Groeiende onzekerheid over Amerikaanse digitale diensten leidt in Europa tot een zoektocht naar een nieuwe bondgenoot. Japan is een passende partner, maar moet nog wel een grote inhaalslag maken, schrijven Bernold Nieuwesteeg en Maaike Okano-Heijmans.
Samenwerking om ‘digitale kathedralen’ te bouwen is dé manier om deze gedeelde zorgen aan te pakken.
In de zoektocht naar nieuwe digitale bondgenoten moet Europa de blik op Japan richten. Beiden kampen met gedeukt vertrouwen in de traditionele partner: de Verenigde Staten. Samenwerking om ‘digitale kathedralen’ te bouwen is dé manier om deze gedeelde zorgen aan te pakken. Juist op het gebied van digitale autonomie; denk aan cloudsoevereiniteit, cybersecurity en AI.
Voor Japanners is strategische autonomie al eeuwen een belangrijk speerpunt in beleid én het land staat bekend om zijn discipline om megaprojecten te voltooien. Dat komt Europa nu goed van pas.
Japanse inhaalslag
De afgelopen jaren keken de Europeanen al met een schuin oog naar Japan voor economische veiligheid. In de G7 werken Japan en de Europese Unie sinds de Hiroshima Summit in 2023 samen aan weerbare toeleverketens, het aanpakken van niet-marktconform beleid (vooral van China), en internationale standaardsetting. Tijdens de EU-Japan top in juni besloten de partners tot meer samenwerking in de defensie- en veiligheidsindustrieën.
Afstemming qua digitale autonomie is minder vanzelfsprekend, mede vanwege Japans achterstand op dat terrein. Net als Duitsland is Japan een technologische grootmacht maar een digitale dwerg. Zo was tot voor kort de floppydisk nog nodig voor bepaalde overheidscommunicatie.
‘Tot voor kort gebruikte de Japanse overheid nog de floppydisk, maar het land wordt snel een interessante digitale partner’
Maar Japan investeert in een inhaalslag. Dit jaar nam het parlement bijvoorbeeld een wet aan waarin het land de mogelijkheid krijgt om offensieve cybercapaciteiten (‘terughacken’) te ontplooien. Ook ontwikkelt Japan zich snel tot een hub voor AI-infrastructuurontwikkeling, zoals AI-datacenters en -cloudopslag en chipdesign, door middel van enorme investeringen van Japanse bedrijven als SoftBank en NECK, en buitenlandse partners Microsoft, Nvidia, TSMC en ASML.
Diversifiëren techdiensten
Juist nu kan samenwerking Europa heel wat opleveren. Japan en de EU delen de zorgen over afhankelijkheden van vooral Amerikaanse techbedrijven en de onzekerheden over de koers van de VS onder president Donald Trump, evenals de ambitie van meer eigen concurrentiekracht.
Nederland en Europa zijn digitaal afhankelijk van Amerika: van software tot cloud, en binnenkort ook generatieve AI zoals ChatGPT. Sinds Trump lijken we ons bewust geworden van de onwenselijkheid hiervan. Een groeiend aantal Nederlandse organisaties verruilt inmiddels Amerikaanse techbedrijven voor Europese alternatieven. Zo kreeg het Nederlandse autonome e-mailbedrijf Soverin drie keer zoveel nieuwe aanvragen in de eerste helft van dit jaar in vergelijking met 2024.
Maar het tempo van diversificatie van IT-oplossingen gaat te langzaam. De rijksoverheid is bijvoorbeeld nog bijna volledig afhankelijk van diensten van Microsoft. De risico’s hiervan zijn geen theoretisch verhaal. De continuïteit en beschikbaarheid van dezelfde diensten bij het Internationaal Strafhof worden bijvoorbeeld al aangetast door Amerikaanse sancties.
(On)afhankelijkheid
Hoewel ook in Japan de afhankelijkheden groeiden, is het land minder afhankelijk van Amerikaanse techbedrijven. Deels doordat digitalisering in Japan pas laat op gang kwam, maar ook omdat Japanners efficiëntie als zodanig niet de hoogste waarde toedichten in het digitale domein. In Europa geven we de voorkeur aan bekende tools van de grootste spelers, omdat die systemen meestal het best samenwerken met andere technologieën en kostenefficiënt zijn. Dan komen we veelal uit bij producten en diensten van Amerikaanse big tech, zoals Apple, Microsoft of Google.
Voor Japanners is strategische autonomie – en ‘strategische onmisbaarheid’ – juist een belangrijkere waarde dan efficiëntie. Dat bleek al 425 jaar geleden, toen Japan zich afsloot voor buitenlandse invloeden. Alleen Nederlanders mochten eeuwenlang direct met Japan handeldrijven, omdat wij – anders dan de katholieke Portugezen – de Japanners niet wilden bekeren. Japan heeft zo een historisch wantrouwen jegens wat uit den vreemde komt. Dat wantrouwen komt nu van pas. Het land hoeft niet eerst uit de Amerikaanse cloud, maar kan gelijk een autonomere dataopslag opzetten. Al is dat niet vanzelfsprekend.
Volharding wint
Bovendien heeft Japan een cultuur om ‘kathedralen’ te bouwen: megaprojecten, waarvan de bouw misschien wel een generatie duurt. Kijk naar de beroemde hogesnelheidslijnen, de Shinkansen.
Op dit moment zet de Japanse overheid volop in op het project ‘Rapidus’, dat met internationale partners – en ASML – een innovatieve chip ontwikkelt die Japan dichterbij hardware-autonomie brengt. Een mooi voorbeeld van Europees-Japanse samenwerking. Dit zou inspiratie moeten bieden voor samenwerking richting een veilige autonome cloud - een digitale kathedraal – en op generatieve AI.
Eén ding vinden de Japanners moeilijk: iets nieuws vanuit het niets starten. Ze maken liever iets beter wat al bestaat. Europeanen starten juist vaak mooie nieuwe initiatieven, maar maken die niet af. Samen zijn zij dus in potentie een mooi team.
Samenwerking richting een digitale kathedraal is een project van de lange adem. Japanners zeggen dan ‘Ishi no ue nimo sannen’ – ‘als je drie jaar op een steen zit, dan wordt hij warm’. Oftewel: volharding leidt tot resultaten.
No posts

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.