Veel dank aan de vereniging Begaafdheidsprofielscholen (BPS) voor
het beantwoorden van mijn vragen. Veel dank aan alle ouders, professionals en oud-leerlingen van Begaafdheidsprofielscholen. De ervaringen
die zij met me deelden staan (anoniem) in de kaders.
Goed onderwijs voor hoogbegaafde kinderen gaat niet alleen over verrijkingswerk, plusklassen of aparte werkboekjes. Het gaat erom dat een school echt kan aansluiten bij wat een leerling nodig heeft om tot ontwikkeling te komen.
De vereniging Begaafdheidsprofielscholen (BPS) ontstond vanuit de ambitie om beter en passender onderwijs te realiseren voor hoogbegaafde (HB) leerlingen binnen het reguliere onderwijs. Inmiddels dragen bijna 100 scholen hun keurmerk. Maar wat zegt dat label eigenlijk? En in hoeverre ervaren hoogbegaafde leerlingen in de praktijk daadwerkelijk beter passend onderwijs van deze scholen?
Ik onderzocht wat het inhoudt om een Begaafdheidsprofielschool te zijn en of de hoogbegaafde leerlingen er in de praktijk echt voordeel bij hebben.
Begaafdheidsprofielscholen zijn reguliere basis- en middelbare scholen die kwalitatief hoogwaardig onderwijs en begeleiding bieden aan hun hoogbegaafde leerlingen. Deze scholen zijn allemaal erkend door de vereniging Begaafdheidsprofielscholen. Let op, dit zijn geen fulltime HB-scholen die alleen zijn ingericht voor hoogbegaafde leerlingen.
Iedereen wil dat kinderen goed en passend onderwijs krijgen op een plek waar zij zich prettig voelen. Dat geldt natuurlijk ook voor hoogbegaafde kinderen. Hoogbegaafdheid wordt vastgesteld door een IQ-score van 130 of hoger, maar HB is veel meer dan een hoge intelligentie. Het is vooral een manier van zijn. Dat zie je terug in gedrag, manier van leren en communicatie. De verschillen met niet-hoogbegaafde leerlingen zijn zodanig dat het onderwijs en de onderwijsomgeving daarop moeten worden afgestemd.
Oorsprong van de vereniging
In 2004 begon het project Begaafdheidsprofielscholen (BPS), ondersteund en gestimuleerd door het ministerie van OCW. De reden: ‘Passend onderwijs en gerichte begeleiding is een maatschappelijke noodzaak voor hoogbegaafde leerlingen’ (website BPS).
Dit project werd oorspronkelijk opgezet door het CPS (Organisatie voor onderwijsontwikkeling en advies). Het doel was om een landelijk netwerk op te zetten van scholen die aandacht hebben voor hoogbegaafde leerlingen, om kennis te bundelen, de expertise van deelnemende scholen te vergroten en om elkaar als projectscholen te ondersteunen in het vormgeven van beter onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen. Kortom, het CPS wilde dat er meer structurele aandacht kwam voor hoogbegaafden in het onderwijs.
‘Je doet zoiets niet een beetje erbij. Belangrijk doel van dit project is scholen minder afhankelijk te laten zijn van die een of twee docenten die toevallig deskundig en enthousiast zijn. Scholen moeten zorgen dat de zorg aan begaafden structureel is.’ (Scholen VO profileren zich tot Begaafdheidsprofielschool, 2011)
In 2007 werd vanuit dit project de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen opgericht en alle projectscholen werden lid van de vereniging. De vereniging BPS vindt het een noodzaak dat scholen weten wat hoogbegaafdheid is en hoe ze hoogbegaafde leerlingen goed kunnen ondersteunen. Er kunnen namelijk flinke problemen ontstaan als er geen passend onderwijs is voor deze doelgroep.
‘De ervaringen van hoogbegaafde leerlingen die door onderpresteren in een negatieve spiraal terecht zijn gekomen, tonen overduidelijk aan dat passend onderwijs en gerichte begeleiding ook voor deze categorie leerlingen een maatschappelijke noodzaak is.’ (website BPS)
Wie zit in het bestuur van de vereniging?
