Dries van Agt
| Dries van Agt | ||||
|---|---|---|---|---|
Van Agt als premier in 1980 | ||||
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Andreas Antonius Maria van Agt | |||
| Geboortedatum | 2 februari 1931 | |||
| Geboorteplaats | Geldrop | |||
| Overlijdensdatum | 5 februari 2024 | |||
| Overlijdensplaats | Nijmegen | |||
| Partij | KVP (tot 1980) CDA (1980-2021) | |||
| Religie | Rooms-katholiek | |||
| Titulatuur | Mr. | |||
| Handtekening | ||||
| Functies | ||||
| 1971–1977 | Minister van Justitie | |||
| 1973–1977 | Vicepremier | |||
| 1976–1982 | Politiek leider CDA | |||
| 1977–1982 | Minister-president | |||
| 1977–1982 | Minister van Algemene Zaken | |||
| 1982 | Minister van Buitenlandse Zaken | |||
| 1982–1983 | Lid Tweede Kamer | |||
| 1983–1987 | Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant | |||
| ||||
Andreas Antonius Maria (Dries) van Agt (Geldrop, 2 februari 1931 – Nijmegen, 5 februari 2024) was een Nederlandse jurist, hoogleraar, politicus en diplomaat. Hij was van 19 december 1977 tot 4 november 1982 minister-president van Nederland in drie achtereenvolgende kabinetten. Van 1973 tot 1977 was hij minister van Justitie. Hij werd na zijn premierschap onder meer pleitbezorger voor de rechten van de Palestijnen en zijn visies verschoven van conservatief naar veel linkser.[1]
Jeugd en vroege loopbaan
[bewerken | brontekst bewerken]Van Agt werd geboren en groeide op in Geldrop. Van Agt was de zoon van textielfabrikant Frans van Agt (1899-1974) en Anna Frencken (1902-1978). Hij was de oudste van vijf kinderen. Hij was een achterkleinzoon van Godefridus Marcelis Frencken, die van 1843 tot 1904 diende als burgemeester van Asten.[2]
Opleiding
[bewerken | brontekst bewerken]Hij volgde van 1943 tot 1949 het gymnasium-A aan het Augustinianum in Eindhoven, waar zijn latere collega-minister Hans Gruijters een klasgenoot van hem was.[2] Vervolgens studeerde hij rechten aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij behaalde cum laude zijn doctoraalexamen meester in de rechten in juni 1955, gespecialiseerd in privaatrecht.[3]
De eerste twee jaar van zijn studietijd was Van Agt niet actief binnen het N.S.V. Carolus Magnus (N.S.C.) na een 'verschrikkelijke' ontgroening. In het studiejaar 1951-1952 maakte Van Agt als eerste abactis deel uit van het bestuur van de senaat van het N.S.C. onder leiding van de latere KVP-voorzitter en minister Fons van der Stee als preses. Zijn medestudent Eugenie Krekelberg was tweede abactis, waarmee Van Agt zich al in 1951 verloofde. In het studiejaar 1952-1953 was hij zelf preses van de senaat. Als preses hervormde hij de ontgroeningen en opende een 'trefcentrum' voor jongens en meiden.[3]
Juridische en wetenschappelijke loopbaan (1955-1971)
[bewerken | brontekst bewerken]Vanwege spataderen ontliep Van Agt de dienstplicht. Van 1956 tot 1958 werkte hij als advocaat in Eindhoven. Daarna was hij tot 1963 werkzaam bij de directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken van het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en tot 1968 bij de afdeling wetgeving publiekrecht van het ministerie van Justitie. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker was hij van 1968 tot 1971 hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.[3] Bij zijn afscheid stond hij volgens de Gelderlander bekend als een bekwaam, tolerant en vooruitstrevend jurist.[4]
Actief bij de KVP
[bewerken | brontekst bewerken]
Van der Stee, oud-studiegenoot en sinds 1968 voorzitter van de Katholieke Volkspartij (KVP), verzocht Van Agt actief te worden binnen de partij. Hij bracht Van Agt in contact met Tweede Kamerlid Cor Kleisterlee. Op zijn verzoek werd Van Agt rapporteur voor een partijcommissie die zich boog over de mensenrechtensituatie in Portugal. Eind 1969 werd Van Agt voorzitter van de denktank van de KVP, het Centrum voor Staatkundige Vorming, en lid van de stuurgroep onder leiding van Piet Steenkamp die het verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1971 moest opstellen.[4]
Het programma werd over het algemeen gekarakteriseerd als progressief en Van Agt plaatste zichzelf op de linkervleugel van de partij. Hij vond dat het verkiezingsprogramma onmogelijk gerealiseerd kon worden met de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD). Zijn linkse positie binnen de partij bleek ook toen hij met vijf leden van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en vier KVP'ers in februari 1970 waarschuwde voor het behoudende karakter van de samenwerking van hun partijen met de Christelijk-Historische Unie (CHU). Voor de Eerste Kamerverkiezingen van 1971 stond hij op de kandidatenlijst, maar werd niet gekozen.[4]
Minister van Justitie (1971-1977)
[bewerken | brontekst bewerken]Kabinetten-Biesheuvel
[bewerken | brontekst bewerken]Aan het begin van de kabinetsformatie van 1971 was Van Agt door de KVP gepolst als minister van Justitie, maar dat departement leek lange tijd naar de ARP te gaan. In plaats daarvan bood KVP-leider Gerard Veringa hem het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aan wat hij afwees. Toen het ministerie van Justitie toch aan KVP werd toebedeeld, werd Van Agt alsnog minister. Op 6 juli 1971 werd hij beëdigd in het kabinet-Biesheuvel I, naast KVP en ARP bestaande uit CHU, VVD en Democratisch-Socialisten 1970.[4]
Drie van Breda
[bewerken | brontekst bewerken]Een van de onderwerpen waar Van Agt zich over boog, en wat tevens een van zijn grootste nederlagen was, was de Drie van Breda. De drie zaten als laatste tot levenslang veroordeelde Duitse oorlogsmisdadigers in Nederland vast en Van Agts voorgangers hadden onder publieke en politieke druk afgezien van vrijlating. Enkele weken na zijn aantreden sprak Van Agt zich uit voor hun vrijlating, omdat hij vond dat elke gevangene uitzicht moest hebben op terugkeer in de maatschappij. Zijn voornemen kreeg veel publiciteit toen hij bij een informele kennismakingsbijeenkomst met de pers in september 1971 zei het "moeilijker" te krijgen dan zijn Joodse voorganger Carel Polak, omdat hij "ariër" en jonger was, waardoor hij de oorlog weinig bewust had meegemaakt.[5] Voor het gebruik van de term "ariër", dat associaties opwekte met de Ariërverklaring in de Tweede Wereldoorlog,[6] bood hij later zijn excuus aan.

