Donald Trump heeft zich flink in de nesten gewerkt. Hij begon de oorlog tegen Iran met overweldigende militaire druk in de hoop Teheran snel tot concessies dwingen. Amerikaanse regeringsfunctionarissen voorspelden begin dit jaar zelfs dat de oorlog binnen een maand voorbij zou zijn.1 Inmiddels zijn we bijna half jaar verder en begint iedereen zich af te vragen hoe Trump deze oorlog kan beëindigen.
Maandag 17 augustus was pijnlijk. De termijn van zestig dagen die Washington en Teheran zichzelf hadden gegeven om na een voorlopige overeenkomst tot een definitieve regeling te komen, liep af zonder resultaat.2 Trump had zichzelf een uitweg uit de oorlog beloofd. Die uitweg is er niet gekomen.
In juni hadden de Verenigde Staten en Iran nog een memorandum of understanding bereikt. Even gloorde de-escalatie. Vervolgens ontstond ruzie over wat de afspraak nu precies behelsde. De overeenkomst was gestrand. Zowel Trump als de Iraanse leiders vinden inmiddels dat de afspraak niet langer van kracht is.3
Trump toont geen emoties. Tegen Fox News zei hij maandag dat hij „geen haast” heeft om een akkoord te sluiten. Zijn centrale doel, zegt hij, blijft voorkomen dat Iran ooit over een kernwapen beschikt.4 Wat een baarlijke onzin. Er wordt over niets gesproken laat staan over het kernwapenproject.
Achter die grootspraak schuilt een drama. Trump gelooft al jaren in wat je coercive diplomacy zou kunnen noemen: een tegenstander met economische en militaire druk ervan overtuigen dat doorgaan kostbaarder is dan toegeven. Het uitgangspunt is niet onlogisch. Staten sluiten meestal geen akkoorden omdat ze elkaar aardig vinden. Ze sluiten ze omdat de kosten-batenanalyse verandert.
Alleen moet dwang uiteindelijk wel leiden tot een politieke uitkomst. En precies daar faalt Trumps Iran-strategie. Ondanks de enorme militaire en economische druk heeft Teheran niet ingestemd met de voorwaarden die Trump aan het begin van de oorlog stelde. De Amerikaanse regering kondigt daarom voor zoveelste keer „verpletterende” sancties aan. Wat die sancties inhouden, God mag het weten.5
Minister van Defensie Pete Hegseth, niet het scherpste mes uit de lade, claimt doodleuk dat de Verenigde Staten de maritieme blokkade rond de Straat van Hormuz voor onbepaalde tijd kunnen volhouden. Dat klinkt krijgshaftig, maar dat is het niet. Wanneer een regering zes maanden na het uitbreken van een oorlog benadrukt dat zij een blokkade onbeperkt kan voortzetten, betekent dat impliciet ook dat er nog geen duidelijk einde van die oorlog in zicht is. En dat terwijl de benzineprijs in de VS gaat stijgen nu de voorraden slinken en de midterms alras dichterbij komen.