De mensen in het bestuur zijn onderwijsprofessionals uit het primair en voortgezet onderwijs. Bestuursleden combineren hun functie met hun werk op scholen. Het bestuur beslist over toelating van nieuwe scholen tot het netwerk en is daarmee ook de instantie die bepaalt welke scholen het label Begaafdheidsprofielschool mogen dragen.
Mijn vraag aan de vereniging BPS: Jullie medewerkers komen vrijwel allemaal uit het onderwijsveld. Is het een bewust keuze om geen mensen te betrekken die buiten dat veld werken, om een bias te voorkomen en de behoeften van hoogbegaafde kinderen in een groter perspectief te zien?
Antwoord van vereniging BPS:
“Medewerkers en visiteurs van de BPS komen voornamelijk afkomstig zijn uit het onderwijsveld. Wel werkt de vereniging samen met externe organisaties, kenniscentra en onderzoeksinstellingen, wat bijdraagt aan een breder perspectief en kennisdeling. De vereniging werk bijvoorbeeld samen in een POINT-project met prof. Anouke Bakx van Fontys/TU/RU. Ook zijn er – nog afgezien van de jaarlijkse visitatiestudiedag – twee keer per jaar zogeheten verenigingsdagen; dat zijn congressen waarop delegaties van onze leden deel hebben aan keynotes en workshops van meestal externe sprekers. Tot slot bezit de vereniging sinds 2024 een Wetenschappelijke Raad waarin hoogleraren uit Groningen, Nijmegen en Trier zitting hebben.”
Gedragscode voor Begaafdheidsprofielscholen
De vereniging BPS zorgt voor een herkenbaar label en wil vooral de kwaliteit van het onderwijs aan en de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen waarborgen. De vereniging heeft daarvoor een gedragscode voor scholen ontwikkeld. Deze schrijft een set minimumregels voor. Tegelijkertijd geven ze scholen de ruimte om dit op eigen manier in te vullen.
De vereniging BPS heeft de volgende gedragscode voor haar leden:
1. De school heeft visie en beleid ten aanzien van hoogbegaafdheid.
2. De school zorgt voor draagvlak en borging van het beleid.
3. De school heeft haar hoogbegaafde leerlingen in beeld en biedt waar nodig maatwerk.
4. De school onderhoudt een dialoog met ouders en leerlingen.
5. De school zorgt voor flexibiliteit in voorzieningen, tijd en ruimte.
6. De school beschikt over adequate expertise op het gebied van hoogbegaafdheid.
7. De school deelt kennis, expertise en/of onderwijsprogramma’s met haar (regionale) omgeving.
8. De school draagt bij aan de activiteiten van de vereniging BPS.
De vereniging heeft in de periode 2010-2013 de visitatie en certificering van scholen overgenomen van het CPS. In die tijd hadden 22 (vo) scholen het label ‘Begaafdheidsprofielschool’. Vanaf 2012 stond de vereniging weer open voor nieuwe aanmeldingen voor lidmaatschap en op dit moment zijn 97 basis- en middelbare scholen (aspirant) lid.
Aantal leden per 10 april 2026:
55 scholen uit het voortgezet onderwijs, waarvan 11 aspirant-lid
42 scholen uit het primair onderwijs, waarvan 19 aspirant-lid
‘Van Hennik ziet voor de vereniging een aantal ambities voor de toekomst: “We hoeven niet per se heel hard te groeien, de kwaliteit staat voorop. Scholen die lid zijn en willen worden moeten voelen dat het echt iets betekent om BP-school te zijn, en dat het niet zomaar een merk is. Aan de andere kant hoeven we ook niet bij een bepaald aantal scholen te stoppen. Belangrijk is wel dat we geleidelijk groeien. Inhoudelijk willen we steeds verdere verdieping van de expertise op het gebied van onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen. En het stimuleren van maatwerk voor de individuele leerling. Als ik zie hoeveel kennis en ervaring er al bij de scholen is, denk ik dat het geen probleem zou moeten zijn. Uiteindelijk is het ons allemaal te doen om HB-leerlingen onderwijs te geven waar ze behoefte aan hebben. Dat ze echt leren, zich ontwikkelen, verder komen. En goed voorbereid het vervolgonderwijs ingaan. Belangrijk is dat je als school uitzonderingen durft te maken, dat zou de cultuur binnen een school moeten zijn. Dat je begint bij de behoefte van de leerling en niet bij het onderwijs zelf.” ’ (10 jaar Vereniging BPS, 2017)
Aanmelding van aspirantscholen
Scholen melden zichzelf aan en betalen een jaarlijkse bijdrage van €1.500,- voor middelbare scholen en €800,- voor basisscholen. Om toegelaten te worden moet een school aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals beleid over hoogbegaafdheid en de HB-leerlingen waar nodig maatwerk bieden.