Naar aanleiding van de publiciteit dienden de Drie opnieuw gratieverzoeken in. In een Tweede Kamerdebat zegde Van Agt toe de Kamer te consulteren alvorens over te gaan op gratiëring. Na positieve adviezen van rechtscolleges en discussies in de ministerraad informeerde hij op 16 februari 1972 de Kamer over het voornemen tot vrijlating. Minister-president Barend Biesheuvel en Van Agt hadden vooraf alle fractieleiders gepolst en dachten te kunnen rekenen op een Kamermeerderheid.[5]
Tijdens de lange periode tussen de Kamerbrief en het Kamerdebat ontstond veel publiciteit die leidde tot hevige emoties. De Kamer besloot een op tv uitgezonden hoorzitting te houden, waarbij onder meer slachtoffers aan het woord kwamen. De dag voor de hoorzitting werd ook de documentaire Begrijpt u nu waarom ik huil?, waarin een concentratiekampslachtoffer sprak over zijn ervaringen, vertoond in de Kamer en later op tv uitgezonden. De hoorzitting verliep emotioneel en droeg eraan bij dat Kamerleden tegenstander van vrijlating werden. Voorstanders kregen te maken met bedreigingen, waaronder Van Agt die een lijfwacht kreeg en met zijn gezin moest onderduiken.[7]

Op 29 februari vond het debat over de vrijlating plaats. Van Agt gaf in zijn eerste termijn opnieuw zijn overwegingen weer, maar zijn betoog werd als kil en afstandelijk ervaren. Zijn formeel-juridische blik jaagde een deel van de Kamer in het harnas. PvdA-Kamerlid Joop Voogd diende een motie in, waarin het de regering ernstige overweging meegaf om het voornemen tot vrijlating niet uit te voeren. De motie werd met 85 tegen 61 stemmen aangenomen. De ministerraad besloot vervolgens om de Drie niet vrij te laten.[7] Een vertrouwenscommissie met onder andere oorlogsslachtoffers en verzetslieden werd aangesteld om de minister te adviseren bij eventuele vrijlating. Toen Van Agt een jaar later geconfronteerd werd met een ernstig zieke Joseph Kotalla, een van de Drie van Breda, zag hij wederom af van gratie omdat hij onvoldoende steun kreeg van de vertrouwenscommissie.[8]
Kabinetsval
[bewerken | brontekst bewerken]Binnen de ministerraad beperkte Van Agt zich vrijwel volledig tot zijn beleidsterrein. Hij hield zich daarom afzijdig bij de kabinetscrisis omtrent het financieel-economische beleid, die ertoe leidde dat de DS'70-ministers op 17 juli 1972 aftraden. De resterende bewindspersonen gingen verder als het kabinet-Biesheuvel II.[4]
Kabinet-Den Uyl
[bewerken | brontekst bewerken]
Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1972 stond Van Agt in veel kieskringen op de tweede plaats en kreeg bijna 13.000 stemmen. Tijdens de moeizame kabinetsformatie van 1972-'73 probeerde formateur Jaap Burger een doorbraak te forceren door ministers te strikken voor een kabinet met de progressieve PvdA, Democraten '66 (D'66) en Politieke Partij Radikalen (PPR). Waar bij de ARP de progressieve Jaap Boersma en Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman hapten, wees Van Agt deze stap buiten zijn partijleiding om af. Toen Burgers formatiepoging vastliep, werden Van Agt en ARP-senator Wil Albeda benoemd als informateurs. Zij brachten meer christendemocratische programmapunten in het werkdocument, nadat Burger alleen het progressieve programma Keerpunt '72 als uitgangspunt had genomen. Het duo regelde ook dat alleen de kandidaat-ministers met het document zouden instemmen, waardoor de ARP- en KVP-fracties meer afstand konden bewaren. Op 11 mei 1973 werd het kabinet-Den Uyl beëdigd, waarin Van Agt naast minister van Justitie ook vicepremier was.[9]
Tussen Van Agt en de PvdA-premier Joop den Uyl groeide geen vertrouwde relatie. Van Agt bleef op zijn hoede, ondanks dat hij onder de indruk was van Den Uyls gedrevenheid en werkkracht. Andersom leek Den Uyl Van Agt moeilijk te kunnen doorgronden. Het kabinet werd algauw een 'vechtkabinet', bekend om de lange duur van de ministerraad. De eerste scheurtjes tussen Van Agt en Den Uyl kwamen begin 1973 toen het kabinet gratie wilde verlenen aan zeven bestuursleden van de Vereniging van Dienstplichtige Militairen die dienstplichtigen opgeroepen hadden hun meerderen niet te groeten op 1 augustus 1972. Van Agt had aan het einde van het kabinet-Biesheuvel hun eerste verzoek afgewezen en vond zijn geloofwaardigheid en betrouwbaarheid in gedrang komen als hij het tweede verzoek wel zou inwilligen. Het kwam tot een compromis waarbij ze de helft van hun celstraf moesten uitzitten.[9]

Aanvankelijk droeg D'66 Anneke Goudsmit voor als staatssecretaris op Van Agts departement, maar zij trok zich terug vanwege meningsverschillen over abortus. In haar plaats kwam Jan Glastra van Loon. In 1975 dwong Van Agt Glastra van Loon om af te treden, omdat hij in conflict was geraakt met de secretaris-generaal Albert Mulder en dit uitte in interviews. In Glastra van Loons plaats werd vervolgens Henk Zeevalking benoemd.[9]
Abortus en Bloemenhove
