Genre
Een genre (spreek uit: zjanre) is een groep van dezelfde soort verhalen, films, muziek of andere werken. Ook bij televisieprogramma's heb je allerlei genres. Bij de kunst worden het vaak kunststromingen genoemd.
Voorbeelden van genre bij boeken

In de bibliotheek kun je romans vinden die zijn ingedeeld op de volgende genres:
- autobiografie
- biografie
- detective
- doktersverhaal
- erotiek
- familieroman
- fanfictie
- griezelverhaal
- historische roman
- humor
- oorlog/verzet
- psychologisch verhaal
- romantisch verhaal
- sciencefiction
- sociaal/politiek verhaal
- spanning en avontuur
- waargebeurd verhaal
- western
- zeeverhaal
Voor boeken voor kinderen zijn de volgende genres:

- ABC-boek
- avonturenverhaal
- detective
- dierenverhaal
- fantasieverhaal
- poëzie
- gezinsverhaal
- godsdienstig verhaal
- griezelverhaal
- historisch verhaal
- jongensboek
- leerboek
- meisjesboek
- oorlogsverhaal
- prentenboek
- realistisch verhaal
- reisverhaal
- schoolverhaal
- sinterklaas- en kerstverhaal
- sprookje
- stripverhaal
- tijdschrift
Films

Ook bij (televisie) films zijn er genres. Veelal komen die overeen met die van de boeken:
A
B
C
D
E
F
G
H
K
L
M
N
O
P
R
S
T
W
Videospellen
Ook bij videospellen of games zijn er verschillende genres. Deze genres zijn onderverdeeld in subgenres. Welke computerspellen er onder een genre vallen zie videospellen:
- Actie-videospel
- Avonturen-videospel
- Educatief-videospel
- Gelegenheids-videospel
- Rollen-videospel
- Party-videospel
- Puzzel-videospel
- Strategie-videospel
- Simulatie-videospel
- Sport-videospel
- Gameplatform (met meerdere genres videospellen)
Kunststromingen en architectuur
Ook in de kunst en de architectuur verandert in de loop van de tijd de uiting en smaak. Zie kunst en architectuur voor een uitgebreider overzicht.
Klassieke Oudheid en Middeleeuwen
- Klassieke Oudheid (800 v.Chr. – 500 n.Chr.): Bouwkunst en beelden met focus op goden, menselijke ideale maten en rede (Griekse en Romeinse kunst).
- Romaanse kunst en Romaanse architectuur (1000 – 1200): Zware kerken, dikke muren en strenge religieuze figuren. Ronde bogen.
- Gotiek (1130 – 1500): Hoge kathedralen, spitse bogen en grote glas-in-loodramen.
Vroegmoderne Tijd
- Renaissance (1400 – 1600): Hernieuwde interesse in de Oudheid, menselijk perspectief en natuurgetrouwheid (Leonardo da Vinci).
- Barok (1600 – 1750): Veel beweging, heftige emoties en sterke licht-donkercontrasten (Rembrandt, Caravaggio).
- Rococo (1720 – 1775): Speelse, elegante en lieflijke stijl met lichte pastelkleuren.
- Classicisme (1750 – 1850): Terugkeer naar strakke, koele en symmetrische vormen uit de Klassieke Oudheid.
Negentiende Eeuw
- Romantiek (1800 – 1848): Gevoel, heftige natuur en verlangen naar het verleden staan centraal.
- Realisme (1830 – 1870): Alledaagse taferelen zonder opsmuk of romantische idealen.
- Impressionisme (1860 – 1890): Vlugge penseelstreken en de werking van licht op het moment (Monet).
Twintigste Eeuw en Modernisme
- Expressionisme (1905 – 1940): Vervorming van werkelijkheid en kleur om heftige gevoelens te tonen.
- Kubisme (1907 – 1920): Vormen opbreken in geometrische vlakken en meerdere standpunten tegelijk (Picasso).
- Surrealisme (1924 – 1945): Droomachtige en vreemde combinaties van objecten (Dali).
- Popart (vanaf 1950): Kunst geïnspireerd door massamedia, reclame en strips (Andy Warhol)