Wanneer een school zich aanmeldt en aangeeft te willen voldoen aan de gedragscode van de vereniging BPS, mag die de titel ‘aspirant-lid BPS’ dragen. Pas na een certificering is de school een BPS.
Mijn vraag aan vereniging BPS:
Komt een school op jullie lijst als die nog niet is gevisiteerd? Is het voldoende als een school zelf aangeeft dat die aan de genoemde punten voldoet?
Antwoord van vereniging BPS:
”Nee, een school komt niet direct op de lijst van gecertificeerde Begaafdheidsprofielscholen als deze nog niet is gevisiteerd.Een school kan wel aspirant-lid worden, op die manier wordt de school dan op de website vermeld. De school heeft dan drie jaar om zich voor te bereiden op de visitatie. Om aspirant-lid te worden levert een school een aantal documenten in, waaronder een beleidsplan hoogbegaafdheid en een ontwikkelplan waar de school de komende jaren aan gaat werken.
Voor het verkrijgen van het keurmerk en het lidmaatschap is een positieve visitatie vereist. Het is niet voldoende als een school zelf aangeeft aan de punten te voldoen; de vereniging toetst dit tijdens de visitatie en beslist vervolgens over certificering.
De visitatie heeft een waarderende en opbouwende benadering, gericht op het verder helpen en ontwikkelen van de school.”
Na twee jaar vindt er op de school vervolgens een collegiaal gesprek plaats met leden van de visitatiecommissie om de voortgang te bespreken. Dit is gericht op het verder helpen en ontwikkelen van de school. Tijdens de daadwerkelijke visitatie beslist de vereniging over de certificering.
De vereniging werkt hiervoor met een uitgebreide checklist die verschillende domeinen van onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen beschrijft, van didactiek tot begeleiding en beleid. Tegelijkertijd wordt expliciet aangegeven dat deze checklist niet bedoeld is als harde scorelijst, maar als inspiratie- en zelfbeoordelingsinstrument.
“Elk lid (school) heeft een eigen aanpak als het gaat om HB-onderwijs.
De vereniging schrijft niet voor hoe een school dit zou moeten vormgeven. De aanpak van een school moet passen bij zijn leerlingen, context, onderwijsvisie en mogelijkheden.” (website BPS)
De vereniging gaat elke vier jaar op visitatie bij een (aspirant) BPS om erachter te komen of die aan de gedragscode voldoet. Een school moet aantonen dat zij de bijbehorende punten daadwerkelijk uitvoert. Dat kunnen ze aantonen met beleidsdocumenten, scholingsplannen en concrete voorbeelden van onderwijs en begeleiding voor hoogbegaafde leerlingen. Tijdens de visitatie wordt door de visitatiecommissie gesproken met bestuur, schoolleiding, het HB-team, ouders en leerlingen.
Voor de visitatie is de gedragscode verder uitgewerkt. Ze hebben daarvoor een checklist voor het po en een voor het vo.
Mijn vraag aan de vereniging BPS: Ik lees dat er visitaties zijn. Hebben de visiteurs specifieke kennis en ervaring met hoogbegaafdheid?
Antwoord van vereniging BPS:
“Ja, de visiteurs die de visitaties uitvoeren, beschikken over specifieke kennis en ervaring met hoogbegaafdheid. Er gaat altijd een onafhankelijke opgeleide specialist mee (ECHA, RITHA e.d.). Ook is er een schoolleider van een derde school aanwezig. Allen zijn afkomstig uit het onderwijsveld en hebben zelf ervaring met het onderwijs en de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen.Bij visitaties in het VO-veld neemt de specialist van zijn/haar school ook twee leerlingen mee. Tijdens de visitatie volgen die een eigen programma met de leerlingen van de gevisiteerde school. Aan het eind van de dag neemt de commissie hun bevindingen mee in de beoordeling en het visitatierapport.”
