Hallo lieve mensen!
Al een tijdje wil ik naast de MENA Mediatips andere dingen schrijven op mijn substack. Op Instagram vroeg ik daarom om jullie input, en een grote meerderheid vroeg om te duiken in de vraag of het ‘Midden-Oosten’ eigenlijk wel bestaat. Ik ben heel benieuwd wat jullie ervan vinden.
“Het moment dat ik ‘Midden-Oosten’ hoor, word ik boos,” vuurde de Egyptische dokter en feminist Nawal al-Saadawi in De Balie in 2017. “Want dit is koloniale taal. Midden-Oosten. Midden-wat? Midden-vanuit wie? Dat moet je jezelf afvragen.”
De vraag die al-Saadawi stelt, staat aan basis van mijn werk, en specifieker deze substack. Het antwoord ligt natuurlijk voor de hand: het is het midden van het oosten vanuit het Europese perspectief.
Om de Eurocentrische term te bestrijden zijn inmiddels andere namen voor de regio bedacht, vaak als afkortingen zoals ‘MENA’ (Middle-East and North-Africa) of ‘SWANA’ (South-West Asia and North-Afrika). Ook al-Saadawi benoemt het scherp: we hebben het over het gebied Noord-Afrika en West-Azië. Maar, door de naam te veranderen los je alleen een symptoom van het probleem op. De taal is minder koloniaal, maar de olifant in de kamer is nog steeds aanwezig: kún je deze landen wel bij elkaar schuiven als regio? Is er iets dat de landen bindt waardoor dit logisch is? Kortom: bestaat het ‘Midden-Oosten’ eigenlijk wel?
Het antwoord zal je misschien verrassen — en bear with me, want het wordt vrij theoretisch.
Gebieden worden gemaakt
Toen ik als guppie begon aan mijn bachelor Midden-Oostenstudies kreeg ik een introductievak voor ‘area studies’, gegeven door professor en javanicus Ben Arps. Gebieden onderzoeken is namelijk een vak apart, of eigenlijk meerdere vakgebieden bij elkaar. Je kunt een gebied niet in zijn volledigheid beschrijven of bestuderen vanuit alleen geografie, antropologie of politicologie: hiervoor moet je de hele context meenemen. (Dit betekent niet dat je je niet kunt specialiseren. Zo ben ik gespecialiseerd in de politieke economie van Libanon, maar heb ik de basics geleerd van verschillende disciplines binnen de sociale wetenschap.)
Een gebied, zoals een land, regio of provincie, is geen natuurverschijnsel. Toen onze voorouders zich vestigden op het stukje grond dat we nu Nederland noemen, bestond Nederland nog niet. Wij, de gebruikers of bewoners van het gebied, maken een gebied en geven het betekenis. Wij hebben Nederland gemaakt. Dit doen wij bijvoorbeeld via onze taal (door er bijvoorbeeld een naam aan te geven), of door het te gebruiken, er wezens of goederen doorheen te bewegen, er verhalen over te vertellen of er macht over uit te oefenen.
Volg je mij nog? Laten we inzoomen op een voorbeeld: mijn woonplaats Utrecht. Utrecht heet zo omdat de stad in de Romeinse tijd zo is genoemd. Als je ver genoeg rijdt houdt Utrecht op een gegeven moment op omdat dit is bepaald, wat wordt aangegeven met een bordje. Dit is een voorbeeld van het stukje taal: door te praten over dit stukje grond als de stad genaamd Utrecht, maken wij het de stad Utrecht. Of neem hoe we de stad gebruiken: in delen van Utrecht is het de bedoeling dat je er woont, zoals het stuk grond waar ik op woon. De manier waarop we het stukje Utrecht gebruiken geeft betekenis aan het deelstukje, maar ook aan het grotere geheel. Het maakt van Utrecht een woonplaats. Maar er zijn ook plekken waar het de bedoeling is dat je er slechts even bent, waar je doorheen beweegt, zoals wegen en stations. Hier is het niet de bedoeling dat je woont (probeer maar, je wordt geheid weggestuurd). Daarnaast vertellen we verhalen over de stad, bijvoorbeeld over haar geschiedenis of gebruiken. Het geeft de mensen die er wonen het gevoel dat er belangrijke dingen zijn gebeurd, waardoor de plek betekenis krijgt.