[bewerken | brontekst bewerken]Tijdens Van Agts ministerschap was abortus in Nederland verboden, tenzij er een medische indicatie was. In de jaren zeventig gaven artsen deze indicatie in toenemende mate en kwamen meer buitenlandse vrouwen voor abortus naar Nederland. Van Agt vond abortus principeel fout alleen omdat de vrouw het vroeg. Daarnaast vond hij het gedoogbeleid in strijd met zijn juridische overtuiging, omdat de wet niet gehandhaafd werd. Samen met minister Louis Stuyt (KVP) had Van Agt tijdens het kabinet-Biesheuvel gewerkt aan een wet waarin abortus met redelijke grond toegestaan werd, mits de indicatie en de ingreep voldeden aan regels. Deze verdween in de la, omdat Van Agts eigen partij het te ver vond gaan en het een vrije kwestie werd in het kabinet-Den Uyl.[10]
Tweemaal probeerde Van Agt de Bloemenhovekliniek, waar vrouwen geaborteerd werden die achttien tot twintig weken zwanger waren, te sluiten na meldingen. De eerste keer eind 1973 werd hij teruggefloten door het kabinet en gedwongen de beslissing over te laten aan een rechter.[10] De rechter wees de inbeslagname af.[11]

Na een aangifte stemde hij wederom in met sluiting, maar dit werd op 18 mei 1976 verhinderd door een groep actievoerende vrouwen. De Tweede Kamer nam de volgende dag met ruime meerderheid een motie van PvdA'er Hein Roethof aan die opriep de inbeslagname of sluiting opnieuw over te laten aan een rechter. Zowel in de Kamer als in de ministerraad de volgende dag liet Van Agt weten de motie niet uit te voeren. Goudsmit, inmiddels voorzitster van de kliniek, kreeg van minister van Volksgezondheid Irene Vorrink in de nacht te horen dat Justitie die nacht niet meer zou ingrijpen, wat Goudsmit direct in de publiciteit bracht. Van Agt, volgens wie dat niet besloten was, was woedend, maar zag zich genoodzaakt af te zien van het geplande ingrijpen die nacht.[10]
Op 24 mei liet Van Agt de ministerraad opnieuw weten het OM te laten ingrijpen. Den Uyl vroeg hem de motie-Roethof uit te voeren en wilde de ministerraad daarover laten stemmen, maar Van Agt gaf aan zelfs dan die niet uit te voeren en evenmin uit eigen beweging op te stappen. Een uitweg bleek dat de rechter toegezegd had een klacht van de kliniek snel te behandelen, waardoor Van Agt voorlopig afzag van ingrijpen. Op 2 juni deed de rechter uitspraak, waaruit bleek dat door een fout het beslag al was opgeheven. Daarmee kwam een einde aan de kwestie en bleef de kliniek open.[10]
Van Agt schreef na afloop in een brief aan de Kamer: "Tot een conclusie of ik onder deze omstandigheden Minister van Justitie mag blijven ben ik nog niet gekomen". Zes weken lang bleef hij hierover onduidelijk, waarna Van Agt besloot te blijven omdat hij zo meer invloed had. Hij dreigde vervolgens een initiatiefvoorstel van VVD en PvdA rond abortus niet zijn contraseign te geven, maar dit bleek niet nodig omdat de Eerste Kamer het voorstel in december 1976 verwierp.[10]
Tijdens de kwestie introduceerde Van Agt het begrip 'ethisch reveil'. Het betrof een oproep aan de samenleving om op allerlei maatschappelijke vraagstukken het houvast te hervinden gebaseerd op christelijke normen en waarden. Het ethisch reveil uitgroeide uit tot zijn lijfspreuk. Het beeld van Van Agt veranderde door de kwestie van progressief naar 'conservatieve moraalridder'. Daarnaast maakte hij geen haast met het schrappen van het pornografieverbod. Bij de KVP-achterban werd zijn inzet juist gewaardeerd en bracht de confessionele partijen dichter bij elkaar in de aanstaande fusie.[10]
Zaak-Menten
[bewerken | brontekst bewerken]In juni 1976 beschuldigde journalist Hans Knoop in weekblad Accent en tv-programma TROS Aktua miljonair Pieter Menten van oorlogsmisdaden in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks juridische bedenkingen werd een onderzoek naar hem gestart, nog zonder hem aan te merken als verdachte. Toen het bewijsmateriaal toenam, werd besloten hem toch te arresteren op 15 november 1976. Hij bleek toen echter al gevlucht.[12]
Van Agt werd op dat moment waargenomen door Den Uyl, die een aanzet deed tot de beantwoording van de Kamer ragen. Vanwege de kwestie kwam Van Agt in de avond van 17 november 1976 vervroegd terug van een bezoek aan Roemenië. Slecht voorbereid moest hij zich de volgende dag verdedigen in de Kamer. Tot verontwaardiging van de Kamer moest hij erkennen niet vooraf geweten te hebben van de datum van arrestatie en aanvankelijk niet te weten waarom pas vier dagen na het besluit tot arrestatie de arrestatiepoging plaatsvond.[12]

In een rapport onder leiding van procureur-generaal Jan Frederik Hartsuiker en een ander onder leiding van oud-president van de Hoge Raad Gerard Wiarda werd Van Agt grotendeels vrijgepleit. Wel werd vermeld dat hij een nota met opschrift 'Heden' niet had gelezen, waarin Van Agt werd ingelicht over het onderzoek en mogelijke arrestatie. In december 1976 werd Menten opgespoord door Knoop in Zwitserland. Van Agt vloog vervolgens naar Bern en vroeg daar succesvol om de uitlevering van Menten.[12]
Op verzoek van PvdA vond op 23 februari 1977, na een commissievergadering en 125 schriftelijke vragen, een tweede debat plaats over de zaak-Menten. Tijdens dit debat was alleen nog de PvdA bij monde van Kamerlid Aad Kosto zeer kritisch op Van Agt. Niet alleen verweet hij hem tekortgeschoten te zijn in de affaire, maar ook zijn recente uitspraken waarin Van Agt zijn afkeer van de politiek uitsprak. Kosto sloot zijn betoog in eerste termijn af met de conclusie dat de PvdA twijfelde aan de bekwaamheid van Van Agt, maar het politiek onverantwoord te vinden om te riskeren het kabinet te laten vallen.[12]
