RSS Amplifier

Buat · Sep 10, 2025

Buat - Hoofdstuk 56

0
Sign in to vote or save

Jean-Marc van Tol · Buat

***Let op: kan spoilers bevatten. Lees eerst het boek Buat, dat u HIER gesigneerd kunt bestellen.***
De krijgsraad aan boord van de 'De Zeven Provinciën', het admiraalsschip van Michiel Adriaensz de Ruyter, 10 juni 1666, voorafgaande aan de vierdaagse zeeslag, episode uit de Tweede Engelse Zeeoorlog, Rijksmuseum

Johan de Witt stelde groot vertrouwen in de vloot. Al bij zijn aantreden als raadpensionaris maakte hij aanzienlijke middelen vrij voor de bouw van oorlogsschepen. In zijn overtuiging berustte de handelsmacht van de staat op de kracht van haar schepen: bewapende oorlogsbodems die de koopvaardij beschermden tegen piraten en vijandelijke aanvallen. Vaak trokken de handelskonvooien gezamenlijk uit, veilig omringd door de een van zwaar geschut voorziene oorlogsvloot.

Veel hogere officiersfuncties waren niet uitsluitend voorbehouden aan telgen uit geslachten die al generaties op zee dienden. Ook edellieden zonder wezenlijke ervaring op het water vonden er een plek. Daarvan getuigt dit hoofdstuk uit ‘Buat’. Graaf De Guiche, zoon van een van de hoogste bevelhebbers van het Franse leger, verkreeg met instemming van raadpensionaris De Witt en de Franse ambassadeur D’Estrades verlof om zich bij de vloot in te schepen, zonder enige ervaring op zee.

Voor jonge edelmannen viel er misschien weinig te kiezen: het landleger was tot een schim gereduceerd en bood geen uitzicht op een loopbaan. De vloot daarentegen opende nieuwe mogelijkheden voor hen die eer en aanzien zochten. Binnen de admiraliteiten leefde de gedachte dat het aangeboren gezag van deze adellijke zonen de orde aan boord zou versterken. De kunst van het zeemanschap liet men dan wel over aan een ervaren stuurman of bootsman, die de kapitein met zijn kennis van wind en water terzijde stond.

Beaufort


Frankrijk en Engeland

Ook in Frankrijk en Engeland kregen hoge officieren en edellieden uit het landleger belangrijke posities in de vloot. De onervaren hertog van Beaufort leidde de Franse vloot, en in Engeland was het de hertog van York, James Stuart, broer van Charles II, die werd benoemd tot opperbevelhebber van de Royal Navy.

James Stuart

Diens neef, Rupert van de Palts, die vooralop land gevochten had, verwierf de rang van vice-admiraal. Na James’ terugtreden in de zomer van 1666 kreeg prins Rupert samen met George Monck, hertog van Albemarle – opgeleid als artillerist in het Staatse leger – de leiding over de Engelse vloot.

Prins Rupert van de Paltz


De vloot van De Witt

De Guiche


De Guiche sloot zich aan bij de vloot van De Witt, om (naar eigen zeggen) niet ‘werkloos te blijven en roemloos ten onder te gaan’. Hij monsterde op de Duivenvoorde van kapitein Treslong. De naam van het schip Duivenvoorde verwijst naar het gelijknamige kasteel dat tot op de dag van vandaag toebehoort aan het geslacht Van Wassenaer, tot welk geslacht luitenant-admiraal Van Wassenaer Obdam ook behoorde. Obdam was ook zo’n landrot die op zee op de hoogste positie was geplaatst zonder ooit te hebben gevaren. De Witt was echter niet tevreden over diens weifelende optreden tegen de Engelsen en zou hem vermoedelijk hebben vervangen (door de ervaren Michiel de Ruyter), als Obdam in juni 1665 niet ten onder was gegaan bij de ontploffing van het vlaggenschip De Eendragt. Er werd geropeen dat er nooit meer een cavallerist bij de marine moest worden aangesteld. Toch werd rond 1665 weer een soldaat commandant van het Régiment de Marine, de voorloper van het Korps Mariniers: Willem Joseph baron van Ghent. Kortom: de inscheping van officieren uit een adellijk geslacht op de vloot was niets bijzonders.

Willem Joseph baron van Ghent (Rijksmuseum Amsterdam)

Treslong
De genoemde kapitein Treslong was een telg uit het Zeeuwse laagadellijke geslacht Bloys van Treslong. Zijn grootvader, Casper Bloys, gezegd Treslong, was kapitein van een compagnie soldaten in Brielle. Hij was een van de ondertekenaars van het Smeekschrift van het Eedverbond van Edelen in 1567. Hij sloot zich aan bij de Watergeuzen en verwierf bekendheid met de inname van Den Briel in 1572. Hij zou opklimmen tot luitenant-admiraal van de vloten van Holland en Zeeland.
Maar diens zoon Willem Bloys van Treslong koos toch weer voor een carrière in het landleger en werd gouverneur van Loevestein. In het boek Musch wordt nog naar hem verwezen: hij had op het slot een troepje soldaten in erbarmelijke staat achtergelaten.
Willems zoon Otto is de Treslong die door De Guiche wordt genoemd. Hij trad in de jaren van de Tweede Engelse Oorlog op als kapitein ter zee. Hij verwierf naam als een van de beste zeeofficieren van zijn tijd, al zou zijn loopbaan slechts kort duren. Frappant is dat nazaten en verwanten van hem nog lange tijd hoge posities binnen de vloot hebben bekleed.
De Guiche voelde zich meteen thuis onder mannen als Treslong. ‘Zo zeldzaam als grootmoedigheid is onder Hollanders, zo gemakkelijk won ik de vriendschap van de overige officieren en soldaten.’ Deze edellieden spraken de taal van De Guiche.

De Duivenvoorde

Jean-Marc van Tol
10 september 2025.

Op de aanstaande 400-ste verjaardag van De Witt zal ik spreken op het tweedaags Congres van Vrienden van De Witt in Dordrecht en verschijnt het boekje ‘De Witt en Spinoza, Spinoza en De Witt’. Bestel alvast een gesigneerd exemplaar via de Webshop.

Klik > hier voor de volgende aflevering (hoofdstuk 57)
Klik > hier voor de vorige aflevering (hoofdstuk 55)
Klik > hier voor de allereerste aflevering (inleiding)

No posts

Read the original on buat.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.