RSS Amplifier

Brieven van C.S. Lewis · May 19, 2026

Lewis-kenner Arend Smilde vertaalde honderden brieven: 'Lewis is een gevangene van de evangelische boekhandel’

0
Sign in to vote or save

Brieven van C.S. Lewis · Brieven van C.S. Lewis

Duizenden brieven schreef C.S. Lewis (1898-1963). In zijn jonge jaren vooral aan vrienden en familie, maar vanaf de jaren veertig, als hij een Bekende Engelsman is, aan onbekende mensen over de hele wereld.

De Nederlandse vertaler en Lewiskenner Arend Smilde raakte geïntrigeerd door hoe trouw Lewis iedereen van een antwoord bleef voorzien. ‘Zelfs op hele domme vragen - ‘Waar kan ik uw boek kopen?’ - geeft hij netjes antwoord. Als ik hem was geweest, zou ik er op den duur mee zijn gestopt, maar hij niet. Je zou bijna spreken van een pathologisch verantwoordelijkheidsgevoel.’

Lewis-vertaler Arend Smilde hoopt dat lezers van de brieven van Lewis een beter beeld krijgen van wie hij was. 'Van zijn mooie maar ook van zijn minder mooie kanten.' Beeld: Jeroen Jumelet

Ter illustratie: Lewis schreef meer dan honderd brieven aan een onbekende Amerikaanse vrouw, Mary van Deusen. En die gingen meestal niet over hoogdravende zaken. Zo klaagde zij tegenover Lewis over haar schoonzoon; maar samen met haar dochter zou ze het beste uit hem naar boven halen, schrijft ze.

Lewis antwoordt op 14 september 1953 dat ze moet oppassen niet in de rol van de ‘traditionele bemoeizuchtige schoonmoeder’ te belanden. ‘Ik hoop niet dat ik u hiermee tot een levenslange vijand maak’, voegt hij er nog aan toe.

Blijkbaar valt zijn brief in goede aarde, want drie weken later schrijft Lewis opnieuw naar Mary van Deusen. ‘Ik was buitengewoon blij met uw brief. Ik begon het gevoel te krijgen dat de mijne aanmatigend en niet te pruimen was en had al gebeden, niet dat hij goed zou doen, maar dat hij geen kwaad zou doen.’

Beste Lewis-liefhebber,

Als start van de zomer willen we graag een Inklings-avond organiseren in een gezellige pub in het midden van het land: een avond in de geest van C.S. Lewis en zijn vrienden, met ruimte voor verdieping, gesprek en verwondering. Zou jij er graag bij willen zijn? En wat zouden we moeten bespreken?

Geef hier je ideeën

Smilde vertaalde voor het nieuwe boek Brieven, dat in juni verschijnt bij uitgeverij Van Wijnen, enkele honderden brieven en brieffragmenten. Ze gaan niet over één thema, maar over van alles en nog wat. ‘Ik hoop dat de lezer daardoor een goed beeld krijgt van wie Lewis was - van zijn mooie maar ook van zijn minder mooie kanten.’

Wat dat laatste betreft: als de universiteit in Oxford vanaf de jaren twintig ook vrouwen toelaat in bepaalde functies, laat Lewis zich soms denigrerend uit. Zo schrijft hij in 1927 zijn broer over een statuut dat een limiet stelt aan het aantal vrouwen in Oxford: ‘Het schrikwekkend gevaar dat we degenereren tot een vrouwenuniversiteit is daarmee afgewend.’

‘Lewis was voor zijn tijd behoorlijk woke. Hij vond dat witte mensen een diepe schuld op zich hadden geladen met de behandeling van zwarte mensen.’