Maar belangrijker voor dit stuk is de laatste manier van een gebied maken, waarin alle andere vormen samen komen: door er macht over uit te oefenen. Want wie bepaalt waar er gewoond mag worden en wie er mag wonen? Waar Utrecht begint en eindigt? Welke mensen of goederen zich door de stad heen mogen bewegen? Hoe je de stad mag gebruiken? Of welke verhalen we erover vertellen, en wie ze mag vertellen?
What’s in a name?
Terug naar het ‘Midden-Oosten’. In augustus 2024 las ik een boek dat precies deze analyse doet voor de regio waar ik over schrijf: Is There a Middle East?. In het boek uit 2012 kijken twaalf onderzoekers uit verschillende disciplines naar dit vraagstuk. Denk aan historici, cartografen, geografen, politicologen, antropologen. Het boek draait voornamelijk om de vraag of de collectie landen die wordt bedoeld met de naam ‘Midden-Oosten’ ook een coherente geografische en culturele regio is. Is het logisch dat we deze landen bij elkaar zetten als regio en ze zo behandelen?
Het is een lang en gedetailleerd boek, dus ik zoom in op een aantal aspecten die hier van belang zijn.
Huseyin Yilmaz, hoofddocent Geschiedenis en Midden-Oostenstudies aan de Universiteit van Florida, schrijft in zijn hoofdstuk dat de eerste keren dat het ‘Nabije Oosten’ of het ‘Midden-Oosten’ als termen op wereldkaarten werden gebruikt, ze voornamelijk als kwestie werd geposeerd. Aan het begin van de negentiende eeuw waren er meerdere ‘Oosten’, en ook meerdere ‘Midden-Oosten’ die in verschillende constellaties werden behandeld. De ‘Eastern Question’ begon echt tractie te krijgen in 1815, waarna de vraag ging over alles dat plaatsvond ten oosten van West-Europa, ook bijvoorbeeld Polen en Macedonië. Dit werd op een gegeven moment gespecificeerd: zo had je het ‘Nabije Oosten’, het ‘Midden-Oosten’ en het ‘Verre Oosten’. Inmiddels waren Europese landen al betrokken bij de regio: denk aan Napoleons invasie van Egypte. De ‘Eurocentrische regionalisering’ van wat destijds nog het Ottomaanse Rijk was, oversteeg het Rijk zelfs toen zij nog intact was, vertelt Yilmaz. De kwestie was altijd iets in de trant van: wat moeten wij met het ‘Oosten’? Hoe gaan wij om met conflicten die daar plaatsvinden, en hoe gaan wij om met dit gebied dat zó anders is dan wij? Maar ook: kunnen wij daar niet iets mee, met het ‘Oosten’?
Deze zucht om de wereld in te delen had vooral veel met het Europese zelfbeeld te maken: om jezelf als verlicht te zien, kan dat alleen wanneer de rest van de wereld dat niet is (of sterker nog, zwaar achterloopt).1 Een identiteit ontwikkelt zich niet alleen, maar vis-a-vis de ander. Om jezelf als regio te definiëren, je eigen identiteit te bepalen, moet de ander wezenlijk van je verschillen. Wanneer dat het belangrijkste is, maakt het ook niet uit of de regio zelf wel bij elkaar past.
Honderden manieren om het ‘Midden-Oosten’ samen te stellen
Het idee dat het ‘Midden-Oosten’ een homogene regio was die verschilde van Europa was hardnekkig, beschrijft Edward Saïd in zijn klassieker Oriëntalisme. In reisverslagen werden alle hoeken van de regio op vergelijkbare wijze beschreven in relatie tot Europa. Er werden blauwdrukken opgesteld van hoe een standaard ‘Midden-Oosterse’ stad eruit zag. En de mensen die erin woonden? Tja, de arme loeders wisten niks van beschaving natuurlijk. ‘Wij’, het verlichte westen, tegenover ‘zij’, het achterlijke oosten. En daarom waren ‘wij’ dus veel beter in staat om, na de val van het Ottomaanse Rijk, dit gebied en alles dat erin ligt in van ‘ze’ over te nemen.
