Sonnet
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Een sonnet is een gedicht van 14 versregels.
Het oorspronkelijke van Petrarca afkomstige Italiaanse sonnet heeft het rijmschema ABBA ABBA CDC DCD.
De latere, shakespeareaanse sonnetvorm heeft het rijmschema ABAB CDCD EFEF GG.
Voorbeeld
- Klaprozen, korenbloemen, barstensvolle
- goudgele aren streelden mijn gezicht.
- Groengouden vliegen zoemden een gedicht.
- Rood liet het ooft de appelwangen bollen.
- Zomernachtdonker is gesmolten licht.
- Niet bang zijn voor kabouters en voor trollen.
- Ze komen 's nachts het grasveld voor je rollen.
- Alleen een dom kind houdt zijn ogen dicht.
- Zullen wij dit soort zomers nooit meer zien?
- Ging dan het paradijs voorgoed verloren
- omdat wij aan de wereld toebehoren?
- Huil niet, huil niet, de hemel zal misschien
- een zolder in een huis zijn zonder zorgen.
- Daar hebben ze die zomers opgeborgen.
Van: Kees Stip (bron: Schrijven-online - Sonnet)