‘Ik wou dat soort dingen niet wegmoffelen, maar hoop dat recensenten er niet mee aan de haal zullen gaan’, reageert Smilde. ‘Dat zou niet terecht zijn. Uit brieven aan of over vrouwelijke studenten en vakgenoten blijkt niets van een neerbuigende toon of behandeling. Op sommige punten was hij trouwens behoorlijk woke. Hij vond bijvoorbeeld dat witte mensen een grote historische schuld op zich hadden geladen met de behandeling van zwarte mensen.’

Smilde grasduinde voor zijn materiaal in de Engelstalige Collected Letters, drie dikke pillen waarin meer dan drieduizend brieven van Lewis zijn opgenomen. En dat is lang niet alles. Er zijn er nog vele honderden meer, en gemiddeld duikt er minstens eens per maand een nieuwe brief op, vertelt Smilde.

Hij vindt het moeilijk om uit alle brieven een paar favorieten te kiezen. Er is zo veel! En het is allemaal zo goed geschreven! ‘Er zijn een paar ontroerende brieven aan zijn vriend Owen Barfield uit 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Lewis vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven, tot hij een scherf in zijn ribben kreeg en in het ziekenhuis belandde. Twintig jaar later begint de ellende weer. In die deprimerende toestand schrijft hij Barfield alvast een soort afscheidsbrief, en wat later een beschouwing over Jezus in Getsemane.’

‘Al die brieven, dat kwam voort uit een groot geweten en verantwoordelijkheidsgevoel. Het was een loden last voor hem.’

Maar evengoed genoot Smilde van de allereerste brieven van Lewis, toen nog maar een tiener, aan zijn vriend Arthur Greeves. ‘Daarin zie je al dat hij heel veel leest en een gave heeft om daar op een interessante manier over te schrijven. Vergelijk het met Maarten ‘t Hart. Maar die verplettert je met zijn belezenheid. Dat effect heb je bij Lewis vreemd genoeg nooit. Zelfs als hij uitlegt hoe suf en saai een bepaalde schrijver is, doet hij dat op een manier die vermakelijk en leerzaam is.’

Smilde: ‘Dat denk ik niet. Hij heeft wel last gehad van ijdelheid, hoor, toen hij begin jaren veertig door zijn radio-optredens bekend werd en veel lof kreeg. Daar heeft hij over geschreven; hij vond het heel vervelend dat hij daar trots op was. In de zomer van 1942 vroeg een goede vriendin of hij nog speciale noden had waarvoor zij kon bidden, en zijn antwoord was een gedicht waarin hij belijdt dat het succes van zijn publieke optreden hem weleens overmoedig maakt. Dat staat ook in het brievenboek. Maar al die brieven, nee, dat kwam voort uit een groot geweten en verantwoordelijkheidsgevoel. Het was een loden last voor hem.’

Arend Smilde - beeld: Jeroen Jumelet

Arend Smilde is niet alleen de Nederlandse Lewiskenner bij uitstek; hij geldt zelfs internationaal als een autoriteit. Hij mailt met wetenschappers, voorziet hen van materiaal. Hij wordt gevraagd voor bijdragen in wetenschappelijke Lewis-tijdschriften en voor Lewis-conferenties. Meestal zegt hij nee. ‘Ik ben geen goede spreker.’

Dat hij als een autoriteit wordt gezien in de academische Lewis-wereld zegt meer over al die wetenschappers dan over hem, als het aan Smilde ligt. ‘Als je ziet wat voor materiaal er wordt ingestuurd voor die tijdschriften … Allemaal brandhout. In het land der blinden is éénoog koning.’

Een van zijn boekenkasten is volledig gewijd aan materiaal van en over C.S. Lewis. Hij jaagt niet op bijzondere exemplaren, het meeste kwam gewoon op zijn pad. ‘Dit boekje met essays uit 1939 is van een eerste druk, heel bijzonder’, zegt hij. ‘Maar ik heb er niet veel voor hoeven betalen, hoor. Ik vond het toevallig ergens en kon het voor 1 of 2 euro meekrijgen.’

