Naar inhoud springen

assembles

Uit WikiWoordenboek

assembles

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van (to) assemble
vervoeging van
assembler

assembles

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van assembler
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van assembler