Wat is hoogbegaafdheid volgens de vereniging?
‘De begaafdheidsprofielscholen mogen een eigen invulling geven aan het begrip hoogbegaafdheid. Wel wordt van deze scholen verwacht dat ze een duidelijke visie hebben op hoogbegaafdheid en onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen. De meeste van deze scholen hanteren geen strakke definitie van hoogbegaafdheid. Doorgaans is het vertrekpunt een meting van (in ieder geval) de cognitieve vermogens van de leerling. Echter, een leerling die zich qua kenmerken manifesteert als hoogbegaafd met een IQ-score van net een aantal punten lager, kan dikwijls ook profiteren van het aanbod van de begaafdheidsprofielschool voor wat betreft de begeleiding van de doelgroep.’ (Slim onderwijs doe je zó, CPS, 2014)
Hoogbegaafdheid is geen diagnose in de DSM en heeft geen eenduidige definitie. Dus ik vroeg de vereniging: Wanneer is een leerling hoogbegaafd en zou die maatwerk moeten krijgen?
Antwoord van vereniging BPS:
“We hanteren niet één definitie van hoogbegaafdheid. Er wordt uitgegaan van diverse theorieën en modellen die bruikbaar zijn voor de onderwijspraktijk. We zien hoogbegaafdheid als een dynamisch en breed begrip, waarbij niet alleen IQ, maar ook andere factoren zoals motivatie, creativiteit en persoonlijke kenmerken een rol spelen. Veel leden in het voortgezet onderwijs hanteren een CBO-toets; in het primair onderwijs hanteert men vaak DHH.”
Dan zat ik ook nog met de vraag of het de vereniging echt gaat om specifiek hoogbegaafde leerlingen, of ook de begaafde?
Mijn vraag: Gaat het specifiek om hoogbegaafde leerlingen, of ook begaafde leerlingen? Erkennen jullie dat er een groot verschil is tussen begaafde en hoogbegaafde leerlingen? Is het dan toch logisch om te zeggen dat begaafdheidsprofielscholen beide groepen bedient?
Antwoord van vereniging BPS:
“We richten ons primair op hoogbegaafde leerlingen, maar in de praktijk bedienen begaafdheidsprofielscholen zowel meerbegaafde als hoogbegaafde leerlingen. We erkennen dat er een verschil is tussen begaafde en hoogbegaafde leerlingen. We zien ook dat onze leden daarmee bezig zijn. Ze bedienen vaak beide groepen (onderwijs en begeleiding), omdat hun behoeften vaak overlappen en omdat een inclusieve aanpak beter aansluit bij de diversiteit binnen scholen.”
Adequate expertise betekent dat de school kan aantonen dat er voldoende kennis en vaardigheden aanwezig zijn bij het personeel om hoogbegaafde leerlingen passend onderwijs en begeleiding te bieden. Dit kan bijvoorbeeld door het in huis hebben van een specialist hoogbegaafdheid.
Daarbij moet een school voldoende visie en beleid hebben op het gebied van hoogbegaafdheid. Dat houdt in dat de school een heldere, schriftelijk vastgelegde visie heeft op hoogbegaafdheid en hoe die hier in de praktijk invulling aan geeft. Dit beleid moet breed gedragen worden binnen de school en moet concreet en uitvoerbaar zijn. Tijdens de visitatie wordt gekeken of het beleid daadwerkelijk wordt uitgevoerd en of het aansluit bij de behoeften van HB-leerlingen.
Op de websites van de Begaafdheidsprofielscholen zie ik enthousiaste teksten waarin ze vertellen wat ze bieden aan hoogbegaafde leerlingen. Twee voorbeelden:
Daltonschool St. Jozef, Lemmer: ‘Ons beleid en onze praktijk voor meer- en hoogbegaafde leerlingen is erop gericht dat wij deze kinderen een passend aanbod kunnen bieden, dat zij leren omgaan met barrières die ze tegenkomen, dat ze leren oplossingsgericht te denken en dat ze leren om zich verantwoordelijk te voelen voor hun eigen leren. De leerkracht heeft hierbij een coachende rol en biedt in haar gesprekken het kind de mogelijkheid voor eigen inbreng.’
