RSS Amplifier

Caroline van Zomeren · Jun 7, 2026

Dossier 076: Soof #3

0
Sign in to vote or save

Caroline van Zomeren · Caroline van Zomeren

Dossier 076: Soof eindigt vandaag.
Deel 1 en 2 gemist? Je leest ze hier: Deel 1 - Deel 2

JP stond nog steeds naast haar auto. Aan de overkant lag het herenhuis er keurig bij. Op de eerste verdieping hing het gordijn stil.

‘Waar bent u?’ vroeg JP.

Aan de andere kant bleef het even stil.

‘Boven,’ zei Sophie toen.

JP keek naar het raam.

‘In het kantoor?’

‘In het pand. Niet in zijn kantoor.’ Sophie ademde hoorbaar uit. ‘Mijn vriendin werkt beneden achter de balie.’

‘Kunt u naar buiten komen?’

‘Niet hier.’

‘Waar dan?’

Ze hadden afgesproken in een lunchroom aan de Grote Markt. Openbaar, neutraal, het soort plek waar niemand luistert omdat iedereen met zichzelf bezig is.

JP was er als eerste. Ze bestelde twee koppen koffie en ging met haar rug naar de muur zitten.

Sophie kwam drie minuten later binnen. Ze droeg dezelfde jas als op de foto, zonder make-up. Ze zag er ouder uit, vermoeider ook.

Ze ging zitten zonder haar jas uit te trekken.

‘Bedankt voor het komen,’ zei JP.

Sophie knikte. Ze legde haar handen om de menukaart maar keek er niet naar.

‘Hoe lang had u een relatie met Ronnie Maas?’

‘Bijna twee jaar.’

‘En niemand wist ervan.’

‘Een paar vrienden. Niet mijn vader. Niet in het begin.’ Sophie schoof de menukaart opzij. ‘Ronnie wilde het vertellen. Ik wilde nog wachten.’

‘Waarom?’

‘Omdat ik wist wat mijn vader zou zeggen.’

De serveerster bracht de koffie. Sophie pakte de kop met twee handen vast.

‘Wanneer kwam uw vader erachter?’

‘Een paar weken voor Ronnie’s dood. Ronnie had hem gebeld. Om zich voor te stellen. Om te zeggen dat hij serieus was. Mijn vader was woedend.’

‘Hoe weet u dat?’

‘Omdat hij mij belde. Diezelfde avond. Hij zei dat ik het moest beëindigen. Dat iemand als Ronnie mijn leven zou verwoesten. Dat alles waar hij voor had gewerkt niet zou eindigen bij iemand met een strafblad.’

Ze nam een slok.

‘Wist Ronnie dat?’

‘Ja.’

‘En toch belde hij hem nog een keer.’

‘Omdat ik dat wilde.’ Haar stem brak bijna. ‘Ik dacht dat als Ronnie rustig met hem zou praten, als hij zou uitleggen dat hij werk had, echt wilde veranderen, dat hij …’ Ze stopte.

JP maakte haar zin niet af.

Sophie glimlachte scheef.

‘Belachelijk, hè?’

‘Nee.’

‘U denkt van wel.’

‘Ik denk dat mensen vaak blijven hopen dat de verkeerde persoon ineens redelijk wordt. Dat is niet belachelijk. Alleen meestal teleurstellend.’

Sophie keek even weg.

‘Wat gebeurde er na Ronnie’s dood?’ vroeg JP.

‘Mijn vader nam de regie. Meteen. De volgende ochtend al. Hij zei dat ik niet moest vertellen dat ik Ronnie’s vriendin was. Dat Ronnie het type was dat ’s avonds laat met de verkeerde mensen op een parkeerplaats stond. Dat de politie me zijn wereld in zou trekken, dat het in de krant zou komen, dat zijn naam aan de mijne zou blijven plakken.’

‘En u geloofde hem.’

Sophie knikte. ‘Ik was drieëntwintig. Ronnie was dood. Mijn vader bleef maar praten. Advocaten, journalisten, rechercheurs, risico’s. Hij wist waar ik bang voor was voordat ik het zelf wist.’

Het werd even stil aan tafel. De lunchroom ging gewoon door. Bestek op borden, stoelen die schoven, een kind dat lachte bij het raam.

‘Wanneer begon u te twijfelen?’

‘Niet meteen. Pas later. Toen ik weer een beetje kon nadenken.’

‘Waardoor ging u twijfelen?’

‘Dat Ronnie ’s avonds laat met de verkeerde mensen op een parkeerterrein had gestaan, was toen nog helemaal niet bekend. Dat stond pas uren later online. Maar mijn vader wist het al.’