Militair vermogen is iets anders dan politieke strategie. Natuurlijk kan Amerika nog bombarderen, blokkeren en sanctioneren. De munitievoorraden zijn echter geslonken. De vraag is: welke Iraanse beslissing moet daardoor uiteindelijk worden afgedwongen? En vooral: wat gebeurt er wanneer Iran die beslissing eenvoudigweg niet neemt? Iran lijkt het nog heel goed vol te houden. De Iraanse raketten hebben tijdens de oorlog zelfs aan doeltreffendheid gewonnen
En dan het verhaal van Oman. Oman speelt een belangrijke rol in het Midden-Oosten. Het land probeert een brug te slaan tussen de soennitische en sjiitische wereld. Het land onderhoudt relaties met zowel Washington als Teheran. Regelmatig heeft Oman als tussenpersoon gefungeerd wanneer rechtstreeks Amerikaans-Iraans overleg politiek onmogelijk was.7
Oman is een bijzonder land dat ik een aantal jaren geleden heb bezocht. De sultan Qaboos onderhield warme contacten met ons koningshuis. Qaboos is überhaupt een interessante man. Hij genoot zijn onderwijs in het VK en ontwikkelde aldaar een groot voorliefde voor de componist Johan Sebastiaan Bach. Hij keerde terug naar zijn vaderland en was betrokken bij een coup om zijn vader af te zetten. Vervolgens sloot Oman onder zijn bewind met alle aangrenzende staten verdragen waarin de grenzen werden vastgesteld. Hij gebruikte de inkomsten van de olie-industrie om huisvesting en gezondheidszorg goed te regelen. Veel experts vergelijken zijn succesvolle beleid met het droevige lot van de verdeelde buurstaat Jemen dat zich nog steeds in een burgeroorlog bevindt.
Je zou dus denken dat Trump, nu zijn oorlog vastloopt, zuinig zou zijn op zo’n interessant diplomatiek kanaal. In een telefonisch interview met Fox News haalde Trump echter uit naar Oman. Als Oman de Verenigde Staten zou dwarsbomen, zei hij volgens Fox-correspondent Trey Yingst: “If Oman gets in the way, we’ll bomb the shit out of them.”8 Kunt u zich voorstellen dat Nixon dit openlijk op de tv zou zeggen?
Het is een curieuze uitspraak over een Amerikaanse bondgenoot die tegelijkertijd probeert te bemiddelen in de oorlog waarvoor Washington een diplomatieke uitweg zoekt. En het was niet eens de eerste keer.
In mei bleek dat Oman met Iran had gesproken over een deal waarbij schepen mogelijk zouden moeten betalen voor passage door de Straat van Hormuz. Trump reageerde toen al furieus. „Oman will behave just like everybody else, or we’ll have to blow them up”, zei hij destijds tegen journalisten.9
Trump probeert dus Iran met dreigementen tot concessies te bewegen. Intussen begint hij dezelfde tactiek toe te passen op de staat die hij nodig kan hebben om die concessies uiteindelijk in een overeenkomst vast te leggen. Dat is diplomatiek nogal onhandig.
Hier ontstaat een interessante paradox. Trump beschouwt onvoorspelbaarheid als een strategisch voordeel. Tegenstanders moeten geloven dat hij bereid is verder te gaan dan een gewone Amerikaanse president. Misschien bombardeert hij wel. Misschien verhoogt hij de sancties. Misschien blokkeert hij een zeestraat. Misschien doet hij iets wat niemand verwacht.
Het is de beroemde madman theory, die meestal met Richard Nixon wordt geassocieerd: laat je tegenstander geloven dat je misschien irrationeel genoeg bent om extreem geweld te gebruiken, zodat hij eerder toegeeft. Dat kan werken, maar alleen onder bepaalde voorwaarden. De tegenstander moet geloven dat toegeven daadwerkelijk een einde aan de druk maakt. En er moet uiteindelijk iemand zijn met wie je een overeenkomst kunt sluiten.
Wanneer je niet alleen de tegenstander maar ook de bemiddelaar bedreigt, ontstaat een ander effect: steeds minder partijen weten nog welke deal met Washington eigenlijk veilig is.
En dan is er nog iets. Trump begon deze oorlog vanuit de veronderstelling dat de enorme machtsasymmetrie tussen de Verenigde Staten en Iran zich snel zou vertalen in politieke resultaten. Militair is Amerika inderdaad vele malen sterker. Maar oorlogen worden niet uitsluitend gewonnen door degene die de meeste bommen kan afwerpen.
Een zwakkere staat hoeft een sterkere staat niet noodzakelijk militair te verslaan. Soms is het voldoende om niet te verliezen en lang genoeg vol te houden. Vietnam zou de Amerikanen iets over dat mechanisme kunnen leren. Afghanistan trouwens ook.