College de Heemlanden: ‘Met het BPS-keurmerk laten we zien dat we maatwerk, verrijking en begeleiding bieden, zodat iedere leerling die meer aankan, ook daadwerkelijk die ruimte krijgt. We blijven investeren in professionalisering van docenten en het herkennen van begaafdheid, zodat talenten zich optimaal kunnen ontwikkelen. Ons doel: een school waar begaafde leerlingen zich uitgedaagd, gezien en thuis voelen.’
Dat zijn mooie woorden, maar maken ze het ook waar? De ervaringen die ouders en oud-leerlingen met mij deelden, zijn erg wisselend. Ik kreeg meer negatieve ervaringen dan positieve verhalen. De reden daarvoor zou kunnen zijn dat teleurgestelde mensen meer reageren op een oproep naar ervaringen. Maar het kan ook zijn dat veel Begaafdheidsprofielscholen niet doen wat ze beloven.
Voor leerlingen kan het betekenen dat er meer aandacht is voor hun manier van leren en denken. Mogelijk betere afstemming op hun behoeften. Bovendien is de kans op ‘peers’ (gelijkgestemden) groter. Elke BPS bepaalt zelf hoe zij de gedragscode van de vereniging BPS vormgeeft. Daarom zegt het label zegt niet per se dat de uitvoering voldoet aan de verwachtingen van de ouders en de hoogbegaafde kinderen.
Voor ouders biedt het een herkenningspunt bij het kiezen van een school. Het geeft een indicatie dat de school iets doet voor de hoogbegaafde leerlingen. Maar wat dat precies betekent, dat is afhankelijk van de school zelf.
Voor scholen kan het label toegang geven tot een netwerk van kennisdeling. Het is ook een manier om zich te profileren als specialist in HB-onderwijs en mogelijk aantrekkelijker te worden voor leerlingen met hoge capaciteiten.
’De groep hoogbegaafde leerlingen behaalt, conform de verwachting, duidelijk hogere resultaten dan de groep examenkandidaten als geheel. Het gemiddelde cijfer voor het centraal examen ligt met 6,9 ongeveer een halve punt hoger dan het landelijk gemiddelde en bijna een halve punt hoger dan het gemiddelde van alle examenkandidaten vwo op de begaafdheidsprofielscholen. Het slagingspercentage vwo van deze groep scholen komt overeen met het landelijk percentage. De doorstroompercentages cirkelen ook rond het gemiddelde.De eindexamencijfers van hoogbegaafde leerlingen op begaafdheidsprofielscholen liggen duidelijk boven het landelijk gemiddelde.’
(
Het keurmerk BPS vervult dus een dubbele functie: het kan onderwijsverbetering bevorderen en je zou ook kunnen zeggen dat het een ‘marketinginstrument’ is voor scholen.
Ervaring van een ouder:
Mijn vraag aan de vereniging BPS: In 2022 is het Landelijk Kenniscentrum Hoogbegaafdheid opgericht. Werken jullie samen? Zijn er plannen om samen te gaan met dit centrum, of blijven het twee aparte organisaties?
Antwoord van vereniging BPS: “We werken samen met het Landelijk Kenniscentrum Hoogbegaafdheid, dat sinds 2022 actief is, onder andere in kennisdeling. Het Kenniscentrum heeft een specifieke opdracht van OCW gekregen, die opdracht loopt een aantal jaren. Het is nog onduidelijk wat er daarna met het Kenniscentrum zal gebeuren.
De BPS blijft een onafhankelijke vereniging van scholen in het po en vo, we zien de samenwerking met het Kenniscentrum (en andere organisaties als ECHA Netwerk, RITHA, Radboud en POINT) als waardevol voor de verdere ontwikkeling van het veld.”
’Het verschil in kwaliteit tussen de coaches van een top- en een amateurclub wordt bepaald door één overeenkomst, namelijk: ze weten allebei precies wat de spelers nodig hebben om op hun eigen niveau goed te kunnen presteren. Het spel is hetzelfde, maar ze kiezen de technieken die het best passen bij de mogelijkheden van hun spelers en die zullen enorm verschillen.’ (Slim onderwijs doe je zó, CPS, 2014)
Aansluiten bij de unieke ontwikkeling van de hoogbegaafde leerlingen
De vereniging Begaafdheidsprofielscholen koppelt hoogbegaafdheid expliciet aan passend onderwijs. Elk kind heeft immers recht op een ononderbroken ontwikkelingsproces.