Gijzelingen
[bewerken | brontekst bewerken]Viermaal kreeg Van Agt als minister verantwoordelijk voor de coördinatie te maken met gijzelingen. Bij de gijzeling in de Franse ambassade in 1974 nam Den Uyl de leiding en bij de gijzeling in de Scheveningse gevangenis datzelfde jaar sloot Van Agt pas later aan. Beide eindigden zonder doden. Later bleken de wapens voor de tweede gijzeling geleverd door de monnik Mattheus Notenboom, die Van Agt had ontmoet en broer was van Van Agts partijgenoot Harry Notenboom. De monnik was twee jaar eerder toegang tot de gevangenis geweigerd, waarna Van Agt geprobeerd had te bemiddelen. Toen bleek dat er verdenking was van wapensmokkel stopte Van Agts bemiddeling. Een topambtenaar van het ministerie drong echter bij de gevangenis aan de monnik nog een kans te geven, kennelijk menend in de geest van de minister te handelen. Het beeld ontstond daardoor dat Van Agts rol groter was.[13][14]
Zeven Zuid-Molukse jongeren kaapten een trein bij Wijster in december 1975. Twee mensen kwamen om in de eerste uren en een derde nadat niet op tijd gereageerd werd op een ultimatum. Van Agt maakte voorbereiding voor ingrijpen, maar na 13 dagen wisten twee bemiddelaars de gijzelaars over te halen zich over te geven. In mei 1977 vonden gelijktijdig twee Molukse gijzelingen plaats: de treinkaping bij De Punt en de schoolgijzeling in Bovensmilde. Na een aantal dagen werden de kinderen vrijgelaten, waarbij de gegijzelden van mening waren dat hun een vrijgeleide was toegezegd, iets wat Van Agt verwierp. Na tweeënhalve week liepen de onderhandelingen vast en wist Van Agt het crisisteam van ministers over te halen dat de gijzelingen beëindigd moesten worden. Op 11 juni werden de gijzelaars bij Bovensmilde zonder slachtoffers bevrijd, maar bij de Punt kwamen zes gijzelaars en twee gegijzelden om.[13] Op het geweld bij de Punt kwam kritiek, maar in 2021 concludeerde het hof dat de Staat der Nederlanden niet onrechtmatig gehandeld had.[15]
Later verdiepte Van Agt zich in de geschiedenis van de Molukkers in Nederland, waardoor hij meer begrip kreeg voor de acties.[16] Hij raakte bevriend met de president van de Republiek der Zuid-Molukken in ballingschap Johan Manusama, die in 1975 had opgetreden als bemiddelaar.[13] In 2021 was een ontmoeting met een delegatie van Zuid-Molukkers aanleiding om de koning te vragen excuses te maken aan de Zuid-Molukkers.[16][17]
Kabinetsval Den Uyl
[bewerken | brontekst bewerken]Het kabinet viel bij de kabinetscrisis over de grondpolitiek, mede door toedoen van Van Agt.[18]
Minister-president (1977-1982)
[bewerken | brontekst bewerken]Lijsttrekker van het CDA
[bewerken | brontekst bewerken]
Richting de Tweede Kamerverkiezingen van 25 mei 1977 besloten de KVP, CHU en ARP mee te doen met één gezamenlijke lijst; het Christen-Democratisch Appèl (CDA). Nadat veel namen doorgekrast waren, kwam men uit op Van Agt als lijsttrekker van de federatie. Na veel pogingen hem over te halen ging Van Agt akkoord, ondanks dat hij eigenlijk van plan was commissaris van de Koningin in Limburg te worden, wat door minister De Gaay Fortman al was toegezegd. Als voorwaarde stelde onder meer hij zijn weigering niet het abortus initiatief van PvdA en VVD te bekrachtigen. Op 25 oktober 1976 werd hij als lijsttrekker gepresenteerd en op 11 december officieel door het partijcongres gekozen.[19]
Als lijsttrekker sprak Van Agt zich uit voor voortzetting van de progressieve coalitie, maar hield ook de optie van regeren met de VVD open. De PvdA zette de aanval in op Van Agt, zoals Kosto tijdens het tweede Mentendebat, maar versterkte daarmee het wij-gevoel binnen het CDA. De kabinetsval zorgde voor een daling van het CDA in de peilingen. De campagne werd stilgelegd vanwege de tweede Molukse gijzelingen op 23 mei 1977. Het CDA haalde 49 zetels, één zetel meer dan de partijen in 1972 en vier minder dan de PvdA als grootste partij.[19]
Kabinet-Van Agt I
[bewerken | brontekst bewerken]Kabinetsformatie 1977
[bewerken | brontekst bewerken]
Na de verkiezingen ging de PvdA uit van een tweede kabinet-Den Uyl met CDA en D'66, en ook volgens Van Agt was een kabinet met PvdA aan de orde. Hoewel de partijen tot overeenstemming kwamen op onder meer de grondpolitiek, mislukte de eerste ronde van formateur Den Uyl op 13 juli. Koningin Juliana vroeg vervolgens Van Agt zelf als formateur, wat hij weigerde. Tweemaal wist een informateur de partijen weer aan het onderhandelen te krijgen.[20]
Ondanks de voortgang was de CDA-fractie verdeeld en meende men te weinig greep te hebben op Van Agt. Van Agt moest in die periode stoppen als minister om volgens de Grondwet Kamerlid te blijven. Een derde keer liep de formatie formatie vast op de zetelverdeling en poppetjes, onder meer omdat de PvdA niet Van Agt op Justitie wilde. In wat hij later een impuls noemde, verklaarde Van Agt – om de formatie niet op zijn persoon te blokkeren – niet meer beschikbaar te zijn als minister en fractievoorzitter: "Ik ga het politieke bos in". De fractie ging daar niet mee akkoord, terwijl PvdA daardoor sterker aandrong op Van Agts vertrek. Wederom wisten informateurs tot een compromis te komen, waarbij Van Agt naar Binnenlandse Zaken zou gaan, Onder druk van hun eigen partijen mislukten de onderhandelingen echter definitief op 11 november.[20]