Toen het Ottomaanse Rijk werd opgeknipt in verschillende natiestaten, onder mandaat van voornamelijk Frankrijk en Engeland (lees hiervoor het boek A Line in the Sand van James Barr), bleek dit stuk grond vooral in theorie opknipbaar. In de realiteit werden gebieden die wellicht logischer aan elkaar te verbinden waren van elkaar afgesneden via grenzen (bijvoorbeeld Koerdistan), en gemeenschappen bij elkaar gegooid binnen dezelfde grenzen die eigenlijk niet zoveel met elkaar te maken hadden. Er werd wetgeving gemaakt waardoor bepaalde bevolkingsgroepen meer rechten kregen tegenover anderen, dat in sommige landen nog steeds systemisch is verankerd (zoals in Libanon). Het zou tot decennia later nog voor problemen zorgen.
Maar, dat dit bepaald is door Europese landen, betekent dit dan gelijk dat het ‘Midden-Oosten’ helemaal niet bestaat? Is er dan niks te vinden dat het gebied aan elkaar bindt? Het Arabisch misschien? Of het droge klimaat? De islam? Hier boog geograaf Michael E. Bonine zich over in zijn hoofdstuk: is er een coherente geografische en culturele regio die we het ‘Midden-Oosten’ kunnen noemen?
Zijn eerste vondst zegt meer over ons hele wereldbeeld dan alleen van de regio. Hoe de wereld is ingericht zoals wij die nu kennen, ingedeeld in regio’s en continenten, bestaat nog niet zo lang: die werd definitief gemaakt in de VS en Europa rond de Tweede Wereldoorlog, daarvoor was deze specifieke indeling nog niet universeel vast- of opgelegd. Voor die tijd bestonden er andere invullingen van hoe de wereld was ingedeeld, waardoor je grootouders waarschijnlijk in een wereld hebben geleefd waar het ‘Midden-Oosten’ nog niet als regio was opgenomen in atlassen.
En wat werd dan gedefinieerd als het ‘Midden-Oosten’? Wanneer Bonine in de kaarten van de afgelopen tachtig jaar duikt, vindt hij honderden manieren waarop het ‘Midden-Oosten’ werd samengesteld: van Egypte tot Iran, of toch zonder Iran maar wel tot en met Marokko? Of misschien toch Iran en ook India erbij, Noord-Afrika niet en Afghanistan en Turkije wel? Als we Noord-Afrika apart nemen, waarom wordt Egypte er meestal wel bij het ‘Midden-Oosten’ gerekend? Of hoe zit het met de grote Armeense en Azerbeidzjaanse gemeenschappen in de regio? Waarom horen Armenië en Azerbeidzjan er dan niet bij? En Soedan en Somalië, waar Arabisch wordt gesproken? Maar in Turkije en Iran is Arabisch helemaal niet de voertaal, en in bijna alle landen die worden meegerekend worden ook andere talen gesproken, zoals Koerdisch of Tamazight. En als we Iran en Turkije meerekenen, wat doen we met bijvoorbeeld Tadzjikistan of Oezbekistan? Daar spreken ze toch ook een Perzische of Turkse taal? En daar hebben ze ook moskeeën! Hebben ze dat niet met elkaar gemeen? Maar, je hebt ook moskeeën in (voormalig) Joegoslavië en Indonesië, waarom zijn zij dan niet onderdeel van het ‘Midden-Oosten’? En zijn er ook niet andere geloofsgemeenschappen in de regio?
Op cultureel of taalkundig gebied is er dus geen touw aan vast te knopen. En geografisch dan? Nou, niet in alle landen in het ‘Midden-Oosten’ heb je woestijnen. Je hebt ook niet overal bergen, of natte bossen. Het gebied strekt over meerdere tektonische platen. Ook het klimaat in Egypte verschilt nogal van Iran, maar toch horen ze zogenaamd bij dezelfde regio.
