijn hoofd. Zijn hoofd is ook niet meer zo scherp.

"O mijn lieve Heertje," stamelt broeder Franciscus vanuit de deuropening. "Wat is hier aan de hand?"

Broeder Johannes, de keldermeester en boekhouder van het klooster die altijd zo precies is met de cijfertjes, springt op. "Jullie denken dat ik Pietje Precies ben, toch? Maar ik gooi er gewoon wat cijfers tegenaan! Als het maar klopt aan het eind. En van dat geld dat over is, koop ik bonbons. Ik heb nog heel wat dozen verstopt achter de wijnvaten in de kelder!"

De chaos barst nu helemaal los. Overal beginnen monniken en nonnen hun diepste geheimen te spuien. Zuster Maria-Martha bekent dat ze stiekem nogal spannende romans schrijft - "En er zit ook sex in" zegt ze triomfantelijk - onder het pseudoniem Scarlett Paradis. Broeder Antonius vertelt hoe hij 's nachts op het dak klimt om naar de sterren te kijken en dan hardop vloekt over alles wat hem dwarszit. "Vooral over die veel te vroege gebeden om vier uur!"

"Och noch toe, och noch toe," blijft broeder Franciscus maar herhalen, terwijl hij van de een naar de ander loopt, pogend de orde te herstellen. Maar het heeft geen zin.

Abdis Theresia staat op, haar waardigheid probeert ze nog vast te houden, maar ook zij kan de waarheid niet tegenhouden: "Ik ben verliefd! Al twintig jaar! Op de bakker uit het dorp. Iedere dinsdag als hij het brood komt brengen, klopt mijn hart als de kerkklok. En hij heeft zulke mooie handen, zo sterk, zo..." Ze bloost als een verliefde tiener.

De Duitse pelgrims kijken met grote ogen toe. Een van hen, een professor theologie uit München, begint te lachen: "Wunderbar! Dit is beter dan alle theologische discussies bij elkaar! Eindelijk echte mensen!"

Nu wordt het pas echt chaotisch. Zuster Agatha springt op de tafel: "En ik heb een tatoeage! Een grote vlinder op mijn rug! Vorig jaar laten zetten tijdens mijn 'retraite' in Amsterdam!" Ze tilt, tot schrik van anderen, haar habijt helemaal op om de vlinder te kunnen laten zien.

Broeder Franciscus probeert ondertussen zuster Hildegard te manen haar habijt netjes laag te houden. Die heeft ze namelijk tot ver boven haar knieën opgetrokken om te laten zien hoe de tango gaat. Maar ze slaat haar armen om hem heen en plant een klinkende kus op zijn wang. "Franciscus! Lieve, brave Franciscus! Weet je dat ik altijd heb gewenst dat je geen monnik was geworden? Dan zouden we zijn getrouwd. Jammer is het toch!"

De oude broeder wankelt achteruit, zijn gezicht is rood aangelopen. "O mijn lieve Heertje, zuster, wat doet u nu!"

Maar de ongeremde ontboezemingen gaan maar door. Broeder Sebastiaan, die ook de organist van het klooster is, bekent dat hij stiekem jazzmuziek speelt op het kerkorgel als niemand luistert. "Miles Davis klinkt goddelijk op onze orgelpijpen!" Abt Ambrosius probeert hem ook het zwijgen op te leggen maar wordt afgeleid door zijn eigen onthulling: "En ik heb een Instagram-account! Mijn account @abtWithAttitude heeft meer dan tweeduizend volgers!"

De jonge broeder Thomas, pas twee jaar in het klooster, staat op de tafel: "Ik twijfel! Iedere dag! Ik weet niets zeker. Of God bestaat vraag ik me zelfs af. En mijn roeping klonk mooi, maar ik geloof het zelf niet eens. Maar dat vind ik niet erg. Twijfelen is gewoon een andere vorm van geloven!" De oudere broeders kijken geschokt, maar hun hoofd is ook niet meer zo helder. Een paar van de mannen knikken duidelijk instemmend, bijna opgelucht door de eerlijkheid die hier door de zaal gaat.

