Cebuano
| Cebuano | |
| Cebuano-familie, begin 1900 | |
| Bevolking | 8.683.525 (2020) |
| Verspreiding | Filippijnen,
(Centraal Visayas, Negros Oriental, Masbate, westelijke delen van Oost-Visayas en bijna alle delen van Mindanao) |
| Taal | Cebuano , Hiligaynon , Waray |
| Geloof | Christendom: Voornamelijk rooms-katholicisme
Andere minderheden: Aglipayaans , protestantisme, islam, boeddhisme, hindoeïsme, taoïsme |
| Verwant | Boholano, Ilonggo, Waray, andere Visayanen en andere Austronesische volkeren |
| Portaal | |
Het Cebuano-volk (in het Cebuano: Bisaya) is de grootste sub-bevolkingsgroep van de grotere groep Visayans. Zij vormen de grootste Filippijnse taalgroep in het land. Ze zijn afkomstig uit de regio Centraal Visayas, waaronder Cebu, Siquijor, Bohol, Negros Oriental, westelijk en zuidelijk Leyte, westelijk Samar, Masbate en grote delen van Mindanao.
Over het algemeen verwijst "Cebuano" naar de moedertaalsprekers van de Cebuano-taal in verschillende regio's van de Filippijnse archipel. Om preciezer te zijn verwijst het naar de inheemse bewoners van het eiland Cebu.
Ferdinand Magellaan en zijn expeditie waren de eersten die de Cebuano beschreven. Latere vroege Spaanse kolonisten noemden de Cebuanen (en andere Visayanen) de pintados ("de beschilderden"), vanwege hun wijdverbreide gewoonte om tatoeages te zetten om heldendaden in de strijd vast te leggen.

Tot de opmerkelijke festiviteiten van het eiland behoort het Sinulog-festival, een mengeling van christelijke en inheemse culturele elementen, dat jaarlijks in de derde week van januari wordt gevierd.
De Cebuano-taal wordt door meer dan twintig miljoen mensen op de Filippijnen gesproken en is de meest gesproken taal van de Visayaanse talen. Net als bij andere Filippijnse groepen worden Tagalog (Filipijns) en Engels ook door Cebuanos als tweede talen gesproken.