Kortom: eigenlijk hebben de landen niet voldoende met elkaar gemeen om bij dezelfde regio te horen.
Hoe het ‘Midden-Oosten’ begon te bestaan
Helder. Het ‘Midden-Oosten’ is een verzinsel bedacht in Europa en bestaat in werkelijkheid niet.
Toch?
Ja en nee, want volgens Yilmaz is er tóch een overlappende eigenschap:
There has been no organizing principle to make the Middle East a meaningful region other than a historical memory built by the very term itself.
Wat hij hiermee zegt, is doordat we deze regio het ‘Midden-Oosten’ zijn gaan noemen, het ‘Midden-Oosten’ begon te bestaan. Je voelt hem misschien al aankomen: we hebben het ‘Midden-Oosten’ gemaakt en tot de dag van vandaag blijven we haar maken.
Laat mij dit uitleggen: omdat voornamelijk Europa en de Verenigde Staten naar deze regio zijn gaan refereren als het ‘Midden-Oosten’ — en nog belangrijker vanuit hun dominante imperialistische positie het als categorie hebben gebruikt om de wereld politiek en economisch vorm te geven — is er langzaam iets ontstaan dat deze landen met elkaar gemeen hebben: gezien en behandeld worden als het ‘Midden-Oosten’. Wat Egypte en Iran met elkaar gemeen hebben is niet hun vergelijkbare klimaat, cultuur of taal, maar dat ze worden gezien als dezelfde regio en daarom onderworpen worden/werden aan vergelijkbaar beleid, IMF-programma’s, Global Summits en buitensluitende visumregels. Wat ik bijvoorbeeld met mijn Syrische vrienden gemeen heb, is dat zowel Iran als Syrië door een coup georkestreerd door de CIA een democratisch verkozen regering zijn verloren. En ironisch genoeg vinden we elkaar in deze gedeelde politieke realiteit.
Het ‘Midden-Oosten’ is altijd een kwestie gebleven voor het westen, en precies dat maakt het een regio. De mensen die er wonen hebben het speelveld en de spelregels niet gemaakt, hebben zelf hun regio niet het ‘Midden-Oosten’ genoemd, maar dealen wel met de consequenties.
Het pijnlijkste voorbeeld hiervan is denk ik Israël. Dat Israël kon ontstaan was een keuze van voornamelijk Groot-Brittannië en de Verenigde Naties. De oorspronkelijke bevolking van Palestina heeft vrijwel geen zeggenschap gehad, terwijl de nieuwe natiestaat op het grondgebied zou worden gebouwd waar zij op woonden (wat treffend wordt uitgelegd door historicus Rashid Khalidi in het boek The Iron Cage). Je kunt ook denken aan de gevolgen van de aanslagen op 11 september 2001: hoewel Al Qaida-leider Osama Bin Laden zelf de Saoedische nationaliteit had en opereerde vanuit Afghanistan en Pakistan, werd in de nasleep Irak door de VS aangevallen. In the war on terror was het toch één pot nat, en dat heeft honderdduizenden mensen het leven gekost. Of een recenter voorbeeld: Netanyahu die bij de Verenigde Naties zijn visie van het ‘nieuwe Midden-Oosten’ liet zien, met weer een hele nieuwe constellatie van (Israëlgezinde) staten die het ‘nieuwe Midden-Oosten’ vormen.
Dus ja: het ‘Midden-Oosten’ bestaat. Ook vandaag de dag nog. Elke dag wordt zij opnieuw gemaakt door de manier waarop we over de regio praten, het beleid dat onze internationale instituties en nationale overheden maken, of de verhalen die we erover vertellen. En de mensen die er de gevolgen van ondervinden, staan tot de dag van vandaag niet aan de tekentafel.
Het boek Uitverkoren van Saskia Pieterse en Janneke Stegeman legt dit goed uit. Zij focussen zich op Nederland, maar wie ook het werk van Edward Saïd kent weet dat dit proces in heel west-Europa aan de gang was.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.