Zuster Benedicta, de keukenzuster van het Sint-Claraklooster, roept: "Ik haat koken! Vijfendertig jaar lang iedere dag aardappelen schillen! Ik droom ervan om naar de kookschool te gaan, om sterrenkok te worden!"

"En ik," roept broeder Michaël, de portier, "ik lees alle post! Alle brieven! Ik weet precies wie verliefd is op wie, wie ruzie heeft met zijn familie, wie stiekem solliciteert naar een baan buiten het klooster!"

Een oudere broeder, broeder Silvanus, die altijd zo stil is, staat plotseling op: "Ik heb een zoon! In Frankrijk! Hij is veertig jaar nu. Zijn moeder was een meisje uit het dorp. Voor ik monnik werd... Ik stuur hem elk jaar met Kerstmis geld. Anoniem."

De eetzaal is veranderd in een chaotische plek waarin geen geheim meer kan blijven bestaan. Monniken vertellen over hun nachten vol twijfel, over geheime liefdes, over hun irritaties over medebroeders. Nonnen benoemen hun verborgen ambities. Een van de jongere zusters bekent dat ze 's nachts stiekem uit het klooster sluipt om te gaan dansen in de stad. De aanwezige pelgrims geven ruimhartig toe dat ze alleen maar op bedevaart zijn om even te kunnen genieten van de rust en de goedkope gastvrijheid.

Broeder Franciscus staat in het midden van de chaos. Hij begint te begrijpen wat er gebeurd is. Die pot, die oude pot van broeder Augustinus... "Voor medicinale doeleinden," had hij gezegd. Maar welke medicijn zorgt ervoor dat mensen de waarheid over hun diepe geheimen niet meer kunnen verbergen?

Hij probeert de aandacht van de abt te krijgen, maar die is in een diep gesprek verwikkeld met de Duitse professor over zijn adoratie van Nietzsche. "God is dood? Soms denk ik dat hij gewoon een dutje doet!" De abdis demonstreert ondertussen aan een groep jongere zusters hoe je het best kunt dansen op moderne muziek. "In mijn cel heb ik een bluetooth speaker! Beyoncé is mijn grote inspiratie!"

"Dit moet stoppen," denkt broeder Franciscus, een beetje in paniek en handenwrijvend rondlopend.

Maar dan gebeurt er iets merkwaardigs. Te midden van alle chaos begint broeder Johannes te huilen. "Weet je wat?" snikt hij, duidelijk opgelucht. "Het is zo fijn! Al die jaren dat geheim met me meedragen. Al die schuldgevoelens om een paar dozen bonbons!"

Zuster Hildegard laat zich op een stoel vallen, haar habijt nog steeds niet helemaal in orde. "Hij heeft gelijk. Ik voel me... lichter. Alsof ik jaren een zak stenen op mijn schouder heb rondgedragen."

Een voor een beginnen de monniken en nonnen het te beseffen. De gezichten beginnen te ontspannen. Er verschijnen glimlachen, echte glimlachen. Niet de gemaakte glimlachende gezichten, maar de grijnzen van mensen die een last van zich af hebben gegooid.

De bekentenissen worden nu milder, menselijker. Broeder Paul vertelt dat hij het gregoriaans maar saai vindt en liever naar hardrock luistert. Zuster Maria-Martha vertelt hoe ze soms tijdens het gebed haar boodschappenlijstje maakt. Alle grote geheimen zijn eruit, en nu komen de kleine mensendingen. De irritaties over elkaars gewoontes, de kleine zonden van ijdelheid, de menselijke tekortkomingen die ze zo angstvallig verborgen hielden.