Alle scholen in Nederland moeten ervoor zorgen dat de keuze van leermiddelen en methoden aansluit bij de unieke ontwikkeling van een leerling. In Nederland hebben we een systeem waarin je op leeftijd wordt ingedeeld in een bepaalde klas en dat kan een probleem zijn bij een leerling met een achterstand of voorsprong. (uit: Hoogbegaafde kinderen leren vanzelf, Terpstra, 2023)
‘De vraag in relatie tot hoogbegaafde leerlingen was hoe scholen voor voortgezet onderwijs hun onderwijs beter kunnen afstemmen op de behoeften van deze specifieke groep leerlingen. Duidelijk was inmiddels, mede door kritische vragen van ouders van hoogbegaafde kinderen over het onderwijs dat te weinig uitdaging bood voor hun kinderen, dat deze leerlingen extra aandacht en zorg van een school vragen om continuïteit in hun (leer)ontwikkeling te kunnen garanderen. (Scholen VO profileren zich tot Begaafdheidsprofielschool, 2011)
Het is noodzakelijk om het onderwijs aan het cognitieve niveau van hoogbegaafden aan te passen. Gebeurt dat niet, dan kan dat leiden tot leer- en gedragsproblemen. Dat kan tot uiting komen in onder andere belemmeringen in de ontwikkeling, motivatieverlies, onderpresteren, verveling, depressie en andere psychische problemen. De leer- en gedragsproblemen worden vrijwel uitsluitend veroorzaakt door afstemmingsproblemen (uit: Gelijkheid Troef, De Heer, 2017)
Gevaar van aanpassen
Een hoogbegaafde leerling heeft passend onderwijs nodig. Gebeurt dat niet, dan kan de leerling (en eventueel de ouders) zelf proberen om dingen te organiseren en regelen. Maar dat vraagt onredelijk veel van een kind. Wanneer verwacht wordt dat de hoogbegaafde leerling ‘gewoon’ meedoet met de rest, moet die zich constant aanpassen. Als dat blijft voortduren, komen er symptomen naar buiten, bijvoorbeeld ongewenst gedrag in de klas en/of thuis, angsten en lichamelijke klachten.
Passend onderwijs gaat volgens de vereniging BPS niet alleen over cognitieve uitdaging, maar ook over begeleiding, maatwerk, flexibiliteit en expertise rondom hoogbegaafdheid.
‘Een van de belangrijkste kenmerken van een BPS-leidinggevende is dat deze in staat is om flexibel en creatief om te gaan met regels binnen de school, zodat er maatwerk wordt geleverd waarvan hoogbegaafde leerlingen maximaal profiteren.‘ (Hoe maken wij het verschil, CPS, 2012)
‘Het is daarom noodzakelijk om passend onderwijs te bieden aan hoogbegaafde leerlingen. Hier is schoolbreed beleid voor nodig, een leraar kan dit niet alleen. Het hele team werkt samen om de onderwijsbehoeften te signaleren, onderwijsaanpassingen te bieden en hoogbegaafde leerlingen te begeleiden. [...] Het gaat er dus om dat je als leraar blijft zoeken naar wat leerlingen nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen en elke dag nieuwe dingen te leren. De onderwijsbehoeften verschillen per leerling en per leeftijdsfase. Het is daarom aan te raden om gedurende de hele schoolloopbaan regelmatig en stelselmatig te signaleren. […]Meestal gaat het om leerlingen groeperen en het curriculum aanpassen door compacten, verrijken, verdiepen, verbreden en versnellen. […] Als leraar kun je in de klas de school- en leermotivatie stimuleren met de volgende strategieën. Deze gelden voor vrijwel alle leerlingen, maar met name voor leerlingen met kenmerken van hoogbegaafdheid: uitdaging en autonomie, erkenning van vaardigheden, zelfregulatie en doelgerichtheid’ (Passend onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen, van Weerdenburg et al, 2024)
Wat voor de ene hoogbegaafde leerling werkt, is niet passend voor de ander
Wat opvalt in de ervaringsverhalen, is dat veel van de BP-scholen vooral fijn zijn voor kinderen die ‘schoolbegaafd’ zijn: zij die goed passen binnen het schoolsysteem. Zolang zij vooral cognitief genoeg uitdaging krijgen, loopt het wel. Maar er zijn ook veel hoogbegaafden waarvoor een school echt meer aanpassingen moet doen dan dat.
