Satelliet
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen

Een satelliet is een kunstmaan. Die wordt vanaf de Aarde gelanceerd met een draagraket. Vervolgens cirkelt hij in een baan op grote hoogte rond de Aarde. Aan boord van een satelliet is meegestuurde apparatuur. Voor ruimteonderzoek heb je ook ruimtesondes die zich ver van de aarde af bewegen. Wanneer deze uiteindelijk ook om een planeet, maan, komeet of asteroïde gaan cirkelen, dan spreek je ook van een satelliet.
Ze hebben meestal uitklapbare schermen met zonnecellen, waarmee elektriciteit wordt opgewekt vanuit zonlicht. Hiermee worden de batterijen gevoed die op hun beurt stroom geven aan de apparatuur.
Wat wordt met die apparatuur zoal gedaan?
- Observatie en onderzoek van de aarde: Van een afstand naar de Aarde (of een andere maan, planeet, komeet of asteroïde) kijken en foto- en filmopnamen maken: je kunt daarmee bijvoorbeeld milieuvervuiling opsporen, maar ook spioneren. Ook wordt de opwarming van de aarde en oceanen er mee in de gaten gehouden, wat invloed heeft op het klimaat zoals met Landsat. Voorspelling van het weer met een weersatelliet zoals Meteosat.
- Communicatie: signalen sturen, bijvoorbeeld radiosignalen, televisisignalen zoals Intelsat, GPS-navigatie. Galileo voor plaatsbepaling.
- Onderzoek van de Ruimte zelf. Bijvoorbeeld onderzoek naar stofdeeltjes die er rondzweven, magneetvelden, en radioactieve straling.
Soorten omloopbanen
- Geostationaire satellieten: Deze blijven boven één bepaald punt boven de aarde 'hangen' (bv. voor tv-uitzendingen).
- Polaire satellieten: Deze vliegen noord-zuid en scannen de hele aarde. Deze worden vooral voor cartografie, verkenningen en dergelijke gebruikt.