Donald Trump heeft een hekel aan het Amerikaanse handelstekort. Amerika koopt te veel van de rest van de wereld en verkoopt te weinig. Buitenlandse producenten profiteren, Amerikaanse fabrieken verdwijnen en andere landen worden rijk ten koste van de Verenigde Staten. Het antwoord is volgens Trump hoge tarieven, waardoor er meer productie in eigen land kan plaatsvinden en handelstekorten slinken.
Er zit echter een fundamenteel probleem in die redenering. Wat Trump als een zwakte beschouwt, is voor een deel het spiegelbeeld van een van de grootste bronnen van Amerikaanse macht: de dollar. De Verenigde Staten bevinden zich in een positie waarvan eander landen slechts kunnen dromen. Ze kunnen immers gemakkelijker grote begrotingstekorten financieren met hun eigen munt. De dollar is immers de belangrijkste reservemunt ter wereld. Amerikaanse financiële markten zijn groot en diep en Amerikaanse staatsobligaties vormen nog altijd het fundament onder een groot deel van het internationale financiële stelsel. Om al deze redenen stroomt kapitaal bijna vanzelf naar Amerika.1
Precies daar raken handel en financiën elkaar. Wanneer Amerikanen meer goederen uit Japan, China of Europa kopen dan ze daar slijten, stromen dollars naar het buitenland. Die dollars verdwijnen echter niet. Ze keren terug naar de Verenigde Staten. Buitenlandse bedrijven, beleggers en centrale banken kopen er Amerikaanse aandelen, bedrijven en vooral staatsobligaties mee. Amerika importeert goederen importeert en exporteert vermogenstitels.
Dat is geen toeval. Een land dat meer kapitaal uit het buitenland aantrekt dan het zelf exporteert, kan tegelijkertijd meer goederen en diensten importeren dan het exporteert. Het Amerikaanse tekort op de handelsbalans en de buitenlandse financiering van Amerika zijn twee kanten van dezelfde medaille.2
Trumps wens om het handelstekort drastisch terug te dringen heeft iets kinderlijks. Hij wil dat andere landen minder dollars verdienen aan hun export naar Amerika, maar Washington wil tegelijkertijd dat die landen hun spaargeld in Amerika blijven beleggen. Wel de lusten maar niet de lasten.
De Japanse yen maakt deze spanning zichtbaar. Trump heeft weinig op met een zwakke yen. Die maakt Japanse producten goedkoper en Amerikaanse producten relatief duurder. Maar Japan kan zijn munt onder meer versterken door de rente te verhogen of Amerikaanse staatsobligaties te verkopen en met de dollars yen te kopen.
Dat is goed nieuws voor de yen, maar slecht nieuws voor het Amerikaanse ministerie van Financiën. Washington moet immers voortdurend nieuwe schuld plaatsen. Wanneer Japanse en andere buitenlandse beleggers minder Treasuries willen bezitten, zal de rente moeten stijgen om nieuwe kopers te verleiden. Bij een hoge staatsschuld als de Amerikaanse kan een hogere rente snel pijn gaan doen. Hogere rentelasten vergroten het begrotingstekort, waardoor vervolgens nog meer schuld moet worden uitgegeven. Zie hier de kwetsbaarheid van de Amerikaanse financiële hegemonie.
De yen staat de laatste tijd onder druk. Washington besloot de yen onlangs te steunen met een speciale faciliteit uit vrees dat Japan anders Amerikaanse obligaties zou verkopen om de eigen munt te steunen. Het toont maar weer eens aan hoe kwetsbaar de VS is voor de buitenlandse financiering van de hoge en groeiende staatsschuld.3
De dollar verschaft Amerika het beroemde exorbitant privilege4 Washington kan tekorten financieren op een schaal die voor vrijwel ieder ander land onmogelijk zou zijn. Maar dat privilege berust uiteindelijk op vertrouwen. De rest van de wereld moet vrijwillig dollars willen bezitten. Beleggers moeten Amerikaanse staatsobligaties veilig blijven vinden. Centrale banken moeten een belangrijk deel van hun reserves in dollars willen aanhouden. Amerikaanse macht berust dus niet alleen op vliegdekschepen, big tech en kernwapens. Zij berust ook op de bereidheid van miljoenen beleggers buiten Amerika om iedere dag opnieuw Amerikaanse schuldbewijzen te kopen.