Dat brengt ons bij de belangrijkste vraag voor de komende maanden. Dat is niet de vraag of Amerika de oorlog tegen Iran voortzetten. Natuurlijk kan het dat. De Verenigde Staten beschikken over een indrukwekkend militair apparaat hoewel ze veel munitie hebben verschoten. Washington kan sancties uitbreiden, Iraanse installaties bombarderen en scheepvaart onder druk zetten.
De werkelijke vraag is: heeft nagedacht over een exitstrategie? Voor iedere oorlog is uiteindelijk een definitie nodig van wat overwinning behelst. Welke concrete Iraanse concessie maakt het voor Trump mogelijk om te zeggen dat zijn doel is bereikt? Hoe wordt die afspraak gecontroleerd? Wie bemiddelt daarbij? En welke garanties krijgt Teheran dat nieuwe Amerikaanse aanvallen daarna uitblijven?
Op die vragen is half jaar na het begin van de oorlog nog steeds geen overtuigend antwoord zichtbaar. En juist daarom is de ruzie met Oman zo interessant. Het is maar één incident, maar het zegt misschien iets groters over de ontwikkeling van Trumps buitenlandse politiek. Wanneer maximale druk niet snel genoeg het gewenste resultaat oplevert, is zijn instinct niet om de strategie opnieuw te bekijken maar om de druk verder op te voeren.
Eerst tegen Iran. Daarna tegen landen die Iran helpen. En uiteindelijk zelfs tegen het land dat probeert tussen beide partijen te bemiddelen.
Trump begon de oorlog met het idee dat Amerikaanse militaire superioriteit Iran snel tot concessies zou dwingen. Zes maanden later blijkt het tegenovergestelde probleem. Amerika weet heel goed hoe het een oorlog tegen Iran moet voeren. Maar Trump heeft geen idee hoe hij hem wil beëindigen.
Luke Broadwater, “Trump lashes out at Oman as the preliminary deal with Iran expires”, The New York Times, 17 augustus 2026. Volgens de krant gingen Amerikaanse regeringsfunctionarissen bij het begin van de Amerikaans-Israëlische aanvallen in februari uit van een oorlog van vier tot zes weken.
The New York Times, “Trump Administration Live Updates: President Lashes Out at Ally as Deadline Passes Without Iran Deal”, 17 augustus 2026. De deadline volgde uit een voorlopige regeling die ongeveer twee maanden eerder was bereikt.
Luke Broadwater, The New York Times, 17 augustus 2026. De in juni bereikte memorandum of understanding viel volgens de krant snel uiteen door meningsverschillen over de precieze formulering ervan.
Ibid. Trump zei in een interview met Fox News dat hij “not in a hurry” was om tot een akkoord met Iran te komen en herhaalde dat zijn centrale doel voorkoming van een Iraans kernwapen bleef.
Ibid. De regering-Trump kondigde nieuwe zware sancties tegen Iran aan, maar had op 17 augustus nog geen details over het sanctiepakket gepubliceerd.
Ibid. Minister van Defensie Pete Hegseth stelde dat de Verenigde Staten de maritieme blokkade van de Straat van Hormuz voor onbepaalde tijd konden handhaven.
Zie voor de rol van Oman als bemiddelaar tussen Washington en Teheran eveneens The New York Times, 17 augustus 2026. Oman heeft gedurende verschillende Amerikaans-Iraanse crises kanalen voor indirect overleg gefaciliteerd.
Trey Yingst, Fox News, geciteerd door Luke Broadwater in The New York Times, 17 augustus 2026
The New York Times, geciteerd in Broadwater, 17 augustus 2026. Trump reageerde in mei op gesprekken tussen Oman en Iran over mogelijke heffingen voor scheepvaart door de Straat van Hormuz met de woorden: “Oman will behave just like everybody else, or we’ll have to blow them up.”

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.