In relatieve stilte begonnen de CDA en VVD vervolgens aan onderhandelingen en binnen een week lag er een conceptregeerakkoord. Tussen Van Agt en VVD-leider Hans Wiegel ontstond een vertrouwensband. Zes CDA-Kamerleden, waaronder beoogd fractievoorzitter Wim Aantjes, stemden tegen het akkoord, waardoor het kabinet geen meerderheid zou hebben. Ze gaven echter aan het kabinet loyaal te willen beoordelen en werden daarom door Van Agt de 'loyalisten' genoemd. Na rondvragen naar andere CDA-kandidaten besloot Van Agt vervolgens zelf minister-president te worden. Op 19 december 1977 werden hij en het kabinet-Van Agt I beëdigd.[21]
Kabinet-Van Agt II
[bewerken | brontekst bewerken]Zowel CDA, VVD als PvdA verloren zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1981, waardoor een voortzetting van een coalitie van CDA en VVD niet mogelijk was. Van Agt, wederom lijsttrekker van het CDA, was nu gedwongen met de PvdA in zee te gaan. Ook D'66 (veel zetelwinst onder leiding van Jan Terlouw) deed mee aan de coalitiebesprekingen, die na drie maanden moeizaam onderhandelen resulteerden in het kabinet-Van Agt II (11 september 1981 - 29 mei 1982). In deze samenstelling kreeg Van Agt opnieuw te maken met Joop den Uyl, die als vicepremier en "superminister" van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder Van Agt moest dienen. Hun politieke en karakterverschillen leidden tot diverse aanvaringen en in mei 1982 viel het kabinet.
De persoonlijke verhouding tussen Van Agt en Den Uyl bleek zo verslechterd, dat toen Den Uyl in 1987 na een korte ziekte overleed, Van Agt door de familie Den Uyl niet werd uitgenodigd voor de herdenkingsbijeenkomst. Den Uyls echtgenote Liesbeth verweet Van Agt dat hij het tweede kabinet Den Uyl verhinderd had in 1977.
Kabinet-Van Agt III
[bewerken | brontekst bewerken]Het demissionaire kabinet ging na een kabinetsformatie door als rompkabinet, met slechts ministers uit de partijen CDA en D'66, in het kabinet-Van Agt III. Voor de zes PvdA-ministers kwamen vijf nieuwe ministers van CDA en D'66 in de plaats, terwijl Van Agt in dit kabinet naast minister-president tevens minister van Buitenlandse Zaken werd.
Nieuwe Tweede Kamerverkiezingen werden uitgeschreven voor september 1982. Weliswaar liet Van Agt zich overhalen weer lijsttrekker van het CDA te zijn, maar kort na de verkiezingen trok hij zich terug als kandidaat-premier en werd opgevolgd door Ruud Lubbers.
Na het premierschap (1982-1996)
[bewerken | brontekst bewerken]Na zijn premierschap was Van Agt korte tijd lid van de Tweede Kamer. Als backbencher gaf hij daar weinig invulling aan en kwam niet toe aan zijn maidenspeech. In zijn afscheidsbrief, voorgelezen bij zijn afscheid op 14 juni 1983, erkende Van Agt: "Ik ben mij er van bewust dat ik u in de korte periode dat ik lid van de Kamer was niet bijster heb kunnen boeien noch vermoeien."[22]
Commissaris van de Koningin
[bewerken | brontekst bewerken]
Op 21 juni 1983 werd Van Agt geïnstalleerd als commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant. Zijn kandidatuur werd gesteund door Lubbers, terwijl de Provinciale Staten het gevoel kreeg dat zij geen inspraak hadden daarbij. Nadat hij in november 1984 zijn woning had verkocht, verhuisde hij naar landgoed Beukenhorst in de provincie.[23]
Al aan het begin van zijn termijn was er ophef over zijn nevenfuncties. Tot onvrede van de Provinciale Staten zegde hij niet zijn commissariaten van Wessels en DSM op, die hij sinds begin 1983 vervulde. Drie jaar later dwong de Staten, inclusief de CDA-fractie, hem wel af te treden als adviseur van beleggingsmaatschappij Orco, omdat Orco zou profiteren van belastingontwijking.[23][24]
Als commissaris spande hij zich in voor meer werkgelegenheid in de provincie. Hij ging daarvoor regelmatig naar Den Haag om te lobbyen. De relatie met de gedeputeerden was slecht. Zij verweten hem solistisch te werk te gaan, bijvoorbeeld toen hij in Den Haag voorstelde een kerncentrale te bouwen op het industrieterrein Moerdijk. Andersom vond Van Agt de gedeputeerden "narrig en stroperig". Ook kwam er kritiek op zijn buitenlandse reizen, die volgens Van Agt in het belang van de provincie waren.[23][24]
Na vier jaar van zijn zesjarige termijn nam hij afscheid voor een nieuwe functie. In zijn afscheidsbrief noemde hij het ambt van commissaris 'tweedimensionaal deerniswekkend'; ingeklemd tussen Rijk en gemeenten was de provincie vrijwel machteloos en binnen de provincie had de commissaris eigenlijk geen bevoegdheden.[23]
Vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap
[bewerken | brontekst bewerken]
Hij was van 1987 tot en met 1989 vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap in Japan. Tot 1995 vervulde hij dezelfde functie in de Verenigde Staten. In 1995-1996 vervulde hij een gasthoogleraarschap internationale betrekkingen aan de Universiteit van Kioto in Japan.