Abt Ambrosius staat op, zijn gezicht is nog rood maar hij heeft glimmertjes in zijn ogen: "Broeders, zusters, pelgrims... Ik weet niet wat er in de thee zat, maar misschien... misschien is dit wat we nodig hadden. Al die jaren hebben we geprobeerd heiligen te zijn, maar we zijn gewoon mensen. Mensen met dromen, verlangens, twijfels. En weet je… God wist dit allang. Wij zijn de enigen die dachten dat we perfect moesten zijn."

De abdis, haar kap nog scheef van het dansen, voegt eraan toe: "De regel van Sint-Clara gaat over armoede. Maar de grootste armoede is misschien wel dat we onszelf hebben verarmd, onze menselijkheid hebben weggestopt achter een masker van vroomheid."

Een oude pelgrim uit Beieren staat op: "In mijn land zeggen we: 'Der Herrgott hat auch Humor.' God heeft ook humor. Kijk naar ons! Een stelletje oude mensen die proberen perfect te zijn terwijl Hij ons allang kent, met al onze gektes!"

Langzaam begint de roes af te nemen. De monniken en nonnen kijken elkaar aan. Er zit nog wat schaamte in de ogen, maar vooral opluchting. Ze hebben elkaar verteld wie ze werkelijk zijn. Ze hebben het van elkaar gezien en gehoord. En er is geen bliksem uit de hemel gekomen.

Broeder Franciscus haalt diep adem. "Och noch toe, wat een middag. Zal ik maar gewone thee zetten?"

"Nee!" roepen meerdere stemmen tegelijk. Abt Ambrosius glimlacht: "We hebben eerst de tijd nodig om deze maaltijd eens goed te laten zakken. Misschien kunnen we er achteraf nog wel wat lessen uithalen."

De rest van de middag verloopt anders dan alle andere middagen die hier in het klooster zijn gepasseerd. Er wordt gepraat. Ja, er wordt echt gepraat. Over hoe de regels soms een gevangenis kunnen worden in plaats van een weg naar God. Over hoe schaamte voor kleine menselijke dingen de weg naar de grote en echte goddelijke dingen kan blokkeren. Over genade en dan niet alleen de genade die ze anderen prediken, maar de genade die ze zichzelf mogen geven.

Broeder Silvanus, die over zijn zoon had verteld, zit stil in een hoek. Een paar broeders komen bij hem zitten, leggen een hand op zijn schouder. Er worden geen woorden gesproken, maar er is begrip.

Zuster Hildegard pakt de hand van broeder Franciscus: "Het spijt me van die kus. Hoewel... eigenlijk spijt het me niet. Het was fijn om even te voelen dat ik nog leef."

De oude broeder glimlacht: "O, zuster, we leven allemaal. We waren het alleen even vergeten."

Als de avond valt en de monniken en nonnen afscheid nemen, is er iets veranderd. De afstand tussen het Sint-Benedictusklooster en het Sint-Claraklooster lijkt kleiner geworden. De pelgrims vertrekken met verhalen die maar weinig mensen zullen geloven. En in de keuken pakt broeder Franciscus de mysterieuze pot om hem in de vuilnisbak te gooien.

Hoewel... Als hij bij de prullenbak staat aarzelt hij. Misschien bewaart hij in ieder geval een klein beetje. Voor noodgevallen. Voor als het misschien nodig is dat de maskers afgaan. Met een beetje hulp van een kruid uit een ver en vreemd land. Voor momenten als mensen vergeten dat God niet alleen de God van de heiligen is, maar vooral de God van de mensen die proberen heilig te zijn en daar zo heerlijk menselijk in falen.

Die nacht, tijdens de completen, klinkt het gezang anders. Vrijer. Iets minder gepolijst, maar meer gemeend. Als abt Ambrosius de zegen uitspreekt, voegt hij er zachtjes aan toe: "En moge God ons vergeven dat we soms vergeten dat Hij ons al vergeven heeft."

"Amen," antwoorden de broeders. En ze hebben het niet eerder zó gemeend als nu!

Read the original on creatov.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.