Trump wil nu een deel van die economische orde ontmantelen zonder het privilege dat eruit voortvloeit prijs te geven. Hij wil minder import zonder minder buitenlands kapitaal,. Hij wil kleinere handelstekorten zonder de financiële consequenties daarvan te dragen. Ten slotte wil hij economische autonomie zonder afstand te doen van de voordelen van de dollarhegemonie.
Zie hier de paradox van America First. Amerika wil minder afhankelijk worden van de wereld. Een belangrijk deel van zijn macht ontleent het echter juist aan het feit dat de wereld van Amerika afhankelijk wil zijn — en haar geld daar onderbrengt. Trump wil wel de lusten maar niet de lasten. Dat kan niet eeuwig goed gaan.
De geschiedenis leert ons dat reservemunten geen eeuwig leven beschoren zijn. De Nederlandse gulden domineerde in de 17e eeuw en het Britse pond in de 18e en 19e eeuw. De dollar in de 20ste eeuw vooral na 1945.5
Het aandeel van de dollar in de officiële mondiale valutareserves is nu gedaald — van ruim 70% rond de eeuwwisseling naar ongeveer 57 % tegenwoordig — maar er is geen munt die de dollar werkelijk heeft vervangen. De euro staat op grote afstand op de tweede plaats rond 20%. De renminbi vertegenwoordigt slechts 2%.6 Renminbi speelt ondanks de omvang van de Chinese economie nog altijd een betrekkelijk kleine rol. China bezit nog steeds kapitaalcontroles en beschermt haar eigen markt.
De VS zal eens het exorbitante privilege verliezen. Het internationale systeem werkt immers zo dat het privilege de schulden laat oplopen. Uiteindelijk is de wereld niet meer bereid om de gigantische Amerikaanse staatsschuld te financieren.
Dat hoogmoed eindelijk ten val komt is een wezenskenmerk van het internationale systeem. De oude Grieken wisten het al, de Goden lachen in hun vuistje als de wensen van de mensen vervuld lijken te worden.
1.Zie Carol Bertaut, Bastian von Beschwitz en Stephanie Curcuru, “The International Role of the U.S. Dollar – 2025 Edition”, Federal Reserve Board, FEDS Notes, 18 juli 2025. De auteurs wijzen erop dat de internationale positie van de dollar mede wordt gedragen door de ongeëvenaarde diepte en liquiditeit van de Amerikaanse financiële markten en het grote aanbod van veilige, in dollars luidende activa. De dollar blijft verreweg de belangrijkste reservemunt; bovendien wordt het grootste deel van de officiële dollarreserves aangehouden in Amerikaanse staatsobligaties. Buitenlandse beleggers bezaten in het eerste kwartaal van 2025 circa $9 biljoen, oftewel 32% van alle verhandelbare Amerikaanse Treasuries.
2. Strikt genomen gaat de boekhoudkundige identiteit over het tekort op de lopende rekening, niet alleen over het handelstekort. De lopende rekening omvat naast goederen en diensten ook inkomensstromen. Het IMF legt expliciet uit dat een tekort op de lopende rekening gepaard gaat met het afbouwen van buitenlandse bezittingen of het aangaan van verplichtingen tegenover het buitenland. Zie International Monetary Fund, “Current Account Deficits”, Finance & Development, Back to Basics.
3. Barry Eichengreen, The real message in the yen intervention, FT 5 augustus 2026.
4. Paola Subacchi, “Exorbitant Privilege and Fiscal Autonomy”, Oxford Review of Economic Policy, 39(2), 2023, pp. 283–296.
5. Zie Barry Eichengreen en Marc Flandreau, The Rise and Fall of the Dollar, or When Did the Dollar Replace Sterling as the Leading International Currency?, NBER Working Paper No. 14154 (2008).
6. IMF, Currency Composition of Official Foreign Exchange Reserves, data brief, 1 juli 2026.

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.