Tijdens de verkiezingen kwam digitalisering nauwelijks aan bod. Tijdens de debatten ging het over de ontmaskering van de AI gegenereerde ‘haatfabriekjes’ op Facebook van twee PVV Kamerleden. Maar daar bleef het wel bij. Terwijl het thema een enorme invloed heeft op onze economie, energietransitie, veiligheid, democratie en geopolitieke verhoudingen. Zijn de afgelopen verkiezingen bijvoorbeeld al gemanipuleerd door de invloed van Amerikaanse en Chinese social media?
Moeten we een halt toe roepen de digitale gijzeling door criminele bendes zoals we afgelopen zomer zagen bij Clinical Diagnostics, waar medische gegevens van vrouwen speelbal van waren? Mislukt de energietransitie vanwege het immense energiegebruik van AI? Dreigt Nederland een vazalstaat te worden van Amerika doordat de rijksoverheid bijna volledig naar de Microsoft Cloud is gemigreerd?
Tijdens de verkiezingsdebatten ging het dus niet over digitalisering maar wel over Tata Steel. De SP wil Tata Steel bijvoorbeeld behouden en Volt wil de fabriek niet redden. Maar praten over Tata Steel als middel voelt een beetje als geneuzel in de marge. De digitale infrastructuur van onze rijksoverheid is bijna volledig in Amerikaanse handen. Wat maken die paar plakken onafhankelijke staal nou uit als Trump de Nederlandse overheid gewoon uit kan zetten?
Waarom voelt Tata Steel wel als een politiek en maatschappelijk probleem en de Amerikaanse Cloud niet? Wellicht omdat mensen ziek worden door Tata Steel. De fabriek is prominent aanwezig en het gaat om banen van mensen. We zien daarentegen de Cloud niet, de Cloud maakt niemand ziek en functioneert goed.
De digitale crisis is nog te ver van ons bed. We voelen de grote digitale veranderingen niet. En daardoor worden ze niet benoemd. De crisis wordt ook gemaskeerd door het misplaatste gevoel dat het internet nog steeds een vrijplaats is voor creativiteit en vooruitgang. We zijn betoverd en in slaap gesust. Als er dus bij veel mensen al een gevoel bij digitalisering is, dan is het dus een positief gevoel. Dat gevoel kan ik zeker bij mijzelf ook oproepen. Ik herinner mij dat ik in 2005 van Hotmail naar Gmail overstapte: je kreeg 1 gigabyte dataopslag, een gigantische hoeveelheid in die tijd.
Het probleem is ook niet dat Big Tech niet goed werkt. Het werkt eigenlijk te goed. Zo goed dat we verslaafd raken aan de efficiëntie (Amerikaanse Cloud, AI, Google Maps) of aan de kleine beloningen die onze hersenen krijgen (sociale media). De baten van digitalisering zijn zo aantrekkelijk dat bij de adoptie vaak niet nagedacht wordt over de nadelen. Zo is de Nederlandse overheid zonder grote discussie in stapjes naar de Amerikaanse Cloud gegaan. Dit bleef telkens weer een afzonderlijk oordeel van honderden individuele directies, die daarmee gemak en op de korte termijn kostenvoordelen kregen.
Sinds Trump II wordt er wel meer discussie gevoerd over de digitale afhankelijkheid van Amerikaanse cloudproviders. Surf, de organisatie voor IT in het hoger onderwijs, neemt nu digitale autonomie mee bij haar inkoopbeleid, maar het blijft nog veel bij woorden. En de daden? Die gaan soms juist de tegenovergestelde richting op. Zo hevelde de belastingdienst een paar maanden geleden doodleuk haar diensten nog wat verder over naar de Amerikaanse Cloud.
Met alles wat er nu gebeurt en er nog komt, zou ik willen dat het thema digitalisering over vier jaar wel hoog op de politieke agenda staat. Daarvoor moeten we het technische thema van het hoofd naar het hart brengen. Kijk hoe de documentaire van Al Gore ‘An inconvenient truth’, de film ‘Don’t look up’ en de theatervoorstelling ‘De zaak Shell’ de dilemma’s rondom klimaatverandering voelbaar maakten. Nederland heeft het nodig dat ook digitalisering voelbaar gemaakt wordt via film, theater of andere vormen van kunst.
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.