Pensioen en activisme
[bewerken | brontekst bewerken]
Conservatieve pleidooien
[bewerken | brontekst bewerken]Enige tijd trad Van Agt op als conservatief activist, onder meer binnen zijn partij, waar hij opriep tot een conservatieve 'herbronning' en anderzijds als lid van het comité van aanbeveling bij de conservatieve denktank Edmund Burke Stichting. In november 2004 stapte hij echter uit de stichting, nadat prominent lid Bart Jan Spruyt toenadering zocht tot politicus Geert Wilders.[25][26][27]
In het tv-programma Eeuwigh gaat voor oogenblick van Kerstmis 2012 werd Van Agt geïnterviewd door de priester-kunsthistoricus en presentator Antoine Bodar. Hij hield een vurig pleidooi voor een terugkeer naar de traditionele liturgie van voor de hervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie. Met name pleitte hij voor een terugkeer naar het opdragen van de H. Mis "ad orientem", dat wil zeggen de priester die de H. Mis opdraagt met het gezicht naar het oosten gericht (informeel gezegd: met de rug naar de gelovigen).
Inzet voor Palestijnse zaak
[bewerken | brontekst bewerken]Als politicus had Van Agt met enige regelmaat blijk gegeven van sympathie voor de staat Israël. Na een bezoek dat hij in 1999 bracht aan de Universiteit van Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever ging hij zich in het Arabisch-Israëlisch conflict verdiepen.[28]
Zijn eerste publieke actie over deze kwestie was in 2002, toen hij een petitie van de stichting Stop de Bezetting ondertekende die de ontruiming van de door Israël bezette gebieden eiste. Zijn ogenschijnlijk veranderde standpunt verklaarde hij: "Ik had destijds ook niet het gevoel dat ik nu heb. Het maakt wel uit of een land tien jaar lak heeft aan VN-resoluties of 35 jaar." Vanaf 2005 trad hij op als woordvoerder, na ongelukkige uitspraken van de voorzitter Greta Duisenberg.[29]
Op 10 december 2009, de Internationale Dag van de Rechten van de Mens, werd op initiatief van Van Agt "The Rights Forum" gelanceerd, een stichting die zich zegt in te zetten voor een rechtvaardig Midden-Oostenbeleid van de Nederlandse regering en wil dat Nederland zich actief inzet om bij alle partijen in het Arabisch-Israëlisch conflict respect voor het internationaal recht af te dwingen.[30] Van Agt beschouwde de opbouw van de organisatie als de kroon op zijn lange loopbaan. Tot 2015 was hij voorzitter van de stichting en daarna tot zijn dood erevoorzitter.[31]
Op 12 juni 2013 sprak Van Agt als initiatiefnemer van het burgerinitiatief "Sloop de muur" in de Tweede Kamer. Hier gaf Van Agt een inleiding over de Israëlische barrière op de grens van de Westelijke Jordaanoever. Van Agt keerde na dertig jaar terug in de Tweede Kamer en sprak van een "bijzondere ervaring".[32]
Op 16 juli 2014 schreef Van Agt een open brief aan minister-president Mark Rutte. Van Agt reageerde met de brief op uitspraken van de minister-president tijdens het televisieprogramma NOS Gesprek met de minister-president omtrent Gaza. Van Agt noemde het gesprek een "horreur".[33]
Afscheid van CDA
[bewerken | brontekst bewerken]Van Agt bleef zich uitspreken tegenover zijn eigen partij. Tijdens de kabinetsformatie van 2010 sprak hij zich uit tegen de mogelijke samenwerking met de radicaalrechtse Partij voor de Vrijheid (PVV).[34] Hij gaf aan te overwegen zijn lidmaatschap op te zeggen,[35] maar zag daarvan af.[36]
Naar eigen zeggen stemde hij bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 niet meer op het CDA, maar op GroenLinks.[37] Vier jaar later, op 21 juni 2021, zegde hij zijn lidmaatschap van de partij op vanwege de opstelling tegenover de Palestijnen.[38]
Persoonlijk leven
[bewerken | brontekst bewerken]
Van Agt was van 1958 tot hun beider overlijden gehuwd met Eugenie Krekelberg (1930-2024). Ze kregen drie kinderen.[39] De wielrenster Eva van Agt (1997) is een van zijn kleinkinderen. Van Agt was een liefhebber van wielrennen. Hij bezocht meerdere keren de Ronde van Frankrijk en was diverse keren in wieleruitrusting op de televisie te zien. Op 4 juni 1979 reed hij mee in de Fietselfstedentocht.
In mei 2019 werd Van Agt getroffen door een hersenbloeding, terwijl hij bezig was met een toespraak in het Nutshuis in Den Haag in het kader van de Nakba-herdenking, georganiseerd door de Palestijnse Missie in Nederland.[40] Hij herstelde, maar had nog last van de naweeën en kampte sindsdien met een broze gezondheid.