Twee totaal verschillende ervaringen van ouders over dezelfde school:
Individueel maatwerk
’Het is een misvatting te denken dat hoogbegaafde kinderen altijd gemotiveerd zijn om leertaken uit te voeren.’ (Hoe maken wij het verschil, CPS, 2012)
Om te zorgen voor passend onderwijs bij hoogbegaafde leerlingen, is er vaak individueel maatwerk nodig. Er is helaas niet één methode of manier die ervoor zorgt dat alle hoogbegaafden passend onderwijs krijgen. De verschillen tussen hoogbegaafde kinderen zijn te groot. ‘Passend’ is in de wet bewust niet strak gedefinieerd als één vaste norm of uitkomst. Wat passend is, hangt af van de onderwijsbehoeften van de leerling en wat een school binnen redelijke grenzen kan bieden.
Veel scholen geven aan dat het erg lastig om voor elke leerling maatwerk te leveren. Daarvoor zijn medewerkers nodig met expertise en het moet allemaal geregeld worden. Maar is wél mogelijk, ook binnen beperkte financiële en organisatorische beperkingen. Er zijn scholen die laten zien dat het mogelijk is.
Durven af te wijken van de norm
Passend onderwijs, en dan vooral bij maatwerk, vraagt om af te wijken van de norm. Het kan zijn dat een BPS dat slechts beperkt doet, uit angst voor chaos. Want als je maatwerk regelt, weet je nooit precies hoe en wat, en wat het gevolg is. Het is een kwestie van kijken wat wel en niet werkt, proberen, afstemmen, regelen, mislukken en opnieuw proberen.
’Als je lesgeeft aan hoogbegaafden […] heb je oog voor en houdt rekening met verschillende leerstijlen (expertniveau). En je bent idealiter een kei in het begeleiden van zelfverantwoordelijk leren (excellentniveau). Voor onderwijs aan hoogbegaafden zijn docentvaardigheden op ten minste het expertniveau gewenst.’ (Slim onderwijs doe je zó, CPS, 2014)
‘Er moet op individueel niveau worden afgestemd door middel van compacting, verrijking of verdieping en top-downleren. Het vraagt om flexibiliteit in de benadering en begeleiding van deze leerlingen en om een flexibele organisatie van het onderwijs. Het vereist ook deskundigheid van docenten om systematisch met leerlingen te reflecteren op hun leerproces.’ (Hoe maken wij het verschil, CPS, 2012)
‘De docent is gemotiveerd om in het belang van hoogbegaafde leerlingen zijn of haar lessen aan te passen en ruimte te geven voor compacting, verbreding, verdieping en top-downleren. Hij/zij doet dat niet alleen voor de leerlingen die het goed doen, maar juist ook voor leerlingen die onderpresteren.‘ (Hoe maken wij het verschil, CPS, 2012)
Waardevolle feedback of ongewenste kritiek?
‘Ouder- en leerlingenbetrokkenheid zijn essentiële kenmerken van het hoogbegaafdenbeleid (HB-beleid).’ (Slim onderwijs doe je zó, CPS, 2014)
Een andere reden dat scholen beperkt maatwerk leveren, is het idee dat als ze voor één leerling allerlei aanpassingen doen, er vervolgens veel meer leerlingen en ouders komen vragen om meer en anders. Dat zou de school kunnen zien als overweldigend en ‘we hebben daar de middelen niet voor’, maar ze kunnen de vragen en ‘klachten’ van ouders en leerlingen ook verwelkomen als waardevolle informatie. Dit is wat ik verwachte van van elke school en vooral van een BPS.