Verrassend genoeg is Smilde niet opgegroeid met Lewis. ‘Mijn moeder verwees weleens naar Brieven uit de hel in het dagelijks leven. “Schroefstrik kan zich weer in zijn handen knijpen”, kon ze zeggen, als er ruzie was of zo. (De naam van een duivel in het boek, red.) Maar we hadden het boek niet in huis.’

Tegen het eind van zijn middelbareschooltijd, begin 1979, ontdekte hij bij een oom thuis een vertaald bundeltje radiolezingen van Lewis. Dat sloeg meteen aan, en als student Geschiedenis in Utrecht sloot hij zich in 1980 aan bij een Lewis-kring. ‘Daar lazen we The abolition of man (De afschaffing van de mens), een filosofische cultuurkritiek. Dat sloeg bij mij in als een bom.’

Lewis stelt zich daarin voor wat de gevolgen zijn als we consequent ervan uitgaan dat alles – ook het menselijk besef van goed en kwaad – in principe wetenschappelijk verklaarbaar en technisch manipuleerbaar is. ‘Zijn woorden lijken alleen maar actueler te worden’, zegt Smilde.

Uit pure liefhebberij maakte Smilde als twintiger een Nederlandse vertaling van The abolition of man. Zonder studie Engels op zak, en destijds ook nog zonder een vertalersdiploma. (‘Maar ik was op school wel goed in Engels. Bij het examen heb ik per ongeluk een meerkeuzevraag verkeerd ingevuld, eigenlijk had ik een 9 moeten hebben. Schrijf dat nog maar even op!’)

Smilde vond in eerste instantie geen uitgever voor zijn vertaling, maar wist ze daarna wél te enthousiasmeren voor ander werk van Lewis. En zo ging het balletje rollen. ‘Tien jaar later, in 1996, is De afschaffing van de mens toch verschenen. En het wordt nog steeds herdrukt.’

Juist de veelzijdigheid van C.S. Lewis maakt hem zo bijzonder, vindt Smilde. Hij schreef niet alleen kinderboeken of populair-theologische boeken, maar ook wetenschappelijk werk, filosofie, sciencefiction en poëzie, en dus heel veel brieven.

Maar die veelzijdigheid wordt helaas niet altijd opgemerkt, heeft Smilde gemerkt. ‘Ik heb jaren gedacht: Lewis is een gevangene van de evangelische boekhandel.’ Nederlandse christenen lezen zijn populair-theologische boeken, terwijl Lewis oorspronkelijk juist niet voor eigen parochie preekte.

Vanwege die associatie met de evangelische boekhandel dacht de reformatorische journalist en columnist Bart Jan Spruyt ook dat het werk van Lewis niets voor hem was. Tot Smilde hem adviseerde om het grootste literatuurhistorische werk van Lewis eens te lezen. ‘Sindsdien is hij een groot pleitbezorger van Lewis’ werk. Hij heeft vast en zeker geholpen om de reformatorische wereld ermee bekend te maken.’

Smilde is enigszins verbaasd dat Lewis nog altijd lezers vindt, ook jongeren. Een verklaring kan liggen in het feit dat Lewis vooral geïnteresseerd was in ‘het hart van de mens’, denkt Smilde.

‘Pogingen tot imitatie lopen daar weleens op vast. Zo’n vijftien jaar geleden schreef de Amerikaan Richard Platt een soort eigentijdse versie van Brieven uit de hel: Duivels onder elkaar. In zekere zin best knap gedaan. Maar het werd een flop, waarschijnlijk omdat het meer over maatschappelijke ontwikkelingen gaat dan over de beslissingen die vallen in het hart van de individuele mens. Als Lewis zo had geschreven, was hij nu hopeloos verouderd. Maar bij hem, ongeacht waarover hij schrijft, valt de schijnwerper steevast op zaken van tijdloze betekenis.’

Read the original on brievenvanlewis.substack.com

Comments

Nothing yet. Say the first thing.

    Sign in to join the conversation.