In de zomer van 2023 werd door de priester van hun parochiekerk, de Cenakelkerk in Heilig Landstichting, aan het echtpaar het sacrament voor de zieken toegediend.[41] Van Agt en zijn echtgenote stierven op 5 februari 2024 hand in hand door middel van duo-euthanasie. Zij werden op 8 februari in besloten kring begraven op Begraaf- en Gedenkpark Heilig Land Stichting,[42] waarbij onder meer Jan Terlouw en Hans Wiegel aanwezig waren.[43]
Taalgebruik
[bewerken | brontekst bewerken]In de media viel Van Agt op door zijn niet-alledaagse taalgebruik; hij doorspekte zijn zorgvuldig geformuleerde volzinnen met min of meer archaïsche uitdrukkingen als "gij", "mijn waarde" of "sapristi". Zo zei hij over zijn eerste regeringsploeg dat "het geen kabinet moest worden van luiaards, ijdeltuiten en non-valeurs".[44] De markante uitlatingen van Van Agt uit die periode zijn verzameld in het boekje Sapristi! Van Agt. Opmerkelijke, komische en bizarre uitspraken van een regeringsleider (1981) van Elsevier-journaliste Dieudonnée ten Berge.
Over zichzelf zei Van Agt eens: "Ik ben weleens razend, maar te introvert om daarvan te doen blijken" en "Ik leef niet zo gemakkelijk, neen, nogal zwaartillend, meer moeder dan vader." In 1980 merkte Van Agt over zijn politieke carrière op dat hij eigenlijk een eendagsvlieg was, die reïncarneerde in een resistent reptiel. En over zijn taalgebruik: "Ik weet dat het markant genoeg is om mensen te epateren, anderen te irriteren. Het is een uiting van een zekere ijdelheid en het bevalt om je zo te profileren."
Onderscheidingen
[bewerken | brontekst bewerken]- Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau (K.B. van 13 december 1982 no. 7);[45]
- Eremedaille voor Voortvarendheid en Vernuft van de Huisorde van Oranje (19 september 1974);[13]
- Inhuldigingsmedaille 1980 (K.B. van 30 april 1980 no. 3)[46]
- Erepenning Provincie Noord-Brabant;
- Ereburger van Geldrop-Mierlo;
- Ereburger van Lille (Frankrijk);
- Grote Ster in de orde van Jeruzalem (De Palestijnse gebieden).[47]
In 2009 kreeg hij van het Hash Marihuana & Hemp Museum de Cannabis Cultuurprijs.[48]
Publicaties
[bewerken | brontekst bewerken]
- Naar een extravert strafrecht, inaugurele rede. Dekker & Van de Vegt, Nijmegen (1969).
- Kraanvogels: reisverhalen. Thomas Rap, Amsterdam (1999). ISBN 90-6005-838-0.
- Een schreeuw om recht: de tragedie van het Palestijnse volk. De Bezige Bij, Amsterdam (2009). ISBN 978-90-234-5483-0.
- Op weg naar Alpe d'Huez: wielerverhalen. Rap, Amsterdam (2012). ISBN 978-94-0040045-0. (samen met Frans van Agt)
- Palestina in doodsnood. Vantilt, Nijmegen (2019). ISBN 978-94-6004-442-7.
Verder lezen
[bewerken | brontekst bewerken]- Gualthérie van Weezel, Annemarie (2011). De smaak van macht: gesprekken met oud-premiers. Conserve, Schoorl. ISBN 978-90-5429-321-7.
- Van Straaten, Peter (1977). Van Agt en de dingen die voorbij gaan. Van Gennep, Amsterdam. ISBN 90-6012-370-0.
- Van Straaten, Peter (1981). De kruistocht van Dries de Betonne: uit het schetsboek van een officieuze waarnemer. Van Gennep, Amsterdam. ISBN 90-6012-442-1.
- Tromp, Jan, Witteman, Paul (1980). Voor de duvel niet bang: mr. Dries van Agt van weerzin tot wellust. De Haan, Haarlem. ISBN 90-228-3551-0.
- Ten Berge, Dieudonnée (1981). Sapristi! Van Agt: opmerkelijke, komische en bizarre uitspraken van een regeringsleider. Elsevier, Amsterdam. ISBN 90-10-04145-X.
- Wiegel, Hans (1982). Adieu Dries: overpeinzingen bij het afscheid van een liefhebber in de politiek. Van Holkema & Warendorf, Bussum. ISBN 90-269-4777-1.
- Koster, Adrianus (2008). De eenzame fietser: insiders over de politieke loopbaan van Dries van Agt (1971-1982). Van Duuren media, Culemborg. ISBN 978-90-5940-331-4.
Bronnen
[bewerken | brontekst bewerken]- www.minaz.nl: onder voorwaarde dat de bron wordt vermeld, mogen onderdelen van de inhoud van deze website worden overgenomen
- Van Merriënboer, Johan, Bootsma, Peter, Van Griensven, Peter (2008). Van Agt Biografie. Tour de Force, ebook. Boom, Amsterdam. ISBN 978-94-6127-309-3.
- Thierens, Sanne (2026). De bezetting. De strijd om abortuskliniek Bloemenhove en baas in eigen buik, ebook. Nijgh & Van Ditmar. ISBN 9789038818931.
Referenties
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ Oud-premier Dries van Agt (93) overleden. NOS Nieuws (9 februari 2024). Geraadpleegd op 10 februari 2024.
- 1 2 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Wandelen in de zon in Brabant'.
- 1 2 3 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Vakjurist'.
- 1 2 3 4 5 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Voor de Katholieke Volkspartij op Justitie'.
- 1 2 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. De minister en de drie van Breda.
- ↑ https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010618836:mpeg21:a0122
- 1 2 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'De minister en de drie van Breda'.
- ↑ Piersma, Hinke (2005). De drie van Breda: Duitse oorlogsmisdadigers in Nederlandse gevangenschap, 1945-1989. Balans, Amsterdam. ISBN 978-90-5018-661-2.
- 1 2 3 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Met en tegen minister-president Den Uyl'.
- 1 2 3 4 5 6 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Abortusvraagstuk en ethisch reveil'.
- ↑ Thierens 2026, hfst. 'Onrust in de kliniek'.
- 1 2 3 4 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Politiek spektakel rondom Menten'.
- 1 2 3 4 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. ' 'Je hand mag niet trillen': vier gijzelingsacties'.
- ↑ Botje, Harm Ede, De vergeten gijzeling in Scheveningen. Vrij Nederland (14 juni 2014).