‘Dat een school dit er niet zomaar even bij doet is evident. Het vraagt bewuste en weloverwogen keuzes op verschillende niveaus binnen de school. Op het niveau van het beleid en management, het draagvlak en de betrokkenheid evenals de professionaliteit van docenten, de zorgstructuur en de specialisten binnen de school, de materialen en flexibiliteit van de inzet hiervan […] Dit betekent dat vanaf het moment dat een school ervoor kiest zich te willen ontwikkelen naar het begaafdheidsprofiel er op alle aangegeven terreinen interventies zullen moeten worden opgestart richting het uiteindelijke doel.’ (Scholen VO profileren zich tot Begaafdheidsprofielschool, 2011)
Dick van Hennik (voorzitter vereniging BPS 2010-2021) beschrijft in zijn column (website BPS) hoe we het vast allemaal het liefst zouden zien:
‘Wat als ‘anders vasthouden’ een normale zaak wordt? Als het ‘ongewone’ gewoon wordt? Het lijkt een woordenspel, maar het kan op den duur een doorbraak betekenen in ons onderwijs. Inspelen op de behoeften van leerlingen, kan met zich meebrengen dat er wijzigingen nodig zijn bij de reguliere gang van zaken op de school. Wie weet levert dat dan mooie vergezichten op. Gebruik makend van de creativiteit van begaafde leerlingen, zouden die vergezichten wel eens dichterbij kunnen zijn dan menigeen denkt.’
Helaas moet ik uit de ervaringsverhalen die ik kreeg voorzichtig concluderen dat dit ‘anders vasthouden’ anno 2026 op veel BP-scholen nog vooral op papier bestaat en in de uitvoering achterblijft.
Het project Begaafdheidsprofielscholen is ontstaan vanuit de ambitie om beter onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen te organiseren binnen het reguliere onderwijs. BP-scholen krijgen een netwerk en een set verwachtingen om hun onderwijs hierop in te richten.
In de praktijk blijkt echter dat de uitwerking sterk verschilt per BP-school. Het keurmerk garandeert geen eenduidige kwaliteit. Sommige hoogbegaafde leerlingen ervaren duidelijk meer afstemming en ruimte, terwijl anderen juist weinig verschil ervaren of zelfs vastlopen op een BPS.
Wat hierbij opvalt, is dat de effectiviteit van een BPS niet alleen samenhangt met beleid of visie, maar vooral met de mate waarin een school daadwerkelijk kan en durft af te wijken van het standaardonderwijs om echt aan te sluiten bij individuele onderwijsbehoeften. Alleen het bieden van extra cognitieve uitdaging is lang niet altijd genoeg om tot passend onderwijs te komen voor de hoogbegaafde leerlingen.
Het is belangrijk dat ouders en hun hoogbegaafde kinderen kritisch blijven bij een schoolkeuze en niet automatisch concluderen dat een school passend is omdat deze een Begaafdheidsprofielschool is. Daarnaast is het van belang dat BP-scholen en de vereniging er scherper op zijn dat hun mooie vergezichten daadwerkelijk dichterbij komen in de dagelijkse onderwijspraktijk, zodat alle hoogbegaafde leerlingen bij elke BPS kunnen rekenen op een onderwijsaanbod dat structureel aansluit bij hun unieke onderwijsbehoeften.
Hier vind je de documentaire ‘Gewoon Hoogbegaafd’ en het vervolg ‘Ongewoon Hoogbegaafd’, gemaakt door een voormalig leerling op een BPS, zoals genoemd in een van de ervaringsverhalen:
Deel 1: Gewoon Hoogbegaafd
Deel 2: Ongewoon Hoogbegaafd
Schriftelijk interview met de vereniging Begaafdheidsprofielscholen
Hoogbegaafde kinderen leren vanzelf, Fleur Terpstra (2023)
Gelijkheid Troef in het Nederlandse basisonderwijs, W. De Heer (2017)
Passend onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen, van Weerdenburg et al (2024)
Toelatingscriteria voor vo scholen tot de vereniging BPS, vereniging BPS (2019) (pdf)
Het profiel van de begaafdheidsprofielschool, Abu Melle (2006)
Doorlopende tekst van de statuten van: vereniging begaafdheidsprofielscholen per 1 april 2015 (pdf)
Wat is een begaafdheidsprofielschool? Publicatie naar aanleiding
Column #18 – ‘Anders vasthouden’ Dick van Hennik (voorzitter BPS, 2010 – 2021)

Comments
Nothing yet. Say the first thing.
Sign in to join the conversation.