JP zei niets. Ze schreef ook niets op. Dat deed ze later, in de auto, met de motor uit en de ramen dicht.

Haar telefoon lichtte op. Daan.

Van Oords alibi gecheckt. De Hartog zat die avond in Londen. Vlucht om 14:00 uur, pas twee dagen later terug.

JP reed naar de Ginnekenweg. Dezelfde parkeerplaats. Hetzelfde koperen naambordje naast de deur.

De receptioniste herkende haar.

‘Mevrouw Vermeer. Meneer Van Oord is er niet.’

‘Waar is hij?’

‘Hij heeft een afspraak met zijn dochter, Sophie. In De Loods, op de Slingerweg.’

JP bleef even staan.

‘Dank u.’

Tien minuten later reed JP de Slingerweg op. Een plek waar Breda had besloten dat baksteen en roest ineens cultureel erfgoed waren. Ze herkende het pand van de foto in het artikel. Hoge ramen, zwarte stalen kozijnen en een grote banner bij de ingang. Boven de deur hing een bord: De Loods.

Ernaast lag dezelfde parkeerplaats als op de foto’s uit het dossier. Vijf jaar geleden had Ronnie Maas daar gelegen. Nu stonden er twee auto’s.

De deur stond open. JP liep naar binnen.

Hoge plafonds. Een betonnen vloer, geschuurd en gelakt. Licht viel door de dakramen. Links lag een ruimte die eruitzag als een atelier in aanbouw. Rechts stond een bar. Aan de muur hingen schetsen. Ingelijste tekeningen. Slordige aantekeningen.

JP herkende het.

Hetzelfde handschrift als op de Funda-advertentie. Dezelfde vlakken, dezelfde woorden. Atelier. Café. En ergens, kleiner, in een hoek van een van de tekeningen: boven: wij.

Sophie had niet alleen het plan uitgevoerd. Ze had zijn handschrift bewaard.

Achter in de ruimte klonken voetstappen. JP liep door.

Van Oord stond bij een tafel met bouwtekeningen. Hij keek op toen JP binnenkwam. Zijn gezicht veranderde.

‘Mevrouw Vermeer.’

‘Meneer Van Oord.’

‘Hoe wist u …’

‘Uw receptioniste.’

Hij rechtte zijn rug en keek om zich heen, alsof hij iemand zocht.

‘Dit is niet het moment,’ zei Van Oord.

‘Ronnie Maas werd gevonden op dit terrein. Achter dit gebouw. Op een parkeerplaats die op uw naam staat.’

Van Oord bewoog niet.

‘Bij zijn lichaam lag een uitgeprinte advertentie van dit pand. Met een schets in de kantlijn. Een atelier, een café, een woning erboven.’ JP keek naar de tekeningen aan de muur. ‘Precies wat hier nu is gebouwd.’

‘Ik weet niet wat u probeert te …’

‘Ronnie belde u die avond niet over een investering. Hij belde u over dit gebouw. Over zijn plannen. Over uw dochter.’

Van Oord deed een stap achteren.

‘U verklaarde destijds dat u die avond in Tilburg was. Maar De Hartog, met wie u had afgesproken, zat in Londen.’

De ruimte was stil. Ergens tikte een verwarmingsbuis. Licht viel schuin door de dakramen en tekende lijnen op de betonnen vloer.

Van Oord keek naar zijn handen.

‘U begrijpt het niet.’

‘Leg het me dan maar uit.’

‘Die jongen was gevaarlijk. Niet voor mij, voor Sophie. Voor alles wat ik voor haar had opgebouwd. U kent zijn dossier. U weet wat voor iemand hij was.’

‘Ik weet wat voor iemand hij probeerde te worden.’

‘Mensen als Ronnie Maas veranderen niet. Ze gedragen zich anders. Kleden zich anders. Maken een plan.’ Zijn blik gleed naar de muur. Naar de schetsen. ‘Maar om twee uur ’s nachts staan ze nog steeds op een parkeerplaats met de verkeerde mensen.’

‘Behalve dat hij die avond maar met één iemand op die parkeerplaats stond.’

Van Oord klemde zijn kaken op elkaar.

‘U heeft geen idee waar die jongen haar in had meegesleurd. Alles wat ik heb gedaan, deed ik om haar te beschermen.’

De woorden bleven hangen in de ruimte.

JP opende haar mond. Maar Sophie was haar voor.

Ze stond in de deuropening. Een hand op de deurpost, haar blik op haar vader.

‘Pap?’

Dit was Dossier 076: Soof.

Wil je vaker oude zaken, vreemde voorvallen en Bredase geheimen ontvangen?
Abonneer je hier.

Read the original on carolinevzb.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.