- ↑ Zwolsman, Noor, Staat handelde niet onrechtmatig tijdens treinkaping bij De Punt. NRC (1 juni 2021).
- 1 2 Verbraak, Coen, Dries van Agt: ‘Aan de Molukkers is groot onrecht bedreven’. NRC (1 oktober 2021).
- ↑ Oud-premier Van Agt vroeg koning excuses te maken aan Molukkers in Nederland. NOS Nieuws (21 maart 2026).
- ↑ De Menten-debatten 1976 en 1977. www.parlement.com. Gearchiveerd op 13 december 2017. Geraadpleegd op 16 december 2017.
- 1 2 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'De salueert alleen naar zijn kiezers'.
- 1 2 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Het fiasco van Den Uyl II in 1977'.
- ↑ Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Aan de slag als minister-president, met Wiegel'.
- ↑ Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Kegelen met Lubbers'.
- 1 2 3 4 5 Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Den Bosch, Tokio, Washington'.
- 1 2 Commissaris Van Agt. Andere Tijden.
- ↑ "CDA'ers uit club Spruyt door Wilders; Geen oprichting partij", in NRC Handelsblad. 8 november 2004, pag. 6
- ↑ "Prominenten verlaten Burke Stichting", in dagblad de Volkskrant, 8 november 2004, pag. 3
- ↑ Bas Soetenhorst "Spruyt toch niet in zee met Wilders", in dagblad Het Parool, 8 november 2004, pag. 5
- ↑ Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. 'Laatste etappe - naar het beloofde land'.
- ↑ Van Merriënboer, Bootsma & Van Griensven 2008, hfst. Laatste etappe - naar het beloofde land.
- ↑ Meerhof, Ron, Steun voor Van Agt in strijd voor Palestijnen. de Volkskrant (10 december 2009). Gearchiveerd op 3 oktober 2022.
- ↑ Dries van Agt – Onverschrokken vriend en inspirator.. The Rights Forum (9 februari 2024).
- ↑ Van Agt na dertig jaar weer in Kamer. NOS Nieuws (12 juni 2013). Geraadpleegd op 12 juni 2013.
- ↑ Van Agt schrijft Rutte over Gaza. NOS Nieuws (14 juli 2014).
- ↑ Van Agt, Dries, CDA moet op zijn schreden terugkeren. de Volkskrant (16 augustus 2010).
- ↑ Van Agt mogelijk naar D66 of GroenLinks. NU.nl (25 augustus 2010). Gearchiveerd op 24 september 2022.
- ↑ Van Agt blijft hoe dan ook CDA-lid. NU.nl (26 augustus 2010). Gearchiveerd op 4 oktober 2022.
- ↑ Van der Leeuw, Jules, Oud-premier Van Agt stemde niet CDA, maar GroenLinks. Algemeen Dagblad (3 januari 2018). Gearchiveerd op 25 september 2022.
- ↑ Van Agt zegt lidmaatschap CDA op vanwege opstelling naar Palestijnen. NOS Nieuws (21 juni 2021).
- ↑ Rehwinkel, Peter e.a. (2004). Getrouwd met de premier: De first lady’s van Nederland in veertien portretten, p. 167-177.
- ↑ Oud-premier Van Agt getroffen door hersenbloeding. NOS Nieuws (3 juni 2019). Gearchiveerd op 8 juni 2019. Geraadpleegd op 3 juni 2019.
- ↑ Dries van Agt (1931-2024): Eigenzinnig katholiek politicus was niet voor een gat te vangen. KN.nl (9 februari 2024).
- ↑ Van Agt en vrouw kozen voor euthanasie, steeds meer stellen maken die keuze. NOS Nieuws (9 februari 2024). Geraadpleegd op 9 februari 2024.
- ↑ Hofs, Yvonne, Oud-CDA-premier Dries van Agt koos samen met zijn vrouw voor euthanasie. de Volkskrant (9 februari 2024).
- ↑ Slap, redactioneel commentaar in de rubriek 'Ten geleide', de Volkskrant d.d. 10 december 1977
- ↑ Nationaal Archief, toegang 2.02.32, inventarisnummer 373, registratienummer 1626.
- ↑ Nationaal Archief, toegang 2.02.32, inventarisnummers 529/530
- ↑ Hoge Palestijnse onderscheiding voor Dries van Agt op zijn 90ste verjaardag. NOS Nieuws (2 februari 2021). Gearchiveerd op 25 september 2022.
- ↑ Van Agt krijgt Cannabis Cultuurprijs. Trouw (12 november 2009). Gearchiveerd op 10 april 2022.
| Voorganger: Carel Polak |
Minister van Justitie 1971-1977 |
Opvolger: Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman |
| Voorganger: Roelof Nelissen en Molly Geertsema |
Vicepremier 1973-1977 |
Opvolger: Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman |
| Voorganger: - |
Politiek leider CDA 1976-1982 |
Opvolger: Ruud Lubbers |
| Voorganger: Joop den Uyl |
Minister-president 1977-1982 |
Opvolger: Ruud Lubbers |
| Voorganger: Joop den Uyl |
Minister van Algemene Zaken 1977-1982 |
Opvolger: Ruud Lubbers |
| Voorganger: Max van der Stoel |
Minister van Buitenlandse Zaken 1982 |
Opvolger: Hans van den Broek |
| Voorganger: Jan Dirk van der Harten |
Commissaris van de Koningin van Noord-Brabant 1983-1987 |
Opvolger: Frank Houben |
- Politicus voor het Christen-Democratisch Appèl
- Commissaris van de Koning
- Politicus voor de Katholieke Volkspartij (Nederland)
- Nederlands politicus in de 20e eeuw
- Minister-president van Nederland
- Nederlands mensenrechtenactivist
- Nederlands advocaat
- Nederlands diplomaat
- Nederlands rechtsgeleerde
- Nederlands vredesactivist
- Hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen
- Nederlands minister van Buitenlandse Zaken
- Nederlands minister van Justitie
- Tweede Kamerlid